Anatomie tractus respiratorius
Ademhalingsstelsel.
Structuren/ weg die lucht af legt, begint met bovenste
luchtwegen:
1. Cavitas nasi (neusholte) of
Cavitas ori (mondholte).
2. Pharynx (keelholte).
3. Larynx (strottenhoofd).
Vervolgens door onderste luchtwegen:
4. Trachea (luchtpijp), vertakt zich in:
5. Twee bronchi: linker en rechter hoofdbronchus.
6. Kleinere bronchi (vertakking voorgaande).
7. Bronchioli (vertakking voorgaande).
8. Alveoli.
Cavitas nasi
Linker en rechter cavitas nasi, hiertussen neustussenschot = septum nasi.
Neusholte in verbinding met neusbijholte = met lucht gevulde botten, die gewicht van schedel
verminderen.
4 neusbijholten:
• Sinus maxillares.
• Sinus frontales.
• Sinus spehoïdales.
• Sinus ethmoïdales.
Neusbijholten -> bekleed met vaatrijk cilinderepitheel
(slijmvlies).
,Cavitas ori
Onder neusholte, voor keelholte.
Grenzen mondholte:
• Palatum durum (harde gehemelte).
• Palatum molle (zachte gehemelte).
• Lingua (tong).
• Spieren mondbodem.
• Uvula (huig).
Farynx
Achter mond- en neusholte.
3 onderdelen:
• Nasofarynx: nasale deel, achter neusholte.
• Orofarynx: orale deel, achter mondholte.
• Laryngofarynx: laryngeale deel, onder orofarynx, achter larynx.
-> Gaat over in oesophagus.
Larynx
Op plek van pijl in bovenstaande afbeelding.
Verbindt farynx met trachea.
Ligt ventraal t.o.v. oesophagus.
Bestaat uit:
• Os hyoïdeum (tongbeen).
• Kraakbeenelementen (cartilago).
o Cartilago cricoidea.
o Cartilago thyroidea, deel dat naar voren staat =
adamsappel.
• Elastische ligamenten.
o Verbinden kraakbeenelementen met elkaar, met trachea en tongbeen.
• Membranen.
• Strottenhoofdspieren.
, Bronchusboom
1. Trachea (0) ->
2. Hoofd bronchi (1) ->
3. Bronchi (2-4) ->
4. Bronchioli (5-16) ->
5. Bronchioli respiratorii (17-19) ->
6. Ductuli alveoli (20-22) ->
7. Alveoli (23).
Hier = uitwisseling.
Trachea
• Loopt tot 5e rugwervel.
• Wand -> verschillende weefsellagen.
-> Opengehouden door c-vormige kraakbeenringen.
• Tussen kraakbeen -> zachte weefselbanden.
• Binnenbekleding:
o Cilinderepitheel met trilharen,
o En slijmbekercellen.
• Glad spierweefsel.
• Stembanden vast aan de arytenoiden.
Longen
Rechts: 3 kwabben/lobi.
Links: 2 kwabben/lobi.
• Iedere lobus: eigen arteriën, venen, bronchi en lymfevaten.
• Geen kraakbeen op niveau bronchioli, vervangen door glad spierweefsel.
• Trilhaarepitheel (cilinderepitheel) vervangen door niet-trillend epitheel
(plaveiselepitheel) en slijmbekercellen verdwijnen.
Extrinsieke spieren -> slikbeweging.
Intrinsieke spieren -> beweging stembanden (stemvorming en ademhaling).