Glaser – Emotional abuse & neglect
Varianten
Seksuele Emotionele
Fysieke mishandeling
mishandeling verwaarlozing/mishandeling
Abusive act /
Verborgen Verborgen of zichtbaar Zichtbaar
interactie
Identiteit van dader Vaak niet bekend Soms bekend Bekend
Vaak verschillende Dezelfde of
Dader & verzorger Dezelfde personen
personen verschillende personen
Slechte-behandeling en
Bewijs afhankelijk Tekenen van schade
Slechte-behandeling tekenen van schade aan het
van aan het kind
kind
Onmiddellijke
Ja Vaak Zelden
bescherming nodig?
Epidemiologie
Emotionele/psychologische mishandeling is lastig te definiëren en daarmee ook lastig om betrouwbaar
te herkennen. Vaak het is aantal bekende gevallen dus een onderschatting van het daadwerkelijke
aantal. Maar daarnaast is er ook een sterke vertraging in het herkennen ervan (ook door hulpverleners).
Soms is het bijvoorbeeld zo dat de ouder het niet met opzet doet, maar toch het kind beschadigt. Dan
is men vaak terughoudend met ‘mishandeling’, terwijl er wel degelijk sprake van kan zijn (of van
verwaarlozing). Daarnaast is er ook niet echt een duidelijke grens, wanneer het nou om mishandeling
gaat.
De schadelijke gevolgen van vertraagde herkenning, zijn dat de kinderen dan dus langer worden
mishandeld of verwaarloosd en dat interactie patronen steeds lastiger worden om te veranderen.
Definities
Slechte behandeling door de ouders, of beperking van de gezondheid en ontwikkeling?
Er is veel discussie geweest of de definitie van emotionele mishandeling/verwaarlozing zou moeten
refereren naar de slechte behandeling of juist naar de consequenties voor het kind, en of bewijs van
beide nodig is voor herkenning.
Algemene definitie voor emotionele mishandeling en verwaarlozing
De volgende criteria vormen de definitie van emotionele/psychologische mishandeling en
verwaarlozing:
- Emotionele mishandeling en verwaarlozing beschrijft een relatie tussen de ouder en het kind
I.p.v. een gebeurtenis / aantal gebeurtenissen binnen de relatie
- De zorgelijke interacties doordringen of karakteriseren de relatie
- De interacties zijn, of zijn mogelijk, schadelijk door veroorzaken van beperking van de
mentale gezondheid van het kind en de ontwikkeling
- Emotionele mishandeling en verwaarlozing omvat zowel omissie als commissie
- Emotionele mishandeling en verwaarlozing vereisen geen fysiek contact
APSAC framework
Het is niet te doen om een hele lijst te maken met álle gedragingen en interacties die hieronder te
schalen vallen. Maar in een richtlijn van APSAC worden 6 vormen van psychologische maltreatment
beschreven:
, 1. Afwijzen (spurning) – verbaal of non-verbaal afwijzen of naar beneden halen
2. Terroriseren – gedrag dat (mogelijk) bedreigend is of het kind en/of diens geliefde spullen in
gevaar brengen
3. Exploiteren/corrumperen – het kind aanmoedigen om ongepast gedrag te ontwikkelen
4. Ontzeggen van emotionele responsiviteit – behoeften van het kind negeren, geen positieve
affect tonen, geen emoties tonen in de interacties met het kind
5. Isoleren – ontzeggen van mogelijkheden voor interactie met leeftijdsgenoten of volwassenen
6. Mentale, lichamelijke, medische of onderwijskundige verwaarlozing – het negeren van of
niet kunnen voldoen aan de behoeften van het kind
Alternatief framework
Er is ook een alternatief framework, welke niet gebaseerd is op het gedrag van de ouders of de
interactie met het kind. Hierin worden juist de verschillende varianten gecategoriseerd binnen de
algemene definitie, volgens een conceptueel framework. En het concept is gebaseerd op de elementen
die samen het psychosociale zijn van een kind vormen:
Een kind is:
- Een persoon die bestaat
- Dit kind heeft zijn/haar eigen attributen
- Een kind dat, bij definitie, kwetsbaar, afhankelijk en snel ontwikkelend is
- Een individu die zélf gevoelens, gedachten en percepties heeft
- Een sociaal wezen die steeds meer interactie en communicatie heeft binnen diens eigen sociale
context
Categorieën van emotionele mishandeling en verwaarlozing
De volgende categorieën passen weer binnen de algemene definitie, en slaan dus ook terug op het
alternatieve framework.
