Inleiding Staats- en Bestuursrecht
RGBUSBR002 - Universiteit Utrecht 2024/2025
Bevat:
1. Uitwerking Kennisclips
2. Uitwerking Hoorcolleges
3. Uitwerking Leerdoelen
4. Uitwerking relevante informatie uit werkgroepopdrachten
a. Selectie gemaakt gebaseerd op punt 1 - 3
5. Uitwerking relevante informatie uit voorgeschreven literatuur
a. Selectie gemaakt gebaseerd op punt 1 - 3
,Thema 1
College clips thema 1
Hoorcollege thema 1
Constitutioneel recht: Hoofdstuk 1 en 4.1, 4.4.4
Beginselen democratische rechtsstaat
1. Legaliteitsbeginsel
a. Elk overheidsoptreden moet berusten op een wettelijke grondslag
2. Trias politica
a. Scheiding van de wetgevende macht, uitvoerende macht, rechtsprekende
macht
b. Onderlinge Checks and Balances
i. Voorkomt machtsmisbruik
3. Grondrechten
a. Fundamentele rechten en vrijheden die elke burger bezit
i. Overheid moet deze beschermen
ii. Overheid moet deze verbeteren: BV. woning zekerheid
4. Rechterlijke controle
a. Iedereen moet altijd naar een onafhankelijke rechter kunnen stappen
5. Democratie beginsel
a. Overheidsoptreden is aanvaardbaar en legitiem (volgens burgers)
Publiekrecht
- Rechtsrelatie tussen de overheid en burgers/bedrijven
- Hiërarchisch opgesteld
- Overheid legt eenzijdige bindende beslissingen op dmv. publiekrechtelijke
rechtshandelingen
- Eenzijdige bindende beslissingen: besluiten die rechtsgevolgen
scheppen waar de betreffende burger geen instemming voor hoeft te
geven → boetes, belastingaanslagen
- Noodzaak: bescherming algemeen belang, efficiënte uitvoering
van overheidstaken
- Legitimiteit: wettelijke grondslag, transparante en
verantwoorde werkwijze
- Soorten:
1. Strafrecht
2. Bestuursrecht
3. Staatsrecht (constitutioneel recht)
Staatsrecht in de 16de eeuw
- Staatsrecht = ambtenrecht
- Oproep voor stabiel overheidsgezag → andere inrichting taken/bevoegdheden ambt
- Macht ligt bij de ambt niet bij de ambtsdrager (persoon)
, Staatsrecht
- Staatsrecht: (wetgevende macht): recht dat de organisatie, bevoegdheden en
werking van de staat regelt
- Legitimiteit van de overheid → aanvaarding door de burgers
- Legaal handelen: overtuiging van bevoegdheid (niet van gezag)
- Illegaal onbevoegd handelen kan als legitiem worden
aanvaard door burgers: BV. noodrecht
- Staatsrecht geeft de overheid vorm → legitimiteit te bevorderen
1. Machtenscheiding
2. Structuur voor efficiënt handelen
3. Macht leggen bij burgers: verkiezingen, referenda
4. Waarden vooropstellen
a. Grondrechten, ideologieën (volkssoevereiniteit)
b. Recht op verzet
5. Internationale verdragen aannemen (EVRM, IVRM)
- Bronnen van het staatsrecht:
1. Internationale verdragen
2. Grondwet
3. Wetten in formele zin
4. Jurisprudentie (uitspraken van de HR)
Rechtsstaat
- Staatsvorm waarbij de overheid is gebonden aan het recht
- Tegenovergestelde van een politiestaat (19de eeuw)
- Ongelijk handelen per geval
- Tegenovergestelde van een totalitaire staat
- Geen grenzen van overheidsinterventie
- Elementen:
1. Legaliteitsbeginsel
a. Voorafgaande algemene regel voor elk overheidsoptreden
2. Geen terugwerkende kracht van regels
3. Scheiding van regelgeving en uitvoering
4. Democratie principe: volksvertegenwoordiging
5. Rechtsbescherming van de overheid
6. Waarborging klassieke grondrechten
a. Als inhoudelijk element
Bestuursrecht
- Recht dat de verhouding tussen de overheid en burgers regelt:
- Reguleert de uitvoering van overheidstaken
- BV: vergunning verlenen, handhavingsprocedures
- Bronnen:
1. Algemene wet bestuursrecht
2. Speciale bestuurswetten
3. Beleidsregels
4. Jurisprudentie (BV: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State)