Rechtspsychologie semester 6 (keuze vak)
Toetsing:
De toetsing van het blok bestaat uit een toets van vijf vragen. Deze vijf vragen beslaan de vijf
thema’s die zijn behandeld in dit vak. Van deze vijf vragen dient u er vier te beantwoorden.
Zo kunt u de vraag die u het minst leuk vindt overslaan. Let op dat er een maximale ruimte
per vraag beschikbaar is. Wees dus kort en bondig in je beantwoording.
De toets zal worden beoordeeld door de blokcoördinator. Iedere vraag kan met maxi-
maal 10 punten worden beloond. In totaal kunnen er dus maximaal 40 punten worden
behaald.
U dient tevens een paper te schrijven (zie hieronder voor de uitleg van dat paper).
Dat paper zal een adviserend rapport zijn over een specifiek thema uit het blok aan een
rechter over centrale vragen over minderjarigen in het strafrecht. Dat paper beslaat maxi-
maal 750 woorden. Er is maximaal 10 punten voor te behalen.
Het eindcijfer is de som van het totaal aantal punten (50) gedeeld door 5. Ingeval van
een onvoldoende, zal er een herkansing moeten worden gemaakt. De herkansing zal uit een
mondelinge toets bestaan.
Paper:
Voor het paper geldt dat u een onderzoeksvraag moet kiezen uit de hieronder opgesomde
drie algemene thema’s waarin u zelf verdieping dient aan te brengen. Dat doet u door een
heldere vraagstelling te formuleren en deze onderbouwt te beantwoorden. De thema’s
behelzen een algemene vraag die een rechter heeft en waarop u, wetenschappelijk
onderbouwd, een antwoord dient te geven. Let op dat u kort en bondig argumenteert en dat
u dus een goed afgebakende vraag beantwoordt.
Indienen doet u uiterlijk op vrijdag 5 april om 17.00 uur via Canvas/Assignments – het
staat u vrij dat eerder te doen. U levert uw opdracht in in een Word- of PDF-format. Het te
gebruiken Font is Times-New Roman met lettergrootte 12. U dient uw antwoord in maximaal
500 woorden te geven (exclusief voetnoten!). Er geldt een marge van 10%, dat wil zeggen
dat u uw antwoord moet formuleren binnen de 450 en 550 woorden. In het aantal woorden
zit niet het voorblad, de voetnoten en een bibliografie meegeteld. Voorzie voor uw opdracht
een voorblad met de opdracht, uw studentnummer, gebruik voetnoten voor referenties en
voeg achteraan een bibliografie toe. Daarbij dient u gebruik te maken van een correcte
referentiestijl. U kunt kiezen tussen een juridische referentiestijl of APA, zolang u maar
consequent bent en u – ook bij APA – de verwijzing in voetnoten opneemt.
We willen de nadruk leggen op de wetenschappelijke benadering van de opdracht en
tevens dat u de opdracht benaderd vanuit een rechtspsychologisch (dus niet juridisch) per-
spectief. U dient te verwijzen naar meerdere relevante, internationale en recente weten-
schappelijke bronnen die betrekking hebben op uw argumenten en/of redenering. Gebruik
recente wetenschappelijke, internationale studies uit de afgelopen 5-10 jaar, waar mogelijk.
Let op! Maximaal de helft van je bronnen mogen uit de syllabus komen. De rest moet je zelf
,opzoeken. Zoek voldoende bijkomende bronnen om de opdracht wetenschappelijk te
ondersteunen.
De beoordeling zal gebaseerd zijn op de kwaliteit en afbakening van uw vraagstelling
(maximaal 3 punten). De gebruikte argumenten en de wetenschappelijke onderbouwing zal
met maximaal 6 punten worden beloond. De gebruikte bronnen zullen met 1 punt worden
beoordeeld.
Thema’s:
Hoe betrouwbaar is een kind als getuige?
