Eind 19e eeuw
De dierenbescherming (1877) was er eerder dan de kinderbescherming (1899). Men keek eigenlijk
in het verleden anders naar kindermishandeling (KM). Ze keken met andere ogen naar kinderen,
namelijk als een onvoorwaardelijk bezit van ouders en als verzekering voor inkomen en verzorging
voor de oude dag.
In 1898 kwam er een rapport, waarin een overzicht was gemaakt van alle instellingen en verenigingen
die zich met kinderbescherming bezighielden. Er was een inventarisatie gemaakt welke maatregelen er
in de omringde landen waren getroffen om kinderen te beschermen. Verder stonden er aanbevelingen
in, waaronder de oprichting van een overkoepelend orgaan voor alle jeugdorganisaties. In 1899 werd
daarom de Nederlandsche Bond tot Kinderbescherming opgericht.
Opvallend was de manier waarop de kinderbescherming naar mishandeling van kinderen keek. Het
woord KM werd niet gebruikt, maar er werd enkel gesproken van verwaarlozing. Deze verwaarlozing
werd gezien als uitvloeisel van de maatschappelijke toestand in asociale gezinnen die door de opkomst
van de industrialisatie, de verstedelijking en immigratie verpauperd waren waardoor hun kinderen
voor galg en rad opgroeiden. In sociaal ontoelaatbare gezinnen kon een verwaarloosd of mishandeld
kind gemakkelijk in crimineel gedrag vervallen. Oftewel: het draaide om de “bedreiging voor de
maatschappij”, dat het mishandelde kind (aka crimineel in de dop) zou zijn.
Kinderwetten 1905
Het Kinderwetje van Van Houten (1874) verbood fabrieksarbeid voor kinderen onder 12 jaar. Maar
deze wet werd amper nageleefd.
De Leerplichtwet (1901) werd wél nageleefd. Deze wet verplichtte alle kinderen van 6-12 jaar naar
school te gaan. Hiermee werd niet alleen het werken in fabrieken verboden, maar alle kinderarbeid tot
12 jaar. Eigenlijk kreeg de overheid een nieuwe verantwoordelijkheid: kunnen ingrijpen in de
opvoeding.
In de Kinderwetten (1905) werd deze verantwoordelijkheid vastgelegd. Deze bestonden uit drie
delen:
1. Burgerlijke Kinderwet – over ouderlijke macht en de eventuele instelling van voogdij
2. Strafrechtelijke Kinderwet – over de aanpak van kinderen die een misdrijf hadden gepleegd
3. Kinderbeginselenwet – over de oprichting van instanties die de praktische uitvoering van de 1 e
2 wetten in handen kregen
Vanaf deze wetten, dus vanaf 1905 werd opvoeden dus een plicht.
Jaren 60
Tot in de jaren 60 was er weinig aandacht voor KM, ondanks de wetten die er dus waren. Maar in
1962 legde Henry Kempe het verband tussen botbreuken/ziekten en KM. Door op röntgenfoto’s oude
breuken te kunnen zien. In 1970 werd de Vereniging tegen KM opgericht.
Jaren 70 en 80
Er is sinds het begin van aanpak van KM altijd wel kritiek geweest. Eerst vanuit de ouders. Zij zagen
de kinderbescherming als kinderdief en paternalistische organisatie. Het was nogal betuttelend.
Hulpverleners praatten vooral over de hoofden van de ouders heen en namen beslissingen die zij goed
achtten voor het gezin, i.p.v. samen te overleggen.
,Eind vorige eeuw
In 1992 werd de Wet op de jeugdhulpverlening ingevoerd. Deze wet verlegde de
verantwoordelijkheid voor de hulpverlening van het Rijk naar de provincies. Ook was de term
huiselijk geweld in opkomst. Dit omvat allerlei soorten geweld: geweld van ouders tegen kinderen, van
kinderen tegen ouders, tussen ouders onderling. Het gaat dan over (combinaties van) fysiek, psychisch
en seksueel geweld.
