Hoofdstuk 1
Abnormaal gedrag
Van abnormaal gedrag is sprake wanneer de handelingen van iemand significant afwijken van de
normale standaard van gedrag. Bij het onderzoek naar psychopathologie gaat het om abnormale
gedragingen die schadelijk zijn voor het individu.
De APA definieert een stoornis als een klinisch significant patroon bij een individu (psychologisch en
op gedragsniveau). Dit patroon zorgt voor frustratie, verstoringen, een verhoogde kans op sterven en
op pijn. Psychopathologie interfereert met adaptatie aan de omgeving en belemmert het individu bij
het volbrengen van ontwikkelingstaken. Een stoornis kan gezien worden als een intern probleem of als
iemands reactie op omstandigheden.
Ontwikkelingsstandaarden
Leeftijd kan worden beschouwd als index voor het ontwikkelingsniveau en is belangrijk bij het
beoordelen van gedrag. Beoordelingen van gedrag hangen af van ontwikkelingsstandaarden. Deze
zeggen iets over de groei van motorische vaardigheden, taal, cognitie en sociaal-emotioneel gedrag.
Deze normen dienen als maatstaf bij het kijken naar de (abnormale) ontwikkeling van een kind.
Er zijn verschillende indicatoren van abnormaal gedrag op het vlak van ontwikkelingsstandaarden:
- Ontwikkelingsachterstand
- Achteruitgang in de ontwikkeling
Bijv. een kind die op 7 jarige leeftijd opeens weer
in bed plast
- Extreem lage of hoge frequentie van gedrag
- Extreem lage of hoge intensiteit van gedrag
- Voortdurende gedragsproblemen
- Gedrag dat ongepast is voor de situatie
- Abrupte gedragsveranderingen
- Probleemgedragingen
- Kwalitatief afwijkend gedrag
Bijv. geen oogcontact
Cultuur en etniciteit
Cultuur wanneer groepen mensen op een bepaalde manier georganiseerd zijn, in een specifieke
omgeving wonen en specifieke overtuigingen, normen, waarden en gebruiken delen.
Culturele normen beïnvloeden de verwachtingen, beoordelingen en ideeën met betrekking tot het
gedrag van jongeren. Wat heel normaal is in de ene cultuur, kan zeer afwijkend zijn in de andere
cultuur. Hierdoor kunnen stoornissen cultuurspecifiek zijn, of de criteria wat verschillen.
Etniciteit gaat over gedeelde waarden, overtuigingen en gebruiken in een gebied. Ras is daarentegen
gebaseerd op lichamelijke kenmerken. Op basis van ras kunnen er ook gedeelde gebruiken en waarden
bestaan. Binnen een heterogene samenleving kunnen etnische of raciale groepen psychopathologie op
een andere manier uiten en hier andere ideeën over hebben dan in de dominante culturele groep.
Andere standaarden die gedragsbeoordelingen kunnen beïnvloeden zijn bijvoorbeeld sekse of situatie.
Ontwikkelingsniveau en psychologische stoornis
Er bestaat een verband tussen specifieke problemen en de leeftijd waarop ze meestal ontstaan
, - Tussen geboorte en leeftijd van 6 jaar
Taalstoornis
ASS
Sommige verstandelijke beperkingen
- Tussen 4 en 12 jaar
ADHD
- 6 jaar tot adolescentie
Normoverschrijdendgedragsstoornis
- 12 tot 18 jaar
Schizofrenie
Drugsmisbruik
Eetstoornissen
Als bekend is op welke leeftijd een specifieke stoornis gebruikelijk ontstaat, kan dit aanwijzingen
geven voor de etiologie ervan. Als eer stoornis bijvoorbeeld al op jonge leeftijd ontstaat, duidt dit op
een genetische en/of prenatale etiologie. Een later beginpunt duidt eerder op omgevingsinvloeden.
Daarnaast biedt deze informatie aanknopingspunten voor beoordelingen van de ernst of uitkomst van
de stoornis: hoe eerder een stoornis ontstaat, hoe ernstiger de problemen vaak zijn.
Sekse en stoornis
Mannen: gevoeliger voor neurologische ontwikkelingsstoornissen die
al vroeg ontstaan, tonen eerder lichamelijke agressie
Vrouwen: gevoeliger voor emotionele problemen in adolescentie,
meer rationele agressie (roddelen).
Het is mogelijk dat de gevonden sekseverschillen wat betreft
stoornissen het gevolg zijn van methodische oorzaken. In het verleden
werden namelijk vooral mannen bestudeerd.
