Taak 5 angst en stemmingsstoornissen
Probleemstelling:
wat zijn angst- en stemmingsstoornissen bij kinderen?
Brainstorm:
Bang om alleen thuis te zijn
Slapeloosheid
Verlatingsangst
Eetproblemen
Heimwee
Angst voor ernstige gebeurtenissen
Trauma’s
Rol van ouders?
Erfelijkheid?
Stemmingswisselingen
Nachtmerries
Gesloten houding, geen open karakter
Woede uitbarstingen
CGT: cognitieve gedragstherapie
Soorten fobieën
Leerdoelen:
Charlotte
1. Welke angststoornissen zijn er en wat zijn de belangrijkste kenmerken? (Separation Anxiety
Disorder uitgebreid)
2. Wat zijn de oorzaken/risicofactoren van een angststoornis?
3. Wat is de prevalentie?
4. Hoe kun je angststoornissen behandelen?
5. Wat is de comorbiditeit bij angststoornissen?
6. Wat is de relatie tussen angst en depressie?
7. Wat is het verschil tussen normale en pathologische angst?
Pien
1. Wat is PTSS en wat zijn de DSM-criteria?
2. Wat zijn oorzaken/risicofactoren van PTSS?
3. Wat is de prevalentie?
4. Hoe kun je PTSS behandelen?
5. Wat is de comorbiditeit bij PTSS?
6. Wanneer is er sprake van een traumatische gebeurtenis?
7. Wat is het onderscheid tussen type-1 trauma en type-2 trauma?
8. Wat is dissociatie en hoe zie je dit terug in Pien?
9. Wat zijn de gevolgen van incest en seksueel misbruik?
10. Hoe kun je dit behandelen?
, Welke angststoornissen zijn er en wat zijn de belangrijkste kenmerken? (Separation Anxiety
Disorder uitgebreid)
Tabel 11.2
1. Separatieangststoornis
Wat zijn de diagnostische criteria van verlatingsangst of separatieangststoornis volgens DSM-5?
A. Niet bij de ontwikkelingsfase passende, buitensporige angst of vrees om gescheiden te worden
van gehechtheidspersonen, zoals blijkt uit ten minste drie van de volgende kenmerken:
1. Terugkerend buitensporig van streek zijn door het verwachten of ervaren van een
scheiding van thuis of van belangrijke hechtingsfiguren.
2. Persisterende en buitensporige bezorgdheid over het verliezen van belangrijke
hechtingspersonen of bezorgdheid dat hun iets kan overkomen, zoals ziekte, verwonding,
rampen of overlijden.
3. Persisterende en buitensporige bezorgdheid over het meemaken van een ongelukkige
gebeurtenis (zoals verdwalen, ontvoerd worden, het krijgen van een ongeluk. ziek
worden) die zou leiden tot scheiding van een belangrijk hechtingspersoon.
4. Aanhoudende tegenzin of weigering om, vanwege scheidingsangst, naar buiten, weg van
huis, naar school, naar het werk of ergens anders naartoe te gaan.
5. Persisterende en excessieve vrees of tegenzin om thuis of in andere settings alleen of
zonder belangrijke hechtingspersonen te zijn.
6. Aanhoudende tegenzin of weigering om ergens anders dan thuis te slapen of te gaan
slapen zonder dat een belangrijke hechtingspersoon in de buurt is.
7. Herhaaldelijke nachtmerries over het onderwerp separatie.
8. Herhaaldelijke lichamelijke klachten (zoals hoofdpijn, buikpijn, misselijkheid en braken)
op het moment dat een scheiding van belangrijke gehechtheidsfiguren plaatsvindt of
wordt verwacht.
B. De angst, vrees of vermijding is persisterend aanwezig. Bij kinderen , pubers en adolescenten
gedurende ten minste vier weken en bij volwassenen over het algemeen gedurende zes
maanden of langer.
C. De stoornis veroorzaakt duidelijke lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige
functioneren of het functioneren op andere belangrijke gebieden.
D. De stoornis kan niet worden verklaard door een andere psychische stoornis (bijvoorbeeld
weigeren om van huis weg te gaan voortkomend uit uit overmatig verzet tegen verandering bij
de autismespectrumstoornis).
Verlatingsangst symptomen en kenmerken
Angst of vrees voor een scheiding van thuis of van hechtingsfiguren
Het hoofdkenmerk is een overmatige angst of vrees voor een scheiding van thuis of van
hechtingsfiguren. De angst is groter dan op grond van de ontwikkelingsfase van de persoon
verwacht kan worden. Kinderen kunnen bijvoorbeeld bang zijn voor verlating als ze voor het
eerst naar school gaan, maar normaal gesproken verdwijnt deze angst als ze hun omgeving gaan
exploreren of hun aandacht wordt verlegd. Perioden van verhoogde angst voor scheiding van
gehechtheidspersonen horen bij de vroege ontwikkeling en kunnen een teken zijn voor de
ontwikkeling van veilige gehechtheidsrelaties. Maar als kinderen steeds opnieuw van streek
raken op momenten dat ze een scheiding van thuis of belangrijke gehechtheidspersonen
verwachten, dan is het niet meer leeftijdsadequaat. Ze maken zich ook zorgen over het welzijn
van hun hechtingspersonen en ze kunnen zich zorgen maken dat ze doodgaan als ze weggaan.
