Art. 4 WBR (ook lid 11)
Art. 2 WBR
Art. 10 Succwet
Erfgenaamschap: art. 4:115 BW en art. 4:182 BW
Legaten (icm vruchtgebruik): art. 4:117 BW vordering
Verplichtingen: art. 4:130 BW testamentaire last, niet zijnde legaat je
kunt niet vorderen. Art. 4:131 BW. Verkrijging onder ontbindende vw. Het
enkele feit dat je het woord ‘last’ gebruik, is verkrijging onder ontbindende
vw, rechter spreekt vervallende verklaring uit.
Familierechtelijke betrekking is of door 1. In het huwelijk geboren, 2.
Erkenning of 3. Gerechtelijke vaststelling ouderschap, of 4. Adoptie. Maar
kind was al erkend door andere vader. Maar er liep nog een biologische
vader rond, die in testament kind als erfgenaam had benoemd. In het
systeem was dat een vreemde. Een vreemde betaalt ex art. 24 Succwet
40% erfbelasting en stapte dus naar de HR. HR: in beginsel, omdat we ook
naar Succwet kijken, 40% betalen. MAAR art. 8 en 14 EVRM: dit is
discriminatie. Dus zou je denken 10%. Maar HR zegt we passen dit niet
toe. Dit is foute boel. Geen rechtsherstel. Omdat ze dus naar dat civiele
recht gaan met een Europees sausje eroverheen, maar dit is een fiscale
vraag. Als we dit herstellen gaat iedereen naar HR.
Levende heeft vermogen in art. 10 Succwet. Als echtgenoot overlijdt,
wordt aan echtgenote opgedragen het huis aan kind te geven. Bij
overledene wordt getesteerd. Na overlijden wordt huis overgedragen aan
kind, maar levende heeft nog recht op vruchtgebruik. Dit is het
turbotestament. Art. 10 lid 5-9 Succwet. Maar art. 10 lid 1-4 is ook nog
nodig. De kern hier is de rechtshandeling van de levende naar het kind.
Niet de rechtshandeling van overledene naar levende.
Vader A zegt in testament dat echtgenote B het huis moet overdragen aan
kind C. art. 4:117 een legaat is een vorderingsrecht. Dit mag je met alle
huizen doen in theorie. Je kunt dus iets weggeven wat niet van jou is,
omdat een legaat een vorderingsrecht is.
Een hele scherpe turbo is een koude uitsluiting heel huis.
In hoeverre speelt zowel A als B een rol in art. 10 Succwet? Belangrijkste
rol speelt (als art. 10 Succwet vt is) dus B, degene die rechtshandeling
verricht aan C. B is genieter en verricht rechtshandeling. Heffing vindt
,plaats bij het overlijden van de LANGSTLEVENDE dus bij overlijden van B
nu hij de rechtshandeling verricht.
Echter, dmv turbotestament wilde je art. 3:203 BW bereiken truc was,
als je vruchtgebruik geeft, vererft er niks meer. Maar HR zei dus nee, we
zien een art. 10 Succwet casus ziet op tweede overlijden. Vinden wij dit
geen dubbele heffing? Nee, een mens overlijdt maar 1 keer het zijn 2
belastbare feiten ivm 2 overlijdens.
Het feit dat B het testament aanvaardt (moeder) als langstlevende, dat is
de rechtshandeling. En B voert het testament uit ook de
rechtshandeling. De uitvoering gebeurt “ten laste” (ten koste) van het
vermogen van B. Dit lijkt bijna op een gewone overdracht van een huis,
maar wel een verschuiving ivm art. 10. De 3 woorden die dikgedrukt zijn
zijn belangrijk. Een last is iets wat uit het privévermogen komt en niet in
de nalatenschap zit ook reden voor art. 10. Bovendien geen keiharde
vordering bij B.
Art. 10 want:
Het komt uit vermogen van B en niet uit nalatenschap van A
Er zit geen keiharde vordering aan vast in testament. B verricht de
rechtshandeling vrijwillig.
Wettelijke verdeling art. 4:18 BW wetgever verdeelt. Er is geen
rechtshandeling. Daarom geen art. 10 Succwet.
Vruchtgebruiktestament Aanvaarden uitvoeren ten laste van? Is er een
rechtshandeling? Er moet een notariële akte aan te pas komen met
inschrijving. Er zou evt een rechtshandeling zijn dus. Maar vruchtgebruik is
een cadeau, niet tegen betaling, dus niet ten laste van. Als er wel betaling
tegenover staat, is er wel een “ten laste”.
Stel je maakt quasi-wettelijke verdeling (dan zet je wettelijke verdeling aan
de kant ex art. 4:18 BW), dan komt een afwikkelingsbewindvoerder B die
nalatenschap mag verdelen als ware een wettelijke verdeling. Als dit art.
10 zou zijn, was het spannend, want dan verdeelt langstlevende, die
geniet vh vermogen vd kinderen. Maar waarom zouden de makers vd
quasi-wettelijke verdeling dit geïntroduceerd hebben? Je kunt wettelijke
verdeling binnen 3 mnd ongedaan mk. Dit is wel kort. Je wil liever langere
termijn via quasi-wettelijke verdeling. Art.10 lid 5 Succwet.
,2 HC – 18 september 2024
Turbotestament
Art. 3:203 BW is grondbepaling vruchtgebruik vererft niet, maar eindigt
bij overlijden. Dan zou men zich eenvoudig zonder erfbelasting van zijn
vermogen kunnen ontdoen. Vruchtgebruik eindigt bij overlijden.
