Week 1/ Week 2:
Artikel 1. Pensioenwet
De pensioenovereenkomst is gedefineerd als hetgeen tussen een werkgever en werknemer
is overeengekomen betreffende pensioen.
Een zelfstandige kan dus geen pensioen sluiten!
Deelnemer: de werknemer of de gewezen werknemer die nog krachtens een
pensioenovereenkomst pensioenaanspraken verwerft.
Artikel 2. Pensioenwet:
1) …
2) Met een pensioenovereenkomst wordt gelijkgesteld:
a. de uit de dienstbetrekking voortvloeiende rechtsbetrekking tussen een werkgever
en een werknemer met betrekking tot pensioen in geval van deelneming in een
bedrijfstakpensioenfonds op basis van een verplichtstelling; en
b. de uit de dienstbetrekking voortvloeiende rechtsbetrekking tussen een
overheidswerkgever en een overheidswerknemer als bedoeld in de Wet privatisering
ABP met betrekking tot pensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel
4 en 5 van die wet.
3) Bij regeling van Onze Minister kan een categorie van personen, niet zijnde
werknemers, die werkt in een arbeidsverhouding waarbij tegen beloning
persoonlijke arbeid wordt verricht, worden aangewezen die voor de toepassing van
deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met werknemers.
4) (aangepast); een vervroegde uittredingsregeling is geen pensioen
Nadere eisen pensioenwet (week 2)
Artikel 10 Pensioenwet
Een pensioenovereenkomst moet een bepaald karakter hebben. Drie karakters:
1. Uitkeringsovereenkomst
2. Premieovereenkomst
3. Kapitaalovereenkomst
Artikel 10a Pensioenwet
1) Bij een kapitaalovereenkomst of een premieovereenkomst wordt het kapitaal
voortvloeiend uit de beschikbaar gestelde premies uiterlijk op de pensioendatum
omgezet in een vastgestelde uitkering.
2) In afwijking van het eerste lid kan het kapitaal vanaf de pensioendatum geheel of
gedeeltelijk worden gebruikt voor de financiering van een variabele uitkering.
,Artikel 15 Pensioenwet
Ouderdomspensioenwet is in beginsel levenslang. In beginsel omdat er de mogelijkheid
bestaat voor een tijdelijk overbruggingspensioen.
Artikel 16 Pensioenwet
Nog evt. Toe te voegen
Artikel 23 Pensioenwet
De pensioenovereenkomst moet worden ondergebracht door middel van een
uitvoeringsovereenkomst. De onderbrenging moet volledig en voortdurend zijn.
Artikel 65 Pensioenwet
1) Een pensioen is niet afkoopbaar.
2) Elk beding in strijd hiermee is nietig
NB: bestaat wel een uitzondering voor kleine pensioenen onder omstandigheden.,
wanneer het overdragen aan een andere pensioenuitvoerder niet lukt.
Artikel 59. Pensioenwet Geen verjaring ten gunste van de pensioenuitvoerder
Een rechtsvordering tegen een pensioenuitvoerder tot het doen van een uitkering verjaart
niet bij leven van de pensioengerechtigde.
9 Wet cao
Georganiseerde werknemers zijn gebonden aan de cao; dienen dus in beginsel de cao te
aanvaarden
12 Wet cao
Gebonden werknemers mogen niet door middel van afwijkende afspraken afwijken van de
cao
De ongeorganiseerde is niet door wetsduiding gebonden aan de cao en hoeft een aanbod
voor pensioen opgenomen in cao dus niet te aanvaarden.
14 Wet cao
De werkgever is gehouden de cao na te leven tegenover haar werknemers.
, Artikel 7. Informatie aan werknemer en aanbod pensioenovereenkomst
1.
De werkgever informeert de werknemer binnen een maand na aanvang van de
werkzaamheden schriftelijk of elektronisch of hij de werknemer al dan niet een aanbod tot
het sluiten van een pensioenovereenkomst doet, en zo ja, binnen welke termijn het aanbod
wordt gedaan en wie de pensioenuitvoerder is.
