Hoofdstuk 1 – Wat is het probleem?
Het is lastig om echt een definitie te geven aan bewustzijn (consciousness). Maar er wordt jouw
ervaring mee bedoelt. Je weet bijvoorbeeld nooit of jij geel op dezelfde manier ziet als een ander. Je
kan het proberen uit te leggen met woorden, maar dat is nooit voldoende.
Dit zorgt ervoor dat we op twee manieren over de wereld denken:
1. Jouw eigen, blijkbaar privé en intieme ervaring van een object
2. Het ‘echte’ object in de wereld
Bewustzijn in filosofie
De oplossingen van filosofen kunnen verdeeld worden in monistische en dualistische theorieën.
Monistisch is dat er maar één soort stuff in de wereld is. Dualistisch is dat er twee soorten stuff zijn.
- Dualisme – René Descartes
Volgens hem bestond de wereld uit twee soorten stuff:
ₓ Uitgebreide stuff waarvan het lichaam gemaakt is
ₓ Onuitgebreide stuff waarvan minds gemaakt zijn
I think, therefore I am
Vorm van “substance dualisme”
Bovenstaande wordt niet door iedereen ondersteund. Vanuit de ordinary-language filosofie wordt
gedacht dat veel problemen ontstaan doordat de taal om mentale processen te beschrijven niet helder is
of verkeerd gebruikt wordt. Dit wordt vooral ondersteund door Ryle. Hij probeerde behaviorisme en
dualisme tot elkaar te brengen. Hij ondersteunt het idee dat de geest of het verstand is wat de hersenen
doen. Er is minder onderbouwing voor bewustzijn. Er blijkt wel veel overlap te zijn tussen hoe mensen
denken over bewustzijn, verstand en het zelf.
In 1977 hebben Popper en Eccles de dualistische interactie theorie voorgesteld. Zij dachten dat de
processen in de hersenen beïnvloed konden worden door het gevoel van het zelf. Dit zou ook leiden tot
vrije wil en subjectieve ervaring. Dit werd ook ondersteund door Chalmers in 2007. Hij gelooft dat
ervaring ontstaat door fysieke processen zonder dat de fysieke wereld daarbij een grote rol speelt.
Hierbij gaat het om het verkrijgen van fysieke en onvoorstelbare informatie.
Dennett hangt dezelfde ideeën aan als Ryle, waarbij hij stelt dat je dualisme niet zou moeten
accepteren. Toch is het moeilijk om dit te vermijden. Hij zag bewustzijn als een theater. Dit noemde
hij het Cartesian Theatre. Zodra je zegt dat iets in je bewustzijn aanwezig is dan is het alsof je het
publiek bent van je eigen show.
Een andere benadering is de materialistische benadering. Hierbij wordt gedacht dat de interactie tussen
alle factoren al vaststaat en dat bewustzijn hier geen rol meer in kan spelen. Hierbij hoort identiteit
(mentale status is gelijk aan de status van de hersenen) en functionalisme (mentale status is gelijk aan
de functionele status). Er is binnen deze theorie geen ruimte voor een subjectieve benadering.
Daarnaast is er nog het idee van epiphenomenalism. Dit is het idee dat de mentale status ontstaat door
gebeurtenissen, maar mentale status heeft geen effect op gebeurtenissen. Dit lijkt niet zo te zijn, omdat
dit zou betekenen dat we nooit over een gebeurtenis kunnen praten.
Met de extreme theorieën is het moeilijk om niet terug te vallen op dualisme. Een manier om dit te
doen is door te geloven in panpsychism. Hierbij wordt gedacht dat mentale operaties op een bepaalde
manier bewust zijn. De extreme versie gelooft daarnaast ook dat alle elementen bewust zijn zoals
wolken en rivieren. Dat zou betekenen dat een steen een bepaald niveau van bewustzijn heeft.
,Bewustzijn in de psychologie
Psychologie verschilt van filosofie dat het gebaseerd is op empirische data.