1. Emotionele onbeschikbaarheid, onvermogen om te reageren en verwaarlozing
a. Omvat ouderlijke ongevoeligheid
2. Negatieve attributies en misattributies naar het kind
a. Vijandigheid, denigrerend en afwijzing
3. Interacties die ongepast of inconsistent zijn, gezien de ontwikkeling
a. Verwachtingen die hoger liggen dan de ontwikkelingsvaardigheden
b. Overmatige bescherming of beperking van verkenning en leren
c. Blootstelling aan verwarrende of traumatische gebeurtenissen en interacties
4. Niet in staat zijn om de individuele en psychologische grenzen van het kind te
(h)erkennen
a. Het kind gebruiken om de behoeften van de volwassene te vervullen
b. Onvermogen om onderscheid te maken tussen de realiteit van het kind en de
wensen/overtuigingen van de volwassenen
5. Niet in staat zijn om de sociale aanpassing van het kind aan te moedigen
a. Promoten van mis-socialisatie (o.a. corrumperen/omkopen)
b. Psychologische verwaarlozing (dus geen cognitieve stimulatie bijv.)
Kempe – The Battered-Child Syndrome
Het Battered-Child Syndroom is een term die wordt gebruikt voor een klinische conditie bij jonge
kinderen die zijn mishandeld. Het wordt soms ook wel onherkende trauma genoemd, aangezien het
,vaak ook niet herkend wordt. Het is eigenlijk ‘gewoon’ een ziektebeeld (bijv. botbreuken) veroorzaakt
door mishandeling
Klinische manifestaties
Het kan op iedere leeftijd voorkomen, maar vaak zijn de kinderen < 3 jaar. Soms verschijnt iemand
met een enkele trauma. Maar vaak is het zo dat de algemene gezondheid van het kind al slechter is. Er
kunnen dan ook sporen van eerdere mishandelingen zijn.
Psychiatrische aspecten
Het soort mishandeling en de ernst ervan varieert natuurlijk sterk. Aan de ene kant van het spectrum
heb je moord, wat vaak gedaan wordt door iemand die heel dichtbij staat en vaak in een psychose is.
Het andere uiterste is waarbij er geen openlijke/zichtbare schade is, en waarbij een ouder naar de
psychiater gaat voor hulp (angst/schuld, gerelateerd aan fantasieën van het kind pijn doen). Het is bij
deze gevallen dan al voorbij de fantasie, en al gaande.
Tussen deze twee extremen, liggen nog veel mishandelde kinderen met milde tot ernstige
verwondingen. Er zijn meerdere factoren bij de ouder die hierbij een rol kunnen spelen:
- Lage intelligentie
- Psychopathisch of sociopathische karaktereigenschappen
- Alcoholisme
- Seksuele promiscuïteit (meerdere sekspartners)
- Instabiel huwelijk
- Minor criminele activiteiten
- Onvolwassen
- Impulsief
- Self-centered
- Hypergevoelig
- Slechte agressieregulatie
- Vaak zelf ook slachtoffer in jeugd
Het is lastig om de informatie te verkrijgen of er kindermishandeling plaatsvindt of heeft gevonden,
om meerdere redenen:
1. Ontkenning door de ouders
a. Bewust of onbewust
2. Artsen vinden het soms moeilijk te geloven dat de ouders hun kind hebben mishandeld en
vinden het lastig om ernaar te vragen
Radiologische kenmerken
Radiologisch onderzoek kan helpen bij diagnose en ook bij management. De diagnostische signalen
komen uit een combinatie van omstandigheden:
- Leeftijd van de patiënt
Bij kinderen < 3 jaar is er nog relatief veel radiolucent kraakbeen, oftewel: het is niet
zichtbaar
Het vlies wat om het bot ligt is nog minder gehecht aan het bot en raakt er makkelijk
van los. Wanneer er dan schade is, en er een bijv. een bloeding is, vindt er nieuwe
botformatie plaats (ofzo)
- Soort verwonding
Verwondingen aan de extremiteiten zijn vaker bij KM
- Tijd voordat onderzoek plaatsvond
, Veranderingen na herstel worden pas 12-14 dagen na verwonding zichtbaar
Deze veranderingen zijn actiever in groeiende botten
- Is de traumatische gebeurtenis eenmalig of herhaaldelijk?
Zichtbaar door bijv. verschillende verwondingen die in verschillende fasen van heling
zijn
Differentiaal diagnose
- Scurvy
- Syfillis
- Osteogenesis imperfecta
- Infantiele corticale hyperostose
Management
Het belang van het maken van de juiste diagnose is zodat er de juiste therapie komt en het niet
nogmaals gebeurt.