Kan ik zien of de verdachte tegenover me liegt?
Waaraan kan ik merken dat een verdachte kwetsbaar is?
Bijeenkomst 1
1. Wat is rechtspsychologie?
In de eerste bijeenkomst stellen we ons voor en nemen we het blokboek en praktische zaken
door. Wat betreft het voorstellen van uzelf vinden we het belangrijk om voldoende tijd te
besteden aan het leren kennen van elkaar. Daarom vragen we u om u niet alleen voor te
stellen door uw naam, opleidingsachtergrond en ervaring met (rechts)psychologie te
noemen, u dient tevens drie verhalen over uzelf te vertellen. Twee daarvan moeten
verwijzen naar waargebeurde ervaringen van u en een moet een volledige leugen zijn. Het is
aan u om zo goed mogelijk te liegen en uw medestudenten om de tuin te leiden!
Mijn ervaring met rechtspsychologie: nog helemaal niks.
Waarom rechtspsychologie? Ik vond strafrecht heel interessant en ook leuk en dit sluit
daar wel redelijk op aan.
Twee verhalen die kloppen:
1. Ik weet van jonge leeftijd al dat ik het jeugdrecht in wil doordat ik hier al meerdere
keren mee in aanraking ben gekomen.
2. Ik sport gemiddeld 5x per week en dan train ik met mijn eigen paard
Één verhaal dat een leugen is:
1. Ik heb op het VWO gezeten in Stein op het Groenewald en daarna ben ik overgestapt
naar de universiteit in Maastricht.
Wat ik later wil worden: Advocaat in het familierecht.
De master die ik wil gaan doen: persoon en familierecht.
,Na de voorstelronde nemen we gezamenlijk vragen over het blokboek door daarna zal
inhoudelijk gestart worden met onderstaande vragen.
“Recht & psychologie: een paar apart?”
In 1909 introduceerde Simon van der Aa een nieuw soort onderzoek in Nederland. Dat deed
hij middels een zogenaamde mock crime. Tijdens zijn college startte een medewerker een
vechtpartij met een confederate. Achteraf vroeg hij aan de studenten wat er was gebeurd.
Dat bleek voor de getuigen lastiger dan verwacht en toonde de feilbaarheid van getuigen
aan.
1. Leg de studie van Jan Simon van der Aa uit? Leg die termen uit
De rechtspsychologie heeft een duidelijk begin in Nederland: zomer 1909. De Groningse
hoogleraar Simon van der Aa had een wirklichkeitsversuch uit zijn collegezaal. Een
medewerker drong de zaal binnen en begon ruzie te maken over een brief in een blauwe
envelop. Er ontstond een vechtpartij. Nadat de vechtende weg waren vroeg Simon van der
Aa de aanwezigen hun waarnemingen op papier te zetten. De beschrijvingen liepen heel erg
uit elkaar. Met dit experiment toonde Simon van der Aa aan dat mensen fout kunnen zitten
over hun overtuigingen.
Mock crime:
Dit is een gesimuleerd of nagemaakt misdrijf. Dit wordt in de rechtspsychologie vaak ingezet
als een gecontroleerde situatie om menselijk gedrag te bestuderen, met name de reactie van
mensen op een nagemaakte, misleidende situatie. Bijvoorbeeld een gesimuleerde
misdaadsituatie.
Kortom is het een nagebootste criminele gebeurtenis die wordt gebruikt voor onderzoek,
training of educatieve doeleinden.
Confederate:
Dit is een medewerker van de onderzoeker die actief deelneemt aan het experiment, andere
deelnemers weten niet dat de confederate opdrachten van de onderzoeker uitvoert. De
deelnemers van het onderzoek zijn ook niet op de hoogte van het ware doel van de studie.
De confederate kan bijvoorbeeld handelen als een andere deelnemer, getuige of iemand die
betrokken is bij een gesimuleerde gebeurtenis, zoals de eerder genoemde mock crime.
