H3 – Inclusion and identity
Er zijn eigenlijk 3 processen die bijdragen aan het transformeren van ‘eenlingen’ tot ‘groepsleden’:
1. Inclusie – individuen veranderen van outsiders naar insiders door een groep te joinen
2. Collectivisme – groepsleden beginnen over het goede van de groep als geheel na te denken, in
plaats van wat de groep hen biedt
3. Identiteit – Individuen veranderen hun opvatting van wie ze zijn om zowel de kenmerken van
hun groep als hun eigen individuele kenmerken op te nemen.
Isolatie inclusie
De behoefte om erbij te horen
Mensen hebben een behoefte om ergens bij te horen (need to belong). Dit is het algemene verlangen
om anderen op te zoeken en zich bij hen aan te sluiten, wat een toestand van spanning en gemis
veroorzaakt wanneer het niet wordt vervuld.
De relaties die groepen creëren kunnen dienen als een buffer tegen gevoelens van isolatie en
eenzaamheid. Eenzaamheid is niet hetzelfde als alleen zijn. Het is een psychologische reactie op een
gevoelsmatig tekort aan persoonlijke of sociale relaties. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee
soorten:
1. Emotionele eenzaamheid – wanneer het probleem een tekort aan lange termijn,
betekenisvolle, intieme relaties met een ander persoon is
a. Bijv. bij een scheiding of breakup
b. Kan alleen verminderd worden door intieme, betekenisvolle connecties
2. Sociale eenzaamheid – Wanneer je je afgesneden voelt van je netwerk van vrienden,
kennissen of groepsleden
a. Bijv. bij verhuizingen, buitensluiten door peers of een nieuwe werknemer zijn
b. Kan alleen verminderd worden door stabiele, betrouwbare contacten (in groepen)
Inclusie en exclusie
De need to belong wordt vervuld wanneer een groep iemand accepteert, maar ze zijn pas echt tevreden
als een groep hen ook actief opzoekt. Ostracisme is wat daar eigenlijk tegenover staat: het
buitensluiten van één of meer individuen uit een groep, door het contact met diegene te verminderen
of te verbreken. Het is niet het één of het ander, maar het is meer een continuüm
Vaak hebben mensen een negatieve reactie op ostracisme en exclusie; ze voelen zich gefrustreerd,
angstig of nerveus. Deze reactie is er zelfs wanneer mensen de andere groepsleden niet eens mogen.
Volgens het Temporal need-threat model van Williams zijn er meerdere fasen:
, 1. Reflexive fase – initiële reactie op ostracisme, gekenmerkt door veel negatieve gevoelens die
signaleren dat er iets mis is
2. Reflective fase – een proces van zorgvuldig overwegen en afwegen van verschillende opties
3. Resignation fase – als er geen acceptatie vanuit de groep komt
Sommige mensen “vechten” voor hun plek binnen een groep, terwijl anderen zich terugtrekken om
verdere afwijzing te voorkomen. Dit is de Fight-or-flight respons, een fysieke en psychologische
reactie op stressvolle gebeurtenissen, waarbij het sympathisch zenuwstelsel wordt geactiveerd. De
fight-reactie vindt meer plaats wanneer de exclusie openlijk/duidelijk, ongegrond, en onverwacht is.
Er kan echter ook sprake zijn van een Tend-and-befriend respons, wat een fysieke, psychologische en
interpersoonlijke reactie op stressvolle gebeurtenissen is, gekenmerkt door een toename in nurturing,
besschermende en ondersteunende gedragingen (tending), en het initiëren en versterken van relaties
(befriending).
Inclusie en human nature
De evolutietheorie geeft een verklaring voor het feit dat men graag bij een groep wil horen. Het is
gewoon onderdeel van de menselijke aard. Dit is mogelijk door het door evolueren om te overleven.
Volgens de evolutietheorie zijn de voordelen van groepslidmaatschap zelfs in het DNA ingebed. Ook
al zijn de nadelen van alleen zijn nu minder heftig dan dat het vroeger was, toch blijft het instinct
bestaan. Want degenen die joiner waren, overleefden en gaven hun genen dus door, maar de loners
niet. Met name een specifiek type joiner overleefde: degenen die gevoelig waren voor signalen van
sociale exclusie. Volgens de Sociometer theorie dienen gevoelens van eigenwaarde als zo’n monitor.
Dit is een conceptuele analyse van zelfevaluatieprocessen die een theorie opstelt waarin self-esteem
fungeert als psychologische monitoring van iemands mate van inclusie en exclusie in sociale groepen.
