HC 1 – Geschiedenis van
vaderonderzoek
Vaders zijn vaak ondervertegenwoordigd in onderzoek, vanwege 2 redenen:
1. Praktische oorzaak: ze zijn vaak lastig te betrekken bij het onderzoek
2. Bias: dat de rol van vaders minder belangrijk zou zijn (en dus ook geen
onderzoek ‘waard’ is)
Tegenwoordig is er meer aandacht voor vaders, wat verschillende oorzaken heeft:
- Moeders werken meer, waardoor vaders ook een grotere rol hebben
gekregen in de opvoeding
- Veranderde opvattingen en attituden over opvoeding en de rol van
vaders
- Meer betrokkenheid van vaders
- Relaties zijn dynamischer
Meer scheidingen bijv. dan vroeger, en dus komt het ook vaker voor
dat een vader een alleenstaande ouder is
- Culturele diversiteit
Korte geschiedenis
- De rol van vaders is in de geschiedenis, maar nog steeds heel divers:
Multifaceted conceptualization of fathers’ roles
- In de geschiedenis zijn er eigenlijk 4 fases/periodes:
1. Vader als morele leider
a. Begin 19e eeuw en daarvoor
b. Bijv. dat de vader uit de bijbel voorleest en vertelt hoe de wereld
eruit ziet, maar is niet echt betrokken bij de zorg
c. Vader stond er meer ‘boven’
2. Vader als kostwinner
a. Rond industrialisatie (2e helft 19e eeuw)
b. De vader was kostwinnaar en moest er dus voor zorgen dat het
gezin rond kon komen
3. Vader als rolmodel
a. Rond WOII
b. De vader werd als rolmodel gezien
c. Beïnvloed door o.a. de psychoanalytische theorie
4. De zorgende vader
a. Rond ‘70
Jaren ’30 en ‘40
In deze periode was de psychoanalytische theorie van grote invloed. Deze
zorgde voor een verandering in hoe er naar vaders werd gekeken. Zij werden nu
namelijk meer gezien als een rolmodel, i.p.v. de kostwinnaar. De vader was met
name een sekse-rolmodel, vooral voor de zonen.
Naast de psychoanalytische theorie was ook het Behaviorisme van Watson van
groot belang. Hij propageerde het idee dat al het gedrag aangeleerd was. De
rol van vaders zou dus zijn dat de kinderen zouden leren wat ze moesten leren.
,Binnen dat ‘leren’ was er geen ruimte voor genegenheid en warmte, dit zou
namelijk niet het goede voorbeeld zijn
Rond WOII (jaren ‘40)
Rond de Tweede Wereldoorlog waren veel vaders afwezig, doordat zij bijv. in
dienst moesten of overleden. De moeders (de vrouwen) moesten daardoor ook
meer aan het werk, om de ‘lege plekken/banen’ in te vullen. Dit bleek toch wel
effect te hebben op de kinderen. De eerste resultaten bij de kinderen waren dat
er problemen waren in de psychosociale ontwikkeling en met de
schoolprestaties
Jaren ’50 en ‘60
Na de Tweede Wereldoorlog kwam de babyboom. De rol van de vader
veranderde ook iets, deze werd namelijk als ondersteuner gezien, en nog
steeds als kostwinnaar. Het was dus met name de moeder nog steeds die voor
de kinderen zorgde.
Daarnaast kwam ene dokter Spock met een boek vol opvoedingsadviezen, wat
een erg grote invloed heeft gehad. Wat er precies in die adviezen stond, is door
de jaren heen veranderd. Maar op het moment van uitbrengen waren de
adviezen voor de vader vooral via relatie met moeder en dus niet zozeer direct
met/naar het kind. De vader moest vooral een goede man zijn voor de moeder,
hij moest haar ondersteunen en begrip, trouw en toewijding tonen. Hij
moest af en toe misschien wel wat doen in de opvoeding, maar niet veel. Hij was
dus een soort occasional helper
Bowlby (van de hechtingstheorie) promootte monotropie met zijn opvattingen.
Dit hield in dat de zorg door 1 persoon gedaan moet worden en dat het kind zich
aan 1 persoon hecht. Die persoon is de moeder, het kind zou haar non-stop nodig
hebben na de geboorte en de vader was minder belangrijk
Jaren ‘70
Vanaf de jaren ’70 was er weer een soort shift. De periode van de hippies. Binnen
het onderzoek was er toen veel polarisatie in de nature vs. nurture
discussie. Polarisatie in de richting van de nurture-kant: een mens is maakbaar.
Ze wilden eigen niks weten van de biologische oorzaken van gedrag. Ze waren er
vol van overtuigd dat mensen vrije wezens zijn en iedereen kan worden wat je wil
etc.
