Micro economie
Bestudeert hoe mensen keuzes maken
-Sparen of consumeren?
-Meer werk of meer vrije tijd?
Keuzes zijn noodzakelijk: iets opofferen om iets te krijgen (schaarse middelen)
Economische modellen
Waarom? Moeilijke situaties inzichtelijker maken en (beleids) wijzigingen analyseren.
Positieve analyse: Beschrijvend. Verklaart wat je ziet, voorspellingen doen, er is een
verifieerbaar antwoord. (Hoe hoog moet een heffing zijn om uitstoot met 20% te dalen)
Normatieve analyse: Voortschrijdend, wat is het beste om te doen?
(wat is de beste manier om uitstoot met 20% te dalen)
Werken met deze modellen met 3 technieken:
1. Optimaliseren onder nevenvoorwaarde (gebruikt bij consument en producent keuze)
Heeft een doelfunctie en nevenvoorwaarde
Marginale analyse: Hoeveelheid wordt bepaald door waarde en kosten van de laatste
(extra) eenheid
2. Evenwichtanalyse
Evenwicht: bij vraag en aanbod en speltheorie
Bij evenwicht geen reden om andere keuze te maken
In markten vaak evenwicht d.m.v prijzen (prijs waar aanbod en vraag gelijk zijn)
Evenwicht bij markten niet altijd wenselijk en daarom ingrijpen (overheid)
-Vervuiling
-Ongelijkheid
-Marktmacht
,3. Comperatieve statica
Voor en na vergelijken, veel gebruikt door economen, theorie en empiristisch
(experimenten)
elasticiteiten
Voldoet functie aan wet van de vraag? Neem de afgeleiden, kleiner dan nul? Dan
voldoet die aan wet van de vraag (negatief verband tussen prijs en vraag)
,
, Week 3
Consumentenkeuze:
Beschikbare bundels (budgetrestrictie) en beste bundel (preferentie)= optimale keuze
Preferentie geeft weer hoe iemand verschillende (bundels) van goederen rangschikt.
We kijken enkel naar voorkeur.
Aannames die gebruikt worden bij preferenties:
Compleet, altijd preferentieordening aanwezig (a>b)
Transitief, als a>b en b>c, dan geldt a>c
Monotoon, meer is beter, a+b>a
Indifferentiecurve kruisen nooit! Kan niet vanwege transitiviteit.