Encyclopedie de rechtswetenschap 2022-2023
Week 1
Hans Kelsen, rechtsfilosoof:
1. Leven
- Hans is geboren op 11 oktober 1881 in Praag. Hij verhuist naar Wenen met zijn ouders en
bekleed een professoraat. (1919 – 1930). Later vertrekt hij naar Keulen om professor te
worden. (1930 – 1933)
- 1933: Nazi kwam aan de macht en voeren wetten door waardoor iedereen van Joodse
afkomst niet mag werken onder belangrijk burgerlijke posten. Kelsen gaat naar Geneve,
Zwitserland (was neutraal) Hij bezoekt verschillende landen in Europa, als hij merkt dat hij in
het Duitse deel niet goed kan werken en spreken gaat hij naar Amerika in 1940
- Reist veel en geeft veel lezingen en overlijd op 19 April 1973
2. Werken
- Het belangrijkste boek van Kelsen is de zuivere rechtsleer: Reine rechtslehre, Einleitung in die
rechtswissenschatfliche Problematik (1934) nog een klein dun boekje
- In 1960 tweede druk, volledig herzien en uitgebreider
- General theory of law and state (1945)
- General theory of norms (1979)
3. Zijn rechtsfilosofie
1. Wat is recht?
- Een rechtsfilosofische vraag: Wat is, in het algemeen, recht? Dus niet specifiek strafrecht of
burgerlijkrecht of Nederlands recht.
Deze vraag staat centraal bij ecny
- Goed begin is: de zuivere rechtsleer van Hans Kelsen, het is een goed begin omdat het
vermoedelijk aansluit bij wat wij al denken over het recht
2. Zuivere rechtsleer
- Een theorie over positief recht. Positief recht is het recht dat in een bepaalde gemeenschap
door mensen vastgelegd of erkend is. Dus de theorie gaat over recht dat is uitgevaardigd en
dat je kan vinden bv in staatscourant of wetboek
- Doel van Kelsens theorie: kennis verkrijgen over wat recht is
Niet kennis over wat goed recht is, geen normatieve theorie over hoe recht verbeterd moet
worden
- Zuivere rechtsleer noemt hij zijn theorie
Dat omdat de theorie alleen het recht wil leren kennen en de kennis zuiver wil houden
Dit wilt hij zuiveren van kennis van de feitelijke werkelijkheid en moraal
Focussen op het recht alleen
3. Recht en natuur
- Kun je recht observeren? Je kunt kijken naar zitting parlement of naar een rechter luisteren
Maar zie je dan echt recht?
- Observeren is een neutraal standpunt innemen en je zintuigen gebruiken, bij recht kan dit
niet volgens Kelsen moet je een betekenis geven aan een bepaalde situatie
- Bv. Bij een parlementaire discussie steken mensen hun handen op kun je dat zien, maar
kelsen zegt dat een rechtsnorm nu een objectieve betekenis aan wat er gebeurd. De handen
zijn bv stemmen over een wetsvoorstel. Door die norm wordt er betekenis gegeven aan wat
er feitelijk gebeurd. Bv Er wordt een wet aangenomen.
Bv. ‘met het opsluiten van deze persoon wordt het vonnis uitgevoerd’ als een persoon wordt
opgesloten of ‘het opsluiten van deze persoon is strafbaar
, - De les die je hieruit moet trekken volgens Kelsen is dat rechtsnormen tegenover de
natuurlijke werkelijkheid staan en aangeven welke menselijke gedrag toegestaan is,
verboden of geboden.
- Rechtsgeleerdheid is kennis van dit stelsel van rechtsnormen dat mogelijk juridische
betekenis geeft (normeert)
- Rechtssociologie daarentegen bestudeert de natuurlijke werkelijkheid en vraagt naar de
oorzaken van bepaald gedrag of de gevolgen van bepaald gedrag.
4. Recht en moraal
- Er zijn ook morele normen
- Het is ook de taak van de zuivere rechtsleer om kennis van het recht te zuiveren van kennis
van de moraal
- Positief recht kan natuurlijk overeenstemmen met de moraal, maar dat is niet noodzakelijk
het geval.
- Wat moraal of rechtvaardigheid is, is niet objectief vast te stellen, positief recht zou niet eens
nodig zijn als dat wel zo was.
5. De rechtsorde
- Wanneer is een norm een rechtsnorm en geen morele norm?