Dit was dus ook binnen de opvoeding. Er waren meer
emancipatiebewegingen: feminisme, homoseksualiteit etc. Het idee was
steeds meer: opvoeden kan iedereen, dus ook vaders zijn hiertoe in staat. Dit
was een positief effect van deze periode.
De adviezen van Spock veranderden daarmee ook. Hij stelde nu dat vaders even
goed als moeders in staat zijn kinderen en huishouding te verzorgen. Maar: hun
bijdrage zou zijn waarde verliezen wanneer ze het enkel voor de vrouw zouden
doen, om hen een gunst te bewijzen. Hiermee zouden ze namelijk nog steeds
denken dat het eigenlijk niet hun taak is, maar dat het pure edelmoedigheid zou
zijn. Het moest dus echt uit de vader komen omdat hij er ook toe in staat is,
dat hij ook een volwaardige ouder is. Spock was hiermee wel een uitzondering, er
waren nog steeds genoeg mensen die dat idee van vaderschap niet
ondersteunden
,Jaren ‘80
De kinderen werden steeds meer als een soort project gezien. De ouders
bepaalden de opvoedingsdoelen en moesten zo goed mogelijk hun best doen
die te behalen.
Verder kwamen er steeds meer opvoedboeken die speciaal op de vaders waren
gericht. Er werd als het ware gekeken naar ‘bijna-net-zo-goed-als-mama-
vaderschap’. De vader werd een beetje als ‘onhandig’ neergezet. Maar als je
erover nadenkt: het zou héél verkeerd zijn als je een boek maakt waarin wordt
gezegd: een boek dat praat over auto’s op een manier die zelfs een vrouw kan
begrijpen.
Vanaf Jaren ‘90
Het werd steeds duidelijker dat vaders thuis net zo onmisbaar zijn als op het
werk. Ze waren dus op meerdere dimensies belangrijk. Deze boodschap kreeg
ook meer serieuze aandacht in de media en in campagnes. Denk bijv. aan die
reclame met ‘wie is toch altijd die man die op zondag het vlees komt snijden’.
Hierin werd duidelijk gemaakt dat vaders ook betrokken moeten zijn bij de
opvoeding
Betrokkenheid
De betrokkenheid van vaders werd aanvankelijk veel onderzocht d.m.v.
tijdsregistratie. Maar, de directe tijdsinvestering zegt niet zozeer iets over wat
dat nou betekent. En het doet ook niet helemaal recht aan de verschillende
aspecten van vaderschap.
Lamb-Pleck conceptualisatie
Er wordt nu gezegd dat de vaderbetrokkenheid uit 3 concepten bestaat:
1. Engagement
a. De directe betrokkenheid
b. Interactief bezig zijn met het kind
2. Accessibility
a. Beschikbaar zijn als vader
b. Geen interactiviteit, maar als er iets is kunnen de kinderen bij de
vader komen
c. Dit wordt met tijdsregistratie niet gemeten, maar is wel relevant
3. Responsibility
a. Dingen regelen voor het kind, buiten de directe zorg om
b. Bijv. ophalen en brengen, buitenschoolse activiteiten regelen, brood
smeren etc.
De afgelopen jaren wordt duidelijk dat de engagement en accessibility de
afgelopen jaren toenemen, maar dat de responsibility nog achterblijft
Revised conceptualisatie – Pleck
De herziende versie toont een uitgebreider model waarin nog beter wordt
uitgewerkt welke componenten van vaderschap er bestaan. Dit zijn:
- Primaire componenten
Positieve engagement activiteiten
, ₓ Interactie in intensieve vorm, die (mogelijk) de ontwikkeling
bevorderen
ₓ Bijv. spelletjes spelen, lezen, sporten
Warmte-responsiviteit
ₓ Nabijheid en responsiviteit naar het kind
ₓ Bijv. knuffelen, affectie tonen, waardering laten blijken
Controle
ₓ Het monitoren en besluitvorming, dus regels bepalen en
handhaven
ₓ Bijv. grenzen stellen, disciplineren, weten waar het kind zich
mee bezighoudt
- Auxiliary domeinen
Indirecte zorg
ₓ Activiteiten die voor het kind worden ondernomen, maar
waarbij geen directe interactie met het kind is
ₓ Bijv. oppas regelen, het kopen en regelen van dingen, sociale
indirecte zorg
Proces verantwoordelijkheid
ₓ Monitoren dat de behoeften van de eerste 4 componenten
voldaan worden
- Overige determinanten van betrokkenheid
Leeftijd, geslacht en temperament van het kind
Psychopathologie bij vader en moeder
Relatieconflict tussen ouders
Co-ouderschapsrelatie
Biologische relatie met het kind en zekerheid van vaderschap
Sociaal-economische omstandigheden
Community en culturele invloeden
Bronnen van vaderbetrokkenheid
