HET LEESDOSSIER (NEDERLANDSE LITERATUUR)
Het leesdossier dat je in de klassen 4, 5 (en 6) opbouwt, bestaat uit verschillende onderdelen:
1. Leesautobiografie (begin klas 4)
2. Boekverslagen (vier in elk jaar) inleveren op 10 oktober, 28 november, 7 januari, 25 februari, 6 maart doc. tent.
3. Bibliografie (eindexamenjaar)
4. Balansverslag (eindexamenjaar)
Hieronder wordt uitgelegd wat deze onderdelen inhouden.
1.MIJN LEESAUTOBIOGRAFIE (KLAS 4)
2. BOEKVERSLAGEN (VIER IN ELK JAAR)
Een lijst van titels waaruit je kunt kiezen is te vinden op de homepage van de mediatheek via de PZ-portal.
o Het is de bedoeling dat er een stijgende lijn te zien is wat betreft het niveau van de boeken die je leest. Het
cijfer van je mondeling literatuur in het examenjaar wordt mede bepaald door het gemiddelde niveau van de
door jou gelezen boeken.
o Vwo: je mag beginnen met hooguit één boek op niveau 2 en twee boeken op niveau 3. Het gemiddelde van de
gelezen boeken moet niveau 4 zijn en het streefniveau voor het einde van het vwo is niveau 5. Bij elkaar
opgeteld hebben de boeken minimaal 'niveau' 45. (Per twee 'punten' daarboven wordt het cijfer van je
mondeling verhoogd met 0,1.) Je plaatst minimaal én maximaal twaalf boeken op de lijst voor het tentamen.
In vwo-6 maak je een verslag over een boek met het kenmerk ‘existentialistisch - postmodern’. Daarbij wordt een
specifieke opdracht verstrekt. Zie voor de keuzemogelijkheden de literatuurlijst (Totaaloverzicht) op de homepage van
de mediatheek.
Vwo-leerlingen dienen minimaal één boek uit de periode tot 1700 en minimaal één boek uit de periode 1700-1880 te
lezen. Bij de boeken uit de periodes tot 1700 is bestudering van achtergrondinformatie verplicht. Zie voor meer
informatie de boekenlijst onder nummer 4 en 5.
Samengevat geldt voor vwo: het leesdossier is een handelingsdeel(!)
1. Je leest twaalf boeken.
2. Bij elkaar opgeteld hebben de boeken minimaal 'niveau' 45. (Per twee 'punten' daarboven wordt het cijfer van je mondeling
verhoogd met 0,1.)
- Je leest minimaal een boek uit de periode tot 1700, inclusief verplichte achtergrondliteratuur. Zie het pfd onder het boek op
de site van de PZ-mediatheek.
- Je leest minimaal een boek uit de periode 1700-1880.
- Je leest een existentialistisch/ postmodern boek (dat komt in vwo-6 in de les aan de orde).
Per gelezen werk bestaat elk verslag uit de volgende onderdelen:
Voor in je dossier doe je het voorblad, waarop je de gevraagde gegevens invult.
Voor elk verslag doe je een kopie van de afvinklijst, waarop je aangeeft of de informatie aanwezig is.
A-deel: gekopieerde informatie uit boeken of van internet (zie 1.1).
B-deel: opdracht (zie 1.2).
De eventueel door de docent opgegeven opdracht bij het door jou gelezen boek.
2.1 A-deel: gekopieerde informatie bij de afvinklijst
De informatie van het A-deel verzamel je als achtergrondinformatie bij het lezen, en als voorbereidingsmateriaal voor je
tentamen in het eindexamenjaar.
Om welke informatie gaat het? (Zie de Afvinklijst op p.5 onderaan)
1. samenvatting van de inhoud;
2. bespreking van het werk: titelverklaring, thema, motto, motieven, vertelsituatie, tijd, ruimte, verhaalfiguren, taalgebruik;
3. biografische gegevens over de auteur (inclusief zijn levensovertuiging);
4. indien van toepassing: informatie over de historische achtergrond van het boek en de literaire stroming waartoe het behoort
5. facultatief: interview of achtergrondartikel over boek of auteur; en/of een recensie van het boek.
Kortom: de punten 1 t/m 13 van de Afvinklijst. Zie pagina 5 hieronder.
