H1.1 Bewegingen vastleggen
Je kunt de race van Dafne Schippers vastleggen
door de plaats en de tijd te meten. De plaats x druk
je uit in meter (m) en de tijd t in seconde (s). Je kunt
zeggen dat Dafne in de eerste 4s een verplaatsing
van 30,1m heeft. Verplaatsing druk je uit in meter
(m) en geef je aan als ∆x.
Er geldt hier: ∆x = xt – x0 = 30,1 – 0 = 30,1m.
Om langzame bewegingen vast te leggen, bijvoorbeeld van een optrekkende fietser, kun
je de plaats meten met een meetlint of een liniaal en de tijd met een stopwatch.
Voor snellere bewegingen gebruik je een stroboscoop of een videometing:
- Een stroboscoop is een lamp die met vaste tussenpozen zeer korte flitsen geeft. Op
een stroboscopische foto zie je een bewegend voorwerp alleen tijdens de flitsen, ook al
staat de sluiter de hele opname open.
- Een videometing is een filmpje dat bestaat uit een serie foto’s, die met vaste
tussenpozen zijn gemaakt. Als de beeldfrequentie gelijk is aan 25 flitsen per seconde
dan heb je 25Hz (hertz). 1000Hz = 0,001s = 1ms.
Opmerkingen:
- Als de verplaatsing van het voorwerp 0m is, betekent dat niet dat het voorwerp steeds
in rust is geweest. Als je eerst 10m naar rechts loopt, vervolgens omkeert en daarna 10m
naar links loopt, is de verplaatsing 0m. Naast verplaatsing heb je ook nog een afgelegde
weg. In dit voorbeeld is de afgelegde weg 20m, afgelegde weg geef je aan met het
symbool s.
- Bij bewegingen waarbij de richting niet verandert, zijn de afgelegde weg en de
verplaatsing aan elkaar gelijk; er geldt dan: s = ∆x.
Dafne Schippers legt de 100m in 10,91s af. Gemiddeld legt ze 100/10,91 = 9,17 meter
per seconde af. Je zegt dan: de gemiddelde snelheid is 9,17m/s. De snelheid geef je
aan met de letter v en de gemiddelde snelheid met vgem.
, De snelheid op één tijdstip noem je de momentane snelheid. De momentane snelheid
kun je met een (x,t)-grafiek bepalen. Hiervoor moet je de raaklijn tekenen aan de (x,t)-
grafiek voor het tijdstip waarop je de snelheid wilt weten. De momentane snelheid is de
steilheid of helling van de raaklijn.
Een beweging met een constante snelheid noem je een eenparige beweging. Eenparig
betekent gelijkmatig: bij een eenparige beweging verandert de verplaatsing gelijkmatig.
Je herkent een eenparige beweging dus aan een rechte lijn in een (x,t)-grafiek.
Gedurende een eenparige beweging kun je de verplaatsing berekenen met:
H1.2 Snelheidsgrafieken
In een (v,t)-diagram kun je een eenparige beweging herkennen: de grafiek is een
horizontale rechte lijn. Ook bewoog Dafne zich steeds langs een rechte lijn. Zo’n
beweging noem je een eenparige rechtlijnige beweging, dit is een eenparige beweging
maar dan langs een rechte lijn.
De oppervlakte van de
rechthoek onder de rechte lijn
is de verplaatsing.
Je kunt de race van Dafne Schippers vastleggen
door de plaats en de tijd te meten. De plaats x druk
je uit in meter (m) en de tijd t in seconde (s). Je kunt
zeggen dat Dafne in de eerste 4s een verplaatsing
van 30,1m heeft. Verplaatsing druk je uit in meter
(m) en geef je aan als ∆x.
Er geldt hier: ∆x = xt – x0 = 30,1 – 0 = 30,1m.
Om langzame bewegingen vast te leggen, bijvoorbeeld van een optrekkende fietser, kun
je de plaats meten met een meetlint of een liniaal en de tijd met een stopwatch.
Voor snellere bewegingen gebruik je een stroboscoop of een videometing:
- Een stroboscoop is een lamp die met vaste tussenpozen zeer korte flitsen geeft. Op
een stroboscopische foto zie je een bewegend voorwerp alleen tijdens de flitsen, ook al
staat de sluiter de hele opname open.
- Een videometing is een filmpje dat bestaat uit een serie foto’s, die met vaste
tussenpozen zijn gemaakt. Als de beeldfrequentie gelijk is aan 25 flitsen per seconde
dan heb je 25Hz (hertz). 1000Hz = 0,001s = 1ms.
Opmerkingen:
- Als de verplaatsing van het voorwerp 0m is, betekent dat niet dat het voorwerp steeds
in rust is geweest. Als je eerst 10m naar rechts loopt, vervolgens omkeert en daarna 10m
naar links loopt, is de verplaatsing 0m. Naast verplaatsing heb je ook nog een afgelegde
weg. In dit voorbeeld is de afgelegde weg 20m, afgelegde weg geef je aan met het
symbool s.
- Bij bewegingen waarbij de richting niet verandert, zijn de afgelegde weg en de
verplaatsing aan elkaar gelijk; er geldt dan: s = ∆x.
Dafne Schippers legt de 100m in 10,91s af. Gemiddeld legt ze 100/10,91 = 9,17 meter
per seconde af. Je zegt dan: de gemiddelde snelheid is 9,17m/s. De snelheid geef je
aan met de letter v en de gemiddelde snelheid met vgem.
, De snelheid op één tijdstip noem je de momentane snelheid. De momentane snelheid
kun je met een (x,t)-grafiek bepalen. Hiervoor moet je de raaklijn tekenen aan de (x,t)-
grafiek voor het tijdstip waarop je de snelheid wilt weten. De momentane snelheid is de
steilheid of helling van de raaklijn.
Een beweging met een constante snelheid noem je een eenparige beweging. Eenparig
betekent gelijkmatig: bij een eenparige beweging verandert de verplaatsing gelijkmatig.
Je herkent een eenparige beweging dus aan een rechte lijn in een (x,t)-grafiek.
Gedurende een eenparige beweging kun je de verplaatsing berekenen met:
H1.2 Snelheidsgrafieken
In een (v,t)-diagram kun je een eenparige beweging herkennen: de grafiek is een
horizontale rechte lijn. Ook bewoog Dafne zich steeds langs een rechte lijn. Zo’n
beweging noem je een eenparige rechtlijnige beweging, dit is een eenparige beweging
maar dan langs een rechte lijn.
De oppervlakte van de
rechthoek onder de rechte lijn
is de verplaatsing.