Verschillende personen / benaderingen:
- James – 1842-1910
Zag psychologie als de wetenschap die de verschillende operaties van de hersenen
verklaart
Gaat vooral om gevoelens, maar ook om bewustzijn
Hij onderzocht het domein psychofysica, waarbij waarnemingen en fysieke stimuli
gecombineerd worden
- Helmholtz – rond zelfde periode
Deed onderzoek naar de snelheid van signalen vanuit de hersenen naar de zenuwen
ₓ Dacht hiermee bewustzijn te hebben gemeten, maar da was nie
Hij mat dus vooral bovenliggende processen leidde tot fenomenologie
ₓ Hierbij gaat het om de subjectieve ervaring
ₓ Er wordt uitgegaan van het idee dat bewustzijn gaat over een object of
gebeurtenis
ₓ Het object gaat verder niet over iets, de subjectieve ervaring is van belang
waardoor bewustzijn ontstaat
- Wundt
Maakt gebruik van introspectie
ₓ Hoe voelt iemand zich vanbinnen?
Er zouden sensorische kenmerken en affectieve kenmerken zijn
Een combinatie van de kenmerken kon leiden tot bewustzijn
Probleem: bij de experimenten moest je kunnen rapporteren wat je had gedaan of
voelde, maar dit zorgt voor een verstoring in de daadwerkelijke gedachten en
gevoelens
- Watson
Grondlegger van behaviorisme
Ging uit van het voorspellen en controleren van gedrag kon betrouwbaar gemeten
worden
Benadering hielp bij onderzoek naar geheugen en leren, minder bij bewustzijn
Uiteindelijk werd bewustzijn wel weer opgenomen binnen de psychologie en het boek van James
speelde hierbij een rol. Hij ging daarbij uit van radicaal empirisme. Hierbij werd ervaring aan
betekenis gekoppeld. Door de introductie van computers werd er meer gekeken naar de connecties.
Een benadering die de feedback tussen de hersenen, het lichaam en de wereld combineert wordt
gebruikt om te verklaren dat de hersenen constant proberen om sensorische input te combineren met
eigen verwachtingen. Door Vygotsky werd juist gesteld dat het veel meer afhankelijk is van sociale
interactie. Er is tegenwoordig nog steeds veel onduidelijk.
,De mysterieuze kloof
Een verandering in het bewustzijn vindt nooit plaats zonder een verandering in de hersenen en dat
vindt nooit plaats zonder een verandering in bewustzijn. Volgens Chalmers was het probleem dat
bewustzijn samenhangt met ervaring. Over ervaring is wetenschappelijk gezien nog weinig bekend.
Daardoor is het moeilijk om bewustzijn te begrijpen vanuit een wetenschappelijke basis.
Bewustzijn in context
Veel van wat er in ons zenuwstelsel gebeurt is onbewust. En onze bewuste ervaringen hangen af van
onbewuste processen. Deze interactie werd ook beschreven in de psychodynamische theorie van
Freud. Hierbij zouden de onbewuste factoren, id, ego, en superego, uiteindelijk terugkomen in meer
bewuste situaties zoals dromen. Echter, het onderzoek van Freud bleek niet altijd betrouwbaar en
daarom wordt deze theorie niet meer als uitleg van bewustzijn gezien.
Het is moeilijk om bewustzijn en onderbewustzijn te onderscheiden.
Hoofdstuk 2 – Hoe is het om …?
Bewustzijn is subjectief, in andere woorden: ‘what it is like to be …’. Maar het ding is; je kan eigenlijk
niet weten hoe het bijvoorbeeld is om een vleermuis te zijn. Je kan een poging doen om het voor te
stellen, maar je zult nooit écht weten hoe het is.
Hieruit ontstond fenomenale bewustzijn. Hierbij gaat het om ervaring en het gevoel hebben over hoe
het is om die ervaring te hebben. Dit is anders dan access bewustzijn, wat availability for use in
reasoning and rationally guiding speech and action inhoudt. Een subcategorie hierin is reflectieve
bewustzijn, wat hogere reflectie over het bewustzijn is (denken over het denken)
Subjectiviteit en Qualia
Qualia zijn individuele gevallen van bewuste ervaring. Die individuele ervaringen kunnen natuurlijk
verschillen. Voorbeelden van een quale:
- Geur van koffie
Je weet hoe koffie ruikt, maar je kunt het niet anders beschrijven dan ‘hoe koffie
ruikt’
- Gevoel van wind tegen je wangen
Er zijn veel verschillende versies van qualia waar mensen in kunnen geloven. Het is namelijk
onduidelijk wat er precies met de term bedoeld wordt en hoe het met elkaar in verhouding staat. Het
zou bijvoorbeeld ook kunnen gaan om de eigenschappen van ervaringen in plaats van over de
ervaringen op zichzelf. Dit is niet te meten, waardoor het moeilijk is om hier onderzoek naar te doen.
