Grondslagen van Recht
RGBUSBR001 Universiteit Utrecht 2024/2025
Bevat:
1. Uitwerking Kennisclips
2. Uitwerking Verdiepingscolleges
3. Uitwerking Leerdoelen
4. Uitwerking relevante informatie uit werkgroepopdrachten
a. Selectie gemaakt gebaseerd op punt 1 - 3
5. Uitwerking relevante informatie uit voorgeschreven literatuur
a. Selectie gemaakt gebaseerd op punt 1 - 3
,Week 1
College clips week 1
Grondslagen van het recht - hoofdlijnen: Hoofdstuk 1 en 2
3 interpretaties van het recht
1. Recht = regels
2. Recht = idealen : rechtvaardigheid
3. Recht = belangen: van de maatschappij
Onderscheidingen van het recht
Positief recht:
- Vastgesteld en erkend recht, zoals het is
- Getoetst aan rechtvaardigheid en overlap ideaal recht
Wenselijk / ideaal recht:
- Recht zoals het zou moeten zijn
- niet vastgesteld of erkend
Objectief recht:
- Verzameling alle vastgelegde wetten, waaruit wordt geïnterpreteerd
- The law
Subjectief recht:
- Recht aangepast op persoon : aanspraak of bevoegdheid op recht
- A right
a. Grondrechten: subjectieve rechten die gelden voor alle inwoners van de
Nederlandse rechtsstaat
i. Rechten: Jij hebt een recht (loon krijgen)
ii. Plicht: Jij moet een anders recht respecteren (loon uitbetalen)
Internationaal recht:
- Recht tussen staten, recht van/over internationale organisaties
Nationaal recht:
- Recht binnen een staat
Publiekrecht:
- Rechtsrelatie tussen de overheid - burger/bedrijf
- Hiërarchisch
Privaatrecht:
- Rechtsrelatie tussen burgers/bedrijven onderling
- Gelijke rang van partijen
Dwingend recht:
- Rechtsregels staan vast, geen mogelijkheid voor afwijken
- ‘Van bepalingen mag niet worden afgeweken’
Aanvullend recht:
- Rechtsregels in het geval dat betrokkene zelf niks hebben geregeld
, - ‘Tenzij anders bepaald/geregeld, … kan van worden afgeweken’
Materieel recht (inhoudelijk recht)
- Samenstelling rechten, plichten, en bevoegdheden (gedragsnormen)
Formeel recht
- Regels waarmee materiële rechten wordt gehandhaafd, waargemaakt
- Procesrecht
Hoofdstuk 1: Recht
Rechtsregels
- Een wettelijke bepaling, e.g. verkeersregels (regels uit het verkeersrecht)
- Functies: informatie geven, voorbeeld gedrag, oplossen probleem/conflict
- Juridische sanctie: boete
Sociale regels
- Bepalen het gedrag van mensen, geen ‘wettelijke grond’
- Kan tegenstrijdig zijn met rechtsregels: abortus en euthanasie
- Sociale sanctie: uitgesloten groep
Functies rechtsysteem
1. Sociale orde:
a. begrenzing van gedrag, men weet wat te verwachten is van een ander
2. (Niet-gewelddadige) conflictbeslechting:
a. gelegenheid conflicten op te lossen door een objectieve derde → vermijdt
‘recht in eigen handen’ wordt genomen
3. Individuele ontplooiing en autonomie van burgers:
a. beschermt rechten van burgers
4. Rechtvaardige verdeling schaarse goederen:
a. eerlijk, (gelijk) en doelmatig verdeeld
5. Kanaliseren sociale veranderingen:
a. geordende manier om rust te bewaren
Functies staatsorganen
- Overheid / staat helpt rechtssysteem met hun doelstelling → via organen
1. Wetgeving
a. Vaststellen van algemene regels
i. Privaatrecht (gelijke partijen)
ii. Publiekrecht (hierarchisch)
2. Bestuur
a. Uitvoeren en toepassen van de wetgeving: organen worden hiervoor
ingesteld
3. Rechtspraak
a. Orgaan dat oordeelt of een overtreding van rechtsregel heeft plaatsgevonden
(en in welke mate)
b. Conflictoplossing tussen burgers en organisaties
c. Conflictoplossing tussen burgers en een overheidsbesluit / optreden
, Soorten rechtsregels
1. Gedragsnormen
a. Rechtsregels die een bepaald soort gedrag bevelen, verbieden of toestaan
i. Vaak gekoppeld aan een gevolg: bijv. art.142 lid 1 SR
2. Sanctienormen
a. Regel die een gevolg aangeeft voor overtreding van een gedragsnorm
i. Kan los worden geformuleerd van gedragsnormen: bijv. art.176 lid 3
ii. Strafsanctie: boete of gevangenisstraf
iii. Bestuursdwang: Overheid lost overtreding op: wegslepen
fout-geparkeerde auto
3. Bevoegdheidverlenende normen
a. Normen die staatsorganen een bepaalde macht geven
i. Vaststellen van rechten en plichten
ii. Bevoegdheid bepaalde handelingen uitvoeren: moet helder worden
vastgesteld
Gelding van recht
- Positieve rechtsregels: algemeen geldend, verbindend
- Ideale rechtsregels: gelden voor belanghebbende, zijn niet wettelijk bindend
Effectiviteit van recht
- Het recht wordt in het algemeen wordt gehoorzaamd, toegepast, gehandhaafd
- Gedoogbeleid: rechtsregels die niet worden nageleefd
- Geen prioriteit in ogen van overheid
- Regel loopt achter op sociale werkelijkheid (bedoelde situatie bestaat niet
meer)
Hoofdstuk 2: Indelingen in het recht
Codificatie
- Codificatie: poging alle rechtsregels op systematische wijze op te nemen in een
wetboek
- 19de eeuw, NL: als doel heldere gelijke verzameling rechtsregels → stabiel
rechtsstelsel
Rechtsgebieden
- Rechtsgebieden maken onderscheid tussen verschillende soorten recht.
1. Privaatrecht:
2. Staats- en Bestuursrecht (publiekrecht)
3. Strafrecht (publiekrecht)
- Functionele rechtsgebieden:
- Gebied voor een maatschappelijk belangrijk thema: bijv. Sociaal recht,
huurrecht, milieu recht (verandert gebaseerd op actuele behoeftes)
Toelichting publiek– en privaatrecht
1. Publiekrecht: juridische relaties tussen overheidsorganen, en burgers en
overheidsorganen