De negatieve reactie die mensen voelen wanneer ze buitengesloten worden, heeft een biologische
basis. Denk bijvoorbeeld aan een verhoogde hartslag en bloeddruk en verlaagde niveaus van
oxytocine. Het is zelfs zo dat er bepaalde hersengebieden (dorsale anterior cingulate cortex en
anterior insula) actief worden bij exclusie, en dit zijn dezelfde gebieden die ook actief zijn bij fysieke
pijn.
Individualisme collectivisme
Creëren van samenwerking
Individualisme – ieder individu is onafhankelijk en uniek en ze moeten kunnen doen en denken wat
ze zelf willen, in plaats van zich naar de groep te schikken
Collectivisme – groepen zijn complexe sets van onderling afhankelijke leden die zich continu moeten
aanpassen aan de reacties en acties van de anderen
Er zijn eigenlijk 4 kernelementen van individualisme-collectivisme:
, Facet Individualisme Collectivisme
Zorg voor het behouden van relaties die Zorg voor het voeden en behouden
persoonlijke voordelen opleveren en van harmonieuze relaties met
weinig kosten met zich meebrengen anderen (communale oriëntatie);
Sociale relaties
(ruiloriëntatie); lidmaatschappen zijn lidmaatschappen zijn familie, stam,
beperkt tot familie en nauwe persoonlijke dorp, organisatie en sociale
vriendschappen verenigingen
Gedrag wordt gestuurd door
Gedrag wordt gestuurd door persoonlijke
groepsnormen en -regels;
Sociale verplichtingen attituden en voorkeuren; context is niet zo
beslissingen worden genomen door
belangrijk als persoonlijke attituden
leiders en de groep
Groepssucces is van groot belang,
Streven naar persoonlijk succes;
samenwerking, groep wordt hoe dan
Sociale motieven voldoening door persoonlijke
ook beschermd; sterk gevoel van
overwinningen
plichten en trots in het groepssucces
Onderling afhankelijke zelf is
Onafhankelijke zelf is gebaseerd op
gebaseerd op relaties op
iemands persoonlijke, idiosyncratische
Sociale ‘zelf’ groepsniveau, rollen en sociale
kenmerken; iedere zelf is autonoom en
identiteiten, in plaats van de
uniek
individuele kwaliteiten
Sociale relaties
- Individualisten
Relaties zijn meer gebaseerd op uitwisselingen
Ze monitoren hun input in de groep, streven naar maximaliseren van persoonlijke
beloningen (via de groep) en als de groep hen teveel kost, zijn ze teleurgesteld
Ze verwachten beloningen in ruil voor hun investering
- Collectivisten
Relaties zijn eerder gemeenschappelijk gebaseerd
Zij zijn meer bezig met wat de groep ontvangt/behaalt
Ze helpen groepsleden meer, zien hun werk als teamwerk en zijn teleurgesteld als
anderen iets terug willen geven bij ieder gegeven hulp
Sociale verplichtingen
De groepscultuur kan verschillen. Dit zijn de verschillende manieren waarop leden van een groep hun
ervaringen representeren, inclusief consensusgeaccepteerde kennis, overtuigingen, rituelen, gebruiken,
regels, taal, normen en praktijken.
- Individualisten
leden worden gestimuleerd om het beste uit zichzelf te halen
De besten worden gewaardeerd
Competitie en onafhankelijkheid wordt aangemoedigd
- Collectivisten
Loyaliteit is het belangrijkst
Beslissingen worden gezamenlijk gemaakt, waarbij elkaars visies worden overwogen
Maar: leden worden daardoor wel geacht om plichten uit te voeren en kunnen minder
makkelijk tegen de groep ingaan
Sociale doelen
- Individualisten
Equity norm – groepsleden moeten uitkomsten krijgen in balans met hun inzet.
, ₓ Meer inzet = groter deel van de uitkomst
ₓ Minder inzet = kleiner deel van de uitkomst
- Collectivisten
Samenwerken met anderen, met een mate van optimisme dat de anderen ook
gemotiveerd zijn voor het gezamenlijke doel
Equality norm – alle groepsleden ontvangen een even groot deel van de uitkomst,
ongeacht hun inzet
Sociale zelf
De zelf is eigenlijk gebaseerd op zowel persoonlijke kwaliteiten als interpersoonlijke kwaliteiten. De
persoonlijke identiteit omvat alle unieke kwaliteiten, kenmerken, overtuigingen, vaardigheden, etc.
die de ene persoon van de ander onderscheidt. De sociale identiteit omvat de kwaliteiten die door
connecties met, en gelijkheid aan, anderen ontstaan.
