Ondernemingsrecht
◊ Hoofdstuk 1 Ondernemingsvormen
Ondernemingsrecht (privaatrecht): bestrijkt de rechtsvormen met behulp waarvan ondernemingen
gedreven worden.
Rechtsvorm: een hulpmiddel om een onderneming in rechte te kunnen functioneren (het doel) = facilitair.
Gevolg: de juridische ondernemingsvormen ondergaan een sterke invloed van wat het goed
functioneren van een onderneming vereist.
Onderwerpen ondernemingsrecht (hoofdthema’s):
a) Hoe steekt de interne structuur van een onderneming in elkaar? Wat is de juridische organisatie,
de inrichting ervan? = organisatierecht.
b) Wie mogen en kunnen voor de onderneming transacties afsluiten (vertegenwoordiging)?
c) Hoe zijn de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid
d) (van bijvoorbeeld belangrijke functionarissen) voor de gang van zaken in de onderneming
uitgewerkt?
Kenmerk ondernemingsrecht: de onderwerpen zijn verschillend geregeld naar gelang de rechtsvorm die
op een bepaalde onderneming van toepassing is.
Ondernemingen: gericht op winst, op het behalen van economische voordelen.
Een onderneming dient zo te zijn ingericht dat het ruimte laat voor het maken van winst en dit zelfs
stimuleert.
Paragraaf 1.1 BV
Besloten vennootschappen:
Ruim 845000
Ingezet voor velerlei activiteiten, bijvoorbeeld om een bakkerij met twee werknemers te drijven.
Niet alle bv’s zijn opgericht om een onderneming in stand te houden.
Meer dan 200000 bv’s zijn ingeschreven in het handelsregister, die bijvoorbeeld worden ingezet
om op fiscaal voordelige wijze een pensioen op te bouwen = geen ondernemingsvorm, maar een
spaarpot.
Artikel 2:175 BW: omschrijving van de bv.
Lid 1: Deze titel is van toepassing op de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. De
besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid is een rechtspersoon met een in een of meer
overdraagbare aandelen verdeeld kapitaal. De aandelen zijn op naam gesteld. Een aandeelhouder is niet
persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt verricht en is niet gehouden
boven het bedrag dat op zijn aandelen behoort te worden gestort in de verliezen van de vennootschap bij
te dragen, onverminderd het bepaalde in artikel 192. Ten minste één aandeel met stemrecht wordt
gehouden door een ander dan en anders dan voor rekening van de vennootschap of een van haar
dochtermaatschappijen.
Lid 2: De vennootschap wordt door een of meer personen opgericht bij notariële akte. De akte wordt
getekend door iedere oprichter en door ieder die blijkens deze akte een of meer aandelen neemt.
Kenmerk bv:
Heeft in een of meer overdraagbare aandelen verdeeld kapitaal = kapitaalassociaties/
kapitaalvennootschappen. Bij oprichting dient in ieder geval één aandeel te worden uitgegeven.
Functies van het aandeel:
1) Het is een middel om vermogen aan te trekken. De aandeelhouder brengt vermogen in de bv en
verkrijgt als tegenprestatie een of meer aandelen = inbrengverplichting. In de statuten staat
steeds vermeld hoe hoog dit nominale bedrag voor een bepaalde soort aandelen is.
2) Het aandeel is doorgaans aan stemrecht in de aandeelhoudersvergadering verbonden (artikel
2:228 BW). Het aandeel heeft dan een zeggenschapsfunctie. In beginsel levert ieder aandeel één
, stem op. Bv heeft een plutocratisch karakter: hoe meer aandelen iemand houdt, des te machtiger
2
hij in de aandeelhoudersvergaderingen en daarmee in de vennootschap is. Dit kan in de statuten
anders worden geregeld (artikel 2:228 lid 4 BW). Bijvoorbeeld aandelen zonder stemrecht.
3) Het aandeel vervult een winstverdelingsfunctie: ieder aandeel geeft recht op een gedeelte van
de winst (artikel 2:216 BW). Dividend: de winstuitkering op een aandeel. Hoe meer aandelen
men bezit, des te groter het winstrecht van de betrokkene is (afwijkingen: artikel 2:216 lid 6 en lid
7 BW).
Beslotenheid van bv: de door haar uitgegeven aandelen staat op naam en de overdracht ervan kan in
beginsel niet vrijelijk plaatsvinden.
Een aandeelhouder die zijn aandelen wil overdragen dient in beginsel zijn over te dragen aandelen aan
de medeaandeelhouders aan te bieden (artikel 2:195 lid 1 BW). Blokkeringsregelingen: in de wet zijn
uitvoerige voorschriften te vinden die aanduiden binnen welke grenzen de vrije overdraagbaarheid in de
statuten beperkt kan worden (artikel 2:195 BW).
Overdracht van aandelen kan slechts bij notariële akte plaatsvinden. Alle houders van aandelen dienen
te worden opgenomen in een register dat het bestuur moet bijhouden (artikel 2:194 BW).
Aansprakelijkheid: de aandeelhouders (en de bestuurders) zijn in beginsel niet aansprakelijk voor
hetgeen in naam van de bv is verricht (artikel 2:175 BW).
Statuten: de bv wordt geregeerd door haar statuten. Dit zijn door de oprichters/ aandeelhouders van de
bv zelf opgestelde regels voor haar organisatie. Bij de oprichting dienen voor de eerste keer statuten te
worden geregeld (artikel 2:177 BW). De inrichting van een bv is openbaar (artikel 2:180 lid 1 BW).
Algemene leerstukken voor bv’s:
Gevolmachtigden (artikel 3:60 BW).
Onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW).
