Les 2: Specifieke kenmerken van de doelgroep ouderen die hulp nodig hebben.
Integraal ouderenbeleid: welbevinden en gezondheid geïntegreerd, empowerment.
Integraal ouderenbeleid: (integraal = volledig, in zijn geheel). Is erop gericht om ouderen zo lang mogelijk
zelfstandig te laten wonen en leven.
– Mantelzorg
– Vraaggerichte zorg
– Leefstijlgerichte zorg: dat je rekening houdt met cultuur en achtergrond van mensen.
– Casemanagement: Dienstverlening/coördinatie op maat, vooral bedoeld voor mensen met complexe
problemen. Cliënten met een meervoudige en complexe problematiek hebben namelijk vaak verschillende
hulp en zorg en soms ook extra stimulans nodig. De casemanager biedt dat. Hierdoor ontstaat effectieve
hulpverlening.
Extramuraal; extern, als iets buiten het gebouw van een instelling gebeurd.
– Thuiszorg, Stichting Welzijn Ouderen, alzheimercafé, dagbesteding enz.
Intramuraal: intern, binnen een instelling.
– Verzorgings- en verpleeghuizen; somatiek en psychogeriatrie, hospices.
Doelstellingen van het sociaal werk in het ondersteunen van ouderen:
Contact/ aandacht Waardering
Zingeving (Rouw)verwerking
Concrete, directe hulpverlening/ Zorg Veiligheid
Activeren, mee blijven doen Preventie (voorkomen, bv. eenzaamheid)
Mantelzorgers ontlasten Accepteren van veranderingen en hulp
– Zelfredzaamheid
– Zelfmanagement: het individuele vermogen van een cliënt om goed om te gaan met symptomen,
behandeling, lichamelijke en sociale consequenties en leefstijlaanpassingen bij een chronische aandoening.
Bewuste keuzes over leven en behandeling door zorgverleners.
– Participatie: sociaal netwerk, voorkomen van eenzaamheid.
– Emancipatie: mensen hebben de vrijheid om voor hun eigen rechten op te komen.
– Mantelzorgers ontlasten (omdat zij veel doen en ook nog een eigen leven hebben).
1
, Les 2: Werkterreinen, taken en rollen van de mwd-er en sph-er m.b.t. de hulpverlener onderscheiden.
Les 2: De invloed van beeldvorming over ouderen in een casus onderkennen.
Aandachtspunten (die hieruit voortvloeien) voor de attitude van de hulpverlener benoemen.
Luisteren Respect
Geduld Open houding
Aandacht Consequent respect voor de zelfstandigheid en eigenheid
Humor Ondersteunen eigen initiatieven
Acceptatie Oud mogen zijn
Interesse, je willen verplaatsen/ inlevingsvermogen
Energiek (bij de hulpverlener, om de ouderen in beweging te krijgen)
Communicatief
Lichamelijk durven zijn (aanraking, omdat ouderen eenzaam kunnen zijn, hebben weinig sociale contacten)
Aanpassen aan het tempo/ luisteren naar het verhaal
Jonge hulpverleners kennen de levensfase van hun cliënten niet uit eigen beleving. Daarom is het van
belang om:
– Ouderen niet als een aparte 'categorie' te behandelen en om sterk om sterk individualiserend
te werken;
– Te streven naar een zo groot mogelijke gelijkwaardigheid;
– Kennis van deze levensfase te hebben;
– En de oudere zelf aan het woord te laten over zijn ervaringen en de eigen specifieke wijze van omgaan
met de veranderingen in deze levensfase te erkennen.
Les 4: Kennis van belangrijke voorzieningen en de (procedurele en methodische) stappen bij het realiseren
van voorzieningen toepassen. GEEN IDEE?
Les 5: Analyseren welke omstandigheden van invloed zijn op de specifieke situatie van allochtone ouderen.
Omstandigheden die van invloed zijn:
Deze ouderen zitten tussen 2 culturen.
Het is niet gebruikelijk om over problemen te praten → bang voor roddels → eer beschadigd.
Geen/weinig familie, moesten weer mensen achterlaten (verlieservaring).
Oorzaken psychische klachten
(Turkse ouderen:)
2