Samenvatting hoofdstukken C1-C5
C1 Tijd van jagers en boeren
Tijd van jagers en boeren: ? - 3000 V.CHR
Prehistorie: tijd voor de geschiedenis.
Oude steentijd
3 Soorten samenlevingen:
● Samenleving van jagers en boeren
● Landbouwsamenleving
● Landbouw-steden samenleving
Jagers en verzamelaars
Jagers en verzamelaars leefden van dingen die ze in de natuur vonden. Ze jaagde
op dieren en verzamelde plantaardig voedsel. Ze kennen alleen ongeschreven
bronnen. Deze bronnen zijn altijd primair en komen uit de tijd zelf.
De eerste landbouwers
Rond 9000 V.C stapten de mensen over op landbouw. Dat ging niet in 1x, maar
geleidelijk. Ze legden akkers aan waarop ze voedsel konden verbouwen. Ook gingen
ze dieren houden als vee. Het leven van de mensen veranderde erg.
- Mensen gingen aan landbouw en veeteelt doen omdat:
● Het klimaat droger en warmer werd. Hierdoor sterfte dieren en planten uit.
Hierdoor gingen mensen aan de rivieren wonen. Mensen begonnen hier met
landbouw.
● Meer kennis van planten
Dit was een grote omkeer in het bestaan van de mensheid. Dit omkeerpunt noemen
ze de landbouwrevolutie / neolithische revolutie. De nieuwe steentijd begon met
de uitvinding van landbouw. Mensen konden wonen op een vaste woonplaats,
doordat ze aan landbouw en veeteelt deden.
,De eerste stedelijke beschavingen
4000 V.C ontstonden de eerste stedelijke beschavingen. Door de vruchtbaarheid van
de grond en irrigatielandbouw (mbv de rivier het water bevloeien) langs de rivieren
was de landbouwopbrengst erg hoog. Hierdoor hoefden in de hoger ontwikkelde
samenlevingen niet iedereen meer bezig te zijn met landbouw. Mensen gingen zich
specialiseren in bijvoorbeeld handel. Hier ontstonden ook de eerste steden.
De eerste landbouw begon in het gebied van de vruchtbare halve maan:
Mesopotamië (de Eufraat en de Tigris), maar ook in Egypte (Nijl). Kenmerken van
zo'n stad zijn: wonen in ommuurde steden, het schrift, een ontwikkelde politieke
organisatie onder leiding van priesters en god koningen en ontwikkelde vormen van
kunst en architectuur. Bekende god koningen waren de farao's.
In Mesopotamië en Egypte ontstonden de eerste stedelijke beschavingen.
Verschillen en overeenkomsten tussen deze twee samenlevingen zijn:
Mesopotamië Egypte
Economie (middelen van - Landbouw: akkerbouw - Landbouw: akkerbouw
bestaan) en veeteelt en veeteelt
- Ambacht - Ambacht
Handel Handel
Politiek (bestuur in Koning en priesters Farao
samenleving) Steden groeide uit tot rijke
stadsstaten
Sociaal (verhoudingen in - Grote groepen (10.000) - Grote groepen (10.000)
bevolking) - Hiërarchische opbouw - Hiërarchische opbouw
van samenleving in van samenleving in
sociale klasse sociale klasse
Cultuur (gevoel en uiting - Polytheïstische - Polytheïstische
hiervan) godsdienst godsdienst
- Magische rituele en ook monotheïsme in korte
tempels tijd.
- Veel uitvindingen - Magische rituele en
tempels
- Veel uitvindingen
, Jagers en Boeren Eerste steden
verzamelaars
Middel(en) van Jagen (mannen) Landbouw -> - Landbouw (80%)
bestaan Verzamelen akkerbouw en - Ambachten
(vrouwen) veetteelt - Handel
Woonplaats Geen vaste Dorp > vaste Steden
woonplaats. woonplaats
veranderd per
seizoen.
(nomaden)
Behuizing Hugt, tent of grot Huizen van hout, Huizen van steen
riet of klei (alleen voor elite)
Gebruiksvoor Jachtspullen, landbouw spullen, - Gereedschap van
werpen zoals speer, mes. zoals sikkel, hark ambachtsleden
Zijn gemaakt van en voorraadpot (te - Schrift
dieren, zoals van zwaar voor jagers - Regels
botten en verzamelaars - Voorraad Belasting
voor reizen)
Bestuur Afhankelijkheid Rijkste boer wordt Farao
van elkaar > niet de baas
echt een baas >
stamoudste
Sociale lagen Nee, iedereen is Ja Ja (onderaan de
(machtsverdeling gelijk slaven)
op basis van
rijkdom)
Godsdienst Natuurgodsdienst Natuurgodsdienst natuurgodsdienst
Bijvoorbeeld de ze geloven in het
zon of de maan humanaals
C1 Tijd van jagers en boeren
Tijd van jagers en boeren: ? - 3000 V.CHR
Prehistorie: tijd voor de geschiedenis.