- Kelsen kijkt dan naar een hogere bevoegdheidsnorm. Je weet dat je met een rechtsnorm te
maken hebt als die norm op de juiste wijze tot stand is gekomen aan de hand van een
bevoegdheidsnorm die aan een bepaalde instantie bevoegdheid geeft om een recht te
maken.
- De rechtsnorm valt binnen één rechtsorde; de geldigheid van alle normen is uiteindelijk te
herleiden tot één norm (Grundnorm)
Grundnorm
We hebben een wet vastgesteld dat we bij een bepaalde norm kunnen vastleggen of het een
rechtsnorm is door te kijken naar de instantie die de norm heeft uitgevaardigd. Die instantie
heeft de bevoegdheid volgens die zelfde rechtssysteem om die norm te maken. Dus bv WvSr hoe
tot stand gekomen, geldige wet?
In de grondwet staat procedure om geldige wet te maken. Dus je kijkt naar wet die hoger is. Je
kan ook doorvragen Is de grondwet dan geldig recht. Wie heeft de grondwet gemaakt? Ook weer
een instantie die daartoe bevoegd is geweest. Dat is vaak geregeld in de GW zelf.
Wet grondwet voorafgaande grondwet na doorvragen Eerste GW die je nog kan vinden de
aanname dat de wilsuiting van de makers van de eerste Gw een rechtsnorm is (deze aanname is
de grundnorm, grondnorm) Aanname niet daadwerkelijk
- Waarom luidt onze grondnorm nu zo en niet anders
- Ligt aan de tijd waar we zitten, wij gebruiken een bepaalde rechtsorde en de bijbehorende
grundnorm die we daarbij veronderstellen
- Stel we hadden een revolutie in een zekere tijd was t anders geweest.
- Rechtsorde en grondnorm veranderen bijvoorbeeld na een geslaagde revolutie.
4. Overweging
- Wat vinden we van het doel van kelsen om een zuivere rechtsleer te ontwikkelen?
- Is dat doel voor de hand liggend en nodig eerste begin voor duidelijkheid wat is recht.
Historisch te verklaren vraag, hij wil afstand van natuur recht
- Bereikbaarheid van het doel, kan je het recht volledig los van moraal zien
- Aantrekkelijkheid van het doel, zijn we niet ook geïnteresseerd in wat goed recht is?
Gustave Radbruch
,1. Leven
- Duitse rechtsfilosoof geboren in Lubeck, Duitsland op 21 november 1878
- Hij valt meteen op als een wetenschapper en stroomt door in z’n academische carrière in de
rechtswetenschappen (Heidelberg en Konigsberg), dit wordt onderbroken door WO I hij
moet in het leger
- Door de eerste WO wordt zijn politieke carrière aangewakkerd eerst lid sociaaldemocratische
partij en later Reichsminister (1921), ontwerpt een nieuw wetboek van strafrecht (lukt niet,
kabinet valt)
- 1933: nazi’s hoogleraren ontslagen die niet loyaal aan nationaalsocialisten, hij keert in 1945
terug als hoogleraar en sterft in 1949
2. Werken
- Einfuhring in die rechtwissenschaft (1910) inleding
- Rechtsphilosophie (1914)
Zowel rechtsgeleerdheid als rechtsfilosofie
- Funf minuten rechtsphilosophie (1945) kritischer
- Gesetztliches unrecht und ubergesetzliches recht (1946)
3. Leer
1. Rechtsfilosofie
- Belangrijke kern van zijn werk en uitkijk op recht is onderscheid tussen werkelijkheid en
waarde
Werkelijkheid is wat t is en daar kun je waarde op projecteren
- De natuurwetenschap is bewust waardenblind (werkelijkheid weergeven in modellen, niet
hoe het hoort te zijn)
- De filosofie reflecteert op het waarderen (menselijke waarderen)
- De rechtswetenschap is waarde-gerelateerd
- Recht is: de werkelijkheid die bedoeld is het rechtsidee te dienen
2. Rechtvaardigheid
- Volgens hem is het rechtsidee rechtvaardigheid dienen
- Het gaat hier niet om rechtvaardigheid als karaktereigenschap, maar als
samenlevingsordening is die rechtvaardig ingericht
- Rechtvaardigheid is gelijkheid Aristoteles
Je hebt vergeldende rechtvaardigheid (gelijkheid delict en strafmaat) en verdelende
rechtvaardigheid (verdelen over samenleving, iedereen gelijk of sommige meer rechten dan
andere)
- Het idee van recht is formele rechtvaardigheid; dat zegt dat gelijke gevallen gelijk behandeld
behoren te worden, niet WAT gelijke gevallen zijn.
