H2 Tijd van Grieken en Romeinen
Kenmerkende aspecten
1. De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en
politiek in de Griekse stadstaat.
2. De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidde.
3. De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
4. De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur in Noordwest-
Europa.
5. De ontwikkeling van het jodendom en christendom als de eerste monotheïstische
godsdiensten.
Een wereld van Griekse stadstaten
- Griekenland bestond in de oudheid uit zelfstandige stadstaten. Deze poleis (=polis -> stadstaat)
ontstond rond 850 v.Chr. en bestonden uit enkele dorpjes en platteland. De poleis waren trots
op hun eigen politieke zelfstandigheid, dus voerden ze veel oorlog.
- De poleis vereerde dezelfde goden, spraken dezelfde taal en hadden dezelfde heldenverhalen.
De mensen buiten het Griekenland werden barbaren genoemd. De Griekse cultuur verspreidde
zich snel doordat een deel van de bevolking wegtrok om koloniën te stichten. Deze koloniën
hielden contact met de moedersteden, waardoor er een netwerk aan Griekse stadsteden
ontstond.
Burgerschap en vormen van bestuur
- Monarchie -> een land waarin koning door erfopvolging aan de macht is gekomen.
- Aristocratie -> bestuur door een groep edelen. Een monarchie maakte plaats voor een
aristocratie. De edelen rechtvaardigden hun politieke macht met hun afstamming en met hun
militaire rol.
- Door de groeiende welvaart in de Griekse wereld kwam de machtsverhouding onder druk te
staan. Aristocratieën brokkelde af door de opkomst van nieuwe welvarende klasse. Meer
inwoners maakten aanspraak op het burgerschap (-> het hebben van politieke en
maatschappelijke rechten als inwoner van een stad, gebied of land), omdat zij een actieve rol
hadden in het leger. Ze kregen politieke rechten. Sparta had een volksvergadering gecombineerd
met andere bestuurlijke instellingen: een machtige Raad van Oudsten, vijf ‘opzichters’ en twee
koningen die tijdens een oorlog het bevel over het leger voerden.
- Tirannie -> Bestuur door een (wrede) alleenheerser.
De Atheense democratie
- In 509 v.Chr. ontstond er in Athene een democratie (-> bestuursvorm waar het volk (dèmos) de
hoogste macht (kratos) heeft). Vrouwen, slaven en inwoners van niet-Atheense afkomst waren
hiervan uitgesloten. Om te voorkomen dat de macht viel in een groepje, werden er rollen
verlood, zo kon je in de volksjury of in de Raad van vijfhonderd zitten. Om te mogen stemmen
moest de burger persoonlijk aanwezig zijn bij de vergadering -> directe democratie.
- Ter bescherming van de democratie werd het schervengericht ingevoerd: de Atheense
volksvergadering kon een stemming houden waarbij elke burger de naam van een door hem
ongewenste politicus in een potscherf kraste. Wie de meeste stemmen kreeg. Werd voor 10 jaar
verbannen.
- Niet alle Atheners waren voorstander van democratie.
, Het einden van zelfstandige stadstaten
- Aan het einde van de zesde eeuw v.Chr. kwamen de Griekse stadstaten in Ionië onder Perzisch
bestuur. Met behulp van Athene versloegen de Grieken het Perzische leger. Zo werd duidelijk
dat de Grieken goed konden samenwerken ondanks hun rivaliteit. Na de overwinning moesten
veel poleis zich als bondgenoot schikken in de hegemonie (-> overheersende invloed van een
staat over andere staten) van de twee machtigste stadstaten, Athene en Sparta. In 430 en 404
v.Chr. ontstond er oorlog tussen Athene en Sparta.
- In 338 v.Chr. versloeg koning Phillippos van Macedonië de Griekse stadstaten. De stadstaten
mochten niet meer hun eigen politiek bepalen. Om hun vertrouwen te winnen beloofde
Phillippos dat hij namens Griekenland wraak zou nemen op het Perzische rijk. Deze wens werd
later vervuld door de zoon van Phillippos, Alexander.
- Hellenisme -> de verspreiding van Griekse cultuur in de gebieden die Alexander de Grote had
veroverd.