Studie van Simon:
Hij maakte ook gebruik van een confederate in een mock crime om zo de feilbaarheid van
getuigen aan te tonen in zijn collegezaal.
Hij liet 2 collega’s ruzie maken in een collegezaal. En achteraf ging hij bij de studenten dan
meten wat hun hadden gezien. Er werd gekeken hoe betrouwbaar hun verklaringen waren
over wat er was gebeurd.
De afhankelijke variabelen zijn hier hoe accuraat de studenten zijn, hoe betrouwbaar, hoe
goed hun geheugen is.
Betrouwbaarheid is volgens de rechtspsycholoog als er sprake is van consistentie.
, Dit was een soort van experiment met maar 1 meting, die iets belangrijks liet zien. Namelijk
dat als je iemand als getuige gebruikt die zich er niet van bewust is tijdens het voorval dat die
getuige is, dan krijg je een hele rits van informatie. Vaak komt die informatie niet geheel
overeen met hetgeen er daadwerkelijk is gebeurd.
Er is nog een experiment waar een auto crasht. De mensen zeiden dat er veel glas was. In
werkelijkheid was dit echter helemaal niet zo. Maar doordat mensen het woord crashen
hoorde dachten ze dat het veel erger was als dat het daadwerkelijk was. Het woord crashen
roept bij mensen dus automatisch de gedachte aan glas op, maar ook het fenomeen dat
mensen dus verklaren dat er veel glas lag terwijl dit niet het geval was.
De onafhankelijke variabel was hier de vraag.
Voor getuigen is het vaak heel belangrijk om te weten waar die op moet letten. Daarnaast is
het zo dat een vraag het antwoord kleurt. De manier waarop je iets vraagt aan iemand vult
het antwoord al een beetje in.
2. Leg uit wat een experiment uit en zoek er eentje op uit de rechtspsychologische
literatuur?
Een experiment binnen de rechtspsychologie richt zich vooral op het onderzoeken van
menselijk gedrag, cognitie en emoties binnen de context van het rechtssysteem. Een
experiment binnen de rechtspsychologie wordt vaak gebruikt om de impact van
verschillende factoren op getuigenverklaringen of de betrouwbaarheid van bewijsmateriaal
te onderzoeken. (denk aan effect van suggestieve vragen op getuigenverklaringen of de
impact van media op jurybeslissingen of het verschil dat leeftijd kan maken in
ooggetuigenverklaringen)
Een voorbeeld is: ‘age differences in eyewitness testimony’, gevonden in Law and Human
Behavior, geschreven door: Gail S. Goodman and Rebecca S. Reed.
hier wordt onderzoek gedaan naar het verschil in getuigenverklaring tussen kinderen van
3 en 6 jaar oud en volwassenen. Zij werden allemaal gedurende 5 minuten samen geplaatst
met een onbekende man. 4 of 5 dagen later beantwoorden zij suggestieve en objectieve
vragen, de vraag was of zij zich konden herinneren wat er gebeurd was en of ze de man
konden identificeren uit een foto-line-up. De volwassenen en de 6 jarige kinderen
verschilden niet in hun vermogen om objectieve vragen te beantwoorden of de man te
identificeren, wel waren de zesjarigen suggestiever dan volwassenen en herinnerden ze zich
minder van hetgeen gebeurd was. De driejarigen bleken minder goede getuigen te zijn, zij
beantwoorden de objectieve vragen niet goed, herinnerde zich maar weinig en
identificeerden de man minder vaak, bovendien waren zij het meest suggestief.
3. Wat behelst volgens u het vakgebied van de rechtspsychologie?
De kernvraag die wordt beantwoord gaat over de betrouwbaarheid van verklaringen, de
evaluatie van misleiding en de wetenschappelijke waarde van bewijsmateriaal. Het draagt bij
aan een beter begrip van menselijk gedrag binnen het rechtssysteem en speelt een cruciale
rol in het verbeteren van juridische processen.