Ook kunnen ze zich zorgen maken over hun eigen welzijn en dat hun mogelijk iets akeligs
Probleemstelling:
wat zijn angst- en stemmingsstoornissen bij kinderen?
Brainstorm:
Bang om alleen thuis te zijn
Slapeloosheid
Verlatingsangst
Eetproblemen
Heimwee
Angst voor ernstige gebeurtenissen
Trauma’s
Rol van ouders?
Erfelijkheid?
Stemmingswisselingen
Nachtmerries
Gesloten houding, geen open karakter
Woede uitbarstingen
CGT: cognitieve gedragstherapie
Soorten fobieën
Leerdoelen:
Charlotte
1. Welke angststoornissen zijn er en wat zijn de belangrijkste kenmerken? (Separation Anxiety
Disorder uitgebreid)
2. Wat zijn de oorzaken/risicofactoren van een angststoornis?
3. Wat is de prevalentie?
4. Hoe kun je angststoornissen behandelen?
5. Wat is de comorbiditeit bij angststoornissen?
6. Wat is de relatie tussen angst en depressie?
7. Wat is het verschil tussen normale en pathologische angst?
Pien
1. Wat is PTSS en wat zijn de DSM-criteria?
2. Wat zijn oorzaken/risicofactoren van PTSS?
3. Wat is de prevalentie?
4. Hoe kun je PTSS behandelen?
5. Wat is de comorbiditeit bij PTSS?
6. Wanneer is er sprake van een traumatische gebeurtenis?
7. Wat is het onderscheid tussen type-1 trauma en type-2 trauma?
8. Wat is dissociatie en hoe zie je dit terug in Pien?
9. Wat zijn de gevolgen van incest en seksueel misbruik?
10. Hoe kun je dit behandelen?
, Welke angststoornissen zijn er en wat zijn de belangrijkste kenmerken? (Separation Anxiety
Disorder uitgebreid)
Tabel 11.2
1. Separatieangststoornis
Wat zijn de diagnostische criteria van verlatingsangst of separatieangststoornis volgens DSM-5?
A. Niet bij de ontwikkelingsfase passende, buitensporige angst of vrees om gescheiden te worden
van gehechtheidspersonen, zoals blijkt uit ten minste drie van de volgende kenmerken:
1. Terugkerend buitensporig van streek zijn door het verwachten of ervaren van een
scheiding van thuis of van belangrijke hechtingsfiguren.
2. Persisterende en buitensporige bezorgdheid over het verliezen van belangrijke
hechtingspersonen of bezorgdheid dat hun iets kan overkomen, zoals ziekte, verwonding,
rampen of overlijden.
3. Persisterende en buitensporige bezorgdheid over het meemaken van een ongelukkige
gebeurtenis (zoals verdwalen, ontvoerd worden, het krijgen van een ongeluk. ziek
worden) die zou leiden tot scheiding van een belangrijk hechtingspersoon.
4. Aanhoudende tegenzin of weigering om, vanwege scheidingsangst, naar buiten, weg van
huis, naar school, naar het werk of ergens anders naartoe te gaan.
5. Persisterende en excessieve vrees of tegenzin om thuis of in andere settings alleen of
zonder belangrijke hechtingspersonen te zijn.
6. Aanhoudende tegenzin of weigering om ergens anders dan thuis te slapen of te gaan
slapen zonder dat een belangrijke hechtingspersoon in de buurt is.
7. Herhaaldelijke nachtmerries over het onderwerp separatie.
8. Herhaaldelijke lichamelijke klachten (zoals hoofdpijn, buikpijn, misselijkheid en braken)
op het moment dat een scheiding van belangrijke gehechtheidsfiguren plaatsvindt of
wordt verwacht.
B. De angst, vrees of vermijding is persisterend aanwezig. Bij kinderen , pubers en adolescenten
gedurende ten minste vier weken en bij volwassenen over het algemeen gedurende zes
maanden of langer.
C. De stoornis veroorzaakt duidelijke lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige
functioneren of het functioneren op andere belangrijke gebieden.
D. De stoornis kan niet worden verklaard door een andere psychische stoornis (bijvoorbeeld
weigeren om van huis weg te gaan voortkomend uit uit overmatig verzet tegen verandering bij
de autismespectrumstoornis).
Verlatingsangst symptomen en kenmerken
Angst of vrees voor een scheiding van thuis of van hechtingsfiguren
Het hoofdkenmerk is een overmatige angst of vrees voor een scheiding van thuis of van
hechtingsfiguren. De angst is groter dan op grond van de ontwikkelingsfase van de persoon
verwacht kan worden. Kinderen kunnen bijvoorbeeld bang zijn voor verlating als ze voor het
eerst naar school gaan, maar normaal gesproken verdwijnt deze angst als ze hun omgeving gaan
exploreren of hun aandacht wordt verlegd. Perioden van verhoogde angst voor scheiding van
gehechtheidspersonen horen bij de vroege ontwikkeling en kunnen een teken zijn voor de
ontwikkeling van veilige gehechtheidsrelaties. Maar als kinderen steeds opnieuw van streek
raken op momenten dat ze een scheiding van thuis of belangrijke gehechtheidspersonen
verwachten, dan is het niet meer leeftijdsadequaat. Ze maken zich ook zorgen over het welzijn
van hun hechtingspersonen en ze kunnen zich zorgen maken dat ze doodgaan als ze weggaan.
Ook kunnen ze zich zorgen maken over hun eigen welzijn en dat hun mogelijk iets akeligs