1
, 2.1.1 Waar vind je goede informatie voor het A-deel? Vraag eventueel de mediathecaris of de vakdocent om advies.
Je vindt goede achtergrondinformatie (digitaal) via de PZ-portal:
1. Uittrekselbank voor uittreksels en informatie over de auteur.
2. Literom (voor recensies ) via de PZ-portal te gebruiken als je lid bent van de openbare mediatheek (gratis).
Of bij de homepage van de PZ-mediatheek:
3. Lexicon van literaire werken. Een uitstekend naslagwerk waarin het boek centraal staat. Via website PZ-mediatheek.
4. Kritisch Literatuur Lexicon. Hierin staat de auteur centraal mét de boeken. Via website PZ-mediatheek of in 449 op de kast.
5. Informatie over onder andere christelijke romans / schrijvers vind je op Literom en Digibron (bijv. De indo’s van Joke
Verweerd, een artikel in het RD over Permissie door Enny de Bruijn.
(beschikbare abonnementen via PZ-portal gratis te raadplegen)
6. Informatie uit boeken van Bé Nijenhuis, zoals voor romans De tornado en De laatste wagon van Bé Nijenhuis vind je in
Spitten en niet moe worden van Hans Werkman, een kenner van het werk van Nijenhuis. Daarin wordt elke roman
besproken.
Dus: je kopieert goede informatie uit bovenstaande bronnen. Gebruik van scholierensites is niet aan te raden: ze bieden vaak
onjuiste of onvolledige informatie, dus scholierensites alléén raadplegen als de roman niet in bovenstaande vijf bronnen staat.
2.1.2 Bronvermelding
Vermeld de bron (= uit welk boek of van welke site is de informatie afkomstig). Dit is punt 13 van de afvinklijst. Gebruik voor
de regels van de bronvermelding de APA- richtlijnen die je vindt via de website van de mediatheek.
2.2 B-deel: verwerkingsopdracht die je zélf uitwerkt.
1. Vind je het leven dat de hoofdpersonen leiden, een goed leven? Dus past het handelen van de hoofdpersonen ook bij
de Bijbelse waarden?
-In welke opzichten wel en/of in welk opzicht niet? Let daarbij niet op de omstandigheden, maar kijk vooral naar gedrag
en keuzes van de personen zélf. Licht toe.
Dus niet: ‘Hij zat in een concentratiekamp, dus leidt hij een slecht leven.’ In die omstandigheden kun je immers wél een
goed leven leiden, want je kunt in die ellende voor je naaste veel betekenen. Kiezen voor de zwakke, enz.
Denk bij de hoofdpersoon aan diens 'keuzes, gedachten, woorden en werken'. Richt je op hoofdzaken.
Betrek in je beoordeling Bijbelse gedachten over goed en kwaad: Gods heilzame geboden. Weeg zo de belangrijke
keuzes in de roman.
Uiteraard kun je genuanceerd zijn: enerzijds wel, want...; anderzijds niet, want...
Onderbouw je antwoord met ten minste twee citaten uit het boek. Citaten compleet uitschrijven, (p…)!
2. Is de hoofdpersoon voor jou een voorbeeld? Identificeerde je jezelf met een (hoofd)persoon in de roman?
In welk opzicht wel? Zou jij hetzelfde doen/denken? Benoem concrete gedachten en daden.
3. Heeft het boek jou gevormd, verrijkt of aan het denken gezet? In welke opzichten? Geef concreet die passages aan. Dus
citeer. Zet onder je citaten jouw toelichting.
4. In hoeverre past het taalgebruik van de auteur bij Bijbelse normen en waarden?
Denk daarbij aan vloeken, grof of platvloers taalgebruik. Wat kom je daarvan tegen in de roman?
- Citeer en beoordeel.
Let op: citeer nooit vloeken, maar vermeld wel of er weinig / regelmatig / vaak gevloekt wordt.
5. Beschrijf in enkele zinnen je eindoordeel over dit boek. Ondersteun je oordeel met drie wezenlijke argumenten waaruit
blijkt dat je de essentie van het boek goed hebt begrepen.
Ook hierin kun je genuanceerd zijn, dus zowel positieve als kritische opmerkingen maken.
N.B. Bij constatering van chatGPT of andere AI-tool vervalt de betreffende roman en wordt er een nieuw boek
opgedragen.
