Week Onderwerp Literatuur en jurisprudentie
1 Inleiding; artikel 8 EVRM; minderjarigheid Phillips hoofdstuk 7
Marckx-arrest EHRM, 13 juni 1979, Publ. ECHR. A, vol. 31, NJ
1980, 462
2 Afstamming; naamrecht Phillips hoofdstuk 3 en paragraaf 6.3
HR 9 april 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1337
HR 16 juni 2006, ECLI:NL:HR: 2006:AW1860
3 Adoptie; huwelijk; Phillips hoofdstuk 4 en hoofdstuk 1
geregistreerd partnerschap
4 Ouderlijk gezag; voogdij Phillips hoofdstuk 5, paragraaf 6.1, paragraaf 6.2: inleidendstukje,
paragraaf 6.5: inleidendstukje
5 Echtscheiding; scheidingsbemiddeling Phillips hoofdstuk 2 en bijlage 1
6 Recht op contact; Eventueel aanvullende literatuur via blackboard
omgang, omgangsbemiddeling en recht op
informatie
HR 15 april 1994, NJ 1994, 608, LJN: ZC1337 (Valkenhorst)
Rb. Leeuwarden 5 februari 2009, ECLI:NL:RBLEE:2009: BH2027
7 Herhaling en oefentoets Oefentoets wordt op Blackboard geplaatst en nabesproken tijdens
de werkgroepbijeenkomst
51R2QT-Boot-m.f.a.-8409929-k3-PFR
,Week 1
Leerdoelen
De student kan:
- verklaren waarom de uitspraak in de Marckx-zaak van belang is geweest voor het
Nederlandse recht;
Door de uitspraak in de zaak Marckx moest Nederland zijn wet/regelgeving aanpassen.
Omdat er een dynamische uitleg (moet worden geïnterpreteerd aan de hand van hoe we
vandaag de dag leven) dus niet statisch en het begrip family-life werd verder uitgewerkt,
moest aan het begrip family-life een dynamische uitleg gegeven worden. Niet alleen
negatieve verplichtingen maar ook positieve. Negatief is overheid geen invloed over
grondrechten, positief wel invloed overheid de staat tot handelen verplicht de staat moet
ervoor zorgen dat de wetgeving in overeenstemming is met het EVRM.
- onderbouwen wanneer in het familierecht tussen twee personen sprake is van
family life
Artikel 8 EVRM
Uit de jurisprudentie blijkt wanneer er sprake is van family-life
Tussen echtgenoten (samenwonen is geen vereisten)
Tussen man en een vrouw die relatie hebben die vergelijkbaar is met een huwelijk
(samenwonen is geen vereisten)
Tussen ouders en een uit hun huwelijk geboren kind vanaf het moment van de
geboorte van het kind
Tussen ongehuwde, langdurig samenwonende ouders en hun kind
Tussen moeder en kind
Tussen de man die het kind erkend heeft en het kind
Tussen de biologische vader en het kind (er moet sprake zijn van bijkomende
omstandigheden: samenleving of omgang met het kind, verzorging, een relatie met
de moeder)
Tussen naaste bloedverwanten en het kind (er moet nauwe persoonlijke betrekkingen
bestaan)
Tussen pleegouders of opvangouders en kind
Tussen niet biologische ouder en kind
- globaal aangeven welke rechten en plichten kunnen voortvloeien aan een relatie
die als family life kan worden bestempeld;
Op het gebied van gezag, omgeving, samenleving, erkenning en erfrechtelijke status. Dit
speelt een rol bij bijvoorbeeld een rol in kwestie betreffende, omgang,
kinderbeschermingsmaatregelen, echtscheiding en vreemdelingenprocedures.
Het begrip family life:
1. Is er tussen bepaalde personen sprake van family-life (een nauwe band)
2. Welke consequenties heeft dat dan? (welke rechten/plichten brengt dat met zich mee).
Recht op contact
Recht op informatie
Gezamenlijk gezag
Recht van ouder en kind op verzorging en opvoeding
Aanspraak van het kind op levensonderhoud
Aanspraken betreffende een geslachtsnaam
, - de begrippen family life, familierechtelijke betrekkingen, bloedverwantschap en
aanverwantschap met elkaar vergelijken en uitleggen in welk opzicht deze
begrippen van elkaar verschillen;
Family-life = gezins en familie leven (een autonoom begrip waarin talrijke betrekkingen
van juridische biologische en feitelijke aard hun plaats vinden.) het woord familiy-life
wordt in wet niet gebruikt hiervoor wordt het woord nauwe persoonlijke betrekking
gebruikt.
Familierechtelijke betrekking = verhoudingen die door het familierechten worden erkent
Bloedverwantschap art. 1:3 lid 1 BW = is de relatie tussen 2 personen van wie de 1 van de
ander afstamt. Bijvoorbeeld ouder en zoon.
Aanverwantschap art. 1:3 lid 2 BW = de relatie tussen u en de bloedverwantschap van uw
echtgenoot. Bijvoorbeeld stiefvader van de dochter van de moeder.
- aangeven in hoeverre minderjarigen in het Nederlandse recht bekwaam zijn tot het
verrichten van rechtshandelingen.
Artikel 1:233 BW minderjarigheid tenzij… artikel 1:253ha BW
Kenmerken minderjarigheid:
Alle minderjarigen staan onder gezag
Minderjarige zijn voorwaardelijk handelingsbekwaam art 1:234 lid 1 BW namelijk
handelingsbekwaam mits lid 3 of anders in de wet.
Sheets