Onderwerpen vorige colleges
- Aantal criminologische theorieën (1)
- Diverse achergronden daders (1)
- Persoon in relatie tot criminaliteit (2)
- Historische figuren forensische psychiatrie (2) sommige personen leggen meer nadruk
op de biologische, sociale of intrapsychische omstandigheden (Freud bv)
Diagnostiek
= Op vele wijzen in kaart brengen hoe de persoon in elkaar zit
- Observeren observeren van het gedrag van de persoon. Dit kan bijvoorbeeld in het
PBC, maar ook tijdens een psychologisch onderzoek waar de persoon meerdere keren
wordt bekeken
- Praten er wordt gepraat met de verdachte/dader. Dit gaat over zijn geschiedenis,
opvoeding, maar ook over huidige relaties etc. Al deze onderwerpen hebben ook
betrekking op het biopsychosociaal model
- Testen dit is een belangrijk onderdeel voor psychologen (e.g. intelligentietests,
persoonlijkheidstests)
- Risicotaxatie vroeger deed men dit op basis van ervaring/natte vinger werk
- Proces vs momentopname er wordt gekeken naar de fase waarin de diagnostiek
plaatsvindt. Is het een proces (hoe iemand/de stoornis zich in de loop van de tijd
ontwikkelt) of een momentopname.
- Kan in alle fasen van behandeling in alle fases van de behandeling kan diagnostiek
plaatsvinden
Forensische diagnostiek
- In het forensisch veld heb je ook te maken met de beslissingdiagnostiek en
behandelingdiagnostiek behandeldiagnostiek is vooral gericht op de behandeling (een
patiënt kan het niet goed volgen/vertoont weerstand). Bij beslisdiagnostiek gaat het om
voorlichting geven (aan de rechtbank/officier van justitie) en worden adviezen gegeven
- Raad voor de Kinderbescherming bij jeugdigen wordt dit soort diagnostiek door de
raad van de kinderbescherming gedaan.
- NIFP Nederlands instituut voor forensische psychologie en psychiatrie. Dit instituut
heeft veel psychologen en psychiaters in dienst die onderzoek doen voor de rechtbank
en dus duidelijke adviezen geven hoe verder te handelen met de verdachte
- PBC In het Pieter Baan Centrum worden groepsobservaties gedaan om te kijken hoe
iemand zich een bepaalde periode gedraagt (in een groep/bepaalde situaties).
Het NIFP en PBC zijn dus belangrijke centra
Doel pro justitia onderzoek
- Relatie persoonlijkheid (e.g. verleden) verdachte en delict beschrijven
- Factoren die van invloed zijn op delictgedrag beschrijven (e.g. intrapersoonlijk,
biologisch, sociaal, situationeel etc.)
- Mate van toerekeningsvatbaarheid bepalen (ontoerekeningsvatbaar, deels
ontoerekeningsvatbaar, toerekeningsvatbaar. Naarmate de toerekeningsvatbaarheid
afneemt wordt meer over behandeling gedacht).