Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Aantekeningen Van Perceptie tot Bewustzijn (5102PETB6Y) - Psychobiologie UvA - BLOK1 (zintuigen) + BLOK2 (motorisch) + BLOK3 (bewustzijn)

Rating
-
Sold
-
Pages
36
Uploaded on
28-08-2025
Written in
2024/2025

College aantekeningen van het tweedejaars vak Van Perceptie Tot Bewustzijn van Psychobiologie aan de UvA. Dit document bevat alle blokken en dus beide deeltentamens (DT1 = blok 1, DT2 = blok 2 en 3). Ik maak veel gebruik van voorbeelden en ondersteunend visueel materiaal! Succes met het tentamen!

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

blok 1
dinsdag 4 juni 2024 10:56




van perceptie tot bewustzijn Pagina 1

,hc1 introductie 2. verwerking van sensorische informatie in sensorische systemen
dinsdag 4 juni 2024 10:56
➢ prikkel/stimulus: zoet/zuur/bitter, geluid, licht, geur
➢ zintuigen tong, oor, oog, neus, huid
zintuigsystemen: de link tussen de buitenwereld en waarneming ➢ sensorische receptorcellen (transductie): filters die stimuli
➢ interne/externe prikkel > sensorische receptoren > sensorische omzetten
ganglia cellen en zenuwen > hersenen ○ elk zintuigsysteem heeft eigen type receptorcel
○ receptorcellen bevatten kanaaltjes die helpen met
1. gewaarwording en waarneming transductie: fysische/chemische prikkel > elektrochemisch
signaal (membraanpotentialen)
sensatie & perceptie ➢ afferente neuronen:
➢ via perifere sensorische systeem: gewaarwording (sensatie) ○ stimulus veroorzaakt depolarisatie in receptorcel > geeft
➢ richting centrale zenuwstelsel: waarneming (perceptie) neurotransmitter af aan afferent neuron > depolarisatie >
drempel wordt bereikt > actiepotentiaal > richting centrale
zenuwstelsel
○ type 1: receptor die synaptisch contact maakt met
afferente neuron
○ type 2: uiteinde afferente neuron dient als receptorcel
➢ transmissie: signaal gaat van perifeer naar centraal
zenuwstelsel
○ anders voor elk sensorisch systeem > signaal moet naar
ander gedeelte in hersenen

corticale gebieden: functionele map
➢ tonotopie: scheiding verschillende frequenties geluid
➢ retinotopie: van retina
➢ somatotopie: scheiding verschillende lichaamsgebiedenprik
informatieverwerking in het brein

netwerk van neuronen > neuron ontvangt gemiddeld 10.000 synaptische inputs
➢ excitatoire synapsen: EPSP op post-synaptisch neuron (glutamaat)
➢ inhibitoire synapsen: IPSP op post-synaptisch neuron (GABA)
➢ integratie van informatie: post-synaptisch neuron telt alle EPSP en IPSP bij
elkaar op

integratieprocessen
A. twee EPSP gescheiden in tijd > depolarisatie, maar niet snel genoeg voor
actiepotentiaal
B. temporele summatie: twee EPSP van 1 axon snel genoeg na elkaar voor
actiepotentiaal
C. spatiële summatie: twee EPSP van twee axonen snel genoeg na elkaar voor
actiepotentiaal
D. EPSP-IPSP cancellation: tegelijkertijd EPSP en IPSP zorgt voor cancellation

seriële verwerking: informatie wordt doorgegeven van presynaptisch neuron naar
post-synaptisch neuron (A, sensorisch systeem)

convergentie: informatie wordt doorgegeven van meerdere presynaptische
neuronen naar 1 post-synaptisch neuron (C, somatosensorisch systeem)

divergentie: informatie wordt doorgegeven van 1 presynaptisch neuron naar
meerdere post-synaptische neuronen > verspreiding van informatie (C, auditief
systeem)

parallelle verwerking: verschillende neuronen verwerken dezelfde informatie op
eenzelfde tijdstip > meerdere responsen op 1 moment (C, auditief systeem)

inhibitoire circuits
➢ feedback inhibitie: een excitatoir post-synaptisch neuron exciteert een
inhibitoir interneuron, dat het presynaptisch neuron inhibeert
○ negatief terugkoppelingssysteem
➢ feed-forward inhibitie: een excitatoir presynaptisch neuron exciteert een
inhibitoir neuron en het post-synaptisch neuron (reuk systeem)
➢ laterale inhibitie: excitatoir presynaptisch neuron exciteert naastliggende
inhibitoir post-synaptische neuronen (tactiel en visueel systeem)