De vorm van deze wet is in de loop der jaren wat veranderd. Vanaf 2015 werd de nieuwe Jeugdwet
van kracht. Vanaf toen kregen de gemeenten de verantwoordelijkheid en regie over de jeugdzorg,
i.p.v. het rijk of de provincies.
Begin deze eeuw
Savanna-effect: na de dood van een 3-jarig meisje, Savanna, door KM, en de vervolging van haar
gezinsvoogd was er in de eerste jaren daarna een meer alerte beleidsvoering van de jeugdzorg en een
toename van het aantal begeleidingen door gezinsvoogden
RAAK-aanpak
De preventieve aanpak werd steeds belangrijker. Waardoor RAAK werd opgericht, wat staat voor
Reflectie- en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling. Zij ontwikkelden een methode o.b.v. 3
artikelen uit de door hen opgestelde grondwet van democratische opvoeding:
1. Elk kind heeft recht op eerbiediging en bescherming van zijn/haar lichamelijke en geestelijke
integriteit; op de geborgenheid, leiding en begeleiding van volwassenen; en op adequate
gemeenschapszorg
2. De veiligheid, gezondheid en algehele ontwikkeling van een kind zijn de gemeenschappelijke
en individuele verantwoordelijkheid van alle leden van de samenleving
3. Niemand wordt geacht een kind te verzorgen en op te voeden zonder daar een cursus, training
of opleiding voor te volgen. Bij de opvoeding wordt deskundig geadviseerd, bijgestaan,
ondersteund of begeleid
De RAAK-methode kent 5 niveaus:
1. Algemene preventie voor iedereen
2. Preventie voor gezinnen in risicosituaties
3. Specifieke preventie, gericht op ouders en kinderen die op grond van individuele
risicofactoren worden geselecteerd
4. Ingrijpen bij vroege signalen bij gezinnen waarin zich al problemen voordoen
5. Daadwerkelijk bescherming en hulpverlening bij vermoedens of constatering
2010 en verder
In het nieuwe Actieplan Aanpak KM voor 2012-2016 stonden drie pijlers centraal:
1. Voorkomen
2. Krachten bundelen door multidisciplinaire aanpak
3. Aanpakken van fysieke mishandeling en seksueel misbruik
2015 – 2018
Landelijke Jeugdagenda: stelt dat ieder kind recht heeft op een gezonde en veilige jeugd
,2018 – 2021
Actieprogramma geweld hoort nergens thuis heeft als doel om huiselijk geweld en KM terug te
dringen, de schade te beperken en de vicieuze cirkel te doorbreken
In dit programma komen 3 actielijnen samen
1. Eerder en beter in beeld
a. Belangrijk dat slachtoffers zich durven uitspreken
b. Inzet op herkenning van signalen door de omgeving
2. Stoppen en duurzaam oplossen
a. Inzet op stoppen van geweld
b. Begint met duidelijke norm: strafmaat voor stelselmatige KM wil men verhogen en
verjaringstermijn verlengen
3. Specifieke groepen
a. Extra aandacht voor specifieke doelgroepen zoals:
i. Slachtoffers loverboys
ii. Seksueel geweld
iii. Kinderen in kwetsbare opvoedsituaties
iv. Kinderen uit complexe scheiding
H5 – Wat is kindermishandeling?
Definitie uit Jeugdwet
Kindermishandeling is elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie
van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen t.o.v. wie de minderjarige
in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor
ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van
fysiek of psychisch letsel
Huiselijk geweld
Geweld in de privésfeer man zowel binnenshuis of buitenshuis plaatsvinden. Met andere woorden, de
term huiselijk geweld verwijst niet naar de locatie van het geweld, maar naar de relatie tussen pleger
en slachtoffer. Door de afhankelijkheidspositie kunnen slachtoffers zich lang niet altijd onttrekken aan
het geweld.
Lichamelijke mishandeling
Hieronder vallen alle vormen van lichamelijk geweld tegen een kind, maar ook vastbinden of
smoren, of get geven van alcohol of vergelijkbare middelen om het gedrag van het kind te beheersen.
Er is officieel (juridisch) al sprake van kindermishandeling als het één keer (is) gebeurd.
