Investeren
1 investeringsselectie
Levensduur
- Technische
- Economische
1.2 de terugverdienperiode
Waarin de investering zichzelf terugverdient via de positieve kasstromen
investering begin 1 e jaar +restwaarde
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen =
2
Nadelen terugverdienperiode -> er wordt niet gekeken naar interestkosten, verdeling
positieve kasstromen over verschillende perioden en positieve cashflows na de
terugverdientijd.
Risico’s kleiner maken:
- Instellen maximale terugverdientijd
- Kasstromen laag in te schatten
- De looptijd van de kasstromen niet te lang maken
1.3 De netto contante waarde
Cashflow = nettowinst + afschrijvingen
CW positieve kasstromen = CW-cashflows – CW-restwaarde
NCW = CW jaarlijkse cashflows + CW-restwaarde – investering
Investeren indien NCW > 0
1.4 gevoeligheidsanalyse
% verandering vraag
Prijselasticiteit van de vraag =
% verandering prijs
- Blijkt duurder in aanschaf
- Eerder kapot
- Rente omhoog of omlaag
- Extra opbrengsten vallen tegen
Eindwaarde
R N −1
Ax
R−1
A = kleinste factor
N = aantal stortingen
R = rentepercentage
1 investeringsselectie
Levensduur
- Technische
- Economische
1.2 de terugverdienperiode
Waarin de investering zichzelf terugverdient via de positieve kasstromen
investering begin 1 e jaar +restwaarde
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen =
2
Nadelen terugverdienperiode -> er wordt niet gekeken naar interestkosten, verdeling
positieve kasstromen over verschillende perioden en positieve cashflows na de
terugverdientijd.
Risico’s kleiner maken:
- Instellen maximale terugverdientijd
- Kasstromen laag in te schatten
- De looptijd van de kasstromen niet te lang maken
1.3 De netto contante waarde
Cashflow = nettowinst + afschrijvingen
CW positieve kasstromen = CW-cashflows – CW-restwaarde
NCW = CW jaarlijkse cashflows + CW-restwaarde – investering
Investeren indien NCW > 0
1.4 gevoeligheidsanalyse
% verandering vraag
Prijselasticiteit van de vraag =
% verandering prijs
- Blijkt duurder in aanschaf
- Eerder kapot
- Rente omhoog of omlaag
- Extra opbrengsten vallen tegen
Eindwaarde
R N −1
Ax
R−1
A = kleinste factor
N = aantal stortingen
R = rentepercentage