The philosopher’s zombie
De meest gebruikte vorm van de filosofes zombie wordt gedefinieerd door 2 uitspraken:
1. De zombie is fysiek en gedragsmatig niet te onderscheiden van een bewust mens
2. Er is niets wat het is om een zombie te zijn. De zombie is dus niet bewust.
De meeste mensen kunnen zich wel zombies voorstellen, maar kunnen ze echt bestaan?
- Ja dan geloof je dat bewustzijn geen effecten of consequenties heeft. Het is een onnodige
extra en we kunnen gewoon zijn zoals we zijn en alles doen zonder bewustzijn
, - Nee dan kunnen we niet zijn zoals we zijn en alles doen zonder bewustzijn. Ieder wezen
zoals wij zou dan dus een bewustzijn moeten hebben
Reacties op moeilijke problemen
1. Het probleem is onoplosbaar
a. We hebben geen idee wat een mogelijke verklaring zou kunnen zijn
b. McGinn stelt dat we niet is staat zijn om bewustzijn te begrijpen
c. Aanhangers geloven dat we het antwoord nooit zullen weten
2. Proberen op te lossen
a. Het zou helpen om het probleem op te delen in kleinere delen
i. Bijv. de vraag hoe hersenen qualia kunnen opwekken
b. Er moet worden gekeken naar fysieke en ervaringsgerichte factoren
c. Aanhangers zijn het eens dat er nieuwe kennis moet komen om het op te lossen
3. Probeer eerst de makkelijke problemen op te lossen
a. Opdelen in makkelijkere problemen kan je uiteindelijk helpen om het moeilijke
probleem op te lossen
b. Er kan ook gekeken worden naar de neurale factoren die correleren met bewustzijn
4. Identificeer moeilijkere problemen
a. Wanneer er neurale correlaties gevonden worden betekent dit niet dat het bewustzijn
wordt gevonden
b. Er is ook hersenactiviteit wat niets te maken heeft met het bewustzijn
c. Chalmer heeft het probleem opgesplitst in:
i. Hard existence probleem – hierbij wordt gekeken naar hoe en waarom we
bewustzijn hebben
ii. Hard character probleem – hierbij wordt gekeken naar de reden voor
specifieke hersenactiviteit
5. Er is geen moeilijk probleem
a. We moeten eerst de makkelijke problemen oplossen andere interpretatie van het
moeilijke probleem
b. We moeten niet vergeten dat fysieke activiteit gelijk staat aan ervaring en dat we ons
dus niet te veel moeten richten op wat we uit kunnen drukken met taal. Geveoelens
komen bijvoorbeeld ook vanuit de hersenen
c. Om het probleem op te lossen moet onderzocht worden waarom de materialistische
benadering onjuist zijn
i. We moeten hierbij niet vergeten dat er meerdere aspecten van de hersenen
zijn die we nog niet begrijpen.
d. We moeten er vooral achter komen waarom wij denken dat bepaalde dingen zo zijn
illusionisme
Hoofdstuk 3 – De grote illusie
Blindheid voor verandering
Onder normale omstandigheden pakken bewegingsdetectoren snel veranderingen op en richten de
aandacht daar direct op. Maar als je aandacht ergens anders op gefocust is, wordt dit mechanisme
belemmerd. Een saccade zorgt voor een soort blur van de activiteit wat uit die mechanismen komt,
waarne alleen geheugen achterblijft om veranderingen op te merken. De implicatie is dat trans-
saccadisch geheugen erg slecht is, bij iedere saccade wordt veel van wat we zien ‘weggegooid’.