Shaken-baby-syndroom
Een bijzondere vorm is Inflicted Traumatic Brain Injury (ITBI), aka Shaken-baby-syndroom. Hierbij
wordt een kind hard door elkaar geschud, waarbij 5 seconden al genoeg is voor letsel. De kans op
letsel is het grootst bij baby’s tot 1 jaar, maar ook later kunnen verwondingen worden opgelopen.
Münchhausen by proxy & foetale mishandeling
Münchhausen by proxy: ouders maken het kind opzettelijk ziek of beweren dat het ziek is.
Foetale mishandeling: zwangere vrouw stelt het ongeboren kind bloot aan gezondheidsrisico’s, door
overmatig gebruik van tabak, alcohol of drugs.
, Kinderdoding en NODOK-procedure
Wanneer na het overlijden van een minderjarige de doodsoorzaak niet duidelijk is, én er geen
aanwijzingen zijn voor een niet-natuurlijk overlijden kan, met toestemming van ouders, een nader
onderzoek worden verricht. Voor dat onderzoek bestaat de NODOK-procedure (Nader Onderzoek
naar de DoodsOorzaak van Kinderen). De regeling is gericht op de rouwverwerking van
nabestaanden. Voor hen kan het belangrijk zijn om de doodsoorzaak te kennen. Als tijdens het
onderzoek blijkt dat er misschien sprake is van een strafbaar feit, wordt het OM geïnformeerd. Zij kan
een strafrechtelijk onderzoek houden, incl. forensische lijkschouw.
Psychische mishandeling
Hieronder gedragen de ouders zich min of meer bewust vijandig ten opzichte van het kind. De
mishandeling kan bestaan uit afwijzen, pesten, kleineren en voor gek zetten. Een bijzondere vorm is
wanneer er onredelijk hoge eisen worden gesteld aan het kind.
Lichamelijke verwaarlozing
Hierbij hebben ouder geen oog voor de verzorging van het kind op gebied van veiligheid, eten,
kleding, onderdak en hygiëne. Ook kan er sprake zijn van verwaarlozing van medische verzorging.
Bijv. dat er geen arts wordt ingeschakeld terwijl de situatie daar wel om vraagt.
Psychische verwaarlozing
Hierbij krijgt het kind stelselmatig geen aandacht of genegenheid. Deze variant is passief (in
tegensteling tot psychische mishandeling). Er is dus eigenlijk meer sprake van nalatigheid
Getuige van huiselijk geweld
Een kind kan ook getraumatiseerd raken wanneer het geen slachtoffer, maar juist een getuige, is van
huiselijk geweld. Volgens wetenschappelijk onderzoek kan getuige zijn van geweld even
traumatiserend zijn als het ondergaan van geweld. Want het gezin zou een veilige haven moeten zijn,
maar is nu juist een bron van geweld en bedreiging
Seksueel misbruik
Vaak is er bij seksueel misbruik sprake van een afhankelijkheidsrelatie tussen slachtoffer en dader.
Schadelijke traditionele praktijken
Dit is een internationaal begrip voor geweld, verminking en onderdrukking voortkomend uit oude
tradities en opvattingen over seksualiteit en man-vrouwrollen. Er zijn meerdere varianten:
Vrouwelijke genitale verminking/meisjesbesnijdenis
Vrouwelijke genitale verminking is een ingreep aan de uitwendige geslachtsorganen, waar geen
medische noodzaak voor is. Daarbij wordt een deel of het geheel van de vrouwelijke genitaliën
weggesneden. De meest ingrijpende vorm (infibulatie) houdt in dat zowel de clitoris als de binnenste
en buitenste schaamlippen worden verwijderd. Andere vormen zijn verwijdering van de clitoris, met
gedeeltelijke of volledige verwijdering van de kleine schaamlippen.
De redenen voor besnijdenis lopen uiteen en verschillen per bevolkingsgroep. Het idee is dat het de
maagdelijkheid van het meisje beschermt, haar huwelijkskansen vergroot en het wordt vaak als
rein beschouwd.