Oude steentijd
3 Soorten samenlevingen:
● Samenleving van jagers en boeren
● Landbouwsamenleving
● Landbouw-steden samenleving
Jagers en verzamelaars
Jagers en verzamelaars leefden van dingen die ze in de natuur vonden. Ze jaagde
op dieren en verzamelde plantaardig voedsel. Ze kennen alleen ongeschreven
bronnen. Deze bronnen zijn altijd primair en komen uit de tijd zelf.
De eerste landbouwers
Rond 9000 V.C stapten de mensen over op landbouw. Dat ging niet in 1x, maar
geleidelijk. Ze legden akkers aan waarop ze voedsel konden verbouwen. Ook gingen
ze dieren houden als vee. Het leven van de mensen veranderde erg.
- Mensen gingen aan landbouw en veeteelt doen omdat:
● Het klimaat droger en warmer werd. Hierdoor sterfte dieren en planten uit.
Hierdoor gingen mensen aan de rivieren wonen. Mensen begonnen hier met
landbouw.
● Meer kennis van planten
Dit was een grote omkeer in het bestaan van de mensheid. Dit omkeerpunt noemen
ze de landbouwrevolutie / neolithische revolutie. De nieuwe steentijd begon met
de uitvinding van landbouw. Mensen konden wonen op een vaste woonplaats,
doordat ze aan landbouw en veeteelt deden.
,De eerste stedelijke beschavingen
4000 V.C ontstonden de eerste stedelijke beschavingen. Door de vruchtbaarheid van
de grond en irrigatielandbouw (mbv de rivier het water bevloeien) langs de rivieren
was de landbouwopbrengst erg hoog. Hierdoor hoefden in de hoger ontwikkelde
samenlevingen niet iedereen meer bezig te zijn met landbouw. Mensen gingen zich
specialiseren in bijvoorbeeld handel. Hier ontstonden ook de eerste steden.
De eerste landbouw begon in het gebied van de vruchtbare halve maan:
Mesopotamië (de Eufraat en de Tigris), maar ook in Egypte (Nijl). Kenmerken van
zo'n stad zijn: wonen in ommuurde steden, het schrift, een ontwikkelde politieke
organisatie onder leiding van priesters en god koningen en ontwikkelde vormen van
kunst en architectuur. Bekende god koningen waren de farao's.
In Mesopotamië en Egypte ontstonden de eerste stedelijke beschavingen.
Verschillen en overeenkomsten tussen deze twee samenlevingen zijn:
Mesopotamië Egypte
Economie (middelen van - Landbouw: akkerbouw - Landbouw: akkerbouw
bestaan) en veeteelt en veeteelt
- Ambacht - Ambacht
Handel Handel
Politiek (bestuur in Koning en priesters Farao
samenleving) Steden groeide uit tot rijke
stadsstaten
Sociaal (verhoudingen in - Grote groepen (10.000) - Grote groepen (10.000)
bevolking) - Hiërarchische opbouw - Hiërarchische opbouw
van samenleving in van samenleving in
sociale klasse sociale klasse
Cultuur (gevoel en uiting - Polytheïstische - Polytheïstische
hiervan) godsdienst godsdienst
- Magische rituele en ook monotheïsme in korte
tempels tijd.
- Veel uitvindingen - Magische rituele en
tempels
- Veel uitvindingen
, Jagers en Boeren Eerste steden
verzamelaars
Middel(en) van Jagen (mannen) Landbouw -> - Landbouw (80%)
bestaan Verzamelen akkerbouw en - Ambachten
(vrouwen) veetteelt - Handel
Woonplaats Geen vaste Dorp > vaste Steden
woonplaats. woonplaats
veranderd per
seizoen.
(nomaden)
Behuizing Hugt, tent of grot Huizen van hout, Huizen van steen
riet of klei (alleen voor elite)
Gebruiksvoor Jachtspullen, landbouw spullen, - Gereedschap van
werpen zoals speer, mes. zoals sikkel, hark ambachtsleden
Zijn gemaakt van en voorraadpot (te - Schrift
dieren, zoals van zwaar voor jagers - Regels
botten en verzamelaars - Voorraad Belasting
voor reizen)
Bestuur Afhankelijkheid Rijkste boer wordt Farao
van elkaar > niet de baas
echt een baas >
stamoudste
Sociale lagen Nee, iedereen is Ja Ja (onderaan de
(machtsverdeling gelijk slaven)
op basis van
rijkdom)
Godsdienst Natuurgodsdienst Natuurgodsdienst natuurgodsdienst
Bijvoorbeeld de ze geloven in het
zon of de maan humanaals