Hoofdstuk 2
Paradigma
Wetenschap is niet geheel objectief. Om fenomenen te bestuderen nemen wetenschappers een
perspectief aan. Als een perspectief door onderzoekers wordt gedeeld, wordt het een paradigma
genoemd. Het is een soort cognitief referentiekader, dat aannames en concepten omvat.
Voordeel: het biedt richtlijnen voor de manier waarop een probleem wordt benaderd, onderzocht en
geïnterpreteerd
Nadeel: onderzoekers kunnen zichzelf beperken in het soort onderzoeksvragen of in de interpretatie
van onderzoeksresultaten.
,Theorie en model
Theorie
- ‘set van principes of voorstellen die fenomenen verklaren en getest kunnen worden’
- Wetenschappelijke theorieën worden ondersteund door bewijs
- Bieden formele aannames, die getest kunnen worden
Model
- Beschrijving of voorstelling van het fenomeen dat bestudeerd wordt
- Interactionele : gaan ervan uit dat meerdere variabelen samen tot een uitkomst leiden
- Transactionele: nemen aan dat de ontwikkeling het gevolg is van voortdurende, wederkerige
transacties tussen het individu en de omgeving
Vallen onder systeemmodellen
ₓ Deze gaan uit van verschillende niveaus van functioneren. De ontwikkeling
zou het resultaat zijn van interacties tussen de verschillende niveaus.
Veranderingen op het ene niveau hebben invloed op het andere niveau
Bio-psycho-sociaal model
- Ontwikkelingspsychopathologie perspectief is een systeemmodel
Een raamwerk voor het begrijpen van verstoord gedrag in relatie tot normale
ontwikkeling
- Biologisch level
Genetische processen
Pre/peri/post-natale schade aan CZS
Temperament
- Psychologisch level
Leerervaringen, executief functioneren en cognitieve processen
Emotieregulatie
- Socio-cultureel level
Familie context
ₓ Hechting
ₓ Ouderrollen, ouderlijke psychopathologie, mishandeling
Peer context
Samenleving context
Risico, kwetsbaarheid, veerkracht en beschermende factoren
- Risicofactoren
Variabelen die de kans verhogen dat een negatieve uitkomst zal plaatsvinden.
Kunnen bijdragen, niet determinerend
- Kwetsbaarheid
Factoren die de waarschijnlijkheid verhogen dat er maladaptief gereageerd wordt op
omstandigheden
Aangeboren en/of verkregen
- Veerkracht
Relatief positieve uitkomst gezien de omstandigheden, wat je niet perse zou
verwachten
Individuele verschillen als reactie op risico
Kan afhankelijk zijn van de situatie
- Beschermende factoren
Factoren die de risicofactoren tegengaan in de situatie
, Mediator vs. Moderator
Een mediator is een variabele die een gevolg op indirecte wijze
veroorzaakt. Het identificeren van mediatoren is cruciaal bij het
begrijpen van causale processen. Verklaart op welke manier 2
variabelen gerelateerd zijn
Een moderator beïnvloedt de richting of sterkte van de relatie
tussen een onafhankelijke variabele en een afhankelijke variabele.
Ook de identificatie hiervan is van belang bij het begrijpen van
causale processen. Beïnvloedt de sterkte en de richting van een relatie.
Directe vs. Indirecte invloeden
Om causale verbanden te bestuderen, moeten niet allen de bijdragende factoren worden
geïdentificeerd, maar moet ook worden bestudeerd hoe causale factoren samenwerken en wat de
onderliggende processen zijn. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen directe en indirecte
oorzaken
Distale vs. Proximale invloeden
Conceptualisering in relatie tot hoe dicht het is bij de persoon zijn ervaring. Distaal is ver, proximaal is
dichtbij.
Er moet onderscheid gemaakt worden tussen noodzakelijke, toereikende en bijdragende oorzaken.
- Noodzakelijk moet aanwezig zijn om een stoornis tot uiting te laten komen
- Toereikend kan (zonder aanwezigheid van andere factoren) verantwoordelijk zijn voor het
ontstaan van een stoornis
- Bijdragend leveren een bijdrage, waardoor de grens bereikt wordt om een probleem te
veroorzaken
Fasen van ontwikkeling adolescentie
De ontwikkelingspsychopathologie gaat ervan uit dat abnormaal gedrag geleidelijk ontstaat. De
ontwikkeling wordt gekenmerkt als voortdurende adaptaties of maladaptaties aan veranderende
omstandigheden. De ontwikkelingstrajecten in de adolescentie zijn:
1. Stabiele adaptatie
a. Weinig blootstelling aan negatieve omstandigheden
b. Adolescent heeft weinig gedragsproblemen en een positief zelfbeeld
2. Stabiele maladaptatie
Abnormaal gedrag
Van abnormaal gedrag is sprake wanneer de handelingen van iemand significant afwijken van de
normale standaard van gedrag. Bij het onderzoek naar psychopathologie gaat het om abnormale
gedragingen die schadelijk zijn voor het individu.