2
Het leesdossier dat je in de klassen 4, 5 (en 6) opbouwt, bestaat uit verschillende onderdelen:
1. Leesautobiografie (begin klas 4)
2. Boekverslagen (vier in elk jaar) inleveren op 10 oktober, 28 november, 7 januari, 25 februari, 6 maart doc. tent.
3. Bibliografie (eindexamenjaar)
4. Balansverslag (eindexamenjaar)
Hieronder wordt uitgelegd wat deze onderdelen inhouden.
1.MIJN LEESAUTOBIOGRAFIE (KLAS 4)
2. BOEKVERSLAGEN (VIER IN ELK JAAR)
Een lijst van titels waaruit je kunt kiezen is te vinden op de homepage van de mediatheek via de PZ-portal.
o Het is de bedoeling dat er een stijgende lijn te zien is wat betreft het niveau van de boeken die je leest. Het
cijfer van je mondeling literatuur in het examenjaar wordt mede bepaald door het gemiddelde niveau van de
door jou gelezen boeken.
o Vwo: je mag beginnen met hooguit één boek op niveau 2 en twee boeken op niveau 3. Het gemiddelde van de
gelezen boeken moet niveau 4 zijn en het streefniveau voor het einde van het vwo is niveau 5. Bij elkaar
opgeteld hebben de boeken minimaal 'niveau' 45. (Per twee 'punten' daarboven wordt het cijfer van je
mondeling verhoogd met 0,1.) Je plaatst minimaal én maximaal twaalf boeken op de lijst voor het tentamen.
In vwo-6 maak je een verslag over een boek met het kenmerk ‘existentialistisch - postmodern’. Daarbij wordt een
specifieke opdracht verstrekt. Zie voor de keuzemogelijkheden de literatuurlijst (Totaaloverzicht) op de homepage van
de mediatheek.
Vwo-leerlingen dienen minimaal één boek uit de periode tot 1700 en minimaal één boek uit de periode 1700-1880 te
lezen. Bij de boeken uit de periodes tot 1700 is bestudering van achtergrondinformatie verplicht. Zie voor meer
informatie de boekenlijst onder nummer 4 en 5.
Samengevat geldt voor vwo: het leesdossier is een handelingsdeel(!)
1. Je leest twaalf boeken.
2. Bij elkaar opgeteld hebben de boeken minimaal 'niveau' 45. (Per twee 'punten' daarboven wordt het cijfer van je mondeling
verhoogd met 0,1.)
- Je leest minimaal een boek uit de periode tot 1700, inclusief verplichte achtergrondliteratuur. Zie het pfd onder het boek op
de site van de PZ-mediatheek.
- Je leest minimaal een boek uit de periode 1700-1880.
- Je leest een existentialistisch/ postmodern boek (dat komt in vwo-6 in de les aan de orde).
Per gelezen werk bestaat elk verslag uit de volgende onderdelen:
Voor in je dossier doe je het voorblad, waarop je de gevraagde gegevens invult.
Voor elk verslag doe je een kopie van de afvinklijst, waarop je aangeeft of de informatie aanwezig is.
A-deel: gekopieerde informatie uit boeken of van internet (zie 1.1).
B-deel: opdracht (zie 1.2).
De eventueel door de docent opgegeven opdracht bij het door jou gelezen boek.
2.1 A-deel: gekopieerde informatie bij de afvinklijst
De informatie van het A-deel verzamel je als achtergrondinformatie bij het lezen, en als voorbereidingsmateriaal voor je
tentamen in het eindexamenjaar.
Om welke informatie gaat het? (Zie de Afvinklijst op p.5 onderaan)
1. samenvatting van de inhoud;
2. bespreking van het werk: titelverklaring, thema, motto, motieven, vertelsituatie, tijd, ruimte, verhaalfiguren, taalgebruik;
3. biografische gegevens over de auteur (inclusief zijn levensovertuiging);
4. indien van toepassing: informatie over de historische achtergrond van het boek en de literaire stroming waartoe het behoort
5. facultatief: interview of achtergrondartikel over boek of auteur; en/of een recensie van het boek.
Kortom: de punten 1 t/m 13 van de Afvinklijst. Zie pagina 5 hieronder.