5. codering van informatie

karakteristieken van stimulus die moeten worden gecodeerd met actiepotentialen

1. modaliteit
➢ klasse van stimuli (licht/geluid/smaak)
➢ na opvanging juiste stimuli juiste receptorcel > actiepotentialen
➢ submodaliteiten: staafjes/kegeltjes in retina
➢ 'labeled line': modaliteit stimulus ligt vast in verbinding tussen zintuig en CZS

2. locatie
➢ waar bevindt stimulus zich in de ruimte
➢ bepaalde set receptorcellen wordt geactiveerd > afhankelijk van locatie
➢ bv. huid met receptoren met receptief veld

3. timing
➢ wanneer is de stimulus
➢ bij naald op huid ontstaan actiepotentialen > na langere periode steeds minder
actiepotentialen

4. intensiteit
6. hoe kun je perceptie bestuderen en meten?
➢ wordt uitgedrukt in aantal actiepotentialen per seconde
➢ grotere druk geeft grotere depolarisatie
psychofysica: verband meten tussen intensiteit fysische prikkel en grootte van
➢ maximaal aantal actiepotentialen/seconde: 1kHz
psychologische gewaarwording
➢ kan ook gecodeerd worden in aantal gestimuleerde receptorcellen (huid)
drempelbepaling: grens tussen het waarneembare en het niet-waarneembare
➢ absolute drempel: minimale fysische energie die nodig is om tot sensorische
ervaring te leiden
○ drempel is gedefinieerd als het wordt 50% van de gevallen waargenomen
➢ verschildrempel: het kleinste fysische verschil tussen twee stimuli dat nog
opgemerkt wordt


van perceptie tot bewustzijn Pagina 2

,drempelbepaling: grens tussen het waarneembare en het niet-waarneembare
➢ absolute drempel: minimale fysische energie die nodig is om tot sensorische
ervaring te leiden
○ drempel is gedefinieerd als het wordt 50% van de gevallen waargenomen
➢ verschildrempel: het kleinste fysische verschil tussen twee stimuli dat nog
opgemerkt wordt
○ wet van Weber: hoe groter de initiële stimulus, hoe groter de verandering moet
zijn om het te kunnen waarnemen




signaaldetectietheorie: onderscheidt interessante stimulus (signaal) van oninteressante
stimulus (ruis)
➢ hit: er is een signaal en dat wordt waargenomen
➢ miss: er is een signaal maar dat wordt niet waargenomen
➢ false alarm: er is geen signaal maar er wordt wel iets waargenomen
➢ correct rejection: er is geen signaal en er wordt niets waargenomen




sensorische receptoren transformeren hun stimulus in een elektrisch signaal

chemoreceptoren
➢ geurreceptoren reageren op chemische moleculen
➢ second-messenger systeem
➢ vuursnelheid afhankelijk van concentratie

fotoreceptoren
➢ staafjes en kegeltjes in de retina reageren op licht
➢ fotopigment rhodopsin → verandert in configuratie bij opname licht van
verschillende golflengtes

mechanoreceptoren




van perceptie tot bewustzijn Pagina 3

,hc2 somatosensorisch systeem
dinsdag 4 juni 2024 10:56



somatosensorisch systeem is betrokken bij tast-, pijn-, temperatuur- en proprioceptieve prikkels
➢ tast zorgt voor waarneming aanraking/druk op huid
➢ haptische waarneming: object blind identificeerbaar als huid kan functioneren (zonder laag ertussen)