De APA definieert een stoornis als een klinisch significant patroon bij een individu (psychologisch en
op gedragsniveau). Dit patroon zorgt voor frustratie, verstoringen, een verhoogde kans op sterven en
op pijn. Psychopathologie interfereert met adaptatie aan de omgeving en belemmert het individu bij
het volbrengen van ontwikkelingstaken. Een stoornis kan gezien worden als een intern probleem of als
iemands reactie op omstandigheden.
Ontwikkelingsstandaarden
Leeftijd kan worden beschouwd als index voor het ontwikkelingsniveau en is belangrijk bij het
beoordelen van gedrag. Beoordelingen van gedrag hangen af van ontwikkelingsstandaarden. Deze
zeggen iets over de groei van motorische vaardigheden, taal, cognitie en sociaal-emotioneel gedrag.
Deze normen dienen als maatstaf bij het kijken naar de (abnormale) ontwikkeling van een kind.
Er zijn verschillende indicatoren van abnormaal gedrag op het vlak van ontwikkelingsstandaarden:
- Ontwikkelingsachterstand
- Achteruitgang in de ontwikkeling
Bijv. een kind die op 7 jarige leeftijd opeens weer
in bed plast
- Extreem lage of hoge frequentie van gedrag
- Extreem lage of hoge intensiteit van gedrag
- Voortdurende gedragsproblemen
- Gedrag dat ongepast is voor de situatie
- Abrupte gedragsveranderingen
- Probleemgedragingen
- Kwalitatief afwijkend gedrag
Bijv. geen oogcontact
Cultuur en etniciteit
Cultuur wanneer groepen mensen op een bepaalde manier georganiseerd zijn, in een specifieke
omgeving wonen en specifieke overtuigingen, normen, waarden en gebruiken delen.
Culturele normen beïnvloeden de verwachtingen, beoordelingen en ideeën met betrekking tot het
gedrag van jongeren. Wat heel normaal is in de ene cultuur, kan zeer afwijkend zijn in de andere
cultuur. Hierdoor kunnen stoornissen cultuurspecifiek zijn, of de criteria wat verschillen.
Etniciteit gaat over gedeelde waarden, overtuigingen en gebruiken in een gebied. Ras is daarentegen
gebaseerd op lichamelijke kenmerken. Op basis van ras kunnen er ook gedeelde gebruiken en waarden
bestaan. Binnen een heterogene samenleving kunnen etnische of raciale groepen psychopathologie op
een andere manier uiten en hier andere ideeën over hebben dan in de dominante culturele groep.
Andere standaarden die gedragsbeoordelingen kunnen beïnvloeden zijn bijvoorbeeld sekse of situatie.
Ontwikkelingsniveau en psychologische stoornis
Er bestaat een verband tussen specifieke problemen en de leeftijd waarop ze meestal ontstaan
, - Tussen geboorte en leeftijd van 6 jaar
Taalstoornis
ASS
Sommige verstandelijke beperkingen
- Tussen 4 en 12 jaar
ADHD
- 6 jaar tot adolescentie
Normoverschrijdendgedragsstoornis
- 12 tot 18 jaar
Schizofrenie
Drugsmisbruik
Eetstoornissen
Als bekend is op welke leeftijd een specifieke stoornis gebruikelijk ontstaat, kan dit aanwijzingen
geven voor de etiologie ervan. Als eer stoornis bijvoorbeeld al op jonge leeftijd ontstaat, duidt dit op
een genetische en/of prenatale etiologie. Een later beginpunt duidt eerder op omgevingsinvloeden.
Daarnaast biedt deze informatie aanknopingspunten voor beoordelingen van de ernst of uitkomst van
de stoornis: hoe eerder een stoornis ontstaat, hoe ernstiger de problemen vaak zijn.
Sekse en stoornis
Mannen: gevoeliger voor neurologische ontwikkelingsstoornissen die
al vroeg ontstaan, tonen eerder lichamelijke agressie
Vrouwen: gevoeliger voor emotionele problemen in adolescentie,
meer rationele agressie (roddelen).
Het is mogelijk dat de gevonden sekseverschillen wat betreft
stoornissen het gevolg zijn van methodische oorzaken. In het verleden
werden namelijk vooral mannen bestudeerd.