Dus bij mondeling naar lid 4.
Wel voldaan aan dit lid, dan kan nog een beroep op goedwerkgeverschap
worden afgedwongen 7:611
2.
Indien de werkgever de werknemer op basis van het eerste lid heeft medegedeeld dat hem
geen aanbod tot het sluiten van een pensioenovereenkomst zal worden gedaan, maar de
werkgever op een later tijdstip alsnog een aanbod tot het sluiten van een
pensioenovereenkomst doet, informeert hij de werknemer hierover schriftelijk of
elektronisch.
3.
Indien een pensioenovereenkomst is gesloten, maar de werknemer nog geen pensioen
verwerft, informeert de werkgever de werknemer daarover en geeft de werkgever daarbij
aan:
a. aan welke voorwaarden voldaan moet worden om de verwerving van
pensioenaanspraken te laten beginnen; en
b. welke diensttijd in het kader van de pensioenovereenkomst relevant is.
4.
Indien de werkgever niet heeft voldaan aan het eerste of tweede lid, wordt een werkgever
geacht aan een werknemer een onherroepelijk aanbod tot het sluiten van een
pensioenovereenkomst gedaan te hebben, indien die werknemer behoort tot dezelfde
groep van werknemers, aan wie de werkgever al een aanbod tot het sluiten van een
pensioenovereenkomst heeft gedaan. (Vermoeden van aanbod)
5.
Voor het elektronisch verstrekken van de informatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, is
uitdrukkelijke instemming van de werknemer vereist.
Ex 3:37 is de Pensioenovereenkomst vormvrij en kan dus ook mondeling aangegaan zijn of
uit gedragingen blijken
Art. 8 Lid 5 PW; leeftijdsonderscheid
1. Ingeval een werkgever aan een of meer werknemers een aanbod doet tot het sluiten
van een pensioenovereenkomst, mag deze werkgever het doen van een aanbod aan
een andere werknemer niet achterwege laten vanwege het enkele feit dat die
andere werknemer minder dan de volledige arbeidstijd werkt.
Artikel 1. Pensioenwet
De pensioenovereenkomst is gedefineerd als hetgeen tussen een werkgever en werknemer
is overeengekomen betreffende pensioen.
Een zelfstandige kan dus geen pensioen sluiten!
Deelnemer: de werknemer of de gewezen werknemer die nog krachtens een
pensioenovereenkomst pensioenaanspraken verwerft.
Artikel 2. Pensioenwet:
1) …
2) Met een pensioenovereenkomst wordt gelijkgesteld:
a. de uit de dienstbetrekking voortvloeiende rechtsbetrekking tussen een werkgever
en een werknemer met betrekking tot pensioen in geval van deelneming in een
bedrijfstakpensioenfonds op basis van een verplichtstelling; en
b. de uit de dienstbetrekking voortvloeiende rechtsbetrekking tussen een
overheidswerkgever en een overheidswerknemer als bedoeld in de Wet privatisering
ABP met betrekking tot pensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel
4 en 5 van die wet.
3) Bij regeling van Onze Minister kan een categorie van personen, niet zijnde
werknemers, die werkt in een arbeidsverhouding waarbij tegen beloning
persoonlijke arbeid wordt verricht, worden aangewezen die voor de toepassing van
deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met werknemers.
4) (aangepast); een vervroegde uittredingsregeling is geen pensioen
Nadere eisen pensioenwet (week 2)
Artikel 10 Pensioenwet
Een pensioenovereenkomst moet een bepaald karakter hebben. Drie karakters:
1. Uitkeringsovereenkomst
2. Premieovereenkomst
3. Kapitaalovereenkomst
Artikel 10a Pensioenwet
1) Bij een kapitaalovereenkomst of een premieovereenkomst wordt het kapitaal
voortvloeiend uit de beschikbaar gestelde premies uiterlijk op de pensioendatum
omgezet in een vastgestelde uitkering.
2) In afwijking van het eerste lid kan het kapitaal vanaf de pensioendatum geheel of
gedeeltelijk worden gebruikt voor de financiering van een variabele uitkering.