2. sensorische receptorcellen

afferente mechanoreceptoren op de gladde huid (vingertoppen)

merkel-lichaampjes
➢ in epidermis
➢ langzaam-adapterend
➢ kleine receptieve velden
➢ detecteren van vorm en textuur, gevoelig voor puntjes

meissner-lichaampjes
➢ in dermis, vlak onder epidermis
➢ snel-adapterend
➢ kleine receptieve velden, maar mindere spatiele resolutie dan merkelcellen
➢ detecteren van beweging tussen huid en oppervlak, textuur en grip

ruffini-lichaampjes
➢ in dermis, liggen in stretches van de huid
➢ langzaam-adapterend
➢ grote receptieve velden
➢ detecteren van oprekken van huid > bewustzijn van positie vinger en hand

pacini-lichaampje: zenuwuiteinde met kapsel
➢ diep in derm
➢ is
➢ snel-adapterend
➢ grote receptieve velden
➢ detecteren van vibraties

snel-adapterend: reageren als een stimulus wordt opgemerkt, maar verminderen als de stimulus
aanhoudt > beweging
langzaam-adapterend: reageren bij een blijvende stimulus > detecteren van grootte en vorm van objecten

3. transductie

pacini-lichaampje bevat kanalen die in rusttoestand gesloten zijn
➢ hogere concentratie natrium buiten het neuron
➢ door druk (tast) worden de kanalen open getrokken > natrium stroomt cel in > depolarisatie




4. transmissie: signaal perifeer zenuwstelsel > centraal zenuwstelsel

zenuwbanen + relay stations (synaptisch contact)
➢ hoog genoege depolarisatie zorgt voor actiepotentialen verderop in
afferent neuron
➢ afferent neuron gaat via hersenstam naar medulla > synaptisch contact >
ventral posteriolaterale nucleus van de thalamus > synaptisch contact >
primaire somatosensorische cortex

dermatoom = huidvlak dat wordt voorzien van één ruggenmergzenuw (spinale
zenuw)
➢ gordelroos: infecteert zenuwuiteinde in dermatoom

codering

intensiteit
➢ wordt bepaald door hoeveel actiepotentialen per seconde door receptoren
➢ hoeveelheid receptoren die vuren

timing: wanneer komt stimulus op huid en wanneer stopt het
➢ langzaam-adapterend: merkel- en ruffini-lichaampjes
➢ snel-adapterend: meissner- en pacini-lichaampjes

submodaliteit: vibratiefrequentie
➢ lage frequentie: grof schuurpapier
➢ hoge frequentie: fijn schuurpapier
➢ submodaliteiten zijn het meest gevoelig voor verschillende frequenties

locatie: receptieve velden in mechanoreceptoren en relay stations
➢ kleine receptieve velden: merkel- en meissner-lichaampjes
➢ grote receptieve velden: ruffini- en pacini-lichaampjes

5. perceptie: verwerking gewaarwording tot waarneming

stimulus op de huid zorgt voor actiepotentialen
➢ in medulla treedt divergentie op
➢ actieve gedeelte wordt nog breder
➢ laterale inhibitie: neuronen in relay nucleus projecteren naar (zwarte)
inhibitoire neuronen
➢ uiteindelijk actief middelste neuron

somatosensorische cortex
➢ elk gedeelte cortex representeert stuk van huid

two-point discrimination
➢ in vingers kunnen 2 punten dicht bij elkaar liggen > detecteerbaar
➢ in benen moeten 2 punten verder uit elkaar liggen > detecteerbaar

somatotopie wordt bepaald door
➢ grootte receptieve velden
➢ hoe dicht de receptieve velden bij elkaar liggen



van perceptie tot bewustzijn Pagina 4

, ➢ in benen moeten 2 punten verder uit elkaar liggen > detecteerbaar

somatotopie wordt bepaald door
➢ grootte receptieve velden
➢ hoe dicht de receptieve velden bij elkaar liggen

organisatie van de cortex

3a: proprioceptieve informatie
3b (primaire somatosensorische cortex) en 1: tactiele informatie huid
2: tactiele informatie + informatie spieren en gewrichten
5: secundaire somatosensorische cortex

thalamus projecteert naar 3a, 3b, 1 en 2
3a, 3b, 1 en 2 projecteren naar elkaar

corticale lagen (laag 1 meest buitenste, laag 6 meest diepe)
➢ thalamus projecteert voornamelijk naar stellate celen van laag 4
➢ stellate cellen laag 4 > pyramidaal cellen laag 2, 3, 4 en 5