Samenvatting
The battered-child syndrome, a clinical condition in young children who have received
serious physical abuse, is a frequent cause of permanent injury or death. Although the findings are
quite variable, the syndrome should be considered in any child exhibiting evidence of possible trauma
or neglect (fracture of any bone, subdural hematoma, multiple soft tissue injuries, poor skin hygiene,
or malnutrition) or where there is a marked discrepancy between the clinical findings and the
historical data as supplied by the parents. In cases where a history of specific injury is not available,
or in any child who dies suddenly, roentgenograms of the entire skeleton should still be obtained in
order to ascertain the presence of characteristic multiple bony lesions in various stages of healing.
Psychiatric factors are probably of prime importance in the pathogenesis of the disorder, but
our knowledge of these factors is limited. Parents who inflict abuse on their children do not
necessarily have psychopathic or sociopathic personalities or come from borderline socioeconomic
groups, although most published cases have been in these categories. In most cases some defect in
character structure is probably present; often parents may be repeating the type of child care
practiced on them in their childhood.
Physicians, because of their own feelings and their difficulty in playing a role that they find
hard to assume, may have great reluctance in believing that parents were guilty of abuse. They may
also find it difficult to initiate proper investigation so as to assure adequate management of the case.
Above all, the physician’s duty and responsibility to the child requires a full evaluation of the problem
and a guarantee that the expected repetition of trauma will not be permitted to occur.
Beckerman – Negative parental attributions
Thanks to JOHO
Volgens het Social Information Processing (SIP) model zijn negatieve, parental attributies belangrijke
voorspellers van een harde of mishandelende opvoeding. Ook onevenredig hoge kindgerelateerde
verwachtingen, een positieve houding t.o.v. fysieke discipline, hoge stressniveaus en de ervaring van
km door eigen ouders zijn risicofactoren voor negatieve ouderlijke attributies.
Ouderlijke attributies – interpretatie en evalutatie van het gedrag van het kind door de ouder.
Resultaten
Voor zowel moeders als vaders waren meer negatieve attributies gerelateerd aan meer
opvoedingsstress en meer harde en gewelddadige discipline. Moeders die meer partnergerelateerde
stress rapporteerden en hoger scoorden op het risico van kindermishandeling, uitten ook meer
negatieve attributies. Ouderschapsstress was positief geassocieerd met hard en beledigend
Varianten
Seksuele Emotionele
Fysieke mishandeling
mishandeling verwaarlozing/mishandeling
Abusive act /
Verborgen Verborgen of zichtbaar Zichtbaar
interactie
Identiteit van dader Vaak niet bekend Soms bekend Bekend
Vaak verschillende Dezelfde of
Dader & verzorger Dezelfde personen
personen verschillende personen
Slechte-behandeling en
Bewijs afhankelijk Tekenen van schade
Slechte-behandeling tekenen van schade aan het
van aan het kind
kind
Onmiddellijke
Ja Vaak Zelden
bescherming nodig?
Epidemiologie
Emotionele/psychologische mishandeling is lastig te definiëren en daarmee ook lastig om betrouwbaar
te herkennen. Vaak het is aantal bekende gevallen dus een onderschatting van het daadwerkelijke
aantal. Maar daarnaast is er ook een sterke vertraging in het herkennen ervan (ook door hulpverleners).
Soms is het bijvoorbeeld zo dat de ouder het niet met opzet doet, maar toch het kind beschadigt. Dan
is men vaak terughoudend met ‘mishandeling’, terwijl er wel degelijk sprake van kan zijn (of van
verwaarlozing). Daarnaast is er ook niet echt een duidelijke grens, wanneer het nou om mishandeling
gaat.
De schadelijke gevolgen van vertraagde herkenning, zijn dat de kinderen dan dus langer worden
mishandeld of verwaarloosd en dat interactie patronen steeds lastiger worden om te veranderen.
Definities
Slechte behandeling door de ouders, of beperking van de gezondheid en ontwikkeling?
Er is veel discussie geweest of de definitie van emotionele mishandeling/verwaarlozing zou moeten
refereren naar de slechte behandeling of juist naar de consequenties voor het kind, en of bewijs van
beide nodig is voor herkenning.