Athene als centrum van cultuur en wetenschap
- In de vierde en vijfde eeuw v.Chr. was Athene het brandpunt van de Griekse beschaving.
Kunstenaars, dichters en denkers kwamen naar Athene. De stad was rijk en het bruiste er van de
inspiratie en ideeën. De beroemdste Atheners uit deze tijd waren filosofen.
1. Sokrates
2. Plato
3. Aristoteles
- Voor de Grieken was filosofie als wetenschap voor ons. Het systematisch onderzoeken van de
werkelijkheid en die verklaren met behulp van eigen waarneming en logisch redeneren.
Sokrates Plato Aristoteles
Ondervroeg mensen kritisch. Bouwden deels op de ideeën Bouwden deels op de ideeën
Wilde erachter komen wat de van Sokrates. van Sokrates.
werkelijke betekenis was van Richtte een school op: Richtte een school op:
begrippen. Akademeia Lykeion
Conclusie: Je weet niks zeker.
Denken over natuur en gezondheid
- De ontwikkeling wetenschap ontstond door op een nieuwe manier te kijken naar de natuur. De
Grieken hadden de oorzaak van verschijnselen bij de goden gezocht en in mythen verpakt. Zeus
god van weer en Poseidon god van zee.
- In de zesde eeuw v.Chr. begon men naar natuurlijke oorzaken te zoeken na invloed uit Egypte en
Mesopotamië. Ze begonnen te zoeken een oerstof.
Thales van Milete Democritos Pythagoras
De oerstof was water. De oerstof was niet met het Vermoede dat de hele wereld
Levende wezens bestonden oog zichtbaar. Het kleinst uit drukken was in getallen en
uit water. mogelijke deeltje, dat niet verhoudingen tussen
veder te delen is: Atoma. getallen.
- Het denken over de mens en zijn gezondheid ontwikkelde zich net zoals het denken van de
natuur. De priesters hadden door ervaring medische kennis opgedaan, maar mensen geloofden
dat er een god was die voor genezing zorgde. Vanaf 600 v.Chr. ontstonden artsen scholen.
Kenmerkende aspecten
1. De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en
politiek in de Griekse stadstaat.
2. De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidde.
3. De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
4. De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur in Noordwest-
Europa.
5. De ontwikkeling van het jodendom en christendom als de eerste monotheïstische
godsdiensten.
Een wereld van Griekse stadstaten
- Griekenland bestond in de oudheid uit zelfstandige stadstaten. Deze poleis (=polis -> stadstaat)
ontstond rond 850 v.Chr. en bestonden uit enkele dorpjes en platteland. De poleis waren trots
op hun eigen politieke zelfstandigheid, dus voerden ze veel oorlog.
- De poleis vereerde dezelfde goden, spraken dezelfde taal en hadden dezelfde heldenverhalen.
De mensen buiten het Griekenland werden barbaren genoemd. De Griekse cultuur verspreidde
zich snel doordat een deel van de bevolking wegtrok om koloniën te stichten. Deze koloniën
hielden contact met de moedersteden, waardoor er een netwerk aan Griekse stadsteden
ontstond.
Burgerschap en vormen van bestuur
- Monarchie -> een land waarin koning door erfopvolging aan de macht is gekomen.
- Aristocratie -> bestuur door een groep edelen. Een monarchie maakte plaats voor een
aristocratie. De edelen rechtvaardigden hun politieke macht met hun afstamming en met hun
militaire rol.
- Door de groeiende welvaart in de Griekse wereld kwam de machtsverhouding onder druk te
staan. Aristocratieën brokkelde af door de opkomst van nieuwe welvarende klasse. Meer
inwoners maakten aanspraak op het burgerschap (-> het hebben van politieke en
maatschappelijke rechten als inwoner van een stad, gebied of land), omdat zij een actieve rol
hadden in het leger. Ze kregen politieke rechten. Sparta had een volksvergadering gecombineerd
met andere bestuurlijke instellingen: een machtige Raad van Oudsten, vijf ‘opzichters’ en twee
koningen die tijdens een oorlog het bevel over het leger voerden.