3. Doelgerichtheid
- Om het recht nader uit te werken, moet rechtvaardigheid worden gekoppeld aan
doelgerichtheid
- Verschillende mogelijkheden: individuele waarden (liberalisme en vrijheid) Collectieve
waarden: (natie, nationalisme), Culturele waarden (cultuur, conservatisme)
- Radbruch zegt dit zijn alle mogelijkheden die er zijn en die schetst hij in zn rechtsfilosofie
4. Rechtszekerheid
- Is van belang voor orde en vrede
- Als het niet wetenschappelijk kan vastgesteld worden wat rechtvaardigheid is moet het iig
vastgezet worden wat het recht word
5. De drie waarden
- Hoe die gerangschikt moeten worden hangt af van de partijpolitiek
- Extreme gevallen
Politiestaat (doelgerichtheid), natuurrechtsleer (rechtvaardigheid) en rechtspositivisme
(rechtszekerheid)
, 6. Geldigheid (in rechtsphilosophie) voor 2 e WO
- Belangrijke vraag: wanneer spreken we van geldend recht?
- Onderscheid in de publicaties radbruch
- Rechtsphilosophie voor de tweede WO: ten aanzien van geldigheid zit de rechtswetenschap
altijd gevangen in het rechtssyteem waarbij zij hoort: de gelding van een norm wordt
bepaald door een hoger norm, de gelding van de hoogste norm kan de rechtswetenschap
niet vaststellen.
Rechtssociologie: hoogste norm moet worden erkend door rechtssubjecten
Rechtsfilosofie: wat rechtssubjecten horen te kennen, maar hier relativisme (normatief)
- Recht en rechtswetenschap is rechtszekerheid leidend
Rechtsfilosofie: beschouwend (3 waarden)
7. Geldigheid (in gesetzliches unrecht) 1946 na 2 e wo
- Twee belangrijke verschil met rechtsfilosofie
- Eerste: rechtvaardigheid rechtsidee wordt nu ingevuld met mensenrechten , gelijkheid van
ieder mens wordt centraal gezet.
- Tweede: de verhouding tussen de drie waarden wordt nu ingevuld; niet meer partijpolitiek
(relativisme wordt ingeperkt)
- Dit moet nu allemaal worden meegenomen in de beantwoording van de vraag of een norm
geldt
4. Overweging
- Radbruchs rechtsleer van voor tweede wo is beschouwend, wat volgens hem past bij
rechtsfilosofie
- Hij maakt verschil tussen 3 waarden
- Hij analyseert dat politiestaat natuurrecht en rechtspositivisme heel beperkt zijn in hun focus
op één waarde
- Na zijn bewind met hitler wordt de beschouwende positie verlaten en wordt een gematigd
natuurrechtelijk standpunt ingenomen
- Wat is de rol van de rechtsfilosoof in de samenleving (in tijden van onrecht?)
Vragen bij week 1 Beginnerswg
1. Moraal: het geheel van morele normen en waarden dat door een individu, groep, instelling of
cultuur als belangrijke richtlijn voor het eigen handelen wordt beschouwd
Ethiek: de wetenschappelijke of systematische studie van de moraal
In R.OV. gebruiken de auteurs de begrippen ethiek en moraal inwisselbaar. Ze hanteren geen
verschil tussen beide termen. Moraal synoniem ethiek.
2. Brede ethiek: geeft morele normen, die het gehele menselijke leven betreffen, zonder enige
terughoudendheid. VB: met moet altijd de waarheid spreken, zelfs een leugentje om bestwil
is slecht. Normale burgers hebben moeite met dit naleven het is ingrijpend.
Smalle ethiek: betracht terughoudendheid en legt alleen morele normen op, die noodzakelijk
zijn voor vreedzaam samenleven (vreedzame co-existentie) VB: men moet afblijven van
andere zijn eigendommen. Normale burgers hoeven niet veel moeite te doen om deze regel
op te volgen.
3. De mensen voorschrijven zich volledig te richten naar een ideaal van volmaaktheid.
Perfectionisme: hoe wordt een staat ingericht. Soms heeft een volmaakte staat brede ethiek
nodig. Plato perfectionistisch staatsideaal, alleen koningsfilosofen regeren. Brede ethiek:
schoenmaker moet leven met 4 deugden.
Nuance verschil perfectionisme en brede ethiek, ze lijken wel op elkaar.