Er zijn meerdere factoren die bijdragen aan de betrokkenheid van de vader:
- Motivatie
vaderonderzoek
Vaders zijn vaak ondervertegenwoordigd in onderzoek, vanwege 2 redenen:
1. Praktische oorzaak: ze zijn vaak lastig te betrekken bij het onderzoek
2. Bias: dat de rol van vaders minder belangrijk zou zijn (en dus ook geen
onderzoek ‘waard’ is)
Tegenwoordig is er meer aandacht voor vaders, wat verschillende oorzaken heeft:
- Moeders werken meer, waardoor vaders ook een grotere rol hebben
gekregen in de opvoeding
- Veranderde opvattingen en attituden over opvoeding en de rol van
vaders
- Meer betrokkenheid van vaders
- Relaties zijn dynamischer
Meer scheidingen bijv. dan vroeger, en dus komt het ook vaker voor
dat een vader een alleenstaande ouder is
- Culturele diversiteit
Korte geschiedenis
- De rol van vaders is in de geschiedenis, maar nog steeds heel divers:
Multifaceted conceptualization of fathers’ roles
- In de geschiedenis zijn er eigenlijk 4 fases/periodes:
1. Vader als morele leider
a. Begin 19e eeuw en daarvoor
b. Bijv. dat de vader uit de bijbel voorleest en vertelt hoe de wereld
eruit ziet, maar is niet echt betrokken bij de zorg
c. Vader stond er meer ‘boven’
2. Vader als kostwinner
a. Rond industrialisatie (2e helft 19e eeuw)
b. De vader was kostwinnaar en moest er dus voor zorgen dat het
gezin rond kon komen
3. Vader als rolmodel
a. Rond WOII
b. De vader werd als rolmodel gezien
c. Beïnvloed door o.a. de psychoanalytische theorie
4. De zorgende vader
a. Rond ‘70
Jaren ’30 en ‘40
In deze periode was de psychoanalytische theorie van grote invloed. Deze
zorgde voor een verandering in hoe er naar vaders werd gekeken. Zij werden nu
namelijk meer gezien als een rolmodel, i.p.v. de kostwinnaar. De vader was met
name een sekse-rolmodel, vooral voor de zonen.
Naast de psychoanalytische theorie was ook het Behaviorisme van Watson van
groot belang. Hij propageerde het idee dat al het gedrag aangeleerd was. De
rol van vaders zou dus zijn dat de kinderen zouden leren wat ze moesten leren.
,Binnen dat ‘leren’ was er geen ruimte voor genegenheid en warmte, dit zou
namelijk niet het goede voorbeeld zijn
Rond WOII (jaren ‘40)
Rond de Tweede Wereldoorlog waren veel vaders afwezig, doordat zij bijv. in
dienst moesten of overleden. De moeders (de vrouwen) moesten daardoor ook
meer aan het werk, om de ‘lege plekken/banen’ in te vullen. Dit bleek toch wel
effect te hebben op de kinderen. De eerste resultaten bij de kinderen waren dat
er problemen waren in de psychosociale ontwikkeling en met de
schoolprestaties
Jaren ’50 en ‘60
Na de Tweede Wereldoorlog kwam de babyboom. De rol van de vader
veranderde ook iets, deze werd namelijk als ondersteuner gezien, en nog
steeds als kostwinnaar. Het was dus met name de moeder nog steeds die voor
de kinderen zorgde.
Daarnaast kwam ene dokter Spock met een boek vol opvoedingsadviezen, wat
een erg grote invloed heeft gehad. Wat er precies in die adviezen stond, is door
de jaren heen veranderd. Maar op het moment van uitbrengen waren de
adviezen voor de vader vooral via relatie met moeder en dus niet zozeer direct
met/naar het kind. De vader moest vooral een goede man zijn voor de moeder,
hij moest haar ondersteunen en begrip, trouw en toewijding tonen. Hij
moest af en toe misschien wel wat doen in de opvoeding, maar niet veel. Hij was
dus een soort occasional helper
Bowlby (van de hechtingstheorie) promootte monotropie met zijn opvattingen.
Dit hield in dat de zorg door 1 persoon gedaan moet worden en dat het kind zich
aan 1 persoon hecht. Die persoon is de moeder, het kind zou haar non-stop nodig
hebben na de geboorte en de vader was minder belangrijk
Jaren ‘70
Vanaf de jaren ’70 was er weer een soort shift. De periode van de hippies. Binnen
het onderzoek was er toen veel polarisatie in de nature vs. nurture
discussie. Polarisatie in de richting van de nurture-kant: een mens is maakbaar.
Ze wilden eigen niks weten van de biologische oorzaken van gedrag. Ze waren er
vol van overtuigd dat mensen vrije wezens zijn en iedereen kan worden wat je wil
etc.
