WEEK 1
HC1: INTRODUCTIE, CURSUS EN EINDOPDRACHT
Deel 1: casus aanpak
- Hoe worden programma’s ontwikkeld?
- Hoe worden de kwaliteit en de effectiviteit van programma’s onderzocht en
beoordeeld?
- Hoe wordt gekomen tot een advies?
- Hoe wordt dit door de overheid opgepakt?
- Hoe adequaat wordt wetenschappelijke kennis uiteindelijk benut en
toegepast (valorisatie)?
Beoordeling commissie: geven advies en rapportage
Criteria en indicatoren:
- Theoretische onderbouwing
- Empirische onderbouwing
- Randvoorwaarden (evidence-based criteria)
Criterium 1: Het programma is theoretisch goed onderbouwd
1.1 Het programma wordt verantwoord met actuele theoretische inzichten
die empirisch getoetst zijn.
1.2 Er wordt onderbouwd hoe en waarom het programma de doelen
bereikt.
1.3 In het programma staat dat het gericht is op het voorkomen en/of
verminderen van *probleem*.
1.4 Er is een definitie van *probleem* waarin de verschijningsvormen
worden genoemd.
- Signaleren & definiëren:
o Bewustwording (ernst, aard en omvang probleem) is een eerste stap
in een veranderingsproces om het probleem aan te pakken
o Deel van een probleem signaleren, ipv het hele probleem
o Kinderen en ouders vertellen niet alles
1.5 De gebruikers (onderwijsprofessionals en leidinggevenden), doelgroep
(leerlingen) en andere betrokkenen (zoals ouders, sportclubs en jeugdhulp)
bij het programma zijn omschreven.
1.6 Eventuele uitsluitingscriteria en contra-indicaties staan aangegeven.
1.7 Het programma heeft betrekking op de schoolse situatie (in en om de
school, in de klas).
Criterium 2: Het programma is empirisch adequaat onderbouwd
2.1 Er zijn eerste aanwijzingen voor effectiviteit beschikbaar op basis van:
o Voldoende opgedane praktijkervaringen met het programma
o Resultaten van empirisch effectonderzoek
2.2 In het effectonderzoek is een adequaat onderzoeksdesign gehanteerd.
2.3 De metingen zijn verricht met betrouwbare en valide instrumenten.
2.4 De beoogde doelgroep is in het onderzoek bereikt.
2.5 De veranderingen hebben betrekking op doelen en doelgroep.
2.6 Er zijn adequate statistische technieken toegepast.
2.7 Er zijn effectgroottes berekend.
2.8 De statistische power van de gebruikte toets is voldoende.
,Criterium 3: Randvoorwaarden om programma uit te voeren zijn duidelijk
3.1 Er is een handleiding van het programma beschikbaar waarin
tenminste de volgende elementen zijn beschreven: doelen, leerdoelen,
opzet, aanpak, tijdspad, werkvormen, didactische uitgangspunten, rol van
de gebruiker, evaluatie, materialen.
3.2 In het programma is vastgelegd welke competenties (kennis,
vaardigheden) en attitude gevraagd worden van de gebruiker van het
programma.
3.3 In het programma zijn de randvoorwaarden aangegeven die nodig zijn
om het programma goed uit te voeren zoals tijd, geld, middelen, draagvlak
en betrokkenheid scholen.
3.4 In het programma is aangegeven op welke wijze er is gezorgd, of
gezorgd kan worden, voor enthousiasme bij de gebruikers en doelgroep
voor het programma.
3.5 Er is een systeem van evaluatie van tevredenheid bij gebruikers en
doelgroep over het programma beschikbaar, dat interpreteerbare
uitkomsten geeft.
3.6 In het programma wordt beschreven hoe borging van het programma
in het schoolbeleid dient te gebeuren.
Beoordeling:
- -- = ontbreekt, niet bekend
- - = vaag, fragmentarisch, inconsistent
- +/- = enigszins beschreven en verantwoord
- + = beschreven en verantwoord, maar nog niet helemaal consistent
- ++ = expliciet consistent beschreven en verantwoord
Moderatoren en mediatoren:
- Moderator: leeftijd, sekse, klasgrootte, ect
- Mediatoren: kennis, zelfbeeld, vaardigheden, ect.
Hoe wordt er gekomen tot een advies?
- Rapportage van het onderzoekconsortium
- Beleidsreactie
- Beoordeling van resultaten van commissie over een grootschalig empirisch
effectonderzoek
Niet-werkende programma’s zijn populair.
Deel 2: cursus (opzet, inhoud en organisatie)
Doelstellingen cursus:
, - Kritisch kunnen reflecteren op ontwikkeling, implementatie en analyse van
praktijkinterventies en methodieken vanuit evidence-based principes op
effectiviteitspotentie (praktijkontwikkeling)
- Kennis van de inhoud en structuur van beleid en organisaties in
pedagogische praktijken en de wijze waarop discoursen binnen deze
praktijken zich tot elkaar verhouden (beleid)
- Kennis van het werkterrein praktijkonderzoek (onderzoek)
- Kennis met het concept van pedagogiek als handelingswetenschap
(pedagogiek)
Pedagogiek is een praktische wetenschap.
Pedagogiek (Langeveld) = Een wetenschap, welke haar object niet slechts wil
kennen om te weten hoe de dingen zijn, ze wil – wat ze bestudeert – leren kennen
om te weten hoe op kortere of langere termijn gehandeld moet worden.
Praktijkinterventies:
- Wat maakt een programma tot een succesvol programma?
- Voor wie en wanneer werken ze?
- Hoe en waarom werken ze?
Deel 3: intro eindopdracht
Systematische analyse/evaluatie van een bestaand (zelfgekozen)
methodiek/programma/ interventie op effectiviteitspotentie adhv Model voor
Planmatige Gezondheidsvoorlichting en het Intervention Mapping
Procotol.
Algemeen methodische voorwaarden voor effectiviteitspotentie:
Model voor Planmatig Intervention Mapping Protocol
Gezonheidsvoorlichting
1) Sociale en epidemiologische 4) Specifiek en operationeel
analyse geformuleerde doelen
2) Analyse van risicofactoren 5) Op theorie en praktijkervaring
3) Bepalen van determinanten van gebaseerde operationele
gedrag (interventieontwerp) methodiek
6) Implementatieprotocol
7) Evaluatieplan
(Implementatie)
(Evaluatie)
Effectiviteit van interventies, effectladder met tredes:
0) Werken met impliciete kennis
1) Voorwaardelijk, goed beschreven interventies
2) Veelbelovend, theoretisch goed onderbouwde interventies
3) Doeltreffende interventies, eerste empirische aanwijzingen
4) Plausibel, goede empirische aanwijzingen
5) Werkzaam, sterke empirische aanwijzingen
HC2: GEZONDHEID, GEZONDHEIDSVOORLICHTING EN
GEDRAGSBEÏNVLOEDING
Deel 1: gezondheid: definities en operationaliseringen
Preventie = planmatig voorlichten en handelen om gedrag te beïnvloeden.
Voorlichting voorzieningen wet & regelgeving (controle en sancties)