Statistiek 2 samenvatting
College 1
Relatie tussen x en y?
• Een statistisch verband is niet hetzelfde als een daadwerkelijk verband.
• Er is achterliggende theorie nodig om bepaalde data te kunnen interpreteren
en een daadwerkelijk verband te stellen.
• Wanneer p-waarde kleiner is dan 0.05 spreken we van significantie en is er
dus een verband.
• Statistische toetsen: in welke mate de totale spreiding in de gemeten
uitkomsten systematisch is.
Spreiding
• Variantie = Σ(𝑥𝑖 − 𝑥̅ )2 /(𝑛𝑥 − 1)
• Hoe hoger de variantie, hoe mee spreiding
Correlatie
• Er zijn 2 soorten correlatie:
- Pearson correlatiecoëfficiënt
- Spearman’s rho → als waarden niet normaal verdeeld zijn
• Correlatie is 1 als alle waarden op 1 lijn liggen en er een helling in zit,
ongeacht de schaal op de x- en y-as.
College 2
Pearson correlatie
• Te gebruiken bij twee variabelen van minimaal interval meetniveau, als er een
lineair verband is en als de data normaal verdeeld is.
• Uitkomst (r) ligt tussen -1 en 1.
,Onderzoeken van verdeling
• Het onderzoeken van de verdeling doen we doormiddel van het beoordelen
van een histogram en de kengetallen.
• Eerst kijken we of het histogram om en nabij een normale verdeling laat zien.
• Bij een perfecte normale verdeling:
Gemiddelde = mediaan = modus
99.7% van waarnemingen ligt binnen 3 std van gemiddelde
Skewness = 0 (scheefheid)
Kurtosis = 0 (platheid)
• Kijken of gemiddelde, mediaan en modus ongeveer hetzelfde zijn.
• Standaarddeviatie x3 doen en kijken of er veel waardes buiten liggen en kijken
of minimum en maximum 3 standaarddeviaties van het gemiddelde zitten.
• Kijken of skewness en kurtosis tussen -1 en 1 liggen.
• Wanneer de waarden niet te afwijkend zijn kunnen we een t-toets doen.
, Onafhankelijke t-toets
• Met Levene’s test kunnen we kijken of twee varianties (SD’s)
gelijk zijn of niet.
• Als de uitkomst van Levene’s test kleiner is dan
0.05 gaan we de H0 verwerpen en H1
aannemen, wat betekent dat de varianties niet
gelijk zijn.
• Daardoor kijk je in de onderste rij van de tabel naar Sig. (2
tailed) voor de p-waarde (0.119).
• De p-waarde is groter dan 0.05 in dit geval dus kunnen we
concluderen dat er geen significant verschil is tussen
mannen en vrouwen in termen van balans waarden, oftewel
we kunnen de H0 niet verwerpen.
• Bij een eenzijdige toets deel je de p-waarde (0.119) door 2 en kijk je of die
lager is dan 0.05, wat in dit geval dus niet aan de hand is dus H0 niet
verwerpen.
• Statische conclusie is H0 niet verwerpen, H0 accepteren kan niet! Als je geen
effect kunt aantonen, wil dat nog niet zeggen dat het tegendeel bewezen is.
• H0 kunnen we verwerpen of niet verwerpen
H1 kunnen we accepteren of niet accepteren
• Voordat we gaan kijken of iets significant is of niet moet
je altijd eerst kijken of richting van de hypothese klopt bij
een eenzijdige toets. Als richting niet klopt hebt je
sowieso al een verwerping.
Partiële correlatie
• Partiële correlatie = gedeelde correlatie
• Bijvoorbeeld bij de vraag: hoe sterk is de correlatie tussen gemeten reactie en
handvaardigheid? De correlatie tussen die twee zou kunnen komen doordat
beide correleren met leeftijd.
• In dit voorbeeld is de correlatie tussen gemeten reactietijd en handvaardigheid
r = 0.34.
• Reactietijd correleert r = 0.28 met leeftijd en handvaardigheid correleert
r = 0.47 met leeftijd.
• Het is dus de moeite waarde om de correlatie tussen reactietijd en
handvaardigheid te corrigeren voor leeftijd. Er komt dan een partiële correlatie
van rp = 0.25 uit naast de oorspronkelijke r = 0.34. Daaruit blijkt dus dat
ongeveer 1/3 van de correlatie door leeftijd komt.
• Er hoeft dus geen directe correlatie tussen twee variabelen te zijn, maar komt
de correlatie alleen maar tot uiting doordat ze beide met een andere variabele
correleren.