Algemene definitie voor emotionele mishandeling en verwaarlozing
De volgende criteria vormen de definitie van emotionele/psychologische mishandeling en
verwaarlozing:
- Emotionele mishandeling en verwaarlozing beschrijft een relatie tussen de ouder en het kind
I.p.v. een gebeurtenis / aantal gebeurtenissen binnen de relatie
- De zorgelijke interacties doordringen of karakteriseren de relatie
- De interacties zijn, of zijn mogelijk, schadelijk door veroorzaken van beperking van de
mentale gezondheid van het kind en de ontwikkeling
- Emotionele mishandeling en verwaarlozing omvat zowel omissie als commissie
- Emotionele mishandeling en verwaarlozing vereisen geen fysiek contact
APSAC framework
Het is niet te doen om een hele lijst te maken met álle gedragingen en interacties die hieronder te
schalen vallen. Maar in een richtlijn van APSAC worden 6 vormen van psychologische maltreatment
beschreven:
, 1. Afwijzen (spurning) – verbaal of non-verbaal afwijzen of naar beneden halen
2. Terroriseren – gedrag dat (mogelijk) bedreigend is of het kind en/of diens geliefde spullen in
gevaar brengen
3. Exploiteren/corrumperen – het kind aanmoedigen om ongepast gedrag te ontwikkelen
4. Ontzeggen van emotionele responsiviteit – behoeften van het kind negeren, geen positieve
affect tonen, geen emoties tonen in de interacties met het kind
5. Isoleren – ontzeggen van mogelijkheden voor interactie met leeftijdsgenoten of volwassenen
6. Mentale, lichamelijke, medische of onderwijskundige verwaarlozing – het negeren van of
niet kunnen voldoen aan de behoeften van het kind
Alternatief framework
Er is ook een alternatief framework, welke niet gebaseerd is op het gedrag van de ouders of de
interactie met het kind. Hierin worden juist de verschillende varianten gecategoriseerd binnen de
algemene definitie, volgens een conceptueel framework. En het concept is gebaseerd op de elementen
die samen het psychosociale zijn van een kind vormen:
Een kind is:
- Een persoon die bestaat
- Dit kind heeft zijn/haar eigen attributen
- Een kind dat, bij definitie, kwetsbaar, afhankelijk en snel ontwikkelend is
- Een individu die zélf gevoelens, gedachten en percepties heeft
- Een sociaal wezen die steeds meer interactie en communicatie heeft binnen diens eigen sociale
context
Categorieën van emotionele mishandeling en verwaarlozing
De volgende categorieën passen weer binnen de algemene definitie, en slaan dus ook terug op het
alternatieve framework.
1. Emotionele onbeschikbaarheid, onvermogen om te reageren en verwaarlozing
a. Omvat ouderlijke ongevoeligheid
2. Negatieve attributies en misattributies naar het kind
a. Vijandigheid, denigrerend en afwijzing
3. Interacties die ongepast of inconsistent zijn, gezien de ontwikkeling
a. Verwachtingen die hoger liggen dan de ontwikkelingsvaardigheden
b. Overmatige bescherming of beperking van verkenning en leren
c. Blootstelling aan verwarrende of traumatische gebeurtenissen en interacties
4. Niet in staat zijn om de individuele en psychologische grenzen van het kind te
(h)erkennen
a. Het kind gebruiken om de behoeften van de volwassene te vervullen
b. Onvermogen om onderscheid te maken tussen de realiteit van het kind en de
wensen/overtuigingen van de volwassenen
5. Niet in staat zijn om de sociale aanpassing van het kind aan te moedigen
a. Promoten van mis-socialisatie (o.a. corrumperen/omkopen)
b. Psychologische verwaarlozing (dus geen cognitieve stimulatie bijv.)
Kempe – The Battered-Child Syndrome
Het Battered-Child Syndroom is een term die wordt gebruikt voor een klinische conditie bij jonge
kinderen die zijn mishandeld. Het wordt soms ook wel onherkende trauma genoemd, aangezien het
,vaak ook niet herkend wordt. Het is eigenlijk ‘gewoon’ een ziektebeeld (bijv. botbreuken) veroorzaakt
door mishandeling
Klinische manifestaties
Het kan op iedere leeftijd voorkomen, maar vaak zijn de kinderen < 3 jaar. Soms verschijnt iemand
met een enkele trauma. Maar vaak is het zo dat de algemene gezondheid van het kind al slechter is. Er
kunnen dan ook sporen van eerdere mishandelingen zijn.
Psychiatrische aspecten
Het soort mishandeling en de ernst ervan varieert natuurlijk sterk. Aan de ene kant van het spectrum
heb je moord, wat vaak gedaan wordt door iemand die heel dichtbij staat en vaak in een psychose is.
Het andere uiterste is waarbij er geen openlijke/zichtbare schade is, en waarbij een ouder naar de
psychiater gaat voor hulp (angst/schuld, gerelateerd aan fantasieën van het kind pijn doen). Het is bij
deze gevallen dan al voorbij de fantasie, en al gaande.