Een van de meest simpele methoden om blindheid voor verandering te demonstreren is met de flikker
methode. Hier laten ze een ‘originele’ afbeelding afwisselen met een aangepaste afbeelding, met
Het is lastig om echt een definitie te geven aan bewustzijn (consciousness). Maar er wordt jouw
ervaring mee bedoelt. Je weet bijvoorbeeld nooit of jij geel op dezelfde manier ziet als een ander. Je
kan het proberen uit te leggen met woorden, maar dat is nooit voldoende.
Dit zorgt ervoor dat we op twee manieren over de wereld denken:
1. Jouw eigen, blijkbaar privé en intieme ervaring van een object
2. Het ‘echte’ object in de wereld
Bewustzijn in filosofie
De oplossingen van filosofen kunnen verdeeld worden in monistische en dualistische theorieën.
Monistisch is dat er maar één soort stuff in de wereld is. Dualistisch is dat er twee soorten stuff zijn.
- Dualisme – René Descartes
Volgens hem bestond de wereld uit twee soorten stuff:
ₓ Uitgebreide stuff waarvan het lichaam gemaakt is
ₓ Onuitgebreide stuff waarvan minds gemaakt zijn
I think, therefore I am
Vorm van “substance dualisme”
Bovenstaande wordt niet door iedereen ondersteund. Vanuit de ordinary-language filosofie wordt
gedacht dat veel problemen ontstaan doordat de taal om mentale processen te beschrijven niet helder is
of verkeerd gebruikt wordt. Dit wordt vooral ondersteund door Ryle. Hij probeerde behaviorisme en
dualisme tot elkaar te brengen. Hij ondersteunt het idee dat de geest of het verstand is wat de hersenen
doen. Er is minder onderbouwing voor bewustzijn. Er blijkt wel veel overlap te zijn tussen hoe mensen
denken over bewustzijn, verstand en het zelf.
In 1977 hebben Popper en Eccles de dualistische interactie theorie voorgesteld. Zij dachten dat de
processen in de hersenen beïnvloed konden worden door het gevoel van het zelf. Dit zou ook leiden tot
vrije wil en subjectieve ervaring. Dit werd ook ondersteund door Chalmers in 2007. Hij gelooft dat
ervaring ontstaat door fysieke processen zonder dat de fysieke wereld daarbij een grote rol speelt.
Hierbij gaat het om het verkrijgen van fysieke en onvoorstelbare informatie.
Dennett hangt dezelfde ideeën aan als Ryle, waarbij hij stelt dat je dualisme niet zou moeten
accepteren. Toch is het moeilijk om dit te vermijden. Hij zag bewustzijn als een theater. Dit noemde
hij het Cartesian Theatre. Zodra je zegt dat iets in je bewustzijn aanwezig is dan is het alsof je het
publiek bent van je eigen show.
Een andere benadering is de materialistische benadering. Hierbij wordt gedacht dat de interactie tussen
alle factoren al vaststaat en dat bewustzijn hier geen rol meer in kan spelen. Hierbij hoort identiteit
(mentale status is gelijk aan de status van de hersenen) en functionalisme (mentale status is gelijk aan
de functionele status). Er is binnen deze theorie geen ruimte voor een subjectieve benadering.
Daarnaast is er nog het idee van epiphenomenalism. Dit is het idee dat de mentale status ontstaat door
gebeurtenissen, maar mentale status heeft geen effect op gebeurtenissen. Dit lijkt niet zo te zijn, omdat
dit zou betekenen dat we nooit over een gebeurtenis kunnen praten.
Met de extreme theorieën is het moeilijk om niet terug te vallen op dualisme. Een manier om dit te
doen is door te geloven in panpsychism. Hierbij wordt gedacht dat mentale operaties op een bepaalde
manier bewust zijn. De extreme versie gelooft daarnaast ook dat alle elementen bewust zijn zoals
wolken en rivieren. Dat zou betekenen dat een steen een bepaald niveau van bewustzijn heeft.
,Bewustzijn in de psychologie
Psychologie verschilt van filosofie dat het gebaseerd is op empirische data.