Dit was dus ook binnen de opvoeding. Er waren meer
emancipatiebewegingen: feminisme, homoseksualiteit etc. Het idee was
steeds meer: opvoeden kan iedereen, dus ook vaders zijn hiertoe in staat. Dit
was een positief effect van deze periode.
De adviezen van Spock veranderden daarmee ook. Hij stelde nu dat vaders even
goed als moeders in staat zijn kinderen en huishouding te verzorgen. Maar: hun
bijdrage zou zijn waarde verliezen wanneer ze het enkel voor de vrouw zouden
doen, om hen een gunst te bewijzen. Hiermee zouden ze namelijk nog steeds
denken dat het eigenlijk niet hun taak is, maar dat het pure edelmoedigheid zou
zijn. Het moest dus echt uit de vader komen omdat hij er ook toe in staat is,
dat hij ook een volwaardige ouder is. Spock was hiermee wel een uitzondering, er
waren nog steeds genoeg mensen die dat idee van vaderschap niet
ondersteunden
,Jaren ‘80
De kinderen werden steeds meer als een soort project gezien. De ouders
bepaalden de opvoedingsdoelen en moesten zo goed mogelijk hun best doen
die te behalen.
Verder kwamen er steeds meer opvoedboeken die speciaal op de vaders waren
gericht. Er werd als het ware gekeken naar ‘bijna-net-zo-goed-als-mama-
vaderschap’. De vader werd een beetje als ‘onhandig’ neergezet. Maar als je
erover nadenkt: het zou héél verkeerd zijn als je een boek maakt waarin wordt
gezegd: een boek dat praat over auto’s op een manier die zelfs een vrouw kan
begrijpen.
Vanaf Jaren ‘90
Het werd steeds duidelijker dat vaders thuis net zo onmisbaar zijn als op het
werk. Ze waren dus op meerdere dimensies belangrijk. Deze boodschap kreeg
ook meer serieuze aandacht in de media en in campagnes. Denk bijv. aan die
reclame met ‘wie is toch altijd die man die op zondag het vlees komt snijden’.
Hierin werd duidelijk gemaakt dat vaders ook betrokken moeten zijn bij de
opvoeding
Betrokkenheid
De betrokkenheid van vaders werd aanvankelijk veel onderzocht d.m.v.
tijdsregistratie. Maar, de directe tijdsinvestering zegt niet zozeer iets over wat
dat nou betekent. En het doet ook niet helemaal recht aan de verschillende
aspecten van vaderschap.
Lamb-Pleck conceptualisatie
Er wordt nu gezegd dat de vaderbetrokkenheid uit 3 concepten bestaat:
1. Engagement
a. De directe betrokkenheid
b. Interactief bezig zijn met het kind
2. Accessibility
a. Beschikbaar zijn als vader
b. Geen interactiviteit, maar als er iets is kunnen de kinderen bij de
vader komen
c. Dit wordt met tijdsregistratie niet gemeten, maar is wel relevant
3. Responsibility
a. Dingen regelen voor het kind, buiten de directe zorg om
b. Bijv. ophalen en brengen, buitenschoolse activiteiten regelen, brood
smeren etc.
De afgelopen jaren wordt duidelijk dat de engagement en accessibility de
afgelopen jaren toenemen, maar dat de responsibility nog achterblijft
Revised conceptualisatie – Pleck
De herziende versie toont een uitgebreider model waarin nog beter wordt
uitgewerkt welke componenten van vaderschap er bestaan. Dit zijn:
- Primaire componenten
Positieve engagement activiteiten
, ₓ Interactie in intensieve vorm, die (mogelijk) de ontwikkeling
bevorderen
ₓ Bijv. spelletjes spelen, lezen, sporten
Warmte-responsiviteit
ₓ Nabijheid en responsiviteit naar het kind
ₓ Bijv. knuffelen, affectie tonen, waardering laten blijken
Controle
ₓ Het monitoren en besluitvorming, dus regels bepalen en
handhaven
ₓ Bijv. grenzen stellen, disciplineren, weten waar het kind zich
mee bezighoudt
- Auxiliary domeinen
Indirecte zorg
ₓ Activiteiten die voor het kind worden ondernomen, maar
waarbij geen directe interactie met het kind is
ₓ Bijv. oppas regelen, het kopen en regelen van dingen, sociale
indirecte zorg
Proces verantwoordelijkheid
ₓ Monitoren dat de behoeften van de eerste 4 componenten
voldaan worden
- Overige determinanten van betrokkenheid
Leeftijd, geslacht en temperament van het kind
Psychopathologie bij vader en moeder
Relatieconflict tussen ouders
Co-ouderschapsrelatie
Biologische relatie met het kind en zekerheid van vaderschap
Sociaal-economische omstandigheden
Community en culturele invloeden
Bronnen van vaderbetrokkenheid
Er zijn meerdere factoren die bijdragen aan de betrokkenheid van de vader:
- Motivatie