Aantekeningen hoorcolleges P7
Bestuur interactief
Beleid actief
Ongestructureerd probleem = ze weten niet wat het probleem is en hoe ze het moeten
aanpakken.
Modellen: barrièremodel & kloofmodel.
Kloofmodel gaat als volgt:
Ist beleidsmaatregelen soll.
Beleidskunde (wat) = alles at bedacht wordt en beredeneert wordt om tot oplossingen voor
maatschappelijke problemen te komen op basis van onderzoek en argumentatie.
Bestuurskunde (hoe) = een vak dat zich bezighoudt met de wijze waarop het openbaar
bestuur/instellingsbestuur functioneert, zowel intern als extern.
Bestuurskunde is sterk verbonden met politiek.
Rechts = conservatief = behoudend.
Links = profgressief = veranderlijk.
Sociaal/maatschappelijk ondernemerschap commercialisering van de sociale sector.
Beleid = oplossing van een maatschappelijk probleem.
Er zit een juridisch aspect aan beleid.
De maatschappelijke context veranderd, mensen gaan zich anders gedragen. Op dat
moment moet het beleid ook aanpassen.
Beleid is door de politiek officieel bekrachtigd (een bestuursorgaan heeft het beleid
goedgekeurd) plan voor het oplossen van een probleem.
Lik op stuk beleid = bij een fout wordt je niet gewaarschuwd maar gelijk gestraft.
Bestuur = management = doen.
Regering = kabinet = ministerraad.
Gedeputeerde staten = bestuur.
Provinciale staten.
Inwoner van een provincie.
Gemeente gaat over alles wat er gebeurt in de sociale sector.
De provincie gaat over ordening.
De overheid regelt het onderwijs.
, De 1e kamer wordt gekozen door provinciale staten.
Je kan niet gekozen worden als je geen lid bent van een politieke partij.
De baas van de gemeente is de gemeenteraad, dus niet de burgemeester!
Binnen het kader van beleid zijn er vier werkelijkheden:
1. Fysiek (gebouwen, wegen, bruggen en parken)
2. Sociaal (mensen)
3. Economisch (werkgelegenheid)
4. Cultureel (kunst, theater en film)
De eerste vorm van stadsvoorziening is de fysieke aanpak slechte huizen gaan weg en er
worden nieuwe huizen gebouwd.
Voorbeeld: na WO2 moest NL opnieuw opbouwen. Er moesten producten gemaakt worden
die niet duur zijn. ze zorgden ervoor dat de arbeiders dicht bij de fabriek woonden. Zo
hadden ze genoeg energie om te werken. Daarnaast wilden ze dat de arbeiders hun eigen
eten gingen verbouwen.
Lokaal sociaal beleid; gemeente heeft de regierol.
AWBZ = Algemene wet bijzondere ziektekosten.
Openbare ruimte = sociale sector & fysieke ruimte.
Openbaar bestuur = sturen van de fysieke openbare ruimte & sociale sector.
Voorbeeld van openbaar bestuur: gemeente & rijk.
Verschil tussen openbaar- en privébestuur; openbaar bestuur wordt gekozen, (meestal om
de vier jaar) privébeleid niet.
Transities = veranderingen.
Jeugdzorg van landelijk naar gemeentelijk.
Verandering van het WMO = gemeente staat dichter bij de mensen + deze kan het beste
maatwerk leveren.
AWBZ-transities
AWBZ is er voor langdurig zieken;
Functies begeleiding & persoonlijke verzorging.
Beleidsadvies = advies aan het bestuur/wethouder. Advies is hier hetzelfde als oplossing.
Een beleidsadvies heeft een inhoudelijke & bestuurlijke kant.
Beleidsarena = mensen die bij elkaar komen waar oplossingen worden besproken.
Een formele beleidsarena is bijvoorbeeld de tweede kamer. Een informele beleidsarena is op
een openbare plek.
Beleidsactoren = alle personen/instellingen die betrokken zijn bij de toestandkoming van het
beleid.
(TOETSVRAAG) Krachtenveldanalyse maakt de belangen en krachten inzichtelijk van de
individuele actoren binnen een netwerk. Evenals de dynamiek in een netwerk.