Verschillende personen / benaderingen:
- James – 1842-1910
Zag psychologie als de wetenschap die de verschillende operaties van de hersenen
verklaart
Gaat vooral om gevoelens, maar ook om bewustzijn
Hij onderzocht het domein psychofysica, waarbij waarnemingen en fysieke stimuli
gecombineerd worden
- Helmholtz – rond zelfde periode
Deed onderzoek naar de snelheid van signalen vanuit de hersenen naar de zenuwen
ₓ Dacht hiermee bewustzijn te hebben gemeten, maar da was nie
Hij mat dus vooral bovenliggende processen leidde tot fenomenologie
ₓ Hierbij gaat het om de subjectieve ervaring
ₓ Er wordt uitgegaan van het idee dat bewustzijn gaat over een object of
gebeurtenis
ₓ Het object gaat verder niet over iets, de subjectieve ervaring is van belang
waardoor bewustzijn ontstaat
- Wundt
Maakt gebruik van introspectie
ₓ Hoe voelt iemand zich vanbinnen?
Er zouden sensorische kenmerken en affectieve kenmerken zijn
Een combinatie van de kenmerken kon leiden tot bewustzijn
Probleem: bij de experimenten moest je kunnen rapporteren wat je had gedaan of
voelde, maar dit zorgt voor een verstoring in de daadwerkelijke gedachten en
gevoelens
- Watson
Grondlegger van behaviorisme
Ging uit van het voorspellen en controleren van gedrag kon betrouwbaar gemeten
worden
Benadering hielp bij onderzoek naar geheugen en leren, minder bij bewustzijn
Uiteindelijk werd bewustzijn wel weer opgenomen binnen de psychologie en het boek van James
speelde hierbij een rol. Hij ging daarbij uit van radicaal empirisme. Hierbij werd ervaring aan
betekenis gekoppeld. Door de introductie van computers werd er meer gekeken naar de connecties.
Een benadering die de feedback tussen de hersenen, het lichaam en de wereld combineert wordt
gebruikt om te verklaren dat de hersenen constant proberen om sensorische input te combineren met
eigen verwachtingen. Door Vygotsky werd juist gesteld dat het veel meer afhankelijk is van sociale
interactie. Er is tegenwoordig nog steeds veel onduidelijk.
,De mysterieuze kloof
Een verandering in het bewustzijn vindt nooit plaats zonder een verandering in de hersenen en dat
vindt nooit plaats zonder een verandering in bewustzijn. Volgens Chalmers was het probleem dat
bewustzijn samenhangt met ervaring. Over ervaring is wetenschappelijk gezien nog weinig bekend.
Daardoor is het moeilijk om bewustzijn te begrijpen vanuit een wetenschappelijke basis.
Bewustzijn in context
Veel van wat er in ons zenuwstelsel gebeurt is onbewust. En onze bewuste ervaringen hangen af van
onbewuste processen. Deze interactie werd ook beschreven in de psychodynamische theorie van
Freud. Hierbij zouden de onbewuste factoren, id, ego, en superego, uiteindelijk terugkomen in meer
bewuste situaties zoals dromen. Echter, het onderzoek van Freud bleek niet altijd betrouwbaar en
daarom wordt deze theorie niet meer als uitleg van bewustzijn gezien.
Het is moeilijk om bewustzijn en onderbewustzijn te onderscheiden.
Hoofdstuk 2 – Hoe is het om …?
Bewustzijn is subjectief, in andere woorden: ‘what it is like to be …’. Maar het ding is; je kan eigenlijk
niet weten hoe het bijvoorbeeld is om een vleermuis te zijn. Je kan een poging doen om het voor te
stellen, maar je zult nooit écht weten hoe het is.
Hieruit ontstond fenomenale bewustzijn. Hierbij gaat het om ervaring en het gevoel hebben over hoe
het is om die ervaring te hebben. Dit is anders dan access bewustzijn, wat availability for use in
reasoning and rationally guiding speech and action inhoudt. Een subcategorie hierin is reflectieve
bewustzijn, wat hogere reflectie over het bewustzijn is (denken over het denken)
Subjectiviteit en Qualia
Qualia zijn individuele gevallen van bewuste ervaring. Die individuele ervaringen kunnen natuurlijk
verschillen. Voorbeelden van een quale:
- Geur van koffie
Je weet hoe koffie ruikt, maar je kunt het niet anders beschrijven dan ‘hoe koffie
ruikt’
- Gevoel van wind tegen je wangen
Er zijn veel verschillende versies van qualia waar mensen in kunnen geloven. Het is namelijk
onduidelijk wat er precies met de term bedoeld wordt en hoe het met elkaar in verhouding staat. Het
zou bijvoorbeeld ook kunnen gaan om de eigenschappen van ervaringen in plaats van over de
ervaringen op zichzelf. Dit is niet te meten, waardoor het moeilijk is om hier onderzoek naar te doen.