Toetsing:
De toetsing van het blok bestaat uit een toets van vijf vragen. Deze vijf vragen beslaan de vijf
thema’s die zijn behandeld in dit vak. Van deze vijf vragen dient u er vier te beantwoorden.
Zo kunt u de vraag die u het minst leuk vindt overslaan. Let op dat er een maximale ruimte
per vraag beschikbaar is. Wees dus kort en bondig in je beantwoording.
De toets zal worden beoordeeld door de blokcoördinator. Iedere vraag kan met maxi-
maal 10 punten worden beloond. In totaal kunnen er dus maximaal 40 punten worden
behaald.
U dient tevens een paper te schrijven (zie hieronder voor de uitleg van dat paper).
Dat paper zal een adviserend rapport zijn over een specifiek thema uit het blok aan een
rechter over centrale vragen over minderjarigen in het strafrecht. Dat paper beslaat maxi-
maal 750 woorden. Er is maximaal 10 punten voor te behalen.
Het eindcijfer is de som van het totaal aantal punten (50) gedeeld door 5. Ingeval van
een onvoldoende, zal er een herkansing moeten worden gemaakt. De herkansing zal uit een
mondelinge toets bestaan.
Paper:
Voor het paper geldt dat u een onderzoeksvraag moet kiezen uit de hieronder opgesomde
drie algemene thema’s waarin u zelf verdieping dient aan te brengen. Dat doet u door een
heldere vraagstelling te formuleren en deze onderbouwt te beantwoorden. De thema’s
behelzen een algemene vraag die een rechter heeft en waarop u, wetenschappelijk
onderbouwd, een antwoord dient te geven. Let op dat u kort en bondig argumenteert en dat
u dus een goed afgebakende vraag beantwoordt.
Indienen doet u uiterlijk op vrijdag 5 april om 17.00 uur via Canvas/Assignments – het
staat u vrij dat eerder te doen. U levert uw opdracht in in een Word- of PDF-format. Het te
gebruiken Font is Times-New Roman met lettergrootte 12. U dient uw antwoord in maximaal
500 woorden te geven (exclusief voetnoten!). Er geldt een marge van 10%, dat wil zeggen
dat u uw antwoord moet formuleren binnen de 450 en 550 woorden. In het aantal woorden
zit niet het voorblad, de voetnoten en een bibliografie meegeteld. Voorzie voor uw opdracht
een voorblad met de opdracht, uw studentnummer, gebruik voetnoten voor referenties en
voeg achteraan een bibliografie toe. Daarbij dient u gebruik te maken van een correcte
referentiestijl. U kunt kiezen tussen een juridische referentiestijl of APA, zolang u maar
consequent bent en u – ook bij APA – de verwijzing in voetnoten opneemt.
We willen de nadruk leggen op de wetenschappelijke benadering van de opdracht en
tevens dat u de opdracht benaderd vanuit een rechtspsychologisch (dus niet juridisch) per-
spectief. U dient te verwijzen naar meerdere relevante, internationale en recente weten-
schappelijke bronnen die betrekking hebben op uw argumenten en/of redenering. Gebruik
recente wetenschappelijke, internationale studies uit de afgelopen 5-10 jaar, waar mogelijk.
Let op! Maximaal de helft van je bronnen mogen uit de syllabus komen. De rest moet je zelf
,opzoeken. Zoek voldoende bijkomende bronnen om de opdracht wetenschappelijk te
ondersteunen.
De beoordeling zal gebaseerd zijn op de kwaliteit en afbakening van uw vraagstelling
(maximaal 3 punten). De gebruikte argumenten en de wetenschappelijke onderbouwing zal
met maximaal 6 punten worden beloond. De gebruikte bronnen zullen met 1 punt worden
beoordeeld.
Thema’s:
Hoe betrouwbaar is een kind als getuige?
Kan ik zien of de verdachte tegenover me liegt?