- Tirannie -> Bestuur door een (wrede) alleenheerser.
De Atheense democratie
- In 509 v.Chr. ontstond er in Athene een democratie (-> bestuursvorm waar het volk (dèmos) de
hoogste macht (kratos) heeft). Vrouwen, slaven en inwoners van niet-Atheense afkomst waren
hiervan uitgesloten. Om te voorkomen dat de macht viel in een groepje, werden er rollen
verlood, zo kon je in de volksjury of in de Raad van vijfhonderd zitten. Om te mogen stemmen
moest de burger persoonlijk aanwezig zijn bij de vergadering -> directe democratie.
- Ter bescherming van de democratie werd het schervengericht ingevoerd: de Atheense
volksvergadering kon een stemming houden waarbij elke burger de naam van een door hem
ongewenste politicus in een potscherf kraste. Wie de meeste stemmen kreeg. Werd voor 10 jaar
verbannen.
- Niet alle Atheners waren voorstander van democratie.
, Het einden van zelfstandige stadstaten
- Aan het einde van de zesde eeuw v.Chr. kwamen de Griekse stadstaten in Ionië onder Perzisch
bestuur. Met behulp van Athene versloegen de Grieken het Perzische leger. Zo werd duidelijk
dat de Grieken goed konden samenwerken ondanks hun rivaliteit. Na de overwinning moesten
veel poleis zich als bondgenoot schikken in de hegemonie (-> overheersende invloed van een
staat over andere staten) van de twee machtigste stadstaten, Athene en Sparta. In 430 en 404
v.Chr. ontstond er oorlog tussen Athene en Sparta.
- In 338 v.Chr. versloeg koning Phillippos van Macedonië de Griekse stadstaten. De stadstaten
mochten niet meer hun eigen politiek bepalen. Om hun vertrouwen te winnen beloofde
Phillippos dat hij namens Griekenland wraak zou nemen op het Perzische rijk. Deze wens werd
later vervuld door de zoon van Phillippos, Alexander.
- Hellenisme -> de verspreiding van Griekse cultuur in de gebieden die Alexander de Grote had
veroverd.
Athene als centrum van cultuur en wetenschap
- In de vierde en vijfde eeuw v.Chr. was Athene het brandpunt van de Griekse beschaving.
Kunstenaars, dichters en denkers kwamen naar Athene. De stad was rijk en het bruiste er van de
inspiratie en ideeën. De beroemdste Atheners uit deze tijd waren filosofen.
1. Sokrates
2. Plato
3. Aristoteles
- Voor de Grieken was filosofie als wetenschap voor ons. Het systematisch onderzoeken van de
werkelijkheid en die verklaren met behulp van eigen waarneming en logisch redeneren.
Sokrates Plato Aristoteles
Ondervroeg mensen kritisch. Bouwden deels op de ideeën Bouwden deels op de ideeën
Wilde erachter komen wat de van Sokrates. van Sokrates.
werkelijke betekenis was van Richtte een school op: Richtte een school op:
begrippen. Akademeia Lykeion
Conclusie: Je weet niks zeker.
Denken over natuur en gezondheid
- De ontwikkeling wetenschap ontstond door op een nieuwe manier te kijken naar de natuur. De
Grieken hadden de oorzaak van verschijnselen bij de goden gezocht en in mythen verpakt. Zeus
god van weer en Poseidon god van zee.
- In de zesde eeuw v.Chr. begon men naar natuurlijke oorzaken te zoeken na invloed uit Egypte en
Mesopotamië. Ze begonnen te zoeken een oerstof.
Thales van Milete Democritos Pythagoras
De oerstof was water. De oerstof was niet met het Vermoede dat de hele wereld
Levende wezens bestonden oog zichtbaar. Het kleinst uit drukken was in getallen en
uit water. mogelijke deeltje, dat niet verhoudingen tussen
veder te delen is: Atoma. getallen.
- Het denken over de mens en zijn gezondheid ontwikkelde zich net zoals het denken van de
natuur. De priesters hadden door ervaring medische kennis opgedaan, maar mensen geloofden
dat er een god was die voor genezing zorgde. Vanaf 600 v.Chr. ontstonden artsen scholen.