,Artikel 15 Pensioenwet
Ouderdomspensioenwet is in beginsel levenslang. In beginsel omdat er de mogelijkheid
bestaat voor een tijdelijk overbruggingspensioen.
Artikel 16 Pensioenwet
Nog evt. Toe te voegen
Artikel 23 Pensioenwet
De pensioenovereenkomst moet worden ondergebracht door middel van een
uitvoeringsovereenkomst. De onderbrenging moet volledig en voortdurend zijn.
Artikel 65 Pensioenwet
1) Een pensioen is niet afkoopbaar.
2) Elk beding in strijd hiermee is nietig
NB: bestaat wel een uitzondering voor kleine pensioenen onder omstandigheden.,
wanneer het overdragen aan een andere pensioenuitvoerder niet lukt.
Artikel 59. Pensioenwet Geen verjaring ten gunste van de pensioenuitvoerder
Een rechtsvordering tegen een pensioenuitvoerder tot het doen van een uitkering verjaart
niet bij leven van de pensioengerechtigde.
9 Wet cao
Georganiseerde werknemers zijn gebonden aan de cao; dienen dus in beginsel de cao te
aanvaarden
12 Wet cao
Gebonden werknemers mogen niet door middel van afwijkende afspraken afwijken van de
cao
De ongeorganiseerde is niet door wetsduiding gebonden aan de cao en hoeft een aanbod
voor pensioen opgenomen in cao dus niet te aanvaarden.
14 Wet cao
De werkgever is gehouden de cao na te leven tegenover haar werknemers.
, Artikel 7. Informatie aan werknemer en aanbod pensioenovereenkomst
1.
De werkgever informeert de werknemer binnen een maand na aanvang van de
werkzaamheden schriftelijk of elektronisch of hij de werknemer al dan niet een aanbod tot
het sluiten van een pensioenovereenkomst doet, en zo ja, binnen welke termijn het aanbod
wordt gedaan en wie de pensioenuitvoerder is.
Dus bij mondeling naar lid 4.
Wel voldaan aan dit lid, dan kan nog een beroep op goedwerkgeverschap
worden afgedwongen 7:611
2.
Indien de werkgever de werknemer op basis van het eerste lid heeft medegedeeld dat hem
geen aanbod tot het sluiten van een pensioenovereenkomst zal worden gedaan, maar de
werkgever op een later tijdstip alsnog een aanbod tot het sluiten van een
pensioenovereenkomst doet, informeert hij de werknemer hierover schriftelijk of
elektronisch.
3.
Indien een pensioenovereenkomst is gesloten, maar de werknemer nog geen pensioen
verwerft, informeert de werkgever de werknemer daarover en geeft de werkgever daarbij
aan:
a. aan welke voorwaarden voldaan moet worden om de verwerving van
pensioenaanspraken te laten beginnen; en
b. welke diensttijd in het kader van de pensioenovereenkomst relevant is.
4.
Indien de werkgever niet heeft voldaan aan het eerste of tweede lid, wordt een werkgever
geacht aan een werknemer een onherroepelijk aanbod tot het sluiten van een
pensioenovereenkomst gedaan te hebben, indien die werknemer behoort tot dezelfde
groep van werknemers, aan wie de werkgever al een aanbod tot het sluiten van een
pensioenovereenkomst heeft gedaan. (Vermoeden van aanbod)
5.
Voor het elektronisch verstrekken van de informatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, is
uitdrukkelijke instemming van de werknemer vereist.
Ex 3:37 is de Pensioenovereenkomst vormvrij en kan dus ook mondeling aangegaan zijn of
uit gedragingen blijken
Art. 8 Lid 5 PW; leeftijdsonderscheid
1. Ingeval een werkgever aan een of meer werknemers een aanbod doet tot het sluiten
van een pensioenovereenkomst, mag deze werkgever het doen van een aanbod aan
een andere werknemer niet achterwege laten vanwege het enkele feit dat die
andere werknemer minder dan de volledige arbeidstijd werkt.