Week 1
Hans Kelsen, rechtsfilosoof:
1. Leven
- Hans is geboren op 11 oktober 1881 in Praag. Hij verhuist naar Wenen met zijn ouders en
bekleed een professoraat. (1919 – 1930). Later vertrekt hij naar Keulen om professor te
worden. (1930 – 1933)
- 1933: Nazi kwam aan de macht en voeren wetten door waardoor iedereen van Joodse
afkomst niet mag werken onder belangrijk burgerlijke posten. Kelsen gaat naar Geneve,
Zwitserland (was neutraal) Hij bezoekt verschillende landen in Europa, als hij merkt dat hij in
het Duitse deel niet goed kan werken en spreken gaat hij naar Amerika in 1940
- Reist veel en geeft veel lezingen en overlijd op 19 April 1973
2. Werken
- Het belangrijkste boek van Kelsen is de zuivere rechtsleer: Reine rechtslehre, Einleitung in die
rechtswissenschatfliche Problematik (1934) nog een klein dun boekje
- In 1960 tweede druk, volledig herzien en uitgebreider
- General theory of law and state (1945)
- General theory of norms (1979)
3. Zijn rechtsfilosofie
1. Wat is recht?
- Een rechtsfilosofische vraag: Wat is, in het algemeen, recht? Dus niet specifiek strafrecht of
burgerlijkrecht of Nederlands recht.
Deze vraag staat centraal bij ecny
- Goed begin is: de zuivere rechtsleer van Hans Kelsen, het is een goed begin omdat het
vermoedelijk aansluit bij wat wij al denken over het recht
2. Zuivere rechtsleer
- Een theorie over positief recht. Positief recht is het recht dat in een bepaalde gemeenschap
door mensen vastgelegd of erkend is. Dus de theorie gaat over recht dat is uitgevaardigd en
dat je kan vinden bv in staatscourant of wetboek
- Doel van Kelsens theorie: kennis verkrijgen over wat recht is
Niet kennis over wat goed recht is, geen normatieve theorie over hoe recht verbeterd moet
worden
- Zuivere rechtsleer noemt hij zijn theorie
Dat omdat de theorie alleen het recht wil leren kennen en de kennis zuiver wil houden
Dit wilt hij zuiveren van kennis van de feitelijke werkelijkheid en moraal
Focussen op het recht alleen
3. Recht en natuur
- Kun je recht observeren? Je kunt kijken naar zitting parlement of naar een rechter luisteren
Maar zie je dan echt recht?
- Observeren is een neutraal standpunt innemen en je zintuigen gebruiken, bij recht kan dit
niet volgens Kelsen moet je een betekenis geven aan een bepaalde situatie
- Bv. Bij een parlementaire discussie steken mensen hun handen op kun je dat zien, maar
kelsen zegt dat een rechtsnorm nu een objectieve betekenis aan wat er gebeurd. De handen
zijn bv stemmen over een wetsvoorstel. Door die norm wordt er betekenis gegeven aan wat
er feitelijk gebeurd. Bv Er wordt een wet aangenomen.
Bv. ‘met het opsluiten van deze persoon wordt het vonnis uitgevoerd’ als een persoon wordt
opgesloten of ‘het opsluiten van deze persoon is strafbaar
, - De les die je hieruit moet trekken volgens Kelsen is dat rechtsnormen tegenover de
natuurlijke werkelijkheid staan en aangeven welke menselijke gedrag toegestaan is,
verboden of geboden.
- Rechtsgeleerdheid is kennis van dit stelsel van rechtsnormen dat mogelijk juridische
betekenis geeft (normeert)
- Rechtssociologie daarentegen bestudeert de natuurlijke werkelijkheid en vraagt naar de
oorzaken van bepaald gedrag of de gevolgen van bepaald gedrag.
4. Recht en moraal
- Er zijn ook morele normen
- Het is ook de taak van de zuivere rechtsleer om kennis van het recht te zuiveren van kennis
van de moraal
- Positief recht kan natuurlijk overeenstemmen met de moraal, maar dat is niet noodzakelijk
het geval.
- Wat moraal of rechtvaardigheid is, is niet objectief vast te stellen, positief recht zou niet eens
nodig zijn als dat wel zo was.
5. De rechtsorde
- Wanneer is een norm een rechtsnorm en geen morele norm?