College 1
Relatie tussen x en y?
• Een statistisch verband is niet hetzelfde als een daadwerkelijk verband.
• Er is achterliggende theorie nodig om bepaalde data te kunnen interpreteren
en een daadwerkelijk verband te stellen.
• Wanneer p-waarde kleiner is dan 0.05 spreken we van significantie en is er
dus een verband.
• Statistische toetsen: in welke mate de totale spreiding in de gemeten
uitkomsten systematisch is.
Spreiding
• Variantie = Σ(𝑥𝑖 − 𝑥̅ )2 /(𝑛𝑥 − 1)
• Hoe hoger de variantie, hoe mee spreiding
Correlatie
• Er zijn 2 soorten correlatie:
- Pearson correlatiecoëfficiënt
- Spearman’s rho → als waarden niet normaal verdeeld zijn
• Correlatie is 1 als alle waarden op 1 lijn liggen en er een helling in zit,
ongeacht de schaal op de x- en y-as.
College 2
Pearson correlatie
• Te gebruiken bij twee variabelen van minimaal interval meetniveau, als er een
lineair verband is en als de data normaal verdeeld is.
• Uitkomst (r) ligt tussen -1 en 1.
,Onderzoeken van verdeling
• Het onderzoeken van de verdeling doen we doormiddel van het beoordelen
van een histogram en de kengetallen.
• Eerst kijken we of het histogram om en nabij een normale verdeling laat zien.
• Bij een perfecte normale verdeling:
Gemiddelde = mediaan = modus
99.7% van waarnemingen ligt binnen 3 std van gemiddelde
Skewness = 0 (scheefheid)
Kurtosis = 0 (platheid)
• Kijken of gemiddelde, mediaan en modus ongeveer hetzelfde zijn.
• Standaarddeviatie x3 doen en kijken of er veel waardes buiten liggen en kijken
of minimum en maximum 3 standaarddeviaties van het gemiddelde zitten.
• Kijken of skewness en kurtosis tussen -1 en 1 liggen.
• Wanneer de waarden niet te afwijkend zijn kunnen we een t-toets doen.
, Onafhankelijke t-toets
• Met Levene’s test kunnen we kijken of twee varianties (SD’s)
gelijk zijn of niet.
• Als de uitkomst van Levene’s test kleiner is dan
0.05 gaan we de H0 verwerpen en H1
aannemen, wat betekent dat de varianties niet
gelijk zijn.
• Daardoor kijk je in de onderste rij van de tabel naar Sig. (2
tailed) voor de p-waarde (0.119).
• De p-waarde is groter dan 0.05 in dit geval dus kunnen we
concluderen dat er geen significant verschil is tussen
mannen en vrouwen in termen van balans waarden, oftewel
we kunnen de H0 niet verwerpen.
• Bij een eenzijdige toets deel je de p-waarde (0.119) door 2 en kijk je of die
lager is dan 0.05, wat in dit geval dus niet aan de hand is dus H0 niet
verwerpen.
• Statische conclusie is H0 niet verwerpen, H0 accepteren kan niet! Als je geen
effect kunt aantonen, wil dat nog niet zeggen dat het tegendeel bewezen is.
• H0 kunnen we verwerpen of niet verwerpen
H1 kunnen we accepteren of niet accepteren
• Voordat we gaan kijken of iets significant is of niet moet
je altijd eerst kijken of richting van de hypothese klopt bij
een eenzijdige toets. Als richting niet klopt hebt je
sowieso al een verwerping.
Partiële correlatie
• Partiële correlatie = gedeelde correlatie
• Bijvoorbeeld bij de vraag: hoe sterk is de correlatie tussen gemeten reactie en
handvaardigheid? De correlatie tussen die twee zou kunnen komen doordat
beide correleren met leeftijd.
• In dit voorbeeld is de correlatie tussen gemeten reactietijd en handvaardigheid
r = 0.34.
• Reactietijd correleert r = 0.28 met leeftijd en handvaardigheid correleert
r = 0.47 met leeftijd.
• Het is dus de moeite waarde om de correlatie tussen reactietijd en
handvaardigheid te corrigeren voor leeftijd. Er komt dan een partiële correlatie
van rp = 0.25 uit naast de oorspronkelijke r = 0.34. Daaruit blijkt dus dat
ongeveer 1/3 van de correlatie door leeftijd komt.
• Er hoeft dus geen directe correlatie tussen twee variabelen te zijn, maar komt
de correlatie alleen maar tot uiting doordat ze beide met een andere variabele
correleren.