Vervolgens plakken we er een testament aan. Ik ga zelf iets regelen bij
overlijden. Maar wat komt die fiscus dan doen als er erfrecht is bij
overlijden? Art. 10: we doen alsof dat vruchtgebruik wel gaat vererven. We
hebben echter een eerste overlijden van A vader, dan wordt testament
uitgevoerd. Maar de langstlevende, B moeder, zit tot haar overlijden te
genieten in de zin van art. 10 Succwet. Maar als we al hebben geheven bij
overlijden van A, waarom wil fiscus dan nogmaals bij overlijden van B
zeggen dat B heeft zitten genieten en dus als langstlevende nogmaals
toeslaat? Dubbele heffing: een mens overlijdt maar 1 keer. Hiermee
bedoelt Den Haag dat het wellicht wel hetzelfde huis wat al belast is
geweest via testament bij overlijden van A via erfbelasting, maar nu is
iemand anders overleden, de echtgenote. We doen dan bij fictie alsof zij
ook dat pand had.
Deze mensen willen graag ernaartoe (trucje) dat door overdracht vh pand
vruchtgebruik niet wordt belast omdat vruchtgebruik niet vereft. Maar art.
10 zorgt voor een heffing bij tweede overlijden. Wij moeten zien dat art. 10
Succwet niet ziet op testament van A, maar ex 9 juni 2009 bij:
- Aanvaarding testament (B); rechtshandeling
- Uitvoering testament (B); OOK rechtshandeling
- ‘ten laste van’ (B); vroeger zeiden we ‘ten koste van’. ‘Ten laste van’
want B levert het in terwijl het niet in de nalatenschap zat (het is ook
haar eigen huis). HR gebruikt niet de woorden die je zou gebruiken
met de wettekst van die datum. Bij ‘ten koste van’, dat was
ouderwetse ‘omzetten’. Dit voel je misschien wel, maar is je eigen
spul wat je omzet (dit gaat om A). Maar in geval van 10 Succwet
werkt een derde mee ten laste van haar eigen vermogen om dat te
doen. DUS ten koste van zou zijn als de vader zelf aan de kinderen
gaf. Maar door ten laste van gaat het via de moeder dus ten laste
van. De apostrofjes ‘ten laste van’ horen erbij.
Dit noemen we een TURBOTESTAMENT.
In HR Turbotestament is A moeder en B vader (dus andersom dan in elk vb
vd docent). Bovendien is in die uitspraak een half huis ter sprake (in vb vd
docent heel huis).
, Ouderlijke boedelverdeling
In turbotestament zit er al wat op het huis, ook bakstenen en goederen.
Art. 10 wordt nog moeilijker, want meestal, hebben langstlevenden nog
schulden bij de kinderen. Die breng je in aftrek bij het tweede overlijden.
Dit lijkt verdacht veel op een soort papieren schenking. Ik krijg een schuld
van iemand en betaal geen rente.
Stel vader heeft een huis. Als hij ouderlijke boedelverdeling zou hebben
gemkt aan langstlevende. Langstlevende heeft schuld aan kinderen.
Principieel zou langstlevende sws nooit in art. 10 komen want lid 3:
jaarlijkse betaling, niemand betaalt die 6% rente. Bij papieren schenkingen
wel, dan moet het. Bij erfrecht is dat niet de cultuur. Maar toch is een OBV
geen art. 10: het zit op de vordering en niet huis bij 10. Maar het is geen
art. 10 bij het huis van vader, want je gaat weer kijken:
- Aanvaarding: jawel
- Uitvoering: nee, geen uitvoering want gaat van rechtswege. Dus als
er al een rechtshandeling is, is dat de rechtshandeling van vader.
Wettelijke verdelingen werken dus vanzelf. Wie verdeelt als het geen
OBV is? Heeft de wetgever gemkt. Dus ook geen art. 10 Succwet.
Vruchtgebruik
Vruchtgebruik: vader zegt ik heb een huis, je mag erin blijven wonen als
echtgenoot. Ik zie aanvaarding, uitvoering, maar zie geen ten laste van
het vermogen vd langstlevende. Het is een cadeautje van vader. Zij krijgen
het erbij. Ze mk het vermogen niet kleiner. Vader deelt vruchtgebruik uit.
Dus GEEN art. 10 Succwet.
Quasi-wettelijke verdeling
Komt in nieuwe dimensie. Ik wil tijd winnen dus leg wettelijke verdeling
naast me neer. Executeur mkt flexibele verdeling zonder art. 4:18 lid 3 BW,
zonder 3 mnd. Wil meer tijd. Daarvan heeft politiek gezegd: als dit het
geval is, art. 10 lid 5 Succwet ontheffing omdat quasi-wettelijke
verdeling is ontstaan omdat we een hekel hebben aan die 3 mnd. Dus
vooruit. Quasi-wettelijke verdeling is ook GEEN art. 10 Succwet ivm lid 5.
Legaat
Art. 10 lid 6 Succwet: een keuzelegaattestament, maar wel in volle
eigendom, is ook geen art. 10 Succwet.
Turboverdeling
Als je een gewoon vruchtgebruiktestament hebt (vader heeft huis en geeft
vruchtgebruik aan zijn vrouw), dan is dat geen art. 10 omdat er geen ten
laste van is. Vader geeft vruchtgebruik gratis weg, dus geen art. 10 vraag.