Bestuur interactief
Beleid actief
Ongestructureerd probleem = ze weten niet wat het probleem is en hoe ze het moeten
aanpakken.
Modellen: barrièremodel & kloofmodel.
Kloofmodel gaat als volgt:
Ist beleidsmaatregelen soll.
Beleidskunde (wat) = alles at bedacht wordt en beredeneert wordt om tot oplossingen voor
maatschappelijke problemen te komen op basis van onderzoek en argumentatie.
Bestuurskunde (hoe) = een vak dat zich bezighoudt met de wijze waarop het openbaar
bestuur/instellingsbestuur functioneert, zowel intern als extern.
Bestuurskunde is sterk verbonden met politiek.
Rechts = conservatief = behoudend.
Links = profgressief = veranderlijk.
Sociaal/maatschappelijk ondernemerschap commercialisering van de sociale sector.
Beleid = oplossing van een maatschappelijk probleem.
Er zit een juridisch aspect aan beleid.
De maatschappelijke context veranderd, mensen gaan zich anders gedragen. Op dat
moment moet het beleid ook aanpassen.
Beleid is door de politiek officieel bekrachtigd (een bestuursorgaan heeft het beleid
goedgekeurd) plan voor het oplossen van een probleem.
Lik op stuk beleid = bij een fout wordt je niet gewaarschuwd maar gelijk gestraft.
Bestuur = management = doen.
Regering = kabinet = ministerraad.
Gedeputeerde staten = bestuur.
Provinciale staten.
Inwoner van een provincie.
Gemeente gaat over alles wat er gebeurt in de sociale sector.
De provincie gaat over ordening.
De overheid regelt het onderwijs.
, De 1e kamer wordt gekozen door provinciale staten.
Je kan niet gekozen worden als je geen lid bent van een politieke partij.
De baas van de gemeente is de gemeenteraad, dus niet de burgemeester!
Binnen het kader van beleid zijn er vier werkelijkheden:
1. Fysiek (gebouwen, wegen, bruggen en parken)
2. Sociaal (mensen)
3. Economisch (werkgelegenheid)
4. Cultureel (kunst, theater en film)
De eerste vorm van stadsvoorziening is de fysieke aanpak slechte huizen gaan weg en er
worden nieuwe huizen gebouwd.
Voorbeeld: na WO2 moest NL opnieuw opbouwen. Er moesten producten gemaakt worden
die niet duur zijn. ze zorgden ervoor dat de arbeiders dicht bij de fabriek woonden. Zo
hadden ze genoeg energie om te werken. Daarnaast wilden ze dat de arbeiders hun eigen
eten gingen verbouwen.
Lokaal sociaal beleid; gemeente heeft de regierol.
AWBZ = Algemene wet bijzondere ziektekosten.
Openbare ruimte = sociale sector & fysieke ruimte.
Openbaar bestuur = sturen van de fysieke openbare ruimte & sociale sector.
Voorbeeld van openbaar bestuur: gemeente & rijk.
Verschil tussen openbaar- en privébestuur; openbaar bestuur wordt gekozen, (meestal om
de vier jaar) privébeleid niet.
Transities = veranderingen.
Jeugdzorg van landelijk naar gemeentelijk.
Verandering van het WMO = gemeente staat dichter bij de mensen + deze kan het beste
maatwerk leveren.
AWBZ-transities
AWBZ is er voor langdurig zieken;
Functies begeleiding & persoonlijke verzorging.
Beleidsadvies = advies aan het bestuur/wethouder. Advies is hier hetzelfde als oplossing.
Een beleidsadvies heeft een inhoudelijke & bestuurlijke kant.
Beleidsarena = mensen die bij elkaar komen waar oplossingen worden besproken.
Een formele beleidsarena is bijvoorbeeld de tweede kamer. Een informele beleidsarena is op
een openbare plek.
Beleidsactoren = alle personen/instellingen die betrokken zijn bij de toestandkoming van het
beleid.
(TOETSVRAAG) Krachtenveldanalyse maakt de belangen en krachten inzichtelijk van de
individuele actoren binnen een netwerk. Evenals de dynamiek in een netwerk.