Socialisatie & Ongelijkheid
11/11/2024 – superdiversiteit
De-familiarisering = bevragen van de dingen zoals ze zijn en ze niet beschouwen als normaal
(Baumann).
Stads- en onderwijs sociologisch en sociaalpedagogisch; opgroeien en opvoeden in een
grootstedelijke, superdiverse samenleving.
Socialisatie = opgroeien en opnemen van samenleving. Inwijding in de sociale codes van
jouw omgeving.
Superdiversiteit is geen ideologisch of normatief concept, maar een beschrijving van een
sociologisch-demografische transitie.
Er is een groeiende diversiteit binnen de diversiteit, en een wisselwerking tussen verschillende
identiteitsdimensies.
Kenmerken superdiversiteit in steden:
1. Er ontstaan majority-minority cities. -> wanneer <50% een minderheid is. Dus
wanneer geen enkele groep de meerderheid is.
2. Groeiende culturele verschillen.
3. De groeiende diversiteit binnen diversiteit (Vertovec, 2007).
Vb. gemengde huwelijken, groeiende sociaaleconomische, electorale, culinaire
groepen.
Culturele diversiteit zie je overal terug, superdiversiteit is maar in 10-15 steden te vinden en
gaat samen met het demografische kantelpunt, waar meer dan de helft een minderheid is.
Sociale codes = geschreven en ongeschreven regel van een groep over de impliciete en
expliciete. Deze zijn hyper inclusief voor leden van een groep, en super exclusief voor
mensen die buiten deze groep moeten blijven. Hoe hechter een groep is, hoe duidelijker de
sociale codes zijn -> sociale cohesie.
Code-switchen = verschillend gebruik van verschillende sociale codes. Kinderen komen
vanuit parental codes terecht in school codes en herkennen dat zij gaan switchen in de codes
die zij in bepaalde situaties moeten gebruiken. Een derde is peer group codes. Elke sociale
groep heeft verwachtingen van je, zowel impliciet als expliciet, welke je gedrag sturen.
In een wereld die mono cultureel is dat de sociale codes van de parental, peer group en school
codes veel overeenkomsten hebben. In de superdiverse stedelijke omgeving waar iedereen uit
zulke diverse omgevingen komt, wordt er door jongeren naar een ‘wij’ gezocht en ontstaan er
nieuwe identiteiten. De verschillende sociale codes hebben veel minder overeenkomsten.
Code-switchen kan gepaard gaan met sociale pijn.
+ literatuur
- Eerste golf, arbeidsmigranten: Laagopgeleide arbeidsmigranten uit Zuid-Europa,
Turkije en de Maghreb. Zij vulden de tekorten op de arbeidsmarkt op door de
economische groei na de oorlog. Eindigde met de recessie in 1973.
- Tweede golf, gezinsmigratie: Gezinshereniging en gezinshervorming.
- Derde golf, postindustriële migratie: Asielzoekers, hoogopgeleide arbeidsmigranten
en irreguliere migranten. In Nederland waren het vooral de asielzoekers die het beeld
van de migranten ging bepalen.
,Ook de vruchtbaarheidscijfers zorgden voor een toenemende diversiteit naar herkomst
en migratie werd een belangrijke component van de bevolkingsdynamiek. ->
migratiepopulaties zijn vaak vruchtbaarder en zorgden dus ook voor hoger kindertal en
een healthy migrant-effect. Ook leiden de jongere leeftijden van de migranten tot een
lager sterftecijfer.
, 18/11/2024 – identiteit
Wie ben ik, wat ben ik, hoe ben ik?
Defenitie sociale identiteit: ‘that part of an individual’s self-concept, which derives from his
knowledge of their membership in a social group together with the value or emotional
significance attached to that membership.’
Process van sociale identificatie;
1. Sociale categorisatie; indelen van mensen in groepen.
2. Sociale identificatie; identificatie van ‘zelf’ als groepslid.
3. Sociale vergelijking; positieve distinctiveness.
4. Sociale identiteit; zelfwaardering.
è Sociale identiteit zorgt voor sociale erkenning en waardering, verbondenheid en
duidelijkheid/ordening.
Omgaan met negatieve sociale identiteit gebeurt door erkennen van stabiliteit, legitimiteit en
doorlaatbaarheid (vb. voetbalclub met slechte uitkomsten). Reacties op negatieve identiteit
zijn individuele mobiliteit (overstappen), creativiteit (wel goed in de 3e helft), competitie
(rellen) en terugtrekken.
Acculturatie: wanneer groepen individuen uit verschillende culturen langdurig met elkaar in
contact komen waardoor originele culturele patronen van een van de twee of van beide
groepen veranderen. Uitwisseling van ontvangende cultuur en cultuur van herkomst.
Hoe ziet bi-culturele of geïntegreerde identiteit eruit?
- Synthese of hybride identiteit: ‘nieuwe’ identiteit (Turkse Nederlander X Turks en
Nederlands).
- Alternerende identiteit of frame switching: wisselen tussen afzonderlijke culturele
schema’s (verschil op werk en thuis)
Belang van deelidentiteiten hangt af van persoonlijke eigenschappen, verschil
minderheid/meerderheid en context.