Tussen deze twee extremen, liggen nog veel mishandelde kinderen met milde tot ernstige
verwondingen. Er zijn meerdere factoren bij de ouder die hierbij een rol kunnen spelen:
- Lage intelligentie
- Psychopathisch of sociopathische karaktereigenschappen
- Alcoholisme
- Seksuele promiscuïteit (meerdere sekspartners)
- Instabiel huwelijk
- Minor criminele activiteiten
- Onvolwassen
- Impulsief
- Self-centered
- Hypergevoelig
- Slechte agressieregulatie
- Vaak zelf ook slachtoffer in jeugd
Het is lastig om de informatie te verkrijgen of er kindermishandeling plaatsvindt of heeft gevonden,
om meerdere redenen:
1. Ontkenning door de ouders
a. Bewust of onbewust
2. Artsen vinden het soms moeilijk te geloven dat de ouders hun kind hebben mishandeld en
vinden het lastig om ernaar te vragen
Radiologische kenmerken
Radiologisch onderzoek kan helpen bij diagnose en ook bij management. De diagnostische signalen
komen uit een combinatie van omstandigheden:
- Leeftijd van de patiënt
Bij kinderen < 3 jaar is er nog relatief veel radiolucent kraakbeen, oftewel: het is niet
zichtbaar
Het vlies wat om het bot ligt is nog minder gehecht aan het bot en raakt er makkelijk
van los. Wanneer er dan schade is, en er een bijv. een bloeding is, vindt er nieuwe
botformatie plaats (ofzo)
- Soort verwonding
Verwondingen aan de extremiteiten zijn vaker bij KM
- Tijd voordat onderzoek plaatsvond
, Veranderingen na herstel worden pas 12-14 dagen na verwonding zichtbaar
Deze veranderingen zijn actiever in groeiende botten
- Is de traumatische gebeurtenis eenmalig of herhaaldelijk?
Zichtbaar door bijv. verschillende verwondingen die in verschillende fasen van heling
zijn
Differentiaal diagnose
- Scurvy
- Syfillis
- Osteogenesis imperfecta
- Infantiele corticale hyperostose
Management
Het belang van het maken van de juiste diagnose is zodat er de juiste therapie komt en het niet
nogmaals gebeurt.
Samenvatting
The battered-child syndrome, a clinical condition in young children who have received
serious physical abuse, is a frequent cause of permanent injury or death. Although the findings are
quite variable, the syndrome should be considered in any child exhibiting evidence of possible trauma
or neglect (fracture of any bone, subdural hematoma, multiple soft tissue injuries, poor skin hygiene,
or malnutrition) or where there is a marked discrepancy between the clinical findings and the
historical data as supplied by the parents. In cases where a history of specific injury is not available,
or in any child who dies suddenly, roentgenograms of the entire skeleton should still be obtained in
order to ascertain the presence of characteristic multiple bony lesions in various stages of healing.
Psychiatric factors are probably of prime importance in the pathogenesis of the disorder, but
our knowledge of these factors is limited. Parents who inflict abuse on their children do not
necessarily have psychopathic or sociopathic personalities or come from borderline socioeconomic
groups, although most published cases have been in these categories. In most cases some defect in
character structure is probably present; often parents may be repeating the type of child care
practiced on them in their childhood.
Physicians, because of their own feelings and their difficulty in playing a role that they find
hard to assume, may have great reluctance in believing that parents were guilty of abuse. They may
also find it difficult to initiate proper investigation so as to assure adequate management of the case.
Above all, the physician’s duty and responsibility to the child requires a full evaluation of the problem
and a guarantee that the expected repetition of trauma will not be permitted to occur.
Beckerman – Negative parental attributions
Thanks to JOHO
Volgens het Social Information Processing (SIP) model zijn negatieve, parental attributies belangrijke
voorspellers van een harde of mishandelende opvoeding. Ook onevenredig hoge kindgerelateerde
verwachtingen, een positieve houding t.o.v. fysieke discipline, hoge stressniveaus en de ervaring van
km door eigen ouders zijn risicofactoren voor negatieve ouderlijke attributies.
Ouderlijke attributies – interpretatie en evalutatie van het gedrag van het kind door de ouder.
Resultaten
Voor zowel moeders als vaders waren meer negatieve attributies gerelateerd aan meer
opvoedingsstress en meer harde en gewelddadige discipline. Moeders die meer partnergerelateerde
stress rapporteerden en hoger scoorden op het risico van kindermishandeling, uitten ook meer
negatieve attributies. Ouderschapsstress was positief geassocieerd met hard en beledigend