Hoofdstuk 3 transportplanning
3.1 het werk van een transportplanner
De start van het vervoer begint met de keuze van de vervoersmodaliteit(en). Zorgen dat bestelde
goederen tegen zon laag mogelijke kosten op het juiste moment worden afgeleverd. Dat noem je ook
wel rittenplanning.
Routeplanning daarentegen gaat over het berekenen van de optimale route. Op basis van het begin-,
tussen- en eindpunt rekent een routeplannersysteem uit welke route de voorkeur verdient. Het
systeem laat zien hoeveel kilometers je moet afleggen en hoelang je daarover doet. De begrippen
rittenplanning en routeplanning worden vaak door elkaar gebruikt, maar er is een wezenlijk verschil.
Vervoerscapaciteit
Bij het plannen van de rit gaat de transportplanner uit van de capaciteitsplanning. Dat is de
hoeveelheid vrachtauto’s die beschikbaar is binnen het bedrijf. Bij deze capaciteitsplanning staat de
maximale benutting van de eigen vervoerscapaciteit voorop. Mocht de eigen vervoerscapaciteit
tekortschieten, dan kun je vervoer van derden inhuren. Er zijn echter ook andere redenen om het
vervoer uit te besteden, bijvoorbeeld als je niet beschikt over het juiste materieel, de lading niet past
bij het geografisch gebied van de vervoerder, er weinig of geen retourlading is in een gebied,
enzovoort.
Belangrijke gegevens voor de planning
Een transportplanner moet voor de dagelijkse planning inzicht hebben in:
het soort wagen (bijvoorbeeld: met of zonder laadklep)
het nuttig laadvermogen (hoeveel zendingen er in de laadruimte kunnen)
de lengte en breedte van de auto (of de vrachtauto bij alle afnemers voor de deur kan
komen)
de hoogte van de auto (of de vrachtauto alle tunnels en viaducten kan passeren)
de wieldruk (of de vrachtauto ook op alle B-wegen mag rijden)
de kosten per kilometer
de vaste kosten.
Beschikbaar van materieel
Het beschikbare materieel is meestal bekend bij de planning, want er wordt dagelijks mee gewerkt.
Specifieke gegevens die meestal wel nodig zijn bij het materiaal zijn:
kenteken (Let op: trekkende eenheid en laadeenheid hebben verschillende kentekens!)
laadbakopbouw en uitrusting
laadvermogen
afmetingen
uitstootklasse van de motor
gepland onderhoud/reparatie/keuring.
,Beschikbaarheid van personeel / beschikbare chauffeurstijd
Voor de planning is het in de eerste plaats van belang te weten wie er beschikbaar is. De
beschikbaarheid wordt bepaald door:
de personeelsgegevens
de geplande vakanties
ziekte en verzuim
de beschikbare diensttijd en rijtijd (volgens de regels van het Arbeidstijdenbesluit vervoer is
de diensttijd maximaal 15 uur per dag.)
klantgegevens voor de levering
De volgende klantgegevens zijn van belang voor de ritplanning:
de bereikbaarheid van de klant
De klant stelt eisen aan het tijdstip waarop hij goederen wil ontvangen. Zuivelproducten en
aardappelen, groente en fruit (AGF) worden bij voorkeur ’s ochtends vroeg ontvangen.
bijzondere omstandigheden bij laden en lossen
In veel gevallen moet bij het afleveren rekening worden gehouden met wachttijden, laad- en
lostijden. Deze wachttijden worden veroorzaakt door beperkingen in de faciliteiten van de
klant.
venstertijden
Venstertijden zijn door de gemeente bepaalde tijdstippen waarop onder andere winkels in
een bepaald gebied bevoorraad mogen worden door vrachtwagens.
ontheffingen voor busbanen, enzovoort.
Basisritten
Wanneer alle gegevens van materieel, personeel en klanten over een bepaalde periode bekend zijn,
kunnen de basisritten worden opgesteld. Deze basisritten geven aan welke route er gereden wordt
binnen een bepaald afzetgebied. Ze zijn bijvoorbeeld gebaseerd op postcodes. Deze
basisrouteschema’s zijn dus de basis voor de dagelijkse planning.
Op grond van deze schema’s kan/kunnen:
de orders worden voorgesorteerd
het vermoedelijke tijdsbeslag per rit worden bepaald
het vermoedelijk in te zetten materieel worden vastgesteld
het aantal chauffeurs per route worden bepaald
het tijdstip van laden worden vastgesteld
het tijdstip van vertrek worden vastgesteld
het vermoedelijke tijdstip van terugkomst worden bepaald
de te verwachten bijzonderheden op de rit zo veel mogelijk worden voorspeld.