- Individualisten
Vinden hun eigen, persoonlijke interesses en motivaties belangrijker dan die van de
groep
Wijzen gedragingen toe aan de interne, persoonlijke kenmerken van de groep
- Collectivisten
Benadrukken hun connecties met anderen
Wijzen gedragingen eerder toe aan de sociale omstandigheden
Eigenlijk past niemand precies in het plaatje van individualist of collectivist, het is eerder een
continuüm met twee uitersten. De optimal distinctiveness theorie stelt dat de meeste mensen 3
fundamentele behoeften hebben:
1. De behoefte om door de groep opgenomen te worden
2. De behoefte om verbonden te zijn met vrienden en geliefden
3. De behoefte voor autonomie en differentiatie
Persoonlijke identiteit Sociale identiteit
Sociale identiteitstheorie
De sociale identiteitstheorie is een theoretische analyse van groepsprocessen en relaties binnen een
groep die stelt dat groepen de self-concepts en self-esteem van groepsleden beïnvloeden. Met name
wanneer de individuen zich als groepsleden categoriseren en zich met de groep identificeren.
Twee cognitieve processen: sociale categorisatie en identificatie, zorgen er samen voor dat de
groepslidmaatschap een identiteit wordt
Sociale categorisatie
Met sociale categorisatie worden mensen vrijwel automatisch in groepen ingedeeld, op basis van
leeftijd, ras, nationaliteit en/of andere categorieën. Vervolgens wordt de perceptie beïnvloed door
overtuigingen die zij hebben van de kwaliteiten van de mensen in zo’n groep. Die overtuigingen zijn
stereotypen: typische kenmerken van een groep, die ze onderscheid van andere groepen. Ook jezelf
deel je vaak in in een categorie. Dan ga je vaak de stereotypen die over jouw groep gaan, ook op jezelf
betrekken: self-stereotypering of autostereotypering.
Sociale identificatie
Bij sociale identificatie identificeer je je eigenlijk met de groep. Je accepteert de groep als een
uitbreiding van het zelf en je baseert daarom je zelfdefinitie op de kwaliteiten en kenmerken van de
groep.
Er zijn eigenlijk 3 processen die bijdragen aan het transformeren van ‘eenlingen’ tot ‘groepsleden’:
1. Inclusie – individuen veranderen van outsiders naar insiders door een groep te joinen
2. Collectivisme – groepsleden beginnen over het goede van de groep als geheel na te denken, in
plaats van wat de groep hen biedt
3. Identiteit – Individuen veranderen hun opvatting van wie ze zijn om zowel de kenmerken van
hun groep als hun eigen individuele kenmerken op te nemen.
Isolatie inclusie
De behoefte om erbij te horen
Mensen hebben een behoefte om ergens bij te horen (need to belong). Dit is het algemene verlangen
om anderen op te zoeken en zich bij hen aan te sluiten, wat een toestand van spanning en gemis
veroorzaakt wanneer het niet wordt vervuld.
De relaties die groepen creëren kunnen dienen als een buffer tegen gevoelens van isolatie en
eenzaamheid. Eenzaamheid is niet hetzelfde als alleen zijn. Het is een psychologische reactie op een
gevoelsmatig tekort aan persoonlijke of sociale relaties. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee
soorten:
1. Emotionele eenzaamheid – wanneer het probleem een tekort aan lange termijn,
betekenisvolle, intieme relaties met een ander persoon is
a. Bijv. bij een scheiding of breakup
b. Kan alleen verminderd worden door intieme, betekenisvolle connecties
2. Sociale eenzaamheid – Wanneer je je afgesneden voelt van je netwerk van vrienden,
kennissen of groepsleden
a. Bijv. bij verhuizingen, buitensluiten door peers of een nieuwe werknemer zijn
b. Kan alleen verminderd worden door stabiele, betrouwbare contacten (in groepen)
Inclusie en exclusie
De need to belong wordt vervuld wanneer een groep iemand accepteert, maar ze zijn pas echt tevreden
als een groep hen ook actief opzoekt. Ostracisme is wat daar eigenlijk tegenover staat: het
buitensluiten van één of meer individuen uit een groep, door het contact met diegene te verminderen
of te verbreken. Het is niet het één of het ander, maar het is meer een continuüm
Vaak hebben mensen een negatieve reactie op ostracisme en exclusie; ze voelen zich gefrustreerd,
angstig of nerveus. Deze reactie is er zelfs wanneer mensen de andere groepsleden niet eens mogen.