Waaraan kan ik merken dat een verdachte kwetsbaar is?
Bijeenkomst 1
1. Wat is rechtspsychologie?
In de eerste bijeenkomst stellen we ons voor en nemen we het blokboek en praktische zaken
door. Wat betreft het voorstellen van uzelf vinden we het belangrijk om voldoende tijd te
besteden aan het leren kennen van elkaar. Daarom vragen we u om u niet alleen voor te
stellen door uw naam, opleidingsachtergrond en ervaring met (rechts)psychologie te
noemen, u dient tevens drie verhalen over uzelf te vertellen. Twee daarvan moeten
verwijzen naar waargebeurde ervaringen van u en een moet een volledige leugen zijn. Het is
aan u om zo goed mogelijk te liegen en uw medestudenten om de tuin te leiden!
Mijn ervaring met rechtspsychologie: nog helemaal niks.
Waarom rechtspsychologie? Ik vond strafrecht heel interessant en ook leuk en dit sluit
daar wel redelijk op aan.
Twee verhalen die kloppen:
1. Ik weet van jonge leeftijd al dat ik het jeugdrecht in wil doordat ik hier al meerdere
keren mee in aanraking ben gekomen.
2. Ik sport gemiddeld 5x per week en dan train ik met mijn eigen paard
Één verhaal dat een leugen is:
1. Ik heb op het VWO gezeten in Stein op het Groenewald en daarna ben ik overgestapt
naar de universiteit in Maastricht.
Wat ik later wil worden: Advocaat in het familierecht.
De master die ik wil gaan doen: persoon en familierecht.
,Na de voorstelronde nemen we gezamenlijk vragen over het blokboek door daarna zal
inhoudelijk gestart worden met onderstaande vragen.
“Recht & psychologie: een paar apart?”
In 1909 introduceerde Simon van der Aa een nieuw soort onderzoek in Nederland. Dat deed
hij middels een zogenaamde mock crime. Tijdens zijn college startte een medewerker een
vechtpartij met een confederate. Achteraf vroeg hij aan de studenten wat er was gebeurd.
Dat bleek voor de getuigen lastiger dan verwacht en toonde de feilbaarheid van getuigen
aan.
1. Leg de studie van Jan Simon van der Aa uit? Leg die termen uit
De rechtspsychologie heeft een duidelijk begin in Nederland: zomer 1909. De Groningse
hoogleraar Simon van der Aa had een wirklichkeitsversuch uit zijn collegezaal. Een
medewerker drong de zaal binnen en begon ruzie te maken over een brief in een blauwe
envelop. Er ontstond een vechtpartij. Nadat de vechtende weg waren vroeg Simon van der
Aa de aanwezigen hun waarnemingen op papier te zetten. De beschrijvingen liepen heel erg
uit elkaar. Met dit experiment toonde Simon van der Aa aan dat mensen fout kunnen zitten
over hun overtuigingen.
Mock crime:
Dit is een gesimuleerd of nagemaakt misdrijf. Dit wordt in de rechtspsychologie vaak ingezet
als een gecontroleerde situatie om menselijk gedrag te bestuderen, met name de reactie van
mensen op een nagemaakte, misleidende situatie. Bijvoorbeeld een gesimuleerde
misdaadsituatie.
Kortom is het een nagebootste criminele gebeurtenis die wordt gebruikt voor onderzoek,
training of educatieve doeleinden.
Confederate:
Dit is een medewerker van de onderzoeker die actief deelneemt aan het experiment, andere
deelnemers weten niet dat de confederate opdrachten van de onderzoeker uitvoert. De
deelnemers van het onderzoek zijn ook niet op de hoogte van het ware doel van de studie.
De confederate kan bijvoorbeeld handelen als een andere deelnemer, getuige of iemand die
betrokken is bij een gesimuleerde gebeurtenis, zoals de eerder genoemde mock crime.