Hoofdstuk 2
Paradigma
Wetenschap is niet geheel objectief. Om fenomenen te bestuderen nemen wetenschappers een
perspectief aan. Als een perspectief door onderzoekers wordt gedeeld, wordt het een paradigma
genoemd. Het is een soort cognitief referentiekader, dat aannames en concepten omvat.
Voordeel: het biedt richtlijnen voor de manier waarop een probleem wordt benaderd, onderzocht en
geïnterpreteerd
Nadeel: onderzoekers kunnen zichzelf beperken in het soort onderzoeksvragen of in de interpretatie
van onderzoeksresultaten.
,Theorie en model
Theorie
- ‘set van principes of voorstellen die fenomenen verklaren en getest kunnen worden’
- Wetenschappelijke theorieën worden ondersteund door bewijs
- Bieden formele aannames, die getest kunnen worden
Model
- Beschrijving of voorstelling van het fenomeen dat bestudeerd wordt
- Interactionele : gaan ervan uit dat meerdere variabelen samen tot een uitkomst leiden
- Transactionele: nemen aan dat de ontwikkeling het gevolg is van voortdurende, wederkerige
transacties tussen het individu en de omgeving
Vallen onder systeemmodellen
ₓ Deze gaan uit van verschillende niveaus van functioneren. De ontwikkeling
zou het resultaat zijn van interacties tussen de verschillende niveaus.
Veranderingen op het ene niveau hebben invloed op het andere niveau
Bio-psycho-sociaal model
- Ontwikkelingspsychopathologie perspectief is een systeemmodel
Een raamwerk voor het begrijpen van verstoord gedrag in relatie tot normale
ontwikkeling
- Biologisch level
Genetische processen
Pre/peri/post-natale schade aan CZS
Temperament
- Psychologisch level
Leerervaringen, executief functioneren en cognitieve processen
Emotieregulatie
- Socio-cultureel level
Familie context
ₓ Hechting
ₓ Ouderrollen, ouderlijke psychopathologie, mishandeling
Peer context
Samenleving context
Risico, kwetsbaarheid, veerkracht en beschermende factoren
- Risicofactoren
Variabelen die de kans verhogen dat een negatieve uitkomst zal plaatsvinden.
Kunnen bijdragen, niet determinerend
- Kwetsbaarheid
Factoren die de waarschijnlijkheid verhogen dat er maladaptief gereageerd wordt op
omstandigheden
Aangeboren en/of verkregen
- Veerkracht
Relatief positieve uitkomst gezien de omstandigheden, wat je niet perse zou
verwachten
Individuele verschillen als reactie op risico
Kan afhankelijk zijn van de situatie
- Beschermende factoren
Factoren die de risicofactoren tegengaan in de situatie
, Mediator vs. Moderator
Een mediator is een variabele die een gevolg op indirecte wijze
veroorzaakt. Het identificeren van mediatoren is cruciaal bij het
begrijpen van causale processen. Verklaart op welke manier 2
variabelen gerelateerd zijn
Een moderator beïnvloedt de richting of sterkte van de relatie
tussen een onafhankelijke variabele en een afhankelijke variabele.
Ook de identificatie hiervan is van belang bij het begrijpen van
causale processen. Beïnvloedt de sterkte en de richting van een relatie.
Directe vs. Indirecte invloeden
Om causale verbanden te bestuderen, moeten niet allen de bijdragende factoren worden
geïdentificeerd, maar moet ook worden bestudeerd hoe causale factoren samenwerken en wat de
onderliggende processen zijn. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen directe en indirecte
oorzaken
Distale vs. Proximale invloeden
Conceptualisering in relatie tot hoe dicht het is bij de persoon zijn ervaring. Distaal is ver, proximaal is
dichtbij.
Er moet onderscheid gemaakt worden tussen noodzakelijke, toereikende en bijdragende oorzaken.
- Noodzakelijk moet aanwezig zijn om een stoornis tot uiting te laten komen
- Toereikend kan (zonder aanwezigheid van andere factoren) verantwoordelijk zijn voor het
ontstaan van een stoornis
- Bijdragend leveren een bijdrage, waardoor de grens bereikt wordt om een probleem te
veroorzaken
Fasen van ontwikkeling adolescentie
De ontwikkelingspsychopathologie gaat ervan uit dat abnormaal gedrag geleidelijk ontstaat. De
ontwikkeling wordt gekenmerkt als voortdurende adaptaties of maladaptaties aan veranderende
omstandigheden. De ontwikkelingstrajecten in de adolescentie zijn:
1. Stabiele adaptatie
a. Weinig blootstelling aan negatieve omstandigheden
b. Adolescent heeft weinig gedragsproblemen en een positief zelfbeeld
2. Stabiele maladaptatie