Wettelijk bv-recht:
Het recht van de Europese Unie
1 oktober 2012:
Limited Company
Afschaffing van het minimumkapitaal van €18.000.
Gevolgen:
1) Toegang tot de bv vergemakkelijkt
2) Verplichte blokkeringsregeling vervalt
3) Stemrechtloze en winstrechtloze aandelen invoeren.
Paragraaf 1.2 NV
Naamloze vennootschappen:
Ongeveer 5000
Geschikt voor grote ondernemingen, waarbij zij gebruik maken van de diensten van de
effectenbeurs Euronext Amsterdam. Het verhandelen van aandelen is alleen mogelijk als de
desbetreffende nv een beursnotering heeft.
Minimumkapitaal: €45000 (artikel 2:67 lid 2 BW).
Nv Bv
Een in aandelen verdeelt maatschappelijk kapitaal Het maatschappelijk kapitaal is niet verplicht. Het
(artikel 2:64 BW). kan volstaan worden met de uitgifte van één enkel
aandeel.
Kapitaalassociatie (artikel 2:80, 105 en 118 BW) --
Aandelen hoeven niet op naam te luiden, het mag Wel op naam, zie blokkeringsregeling.
ook aan toonder worden uitgegeven die door hun
aard vrij overdraagbaar zijn.
Specifieke nv-bepalingen: artikel 2:64-164 BW.
, 3
Paragraaf 1.3 De maatschap en de vennootschap onder firma
Maatschap: een obligatoire, wederkerige overeenkomst tot samenwerking van twee of meer personen.
Het sluiten van een maatschapsovereenkomst is in beginsel vormvrij.
Doel: het door middel van samenwerking behalen van vermogensrechtelijk voordeel dat aan de vennoten
ten goede komt.
Winstverdelingsdoel: men wil samenwerken voor gemeenschappelijke rekeningen tot een
gemeenschappelijk doel.
De opbrengsten die met de gezamenlijke verrichte activiteiten worden behaald, worden verdeeld over
de vennoten. Ieder van de vennoten worden gehouden iets in te brengen, dat wil zeggen een waarde aan
de maatschappij ter beschikking stellen. Bijvoorbeeld een gebouw of arbeid.
Voorbeelden: advocaten en chirurgen.
Vennootschap onder firma: als een maatschap onder gemeenschappelijke naam (onder een firmanaam,
als een eenheid) een onderneming of een bedrijf uitoefent.
Hoofdelijke verbondenheid van de vennoten bij verbintenissen (artikel 18 WvK), terwijl voor de
gewone maatschap een minder streng aansprakelijkheidsregime geldt. De vennoten van een maatschap
zijn voor gelijke delen aansprakelijk voor de verbintenissen van de maatschap (artikel 7A:1680 BW).
Voorbeelden: loodgieters- of schildersbedrijven.
Samenwerkingsvereiste: de vennoten dienen op voet van gelijkheid samen te werken. Een vennoot mag
niet in een positie van ondergeschiktheid verkeren ten opzichte van een andere vennoot.
Samenwerking zal overleg impliceren over de wijze waarop de gezamenlijke activiteit wordt
beoefend. De vennoten dienen in beginsel gezamenlijke het beleid van de maatschap of de vof te
bepalen.
De verplichtingen uit een vennootschap lopen niet over en weer, maar evenwijdig/parallel.
Een maatschap of vof wordt ook wel intuitu personae (hoogstpersoonlijk) aangegaan. Een
vennootschapsovereenkomst sluit men niet met een willekeurig iemand af = personenassociaties/
personenvennootschappen.
Zowel voor het ontstaan van de personenvennootschap als voor het voortbestaan ervan is de
persoon van de vennoot in beginsel van beslissend belang.
Nv en bv: geen overeenkomsten, maar rechtsfiguren. Een rechtspersoon met een in aandelen verdeeld
kapitaal. Via het aandeel staan de aandeelhouders in een relatie tot de nv of de bv. De aandeelhouders
hoeven niet op intensieve manier samenwerken, maar moeten wel met elkaars belangen rekening houden
(artikel 2:8 lid 1 BW). Bij een bv worden tussen aandeelhouders verdergaande samenwerkingsverplichtingen
tot stand gebracht dan uit de wet en de statuten voortvloeien. Samenwerkingsovereenkomst: verplicht tot
de vaststelling van een gezamenlijk beleid op het gebied van de financiering en in verband daarmee op het
gebied van investeringen. Joint venture: de aandeelhouders zijn nauw betrokken bij de bv. Verschillende
rechtsvormen kunnen elkaar ook overlappen, het is niet zo dat een bepaalde ondernemingsactiviteit maar in
één bepaalde rechtsvorm ondergebracht kan worden.
Stille maatschap: naar buiten toe geen gezamenlijke beroeps- of bedrijfsuitoefening.
Voorbeeld: een overname van in het boerenbedrijf van vader op zoon.
Openbare maatschap: een gezamenlijke uitvoering van een beroep zoals kenbare wijze naar buiten,
onder een gemeenschappelijke, als zodanig gevoerde naam, worden uitgeoefend.
Voorbeelden: advocaat of chirurg.
Beroepsuitoefening: bij beroepsuitoefening staan de persoonlijke kwaliteiten van de dienstverrichter
voorop = persoonlijke dienstverrichting. Van een beroepsbeoefenaar wordt geacht het welzijn van zijn
cliënt te behartigen. Bijvoorbeeld een advocaat, medicus, notaris en accountant.
Beroepsgeheim: de diensten die de beroepsbeoefenaars verrichten, veronderstellen een zekere mate
van vertrouwelijkheid tussen cliënt en dienstverlener.