, Beladingsplan
Een transportplanner zal enige kennis moeten hebben over de wijze waarop transportmiddelen
moeten worden beladen. De transportmiddelen kunnen worden beladen met kisten, vaten, kratten
en pallets die allemaal meer of minder stapelbaar zijn.
Daarnaast kan de vracht bestaan uit een gevarieerde hoeveelheid goederen van allerlei vormen en
gewichten. Bij het transport is de wijze van verpakken van de goederen van groot belang. Deze
kennis is van belang voor een transportplanner, omdat een goede verpakking de kans op schade
vermindert.
3.2 opbouw van een rit
Bij het plannen van een transport houd je rekening met een aantal factoren. Een rit bestaat uit:
laadtijd
rijtijd
los- en wachttijden bij afleveradressen en eventueel laden van retouremballage
(wettelijke) pauzes.
Het geheel van laad-, rij-, los- en wachttijd en wettelijke pauzes en rust vormt de ritduur.
Laadtijd
De laadtijd is de tijd die nodig is om goederen in een vrachtauto te laden. Het is belangrijk om de
laadtijd tot een minimum te beperken. Dit kun je optimaliseren door bijvoorbeeld een laadploeg in te
schakelen, door het gebruik van technische hulpmiddelen en door het verladen van de zendingen op
transporteenheden als pallets of rolcontainers. Ook de organisatie in het magazijn en de laadhal
moet vlekkeloos verlopen om vertraging bij het laden te voorkomen.
Het laden kan ook buiten de ritduur om gebeuren door:
te laden buiten de werktijden van de chauffeurs
te laden met behulp van wissellaadbakken of andere systemen.
Rijtijd
De rijtijd is de tijd die nodig is om het traject tussen leverancier en klant af te leggen. De tijd dus die
aan rijden wordt besteed en niet aan pauzes (na elke 4,5 uur) en rust (na elke 9 of 10 rij-uren). De
rijtijd is afhankelijk van de gemiddelde rijsnelheid - de gemiddelde snelheid per uur, gebaseerd op de
tijd die gereden is - maar ook van de aard van het traject.
3.1 het werk van een transportplanner
De start van het vervoer begint met de keuze van de vervoersmodaliteit(en). Zorgen dat bestelde
goederen tegen zon laag mogelijke kosten op het juiste moment worden afgeleverd. Dat noem je ook
wel rittenplanning.
Routeplanning daarentegen gaat over het berekenen van de optimale route. Op basis van het begin-,
tussen- en eindpunt rekent een routeplannersysteem uit welke route de voorkeur verdient. Het
systeem laat zien hoeveel kilometers je moet afleggen en hoelang je daarover doet. De begrippen
rittenplanning en routeplanning worden vaak door elkaar gebruikt, maar er is een wezenlijk verschil.
Vervoerscapaciteit
Bij het plannen van de rit gaat de transportplanner uit van de capaciteitsplanning. Dat is de
hoeveelheid vrachtauto’s die beschikbaar is binnen het bedrijf. Bij deze capaciteitsplanning staat de
maximale benutting van de eigen vervoerscapaciteit voorop. Mocht de eigen vervoerscapaciteit
tekortschieten, dan kun je vervoer van derden inhuren. Er zijn echter ook andere redenen om het
vervoer uit te besteden, bijvoorbeeld als je niet beschikt over het juiste materieel, de lading niet past
bij het geografisch gebied van de vervoerder, er weinig of geen retourlading is in een gebied,
enzovoort.
Belangrijke gegevens voor de planning
Een transportplanner moet voor de dagelijkse planning inzicht hebben in:
het soort wagen (bijvoorbeeld: met of zonder laadklep)
het nuttig laadvermogen (hoeveel zendingen er in de laadruimte kunnen)
de lengte en breedte van de auto (of de vrachtauto bij alle afnemers voor de deur kan
komen)
de hoogte van de auto (of de vrachtauto alle tunnels en viaducten kan passeren)
de wieldruk (of de vrachtauto ook op alle B-wegen mag rijden)
de kosten per kilometer
de vaste kosten.
Beschikbaar van materieel
Het beschikbare materieel is meestal bekend bij de planning, want er wordt dagelijks mee gewerkt.