1
, 2.1.1 Waar vind je goede informatie voor het A-deel? Vraag eventueel de mediathecaris of de vakdocent om advies.
Je vindt goede achtergrondinformatie (digitaal) via de PZ-portal:
1. Uittrekselbank voor uittreksels en informatie over de auteur.
2. Literom (voor recensies ) via de PZ-portal te gebruiken als je lid bent van de openbare mediatheek (gratis).
Of bij de homepage van de PZ-mediatheek:
3. Lexicon van literaire werken. Een uitstekend naslagwerk waarin het boek centraal staat. Via website PZ-mediatheek.
4. Kritisch Literatuur Lexicon. Hierin staat de auteur centraal mét de boeken. Via website PZ-mediatheek of in 449 op de kast.
5. Informatie over onder andere christelijke romans / schrijvers vind je op Literom en Digibron (bijv. De indo’s van Joke
Verweerd, een artikel in het RD over Permissie door Enny de Bruijn.
(beschikbare abonnementen via PZ-portal gratis te raadplegen)
6. Informatie uit boeken van Bé Nijenhuis, zoals voor romans De tornado en De laatste wagon van Bé Nijenhuis vind je in
Spitten en niet moe worden van Hans Werkman, een kenner van het werk van Nijenhuis. Daarin wordt elke roman
besproken.
Dus: je kopieert goede informatie uit bovenstaande bronnen. Gebruik van scholierensites is niet aan te raden: ze bieden vaak
onjuiste of onvolledige informatie, dus scholierensites alléén raadplegen als de roman niet in bovenstaande vijf bronnen staat.
2.1.2 Bronvermelding
Vermeld de bron (= uit welk boek of van welke site is de informatie afkomstig). Dit is punt 13 van de afvinklijst. Gebruik voor
de regels van de bronvermelding de APA- richtlijnen die je vindt via de website van de mediatheek.
2.2 B-deel: verwerkingsopdracht die je zélf uitwerkt.
1. Vind je het leven dat de hoofdpersonen leiden, een goed leven? Dus past het handelen van de hoofdpersonen ook bij
de Bijbelse waarden?
-In welke opzichten wel en/of in welk opzicht niet? Let daarbij niet op de omstandigheden, maar kijk vooral naar gedrag
en keuzes van de personen zélf. Licht toe.
Dus niet: ‘Hij zat in een concentratiekamp, dus leidt hij een slecht leven.’ In die omstandigheden kun je immers wél een
goed leven leiden, want je kunt in die ellende voor je naaste veel betekenen. Kiezen voor de zwakke, enz.
Denk bij de hoofdpersoon aan diens 'keuzes, gedachten, woorden en werken'. Richt je op hoofdzaken.
Betrek in je beoordeling Bijbelse gedachten over goed en kwaad: Gods heilzame geboden. Weeg zo de belangrijke
keuzes in de roman.
Uiteraard kun je genuanceerd zijn: enerzijds wel, want...; anderzijds niet, want...
Onderbouw je antwoord met ten minste twee citaten uit het boek. Citaten compleet uitschrijven, (p…)!
2. Is de hoofdpersoon voor jou een voorbeeld? Identificeerde je jezelf met een (hoofd)persoon in de roman?
In welk opzicht wel? Zou jij hetzelfde doen/denken? Benoem concrete gedachten en daden.
3. Heeft het boek jou gevormd, verrijkt of aan het denken gezet? In welke opzichten? Geef concreet die passages aan. Dus
citeer. Zet onder je citaten jouw toelichting.
4. In hoeverre past het taalgebruik van de auteur bij Bijbelse normen en waarden?
Denk daarbij aan vloeken, grof of platvloers taalgebruik. Wat kom je daarvan tegen in de roman?
- Citeer en beoordeel.
Let op: citeer nooit vloeken, maar vermeld wel of er weinig / regelmatig / vaak gevloekt wordt.
5. Beschrijf in enkele zinnen je eindoordeel over dit boek. Ondersteun je oordeel met drie wezenlijke argumenten waaruit
blijkt dat je de essentie van het boek goed hebt begrepen.
Ook hierin kun je genuanceerd zijn, dus zowel positieve als kritische opmerkingen maken.
N.B. Bij constatering van chatGPT of andere AI-tool vervalt de betreffende roman en wordt er een nieuw boek
opgedragen.
2