Missie wat een organisatie wil bereiken met alle activiteiten die ze
uitvoeren (hoogste doel)
Belang middel on bij te dragen aan de missie
Probleemstelling Hoe kan <actor> <doel> bereiken, zonder
<ongewenste neveneffecten>?
Neveneffecten zijn het gevolg van de middelen van de actor.
- Bijvoorbeeld: medicijnen tegen ziekte met bijwerkingen (de
bijwerkingen zijn dan de (ongewenste) neveneffecten)
Valkuilen probleemstelling:
- Schijndilemma
- Geen dilemma
- Neveneffecten volgen uit doel in plaats van middelen
- Wens is geen echte wens van de actor
- Woorden zoals ‘optimaal’ / ‘minimaal’ gebruiken
Doelenboom = samenhangend geheel van doelen
- Doelenhiërarchie (hiërarchische relatie doel en subdoel)
Maken doelenboom: doel van actor bovenaan, neveneffecten in
doelvorm daaronder
Om subdoelen te bepalen vraag over hoofddoel: 'wat is dat?' of ‘hoe
meet je dat?’ (met eenheid erachter)
Formuleren: zelfstandig naamwoord met richting (richting houdt in goed,
slecht, veel, weinig, etc.)
Veel voorkomende fouten bij het maken van een doelenboom:
- Werkwoorden in doelenboom
- Doelenboom bevat alternatieven / causale relaties
- Dilemma ontbreekt
- Doelen zonder richting
- Hoofddoel te generiek voor probleemeigenaar
- Gebruik van termen zoals minimaal / maximaal/ optimaal
- Doelenboom te groot
Criterium kan worden afgeleid van de operationele doelen door de
richting te verwijderen.
, H3. Defining the complex situation
Eerst een doel opstellen in plaats van denken in oplossingen. Zo hou je je
opties open.
Focus op het doel en de neveneffecten, niet op één mogelijke oplossing.
Zo vergroot je de kans dat je de juiste oplossing vindt voor het probleem.
Alle actoren hebben andere ideeën en mogelijke oplossingen. Door het
onderzoek breed te houden sluit je bij iedereen aan en neig je niet naar
één oplossing.
Opties om oplossingen te kiezen openhouden.
Schema:
actor – objective (missie) – normale manier om dit te volbrengen –
neveneffecten
Actoren met veel belang er macht zijn de probleemeigenaar.
Formuleer probleem als een dilemma: ‘ik heb dit <doel> en wil dat
bereiken zonder deze <neveneffecten>.’
Verander je doel: voeg actoren toe, verwijder ze, vergelijk oplossingen,
herformuleer je probleem.
H4. Complex situations represented as 'system problems'
Elementen reageren op elkaar en zorgen voor verandering waardoor
actoren hiernaar gaan handelen (passief of proactief houding veranderen).
- Complexe situaties worden weergegeven als subsystemen met
onderlinge interactie.
System models kunnen systeemgedrag nu en in de toekomst laten zien.
Systeem representations kunnen huidige informatie over de systeem staat
leveren, (steunen in het maken van veranderingen), en mogelijk de beste
oplossing geven.
Criteria verwoord de staat van je complexe systeem.
- Meten wat (volgens actoren) belangrijk is
Vraag actor waarom ze iets willen om doel duidelijk te maken.
Doelenboom geeft redenen waarom actoren zo handelen en vertellen wat
ze willen bereiken. Het wordt makkelijker om de middelen van het doel te
scheiden. Mensen prater in 'wat moeten we doen?’ in plaats van ‘wat
willen we bereiken?'.