corticale kolommen
➢ SR: slowly adapting receptoren
➢ RA: rapid adapting receptoren
➢ D = digit = vingers

neuronen kunnen richtingsgevoelig/oriëntatiegevoelig/vormgevoelig zijn

plasticiteit = veranderingen in organisatie van brein als gevolg van ervaring
➢ gebied dat gebied op huid representeert kan groter/kleiner worden
➢ barrel cortex muizen gebied voor sensatie snorharen
○ snorharen weggehaald behalve D1 > grotere activiteit D1
➢ reorganisatie hersenen kan ook bij mensen > verlies van lichaamsdeel
➢ aanraken ander lichaamsdeel kan sensatie veroorzaken in
fantoomledemaat > op sensorische map hersenen zitten hand en gezicht
dicht bij elkaar > hand kwijt, geen informatie, dus neuronen wang
uitbreiden
➢ fantoompijn: hersenen verhogen zelf activiteit




van perceptie tot bewustzijn Pagina 5

, zoet: G-eiwit gekoppelde receptoren
hc3 reuk- en smaakzin ➢ bestaat uit 2 dimeren: tastreceptoren
dinsdag 4 juni 2024 10:56 ➢ 2 combinaties waarmee je suiker waarneemt
○ TAS1R2 + TAS1R3
○ TAS1R3 + TAS1R3
SMAAK ➢ second messenger IP3 → afgifte calcium → neurotransmitter ATP
sensorisch systeem opgebouwd op 2 manieren umami: G-eiwit gekoppelde receptoren
➢ across fiber patterns: geïntegreerde sensorische ➢ bestaat uit 2 dimeren
data (bijvoorbeeld gezichtsherkenning) ➢ 1 combinatie waarmee umami wordt waargenomen
○ menging eigenschappen ○ TAS1R1 + TAS1R3
➢ labeled lines: ruwe sensorische data (bijvoorbeeld ➢ affiniteit voor glutamaat
tonotopie tast)
○ in periferie neem je iets waar
○ rechtstreekse lijn naar hersenen
bitter: G-eiwit gekoppelde receptoren
smaak: waarneming van ➢ veel verschillende receptorcombinaties
➢ zout: natrium en mogelijk andere zouten ➢ detecteren van gif
➢ zuur: waterstof, koolstofdioxide, vetzuren
➢ zoet: suikers zout: ionkanaal receptoren
➢ umami (hartig): eiwit ➢ in knaagdieren appetatieve en aversieve component
➢ bitter
zuur: ionkanaal receptoren
➢ zuurgevoelige cellen werken via kalium-kanalen → 1 kaliumkanaal
ervaren van smaken die geen smaken zijn gevoelig voor lagere pH in cel → kanaal gaat dicht
➢ capsaïcine in pepers → binden aan warmte ➢ in membraan zuurcellen wordt eiwit tot expressie gebracht →
temperatuurreceptoren gasvormige CO2 in water dissocieert eerder in protonen → dus lokaal
○ lipofiel molecuul dus water helpt niet want lost veel meer protonen aan celmembraan → meer zuur
het niet in op → melk wel vanwege vetzuren ○ waarom?: vergisting van fruit detecteren
➢ wasabi → bindt aan pijnreceptoren → verdampt in
mond → schiet in keel
➢ menthol → bindt aan kou temperatuurreceptoren
tong → 1 papillae → heel veel smaakknopjes → type l/ll/lll cellen
➢ type1: soort gliacellen
○ ongeveer 50%
➢ type2: belangrijkste → bitter, umami, zoet, bitter+umami
○ ongeveer 33%
➢ type3: zout
○ ongeveer 2-20%
cellen depolariseren → activeren afferente neuronen → hersenen

labeled line zou betekenen: elke cel is gevoelig voor 1 smaak en elke cel voedt 1
neuron
➢ elke neuron gevoelig voor 1 smaak (uitzondering bitter+umami)
➢ meeste bitterreceptoren zijn specialisten voor 1 bittere stof
○ maar, je kan niet leren de smaken van elkaar te onderscheiden → dus alles
bitter
○ dus: labeled line met classificatiesysteem