11/11/2024 – superdiversiteit
De-familiarisering = bevragen van de dingen zoals ze zijn en ze niet beschouwen als normaal
(Baumann).
Stads- en onderwijs sociologisch en sociaalpedagogisch; opgroeien en opvoeden in een
grootstedelijke, superdiverse samenleving.
Socialisatie = opgroeien en opnemen van samenleving. Inwijding in de sociale codes van
jouw omgeving.
Superdiversiteit is geen ideologisch of normatief concept, maar een beschrijving van een
sociologisch-demografische transitie.
Er is een groeiende diversiteit binnen de diversiteit, en een wisselwerking tussen verschillende
identiteitsdimensies.
Kenmerken superdiversiteit in steden:
1. Er ontstaan majority-minority cities. -> wanneer <50% een minderheid is. Dus
wanneer geen enkele groep de meerderheid is.
2. Groeiende culturele verschillen.
3. De groeiende diversiteit binnen diversiteit (Vertovec, 2007).
Vb. gemengde huwelijken, groeiende sociaaleconomische, electorale, culinaire
groepen.
Culturele diversiteit zie je overal terug, superdiversiteit is maar in 10-15 steden te vinden en
gaat samen met het demografische kantelpunt, waar meer dan de helft een minderheid is.
Sociale codes = geschreven en ongeschreven regel van een groep over de impliciete en
expliciete. Deze zijn hyper inclusief voor leden van een groep, en super exclusief voor
mensen die buiten deze groep moeten blijven. Hoe hechter een groep is, hoe duidelijker de
sociale codes zijn -> sociale cohesie.
Code-switchen = verschillend gebruik van verschillende sociale codes. Kinderen komen
vanuit parental codes terecht in school codes en herkennen dat zij gaan switchen in de codes
die zij in bepaalde situaties moeten gebruiken. Een derde is peer group codes. Elke sociale
groep heeft verwachtingen van je, zowel impliciet als expliciet, welke je gedrag sturen.
In een wereld die mono cultureel is dat de sociale codes van de parental, peer group en school
codes veel overeenkomsten hebben. In de superdiverse stedelijke omgeving waar iedereen uit
zulke diverse omgevingen komt, wordt er door jongeren naar een ‘wij’ gezocht en ontstaan er
nieuwe identiteiten. De verschillende sociale codes hebben veel minder overeenkomsten.
Code-switchen kan gepaard gaan met sociale pijn.
+ literatuur
- Eerste golf, arbeidsmigranten: Laagopgeleide arbeidsmigranten uit Zuid-Europa,
Turkije en de Maghreb. Zij vulden de tekorten op de arbeidsmarkt op door de
economische groei na de oorlog. Eindigde met de recessie in 1973.
- Tweede golf, gezinsmigratie: Gezinshereniging en gezinshervorming.
- Derde golf, postindustriële migratie: Asielzoekers, hoogopgeleide arbeidsmigranten
en irreguliere migranten. In Nederland waren het vooral de asielzoekers die het beeld
van de migranten ging bepalen.
,Ook de vruchtbaarheidscijfers zorgden voor een toenemende diversiteit naar herkomst
en migratie werd een belangrijke component van de bevolkingsdynamiek. ->
migratiepopulaties zijn vaak vruchtbaarder en zorgden dus ook voor hoger kindertal en
een healthy migrant-effect. Ook leiden de jongere leeftijden van de migranten tot een
lager sterftecijfer.
, 18/11/2024 – identiteit
Wie ben ik, wat ben ik, hoe ben ik?
Defenitie sociale identiteit: ‘that part of an individual’s self-concept, which derives from his
knowledge of their membership in a social group together with the value or emotional
significance attached to that membership.’
Process van sociale identificatie;
1. Sociale categorisatie; indelen van mensen in groepen.
2. Sociale identificatie; identificatie van ‘zelf’ als groepslid.
3. Sociale vergelijking; positieve distinctiveness.
4. Sociale identiteit; zelfwaardering.
è Sociale identiteit zorgt voor sociale erkenning en waardering, verbondenheid en
duidelijkheid/ordening.
Omgaan met negatieve sociale identiteit gebeurt door erkennen van stabiliteit, legitimiteit en
doorlaatbaarheid (vb. voetbalclub met slechte uitkomsten). Reacties op negatieve identiteit
zijn individuele mobiliteit (overstappen), creativiteit (wel goed in de 3e helft), competitie
(rellen) en terugtrekken.
Acculturatie: wanneer groepen individuen uit verschillende culturen langdurig met elkaar in
contact komen waardoor originele culturele patronen van een van de twee of van beide
groepen veranderen. Uitwisseling van ontvangende cultuur en cultuur van herkomst.
Hoe ziet bi-culturele of geïntegreerde identiteit eruit?
- Synthese of hybride identiteit: ‘nieuwe’ identiteit (Turkse Nederlander X Turks en
Nederlands).
- Alternerende identiteit of frame switching: wisselen tussen afzonderlijke culturele
schema’s (verschil op werk en thuis)
Belang van deelidentiteiten hangt af van persoonlijke eigenschappen, verschil
minderheid/meerderheid en context.