Studie van Simon:
Hij maakte ook gebruik van een confederate in een mock crime om zo de feilbaarheid van
getuigen aan te tonen in zijn collegezaal.
Hij liet 2 collega’s ruzie maken in een collegezaal. En achteraf ging hij bij de studenten dan
meten wat hun hadden gezien. Er werd gekeken hoe betrouwbaar hun verklaringen waren
over wat er was gebeurd.
De afhankelijke variabelen zijn hier hoe accuraat de studenten zijn, hoe betrouwbaar, hoe
goed hun geheugen is.
Betrouwbaarheid is volgens de rechtspsycholoog als er sprake is van consistentie.
, Dit was een soort van experiment met maar 1 meting, die iets belangrijks liet zien. Namelijk
dat als je iemand als getuige gebruikt die zich er niet van bewust is tijdens het voorval dat die
getuige is, dan krijg je een hele rits van informatie. Vaak komt die informatie niet geheel
overeen met hetgeen er daadwerkelijk is gebeurd.
Er is nog een experiment waar een auto crasht. De mensen zeiden dat er veel glas was. In
werkelijkheid was dit echter helemaal niet zo. Maar doordat mensen het woord crashen
hoorde dachten ze dat het veel erger was als dat het daadwerkelijk was. Het woord crashen
roept bij mensen dus automatisch de gedachte aan glas op, maar ook het fenomeen dat
mensen dus verklaren dat er veel glas lag terwijl dit niet het geval was.
De onafhankelijke variabel was hier de vraag.
Voor getuigen is het vaak heel belangrijk om te weten waar die op moet letten. Daarnaast is
het zo dat een vraag het antwoord kleurt. De manier waarop je iets vraagt aan iemand vult
het antwoord al een beetje in.
2. Leg uit wat een experiment uit en zoek er eentje op uit de rechtspsychologische
literatuur?
Een experiment binnen de rechtspsychologie richt zich vooral op het onderzoeken van
menselijk gedrag, cognitie en emoties binnen de context van het rechtssysteem. Een
experiment binnen de rechtspsychologie wordt vaak gebruikt om de impact van
verschillende factoren op getuigenverklaringen of de betrouwbaarheid van bewijsmateriaal
te onderzoeken. (denk aan effect van suggestieve vragen op getuigenverklaringen of de
impact van media op jurybeslissingen of het verschil dat leeftijd kan maken in
ooggetuigenverklaringen)
Een voorbeeld is: ‘age differences in eyewitness testimony’, gevonden in Law and Human
Behavior, geschreven door: Gail S. Goodman and Rebecca S. Reed.
hier wordt onderzoek gedaan naar het verschil in getuigenverklaring tussen kinderen van
3 en 6 jaar oud en volwassenen. Zij werden allemaal gedurende 5 minuten samen geplaatst
met een onbekende man. 4 of 5 dagen later beantwoorden zij suggestieve en objectieve
vragen, de vraag was of zij zich konden herinneren wat er gebeurd was en of ze de man
konden identificeren uit een foto-line-up. De volwassenen en de 6 jarige kinderen
verschilden niet in hun vermogen om objectieve vragen te beantwoorden of de man te
identificeren, wel waren de zesjarigen suggestiever dan volwassenen en herinnerden ze zich
minder van hetgeen gebeurd was. De driejarigen bleken minder goede getuigen te zijn, zij
beantwoorden de objectieve vragen niet goed, herinnerde zich maar weinig en
identificeerden de man minder vaak, bovendien waren zij het meest suggestief.
3. Wat behelst volgens u het vakgebied van de rechtspsychologie?
De kernvraag die wordt beantwoord gaat over de betrouwbaarheid van verklaringen, de
evaluatie van misleiding en de wetenschappelijke waarde van bewijsmateriaal. Het draagt bij
aan een beter begrip van menselijk gedrag binnen het rechtssysteem en speelt een cruciale
rol in het verbeteren van juridische processen.