across-fibre pattern zou betekenen: meerdere smaken per cel / cellen gevoelig voor
verschillende smaken stimuleren eenzelfde afferent neuron
➢ binnen perifere smaakknopje is communicatie tussen cellen
○ cola heel zuur → zuurcellen worden geactiveerd → maken serotonine aan →
serotonine werkt inhiberend op type2 cellen → voor maskering zuur toevoeging van
suiker → heel veel suiker want zuur inhibeert zoet

dus: duidelijke labeled lines, maar ook samenwerking

transmissie

hersenstam → thalamus → smaakcortex met tonotopie → frontaalkwab
➢ de ervaring van smaak is afhankelijk van combinatie van smaak, geur, textuur en uiterlijk




GEUR
retronasale geurperceptie: perceptie van geur tijdens het kauwen

verschil met smaak
➢ mens bevat 400 verschillende geurreceptoren - maar 5 voor smaak
➢ we kunnen een triljoen geuren van elkaar onderscheiden - alles van bitter = bitter

onderscheiding van geur
➢ bij visuele verschillende plaatjes → er is een verschil: DIT is het verschil
➢ bij verschillende geuren → er is een verschil: wat is het verschil?
➢ herkennen van geuren tegen achtergronden

olfactorische receptoren
➢ niet elke geur kan 1 receptor hebben → te veel geuren
➢ mogelijk reageren receptoren op 1 bepaald chemisch component
○ maar: dan reageert 1 receptor op heel veel verschillende geuren
○ dus: elke cel is gevoelig voor verschillende chemische componenten → op die manier: heel
veel verschillende codes → unieke representaties → deze coding is multidimensionaal

400 geurreceptoren → G-eiwit gekoppelde receptoren
➢ selectiedruk afgenomen → polymorfisme → niet alle coderende genen werken nog
➢ kwantiteit geur: hoe hoger de concentratie, hoe meer de neuron gaat vuren → grote coding range
➢ kwaliteit geur: hoeveelheid verschillende olfactorische receptorcellen die geactiveerd worden


signaaltransductie

geurmolecuul activeert G-eiwit gekoppelde receptor → G-eiwit Golf komt vrij → activeert
cAMP → activeert calcium-natrium kanaal → calcium influx → calcium + CAM activeert
chloride kanaal → chloride efflux → depolarisatie cel → calcium cel weer uit en natrium cel in
met natrium/calcium pomp

waarnemen van geuren tegen achtergrond in → adaptatie in olfactorische receptorcellen
➢ heel snel geadapteerd
○ calcium + CAM → activatie fosfodiesterase (PDE) → breekt second messenger
cAMP af → adaptatie → bestaande geur verdwijnt naar achtergrond



van perceptie tot bewustzijn Pagina 6

, ○
cAMP af → adaptatie → bestaande geur verdwijnt naar achtergrond




olfactorische receptoren bevinden zich in reukepitheel → nieuw:
elke 4 weken
➢ nieuwe axonen groeien door bot → direct contact met
olfactorische bulb
➢ 1 receptorcel → expressie 1 receptor
➢ odotope kaart: axonen van cellen die zelfde receptor tot
expressie brengen → axonen convergeren in blaasjes
olfactorische bulb: olfactorische glomeruli




periglomerulaire cellen: inhibitoire neuronen die olfactorische glomeruli met
elkaar verbinden

interneuronen (afferente neuronen)
➢ tufted neuronen
➢ mitrale neuronen
➢ onderling verbonden → inhibitoire granule neuronen

in olfactorische bulb → recurrent netwerk: excitatoire cel die inhibitoire cel
activeert → terugkoppeling (oscil→ hersengolven bij reuk

verhoging van concentratie geur zorgt voor meer actieve glomeruli → waarom?
➢ ambiguïteit kwaliteit en kwantiteit




van perceptie tot bewustzijn Pagina 7

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
August 28, 2025
Number of pages
36
Written in
2024/2025
Type
Class notes
Professor(s)
Coördinator - j.c. van hooff
Contains
All classes

Subjects

$12.61
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
psychojulei

Get to know the seller

Seller avatar
psychojulei Universiteit van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
9 months
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
4 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions