HC 1 – Groepslidmaatschap
Zijn groepen echt?
de gevolgen zijn in ieder geval wel echt
Sociale Waarde Oriëntatie (SWO)
De SWO is een vragenlijst, waarin eigenlijk wordt getest of je meer op jezelf, of juist op een ander
georiënteerd bent. Meestal zit er een soort systematiek in de opbouw van die vragenlijst. In iedere lijst
heb je altijd één item waarbij je gelijk bent, waarbij je dus evenveel krijgt (pro-sociaal). Ook zit er een
item in waarbij je een ander echt ver beneden je wil houden, dus waarbij jij veel krijgt en de ander heel
weinig (egoïst). En nog een waarbij jij zo hoog mogelijk hebt, maar waarbij het je niet uitmaakt
hoeveel de ander krijgt (individualist)
De SWO is voorspellend voor:
- Concessies bij onderhandelingen
- Zelfopoffering voor partner in relatie
- Milieugedrag
- Verkeersgedrag
- Donaties
- …
- …
- Samenwerking binnen èn tussen groepen
Gedrag wordt echter niet enkel bepaald door je SWO, oftewel, wat voor persoon jij bent. Het is een
functie van persoon én situatie
Gedrag=f (Persoon × Situatie)
Situatie – Multi-level categorisatie (nested)
Sociale categorisatie
Entitativiteit = of je je een eenheid voelt. Dit wordt bepaald/beïnvloed door gelijkheid, nabijheid en
lotsverbondenheid
Collectieve categorisatie Subgroep categorisatie Subgroep categorisatie, minder ingroep-
outgroep categorisatie
Persoonlijke categorisatie Gedeeld lidmaatschap Gedeeld lidmaatschap, warme/koude kant
,In een subgroep categorisatie zijn er dus eigenlijk 2 groepen binnen één organisatie. Individualisten
maken in deze situatie minder onderscheid tussen hun beslissingen. Maar pro-sociaal kiest met name
voor z’n eigen groep
Wanneer er echter één subgroep is, en die anderen dus geen onderdeel zijn van een groep, dan maken
de pro-socialen geen onderscheid meer. Juist omdat daar dus maar één groep is
Gedrag = f (Persoon × Situatie)
SWO: Pro-socialen maken meer onderscheid tussen ingroep en outgroep dan individualisten.
De pro-socialen zijn meer coöperatief richting leden van de ingroep dan tegen de leden van de
outgroep. Pro-sociaal maakt dus wél onderscheid tussen in- en outgroepen en dus ook wie ze wel of
niet gelijk behandelen.
Individualisten zijn hoe dan ook minder coöperatief, ongeacht andermans ingroep/outgroep
lidmaatschap. Zij lijken de in- en outgroepen dus weer meer gelijk te stellen, alleen vinden zij zich dus
niet perse gelijk aan die groepen.
Multi-level: binnen groepen
bijv. op de uni. Dat je wordt aangenomen o.b.v. je Bijv. wetenschappelijke specialisatie individueel
"eigen wijsheid". Maar iedereen die wordt aangenomen,
Weinig uitwisseling tussen Individuen
heeft dus allemaal hun eigen wijsheid.
Maar dan is het dus vooral heel erg op individueel Meer aandacht voor individu dan voor groepsbelang
niveau, en minder op groepsniveau. Dit kan uiteindelijk
Gebrekkige samenwerking Binnen groepen
zorgen voor een slechtere samenwerking, omdat
iedereen op zijn 'eigen' gefocust is
Multi-level: tussen groepen
Bijv. wetenschappelijke specialisatie als Groep
Weinig uitwisseling met andere groepen
Ingroep identificatieOutgroep ‘verwerping’
Meer gericht op ingroep dan op collectief
Gebrekkige samenwerking tussen groepen
Dus wanneer je de samenwerking binnen een groep wilt verbeteren, vergt dit een andere interventie
dan wanneer je de samenwerking tussen groepen wilt verbeteren
Psychologie van groepslidmaatschap
Sociale vergelijkingstheorie
De sociale vergelijkingstheorie stelt dat het heel belangrijk is voor mensen om zich met anderen te
associëren en verbonden te voelen, en dat daar 2 belangrijke motieven voor zijn:
1. Informatie motief
a. Je zoekt elkaar op om (accurate) informatie te verkrijgen
2. Sociale validatie motief
, a. Je wilt oké gevonden worden, ergens bij horen
Deze motieven botsen echter ook wel eens met elkaar. In zo’n geval maken angst een onzekerheid
vaak dat het ‘oké zijn’ belangrijker is dan accurate informatie. Dus dat het sociale validatie motief
sterker is dan het informatie motief.
Sociale validatie motief vaak belangrijker
1. Ik Andere personen
a. Self-serving causal attribution
i. Positieve gebeurtenissen interne factoreen
Negatieve gebeurtenissen externe factoren
Voor verbetering van eigen zelfbeeld
ii. Bv. Als je een tentamen goed maakt, komt dat door jouw kunnen. Maar als je
het slecht maakt, komt het door het tentamen.
iii. Als je dit zegt over iemand die je niet aardig vindt, dan is het goed maken van
het tentamen doordat het tentamen makkelijk was, en als ie het slecht maakt,
komt het omdat hij het gewoon niet kan.
b. Downward social comparison
i. Jezelf vergelijken met mensen die zij als minder succesvol/competent
beschouwen, met doel om je zelfbeeld te versterken
ii. “zo slecht ben ik nou ook weer niet”
c. Self-evaluation maintenance (SEM) bij upward comparison
i. Neiging om met mensen samen te werken die goed zijn, maar niet beter zijn
in hetgeen waarin jij heel goed bent
2. Ik Andere personen Ingroep
a. Optimal disctinctiveness (assimilatie / differentiatie)
i. Dat je jezelf wijsmaakt dat je net even wat anders bent, want anders ben je
een grijze muis en wordt je minder oke gevonden
ii. Maar nog wel bij de groep horen. Dus een soort balans daarin zoeken
3. Ik Ingroep Andere groepen
a. Group-serving causal attributions
b. Social creativity
c. Birging (basking in reflected glory)
d. Corfing (cutting of reflected failure)
i. Dit is voor corfing én birging: Als de groep wint, dan wil je er wel bij horen
(birging), maar de groepen die niet succesvol zijn, die stoot je af (corfing)
Individualisten Collectivisten (pro-sociaal)
Onafhankelijk Onderling afhankelijk
Member-centered Group-centered
Persoonlijke identiteit Sociale identiteit
Uniekheid conformiteit
Uitwisselingsrelatie Gemeenschappelijke relatie
Norm van reciprociteit Geen norm van reciprociteit
Egocentrisch Sociocentrisch
Equity norm Equality norm
Geen ingroup favorieten Ingroep-Outgroep onderscheid
, Sociale buitensluiting (ostracisme)
Bij ostracisme komen fundamentele behoeften in het geding:
- Erbij horen
- Controle
- Eigenwaarde
- Zinvol bestaan
En dit doet pijn. Je voelt de sociale pijn doordat de pijnregio’s in de hersenen geactiveerd worden. Je
voelt het zelfs wanneer buitensluiting gebeurt:
- Op internet / in chatsessies
- Onbedoeld / niet opzettelijk
- Door de outgroep
- Door mensen die je haat
- Door computerprogrammering
Sociale uitwisselingstheorie
R = Relatie / lidmaatschap in (her)overweging
CL = Comparison Level (dus wat je redelijkerwijze van R kunt verwachten)
CL alt = Comparison Level of Alternatives (dus wat kan je van beschikbare alternatieven verwachten)
Je vergelijkt R met CL of CL alt. Je vergelijkt dus NIET CL met CL alt.
- Vergelijken R en CL Tevredenheid
R > CL – tevreden met R
R < CL – ontevreden met R, want R voldoet niet aan wensen
- Vergelijken R en CL alt afhankelijkheid
R > CL alt – afhankelijk van R
R < CL alt – onafhankelijk van R, want je hebt betere alternatieven =
1 2 3 4
++ CL alt CL alt
R R
CL CL CL CL
R R
-- CL alt CL alt
Situatie 1 – Tevreden en afhankelijk
- R > CL
- R > CL alt
- Dus: Doorgaan met R!
Situatie 2 – Tevreden en Onafhankelijk
- R > CL
- R < CL alt
- Dus: evt. breken met R? Hangt af van evt. transitiekosten? En onderhandelen
Situatie 3 – Ontevreden en Afhankelijk
- R < CL
Zijn groepen echt?
de gevolgen zijn in ieder geval wel echt
Sociale Waarde Oriëntatie (SWO)
De SWO is een vragenlijst, waarin eigenlijk wordt getest of je meer op jezelf, of juist op een ander
georiënteerd bent. Meestal zit er een soort systematiek in de opbouw van die vragenlijst. In iedere lijst
heb je altijd één item waarbij je gelijk bent, waarbij je dus evenveel krijgt (pro-sociaal). Ook zit er een
item in waarbij je een ander echt ver beneden je wil houden, dus waarbij jij veel krijgt en de ander heel
weinig (egoïst). En nog een waarbij jij zo hoog mogelijk hebt, maar waarbij het je niet uitmaakt
hoeveel de ander krijgt (individualist)
De SWO is voorspellend voor:
- Concessies bij onderhandelingen
- Zelfopoffering voor partner in relatie
- Milieugedrag
- Verkeersgedrag
- Donaties
- …
- …
- Samenwerking binnen èn tussen groepen
Gedrag wordt echter niet enkel bepaald door je SWO, oftewel, wat voor persoon jij bent. Het is een
functie van persoon én situatie
Gedrag=f (Persoon × Situatie)
Situatie – Multi-level categorisatie (nested)
Sociale categorisatie
Entitativiteit = of je je een eenheid voelt. Dit wordt bepaald/beïnvloed door gelijkheid, nabijheid en
lotsverbondenheid
Collectieve categorisatie Subgroep categorisatie Subgroep categorisatie, minder ingroep-
outgroep categorisatie
Persoonlijke categorisatie Gedeeld lidmaatschap Gedeeld lidmaatschap, warme/koude kant
,In een subgroep categorisatie zijn er dus eigenlijk 2 groepen binnen één organisatie. Individualisten
maken in deze situatie minder onderscheid tussen hun beslissingen. Maar pro-sociaal kiest met name
voor z’n eigen groep
Wanneer er echter één subgroep is, en die anderen dus geen onderdeel zijn van een groep, dan maken
de pro-socialen geen onderscheid meer. Juist omdat daar dus maar één groep is
Gedrag = f (Persoon × Situatie)
SWO: Pro-socialen maken meer onderscheid tussen ingroep en outgroep dan individualisten.
De pro-socialen zijn meer coöperatief richting leden van de ingroep dan tegen de leden van de
outgroep. Pro-sociaal maakt dus wél onderscheid tussen in- en outgroepen en dus ook wie ze wel of
niet gelijk behandelen.
Individualisten zijn hoe dan ook minder coöperatief, ongeacht andermans ingroep/outgroep
lidmaatschap. Zij lijken de in- en outgroepen dus weer meer gelijk te stellen, alleen vinden zij zich dus
niet perse gelijk aan die groepen.
Multi-level: binnen groepen
bijv. op de uni. Dat je wordt aangenomen o.b.v. je Bijv. wetenschappelijke specialisatie individueel
"eigen wijsheid". Maar iedereen die wordt aangenomen,
Weinig uitwisseling tussen Individuen
heeft dus allemaal hun eigen wijsheid.
Maar dan is het dus vooral heel erg op individueel Meer aandacht voor individu dan voor groepsbelang
niveau, en minder op groepsniveau. Dit kan uiteindelijk
Gebrekkige samenwerking Binnen groepen
zorgen voor een slechtere samenwerking, omdat
iedereen op zijn 'eigen' gefocust is
Multi-level: tussen groepen
Bijv. wetenschappelijke specialisatie als Groep
Weinig uitwisseling met andere groepen
Ingroep identificatieOutgroep ‘verwerping’
Meer gericht op ingroep dan op collectief
Gebrekkige samenwerking tussen groepen
Dus wanneer je de samenwerking binnen een groep wilt verbeteren, vergt dit een andere interventie
dan wanneer je de samenwerking tussen groepen wilt verbeteren
Psychologie van groepslidmaatschap
Sociale vergelijkingstheorie
De sociale vergelijkingstheorie stelt dat het heel belangrijk is voor mensen om zich met anderen te
associëren en verbonden te voelen, en dat daar 2 belangrijke motieven voor zijn:
1. Informatie motief
a. Je zoekt elkaar op om (accurate) informatie te verkrijgen
2. Sociale validatie motief
, a. Je wilt oké gevonden worden, ergens bij horen
Deze motieven botsen echter ook wel eens met elkaar. In zo’n geval maken angst een onzekerheid
vaak dat het ‘oké zijn’ belangrijker is dan accurate informatie. Dus dat het sociale validatie motief
sterker is dan het informatie motief.
Sociale validatie motief vaak belangrijker
1. Ik Andere personen
a. Self-serving causal attribution
i. Positieve gebeurtenissen interne factoreen
Negatieve gebeurtenissen externe factoren
Voor verbetering van eigen zelfbeeld
ii. Bv. Als je een tentamen goed maakt, komt dat door jouw kunnen. Maar als je
het slecht maakt, komt het door het tentamen.
iii. Als je dit zegt over iemand die je niet aardig vindt, dan is het goed maken van
het tentamen doordat het tentamen makkelijk was, en als ie het slecht maakt,
komt het omdat hij het gewoon niet kan.
b. Downward social comparison
i. Jezelf vergelijken met mensen die zij als minder succesvol/competent
beschouwen, met doel om je zelfbeeld te versterken
ii. “zo slecht ben ik nou ook weer niet”
c. Self-evaluation maintenance (SEM) bij upward comparison
i. Neiging om met mensen samen te werken die goed zijn, maar niet beter zijn
in hetgeen waarin jij heel goed bent
2. Ik Andere personen Ingroep
a. Optimal disctinctiveness (assimilatie / differentiatie)
i. Dat je jezelf wijsmaakt dat je net even wat anders bent, want anders ben je
een grijze muis en wordt je minder oke gevonden
ii. Maar nog wel bij de groep horen. Dus een soort balans daarin zoeken
3. Ik Ingroep Andere groepen
a. Group-serving causal attributions
b. Social creativity
c. Birging (basking in reflected glory)
d. Corfing (cutting of reflected failure)
i. Dit is voor corfing én birging: Als de groep wint, dan wil je er wel bij horen
(birging), maar de groepen die niet succesvol zijn, die stoot je af (corfing)
Individualisten Collectivisten (pro-sociaal)
Onafhankelijk Onderling afhankelijk
Member-centered Group-centered
Persoonlijke identiteit Sociale identiteit
Uniekheid conformiteit
Uitwisselingsrelatie Gemeenschappelijke relatie
Norm van reciprociteit Geen norm van reciprociteit
Egocentrisch Sociocentrisch
Equity norm Equality norm
Geen ingroup favorieten Ingroep-Outgroep onderscheid
, Sociale buitensluiting (ostracisme)
Bij ostracisme komen fundamentele behoeften in het geding:
- Erbij horen
- Controle
- Eigenwaarde
- Zinvol bestaan
En dit doet pijn. Je voelt de sociale pijn doordat de pijnregio’s in de hersenen geactiveerd worden. Je
voelt het zelfs wanneer buitensluiting gebeurt:
- Op internet / in chatsessies
- Onbedoeld / niet opzettelijk
- Door de outgroep
- Door mensen die je haat
- Door computerprogrammering
Sociale uitwisselingstheorie
R = Relatie / lidmaatschap in (her)overweging
CL = Comparison Level (dus wat je redelijkerwijze van R kunt verwachten)
CL alt = Comparison Level of Alternatives (dus wat kan je van beschikbare alternatieven verwachten)
Je vergelijkt R met CL of CL alt. Je vergelijkt dus NIET CL met CL alt.
- Vergelijken R en CL Tevredenheid
R > CL – tevreden met R
R < CL – ontevreden met R, want R voldoet niet aan wensen
- Vergelijken R en CL alt afhankelijkheid
R > CL alt – afhankelijk van R
R < CL alt – onafhankelijk van R, want je hebt betere alternatieven =
1 2 3 4
++ CL alt CL alt
R R
CL CL CL CL
R R
-- CL alt CL alt
Situatie 1 – Tevreden en afhankelijk
- R > CL
- R > CL alt
- Dus: Doorgaan met R!
Situatie 2 – Tevreden en Onafhankelijk
- R > CL
- R < CL alt
- Dus: evt. breken met R? Hangt af van evt. transitiekosten? En onderhandelen
Situatie 3 – Ontevreden en Afhankelijk
- R < CL