Specifieke gegevens die meestal wel nodig zijn bij het materiaal zijn:
kenteken (Let op: trekkende eenheid en laadeenheid hebben verschillende kentekens!)
laadbakopbouw en uitrusting
laadvermogen
afmetingen
uitstootklasse van de motor
gepland onderhoud/reparatie/keuring.
,Beschikbaarheid van personeel / beschikbare chauffeurstijd
Voor de planning is het in de eerste plaats van belang te weten wie er beschikbaar is. De
beschikbaarheid wordt bepaald door:
de personeelsgegevens
de geplande vakanties
ziekte en verzuim
de beschikbare diensttijd en rijtijd (volgens de regels van het Arbeidstijdenbesluit vervoer is
de diensttijd maximaal 15 uur per dag.)
klantgegevens voor de levering
De volgende klantgegevens zijn van belang voor de ritplanning:
de bereikbaarheid van de klant
De klant stelt eisen aan het tijdstip waarop hij goederen wil ontvangen. Zuivelproducten en
aardappelen, groente en fruit (AGF) worden bij voorkeur ’s ochtends vroeg ontvangen.
bijzondere omstandigheden bij laden en lossen
In veel gevallen moet bij het afleveren rekening worden gehouden met wachttijden, laad- en
lostijden. Deze wachttijden worden veroorzaakt door beperkingen in de faciliteiten van de
klant.
venstertijden
Venstertijden zijn door de gemeente bepaalde tijdstippen waarop onder andere winkels in
een bepaald gebied bevoorraad mogen worden door vrachtwagens.
ontheffingen voor busbanen, enzovoort.
Basisritten
Wanneer alle gegevens van materieel, personeel en klanten over een bepaalde periode bekend zijn,
kunnen de basisritten worden opgesteld. Deze basisritten geven aan welke route er gereden wordt
binnen een bepaald afzetgebied. Ze zijn bijvoorbeeld gebaseerd op postcodes. Deze
basisrouteschema’s zijn dus de basis voor de dagelijkse planning.
Op grond van deze schema’s kan/kunnen:
de orders worden voorgesorteerd
het vermoedelijke tijdsbeslag per rit worden bepaald
het vermoedelijk in te zetten materieel worden vastgesteld
het aantal chauffeurs per route worden bepaald
het tijdstip van laden worden vastgesteld
het tijdstip van vertrek worden vastgesteld
het vermoedelijke tijdstip van terugkomst worden bepaald
de te verwachten bijzonderheden op de rit zo veel mogelijk worden voorspeld.
, Beladingsplan
Een transportplanner zal enige kennis moeten hebben over de wijze waarop transportmiddelen
moeten worden beladen. De transportmiddelen kunnen worden beladen met kisten, vaten, kratten
en pallets die allemaal meer of minder stapelbaar zijn.
Daarnaast kan de vracht bestaan uit een gevarieerde hoeveelheid goederen van allerlei vormen en
gewichten. Bij het transport is de wijze van verpakken van de goederen van groot belang. Deze
kennis is van belang voor een transportplanner, omdat een goede verpakking de kans op schade
vermindert.
3.2 opbouw van een rit
Bij het plannen van een transport houd je rekening met een aantal factoren. Een rit bestaat uit:
laadtijd
rijtijd
los- en wachttijden bij afleveradressen en eventueel laden van retouremballage
(wettelijke) pauzes.
Het geheel van laad-, rij-, los- en wachttijd en wettelijke pauzes en rust vormt de ritduur.
Laadtijd
De laadtijd is de tijd die nodig is om goederen in een vrachtauto te laden. Het is belangrijk om de
laadtijd tot een minimum te beperken. Dit kun je optimaliseren door bijvoorbeeld een laadploeg in te
schakelen, door het gebruik van technische hulpmiddelen en door het verladen van de zendingen op
transporteenheden als pallets of rolcontainers. Ook de organisatie in het magazijn en de laadhal
moet vlekkeloos verlopen om vertraging bij het laden te voorkomen.
Het laden kan ook buiten de ritduur om gebeuren door:
te laden buiten de werktijden van de chauffeurs
te laden met behulp van wissellaadbakken of andere systemen.
Rijtijd
De rijtijd is de tijd die nodig is om het traject tussen leverancier en klant af te leggen. De tijd dus die
aan rijden wordt besteed en niet aan pauzes (na elke 4,5 uur) en rust (na elke 9 of 10 rij-uren). De
rijtijd is afhankelijk van de gemiddelde rijsnelheid - de gemiddelde snelheid per uur, gebaseerd op de
tijd die gereden is - maar ook van de aard van het traject.