Volgens het Temporal need-threat model van Williams zijn er meerdere fasen:
, 1. Reflexive fase – initiële reactie op ostracisme, gekenmerkt door veel negatieve gevoelens die
signaleren dat er iets mis is
2. Reflective fase – een proces van zorgvuldig overwegen en afwegen van verschillende opties
3. Resignation fase – als er geen acceptatie vanuit de groep komt
Sommige mensen “vechten” voor hun plek binnen een groep, terwijl anderen zich terugtrekken om
verdere afwijzing te voorkomen. Dit is de Fight-or-flight respons, een fysieke en psychologische
reactie op stressvolle gebeurtenissen, waarbij het sympathisch zenuwstelsel wordt geactiveerd. De
fight-reactie vindt meer plaats wanneer de exclusie openlijk/duidelijk, ongegrond, en onverwacht is.
Er kan echter ook sprake zijn van een Tend-and-befriend respons, wat een fysieke, psychologische en
interpersoonlijke reactie op stressvolle gebeurtenissen is, gekenmerkt door een toename in nurturing,
besschermende en ondersteunende gedragingen (tending), en het initiëren en versterken van relaties
(befriending).
Inclusie en human nature
De evolutietheorie geeft een verklaring voor het feit dat men graag bij een groep wil horen. Het is
gewoon onderdeel van de menselijke aard. Dit is mogelijk door het door evolueren om te overleven.
Volgens de evolutietheorie zijn de voordelen van groepslidmaatschap zelfs in het DNA ingebed. Ook
al zijn de nadelen van alleen zijn nu minder heftig dan dat het vroeger was, toch blijft het instinct
bestaan. Want degenen die joiner waren, overleefden en gaven hun genen dus door, maar de loners
niet. Met name een specifiek type joiner overleefde: degenen die gevoelig waren voor signalen van
sociale exclusie. Volgens de Sociometer theorie dienen gevoelens van eigenwaarde als zo’n monitor.
Dit is een conceptuele analyse van zelfevaluatieprocessen die een theorie opstelt waarin self-esteem
fungeert als psychologische monitoring van iemands mate van inclusie en exclusie in sociale groepen.
De negatieve reactie die mensen voelen wanneer ze buitengesloten worden, heeft een biologische
basis. Denk bijvoorbeeld aan een verhoogde hartslag en bloeddruk en verlaagde niveaus van
oxytocine. Het is zelfs zo dat er bepaalde hersengebieden (dorsale anterior cingulate cortex en
anterior insula) actief worden bij exclusie, en dit zijn dezelfde gebieden die ook actief zijn bij fysieke
pijn.
Individualisme collectivisme
Creëren van samenwerking
Individualisme – ieder individu is onafhankelijk en uniek en ze moeten kunnen doen en denken wat
ze zelf willen, in plaats van zich naar de groep te schikken
Collectivisme – groepen zijn complexe sets van onderling afhankelijke leden die zich continu moeten
aanpassen aan de reacties en acties van de anderen
Er zijn eigenlijk 4 kernelementen van individualisme-collectivisme:
, Facet Individualisme Collectivisme
Zorg voor het behouden van relaties die Zorg voor het voeden en behouden
persoonlijke voordelen opleveren en van harmonieuze relaties met
weinig kosten met zich meebrengen anderen (communale oriëntatie);
Sociale relaties
(ruiloriëntatie); lidmaatschappen zijn lidmaatschappen zijn familie, stam,
beperkt tot familie en nauwe persoonlijke dorp, organisatie en sociale
vriendschappen verenigingen
Gedrag wordt gestuurd door
Gedrag wordt gestuurd door persoonlijke
groepsnormen en -regels;
Sociale verplichtingen attituden en voorkeuren; context is niet zo
beslissingen worden genomen door
belangrijk als persoonlijke attituden
leiders en de groep
Groepssucces is van groot belang,
Streven naar persoonlijk succes;
samenwerking, groep wordt hoe dan
Sociale motieven voldoening door persoonlijke
ook beschermd; sterk gevoel van
overwinningen
plichten en trots in het groepssucces
Onderling afhankelijke zelf is
Onafhankelijke zelf is gebaseerd op
gebaseerd op relaties op
iemands persoonlijke, idiosyncratische
Sociale ‘zelf’ groepsniveau, rollen en sociale
kenmerken; iedere zelf is autonoom en
identiteiten, in plaats van de
uniek
individuele kwaliteiten
Sociale relaties
- Individualisten
Relaties zijn meer gebaseerd op uitwisselingen
Ze monitoren hun input in de groep, streven naar maximaliseren van persoonlijke
beloningen (via de groep) en als de groep hen teveel kost, zijn ze teleurgesteld
Ze verwachten beloningen in ruil voor hun investering
- Collectivisten
Relaties zijn eerder gemeenschappelijk gebaseerd
Zij zijn meer bezig met wat de groep ontvangt/behaalt
Ze helpen groepsleden meer, zien hun werk als teamwerk en zijn teleurgesteld als
anderen iets terug willen geven bij ieder gegeven hulp
Sociale verplichtingen
De groepscultuur kan verschillen. Dit zijn de verschillende manieren waarop leden van een groep hun
ervaringen representeren, inclusief consensusgeaccepteerde kennis, overtuigingen, rituelen, gebruiken,
regels, taal, normen en praktijken.