- Kelsen kijkt dan naar een hogere bevoegdheidsnorm. Je weet dat je met een rechtsnorm te
maken hebt als die norm op de juiste wijze tot stand is gekomen aan de hand van een
bevoegdheidsnorm die aan een bepaalde instantie bevoegdheid geeft om een recht te
maken.
- De rechtsnorm valt binnen één rechtsorde; de geldigheid van alle normen is uiteindelijk te
herleiden tot één norm (Grundnorm)
Grundnorm
We hebben een wet vastgesteld dat we bij een bepaalde norm kunnen vastleggen of het een
rechtsnorm is door te kijken naar de instantie die de norm heeft uitgevaardigd. Die instantie
heeft de bevoegdheid volgens die zelfde rechtssysteem om die norm te maken. Dus bv WvSr hoe
tot stand gekomen, geldige wet?
In de grondwet staat procedure om geldige wet te maken. Dus je kijkt naar wet die hoger is. Je
kan ook doorvragen Is de grondwet dan geldig recht. Wie heeft de grondwet gemaakt? Ook weer
een instantie die daartoe bevoegd is geweest. Dat is vaak geregeld in de GW zelf.
Wet grondwet voorafgaande grondwet na doorvragen Eerste GW die je nog kan vinden de
aanname dat de wilsuiting van de makers van de eerste Gw een rechtsnorm is (deze aanname is
de grundnorm, grondnorm) Aanname niet daadwerkelijk
- Waarom luidt onze grondnorm nu zo en niet anders
- Ligt aan de tijd waar we zitten, wij gebruiken een bepaalde rechtsorde en de bijbehorende
grundnorm die we daarbij veronderstellen
- Stel we hadden een revolutie in een zekere tijd was t anders geweest.
- Rechtsorde en grondnorm veranderen bijvoorbeeld na een geslaagde revolutie.
4. Overweging
- Wat vinden we van het doel van kelsen om een zuivere rechtsleer te ontwikkelen?
- Is dat doel voor de hand liggend en nodig eerste begin voor duidelijkheid wat is recht.
Historisch te verklaren vraag, hij wil afstand van natuur recht
- Bereikbaarheid van het doel, kan je het recht volledig los van moraal zien
- Aantrekkelijkheid van het doel, zijn we niet ook geïnteresseerd in wat goed recht is?
Gustave Radbruch
,1. Leven
- Duitse rechtsfilosoof geboren in Lubeck, Duitsland op 21 november 1878
- Hij valt meteen op als een wetenschapper en stroomt door in z’n academische carrière in de
rechtswetenschappen (Heidelberg en Konigsberg), dit wordt onderbroken door WO I hij
moet in het leger
- Door de eerste WO wordt zijn politieke carrière aangewakkerd eerst lid sociaaldemocratische
partij en later Reichsminister (1921), ontwerpt een nieuw wetboek van strafrecht (lukt niet,
kabinet valt)
- 1933: nazi’s hoogleraren ontslagen die niet loyaal aan nationaalsocialisten, hij keert in 1945
terug als hoogleraar en sterft in 1949
2. Werken
- Einfuhring in die rechtwissenschaft (1910) inleding
- Rechtsphilosophie (1914)
Zowel rechtsgeleerdheid als rechtsfilosofie
- Funf minuten rechtsphilosophie (1945) kritischer
- Gesetztliches unrecht und ubergesetzliches recht (1946)
3. Leer
1. Rechtsfilosofie
- Belangrijke kern van zijn werk en uitkijk op recht is onderscheid tussen werkelijkheid en
waarde
Werkelijkheid is wat t is en daar kun je waarde op projecteren
- De natuurwetenschap is bewust waardenblind (werkelijkheid weergeven in modellen, niet
hoe het hoort te zijn)
- De filosofie reflecteert op het waarderen (menselijke waarderen)
- De rechtswetenschap is waarde-gerelateerd
- Recht is: de werkelijkheid die bedoeld is het rechtsidee te dienen
2. Rechtvaardigheid
- Volgens hem is het rechtsidee rechtvaardigheid dienen
- Het gaat hier niet om rechtvaardigheid als karaktereigenschap, maar als
samenlevingsordening is die rechtvaardig ingericht
- Rechtvaardigheid is gelijkheid Aristoteles
Je hebt vergeldende rechtvaardigheid (gelijkheid delict en strafmaat) en verdelende
rechtvaardigheid (verdelen over samenleving, iedereen gelijk of sommige meer rechten dan
andere)
- Het idee van recht is formele rechtvaardigheid; dat zegt dat gelijke gevallen gelijk behandeld
behoren te worden, niet WAT gelijke gevallen zijn.