The philosopher’s zombie
De meest gebruikte vorm van de filosofes zombie wordt gedefinieerd door 2 uitspraken:
1. De zombie is fysiek en gedragsmatig niet te onderscheiden van een bewust mens
2. Er is niets wat het is om een zombie te zijn. De zombie is dus niet bewust.
De meeste mensen kunnen zich wel zombies voorstellen, maar kunnen ze echt bestaan?
- Ja dan geloof je dat bewustzijn geen effecten of consequenties heeft. Het is een onnodige
extra en we kunnen gewoon zijn zoals we zijn en alles doen zonder bewustzijn
, - Nee dan kunnen we niet zijn zoals we zijn en alles doen zonder bewustzijn. Ieder wezen
zoals wij zou dan dus een bewustzijn moeten hebben
Reacties op moeilijke problemen
1. Het probleem is onoplosbaar
a. We hebben geen idee wat een mogelijke verklaring zou kunnen zijn
b. McGinn stelt dat we niet is staat zijn om bewustzijn te begrijpen
c. Aanhangers geloven dat we het antwoord nooit zullen weten
2. Proberen op te lossen
a. Het zou helpen om het probleem op te delen in kleinere delen
i. Bijv. de vraag hoe hersenen qualia kunnen opwekken
b. Er moet worden gekeken naar fysieke en ervaringsgerichte factoren
c. Aanhangers zijn het eens dat er nieuwe kennis moet komen om het op te lossen
3. Probeer eerst de makkelijke problemen op te lossen
a. Opdelen in makkelijkere problemen kan je uiteindelijk helpen om het moeilijke
probleem op te lossen
b. Er kan ook gekeken worden naar de neurale factoren die correleren met bewustzijn
4. Identificeer moeilijkere problemen
a. Wanneer er neurale correlaties gevonden worden betekent dit niet dat het bewustzijn
wordt gevonden
b. Er is ook hersenactiviteit wat niets te maken heeft met het bewustzijn
c. Chalmer heeft het probleem opgesplitst in:
i. Hard existence probleem – hierbij wordt gekeken naar hoe en waarom we
bewustzijn hebben
ii. Hard character probleem – hierbij wordt gekeken naar de reden voor
specifieke hersenactiviteit
5. Er is geen moeilijk probleem
a. We moeten eerst de makkelijke problemen oplossen andere interpretatie van het
moeilijke probleem
b. We moeten niet vergeten dat fysieke activiteit gelijk staat aan ervaring en dat we ons
dus niet te veel moeten richten op wat we uit kunnen drukken met taal. Geveoelens
komen bijvoorbeeld ook vanuit de hersenen
c. Om het probleem op te lossen moet onderzocht worden waarom de materialistische
benadering onjuist zijn
i. We moeten hierbij niet vergeten dat er meerdere aspecten van de hersenen
zijn die we nog niet begrijpen.
d. We moeten er vooral achter komen waarom wij denken dat bepaalde dingen zo zijn
illusionisme
Hoofdstuk 3 – De grote illusie
Blindheid voor verandering
Onder normale omstandigheden pakken bewegingsdetectoren snel veranderingen op en richten de
aandacht daar direct op. Maar als je aandacht ergens anders op gefocust is, wordt dit mechanisme
belemmerd. Een saccade zorgt voor een soort blur van de activiteit wat uit die mechanismen komt,
waarne alleen geheugen achterblijft om veranderingen op te merken. De implicatie is dat trans-
saccadisch geheugen erg slecht is, bij iedere saccade wordt veel van wat we zien ‘weggegooid’.
Een van de meest simpele methoden om blindheid voor verandering te demonstreren is met de flikker
methode. Hier laten ze een ‘originele’ afbeelding afwisselen met een aangepaste afbeelding, met