- Individualisten
leden worden gestimuleerd om het beste uit zichzelf te halen
De besten worden gewaardeerd
Competitie en onafhankelijkheid wordt aangemoedigd
- Collectivisten
Loyaliteit is het belangrijkst
Beslissingen worden gezamenlijk gemaakt, waarbij elkaars visies worden overwogen
Maar: leden worden daardoor wel geacht om plichten uit te voeren en kunnen minder
makkelijk tegen de groep ingaan
Sociale doelen
- Individualisten
Equity norm – groepsleden moeten uitkomsten krijgen in balans met hun inzet.
, ₓ Meer inzet = groter deel van de uitkomst
ₓ Minder inzet = kleiner deel van de uitkomst
- Collectivisten
Samenwerken met anderen, met een mate van optimisme dat de anderen ook
gemotiveerd zijn voor het gezamenlijke doel
Equality norm – alle groepsleden ontvangen een even groot deel van de uitkomst,
ongeacht hun inzet
Sociale zelf
De zelf is eigenlijk gebaseerd op zowel persoonlijke kwaliteiten als interpersoonlijke kwaliteiten. De
persoonlijke identiteit omvat alle unieke kwaliteiten, kenmerken, overtuigingen, vaardigheden, etc.
die de ene persoon van de ander onderscheidt. De sociale identiteit omvat de kwaliteiten die door
connecties met, en gelijkheid aan, anderen ontstaan.
- Individualisten
Vinden hun eigen, persoonlijke interesses en motivaties belangrijker dan die van de
groep
Wijzen gedragingen toe aan de interne, persoonlijke kenmerken van de groep
- Collectivisten
Benadrukken hun connecties met anderen
Wijzen gedragingen eerder toe aan de sociale omstandigheden
Eigenlijk past niemand precies in het plaatje van individualist of collectivist, het is eerder een
continuüm met twee uitersten. De optimal distinctiveness theorie stelt dat de meeste mensen 3
fundamentele behoeften hebben:
1. De behoefte om door de groep opgenomen te worden
2. De behoefte om verbonden te zijn met vrienden en geliefden
3. De behoefte voor autonomie en differentiatie
Persoonlijke identiteit Sociale identiteit
Sociale identiteitstheorie
De sociale identiteitstheorie is een theoretische analyse van groepsprocessen en relaties binnen een
groep die stelt dat groepen de self-concepts en self-esteem van groepsleden beïnvloeden. Met name
wanneer de individuen zich als groepsleden categoriseren en zich met de groep identificeren.
Twee cognitieve processen: sociale categorisatie en identificatie, zorgen er samen voor dat de
groepslidmaatschap een identiteit wordt
Sociale categorisatie
Met sociale categorisatie worden mensen vrijwel automatisch in groepen ingedeeld, op basis van
leeftijd, ras, nationaliteit en/of andere categorieën. Vervolgens wordt de perceptie beïnvloed door
overtuigingen die zij hebben van de kwaliteiten van de mensen in zo’n groep. Die overtuigingen zijn
stereotypen: typische kenmerken van een groep, die ze onderscheid van andere groepen. Ook jezelf
deel je vaak in in een categorie. Dan ga je vaak de stereotypen die over jouw groep gaan, ook op jezelf
betrekken: self-stereotypering of autostereotypering.
Sociale identificatie
Bij sociale identificatie identificeer je je eigenlijk met de groep. Je accepteert de groep als een
uitbreiding van het zelf en je baseert daarom je zelfdefinitie op de kwaliteiten en kenmerken van de
groep.