3. Doelgerichtheid
- Om het recht nader uit te werken, moet rechtvaardigheid worden gekoppeld aan
doelgerichtheid
- Verschillende mogelijkheden: individuele waarden (liberalisme en vrijheid) Collectieve
waarden: (natie, nationalisme), Culturele waarden (cultuur, conservatisme)
- Radbruch zegt dit zijn alle mogelijkheden die er zijn en die schetst hij in zn rechtsfilosofie
4. Rechtszekerheid
- Is van belang voor orde en vrede
- Als het niet wetenschappelijk kan vastgesteld worden wat rechtvaardigheid is moet het iig
vastgezet worden wat het recht word
5. De drie waarden
- Hoe die gerangschikt moeten worden hangt af van de partijpolitiek
- Extreme gevallen
Politiestaat (doelgerichtheid), natuurrechtsleer (rechtvaardigheid) en rechtspositivisme
(rechtszekerheid)
, 6. Geldigheid (in rechtsphilosophie) voor 2 e WO
- Belangrijke vraag: wanneer spreken we van geldend recht?
- Onderscheid in de publicaties radbruch
- Rechtsphilosophie voor de tweede WO: ten aanzien van geldigheid zit de rechtswetenschap
altijd gevangen in het rechtssyteem waarbij zij hoort: de gelding van een norm wordt
bepaald door een hoger norm, de gelding van de hoogste norm kan de rechtswetenschap
niet vaststellen.
Rechtssociologie: hoogste norm moet worden erkend door rechtssubjecten
Rechtsfilosofie: wat rechtssubjecten horen te kennen, maar hier relativisme (normatief)
- Recht en rechtswetenschap is rechtszekerheid leidend
Rechtsfilosofie: beschouwend (3 waarden)
7. Geldigheid (in gesetzliches unrecht) 1946 na 2 e wo
- Twee belangrijke verschil met rechtsfilosofie
- Eerste: rechtvaardigheid rechtsidee wordt nu ingevuld met mensenrechten , gelijkheid van
ieder mens wordt centraal gezet.
- Tweede: de verhouding tussen de drie waarden wordt nu ingevuld; niet meer partijpolitiek
(relativisme wordt ingeperkt)
- Dit moet nu allemaal worden meegenomen in de beantwoording van de vraag of een norm
geldt
4. Overweging
- Radbruchs rechtsleer van voor tweede wo is beschouwend, wat volgens hem past bij
rechtsfilosofie
- Hij maakt verschil tussen 3 waarden
- Hij analyseert dat politiestaat natuurrecht en rechtspositivisme heel beperkt zijn in hun focus
op één waarde
- Na zijn bewind met hitler wordt de beschouwende positie verlaten en wordt een gematigd
natuurrechtelijk standpunt ingenomen
- Wat is de rol van de rechtsfilosoof in de samenleving (in tijden van onrecht?)
Vragen bij week 1 Beginnerswg
1. Moraal: het geheel van morele normen en waarden dat door een individu, groep, instelling of
cultuur als belangrijke richtlijn voor het eigen handelen wordt beschouwd
Ethiek: de wetenschappelijke of systematische studie van de moraal
In R.OV. gebruiken de auteurs de begrippen ethiek en moraal inwisselbaar. Ze hanteren geen
verschil tussen beide termen. Moraal synoniem ethiek.
2. Brede ethiek: geeft morele normen, die het gehele menselijke leven betreffen, zonder enige
terughoudendheid. VB: met moet altijd de waarheid spreken, zelfs een leugentje om bestwil
is slecht. Normale burgers hebben moeite met dit naleven het is ingrijpend.
Smalle ethiek: betracht terughoudendheid en legt alleen morele normen op, die noodzakelijk
zijn voor vreedzaam samenleven (vreedzame co-existentie) VB: men moet afblijven van
andere zijn eigendommen. Normale burgers hoeven niet veel moeite te doen om deze regel
op te volgen.
3. De mensen voorschrijven zich volledig te richten naar een ideaal van volmaaktheid.
Perfectionisme: hoe wordt een staat ingericht. Soms heeft een volmaakte staat brede ethiek
nodig. Plato perfectionistisch staatsideaal, alleen koningsfilosofen regeren. Brede ethiek:
schoenmaker moet leven met 4 deugden.
Nuance verschil perfectionisme en brede ethiek, ze lijken wel op elkaar.