Samenvatting communicatie
geschreven door:
Estellevs
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Basisboek communiceren samenvatting blok 2
1.1
Optimaal communiceren zoveel mogelijk weten van doel en communicatiepartner effectief en
efficiënt. Publiek heeft ook een doel en beeld van situatie. Je handelt strategisch als je zelf in staat
bent keuzes te maken, doelen vast te stellen en doelgericht te handelen.
1.2
Elke communicatiesituatie is anders en vereist een andere strategie (andere factoren spelen een rol).
1.3
Vijf soorten doelen:
Informeren: kennis overbrengen.
Instrueren: vaardigheden aanleren.
Overtuigen: mening overbrengen of veranderen.
Activeren: tot gedrag aanzetten.
Ontroeren: gevoelens opwekken.
Formuleren van doelen SMART. Redenen van doelstelling formuleren:
Geeft aan welk middel er nodig is.
Geeft zin en motivatie aan betrokkenen.
Maakt proces helderder.
Maakt evaluatie mogelijk.
Formuleren eenvoudiger onderscheid maken in effecten die je wilt bereiken (kennisdoel,
houdingsdoel of gedragsdoel). Einddoelen bestaan uit tussendoelen.
Doelen kunnen gemeenschappelijk belang hebben of tegengesteld belang. Hoe groter het
gemeenschappelijke belang, hoe eerder de onderhandelingen zijn afgerond. Competent
communiceren: het vermogen optimaal verdiepen in belangen en doelstellingen van gesprekspartner
en vervolgens de strategie te bepalen om daar zo mee om te gaan, dat je je eigen doelstellingen
optimaal kunt realiseren.
1.4
Strategie tactiek (inleven in andermans strategie) keuzes voor: inhoud; communicatiemiddel;
de stijl. Communicatief competent: in staat zijn om op de juiste manier een communicatiemiddel in
te zetten en geschikte tactiek gebruiken. Complexe doelstelling communicatieplan of draaiboek
maken.
1.5
Communicatie: aanbieden van een boodschap een zender naar een ontvanger wordt
communicatieproces als boodschappen daadwerkelijk uitgewisseld worden tussen mensen die zich
van elkaars onmiddellijke aanwezigheid bewust zijn.
Misverstanden boodschap vervormen, gedeeltelijk of geheel niet aankomen, half of niet begrepen
worden. Opbouw boodschap:
Zakelijke aspect: inhoud.
Expressieve aspect: iets persoonlijks toevoegen.
Relationele aspect: iets vertellen over het beeld dat je van ontvanger hebt.
Appellerende aspect: doel van boodschap.
Aspecten beïnvloeden elkaar subtiele evenwicht bepaalt of boodschap op de gewenste wijze
wordt ontvangen en begrepen.
Interpersoonlijke communicatie: communicatie tussen twee of meer mensen. Tweegesprek wordt
gevoerd door zender en ontvanger (rol wisselt). Massacommunicatie: zender sluit geen enkele
ontvanger uit openbaar communicatiemiddel (lastig feedback te geven).
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Encoderen: abstracte boodschap in hoofd vertalen in woord en gebaar. Ontvanger codeert
boodschap: vertaalt de ontvangen boodschap en interpreteert die. Factoren die van invloed zijn op
coderen: ervaringsniveau van ontvanger, cultuur, onderlinge verstandhouding en het belang van de
boodschap of de mate van ruis.
Hoe directer zender en ontvanger bij elkaar staan, hoe directer de feedback. Tijdens
communicatieproces feedback verbaal of non-verbaal door ontvanger.
Storingen tijdens encoderen of coderen ruis. Oorzaken:
Emotionele factoren
Te moeilijk taalgebruik
Iets misgaan bij verzending of ontvangst van boodschap
Communicatiekanaal kan problemen opleveren: lawaai, onleesbaar handschrift etc.
Uit feedback opmaken hoeveel ruis er tussen zender en ontvanger bevindt. Maatregelen treffen als
factoren die gevoelig zijn voor ruis duidelijk zijn kans vergroten op succesvolle communicatie.
3.1
Luisteren is een intensieve bezigheid goed luisteren = goede vragen stellen.
Non-verbaal gedrag:
Oogcontact: sprekers weten publiek beter te bereiken; publiek geeft signaal af dat ze
luisteren.
Gezichtsuitdrukking
Lichaamshouding: zit of sta rustig; richt je tot de spreker en kijk vriendelijk; zit rechtop, iets
naar de spreker toegekeerd.
Gebaren
Zwijgen: gelegenheid om na te denken; confronterend.
Verbaal luistergedrag: alles wat je zegt tijdens het luisteren. Actieve luisteraar:
Maakt stimulerende opmerkingen: spreker uitnodigen om verder te gaan.
Vat samen en parafraseert: standpunten zo helder mogelijk te krijgen; controle-instrument;
afsluiting gesprek.
Stelt vragen: belangrijkste vraagtypen: gesloten (één antwoord) en open vragen (meer
informatie geven)
3.2
Ontvangen van kritiek is een vaardigheid assertiviteit nodig.
5.1
Bij schrijven staat de lezer centraal. Doelen bij schrijven: kennis-, houdings- en gedragsdoel. Doelen
niet te hoog stellen, kennisdoel het meest geschikt om te realiseren.
5.2
Eisen zakelijke brief:
Duidelijkheid: niveau afstemmen op lezer.
Efficiëntie: niet meer woorden gebruiken dan je nodig hebt.
Aantrekkelijkheid: zinslengte variëren, pakkende woorden gebruiken en structuur zichtbaar
maken.
Gepastheid: rekening houden met cultuurverschillen en relatie met de lezer.
Correctheid: let op taal- en stijlfouten.
5.3
Tekststructuren probleem, maatregel, evaluatie en onderzoek. Helpen bij voorbereiding van de
tekst.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
5.4
Alinea: afgeronde, samenhangende eenheid van ongeveer zes zinnen, die allemaal te maken hebben
met dezelfde gedachte-inhoud. Soorten alinea’s:
Samenhangende eenheid
Structuuraanduidende alinea (aan begin van tekst, aankondiging wat lezer kan verwachten;
eind van tekst, belangrijkste samenvatten en bruggetje naar volgende hoofdstuk)
Opsommende alinea (zet visueel bij elkaar wat bij elkaar hoort, aandacht trekken en
samenvattende functie)
Witregels tussen gedeelte bij andere gedachtegang terwijl alinea’s voorafgaand argumenten zijn. In
langere tekstregels worden witregels niet gebruikt.
Tussenkopjes en titels tekststructuur transparant, samenvatten van tekst eenvoudiger en nodigen
uit tot doorlezen.
Eerste zin in alinea belangrijkste, daarna uitleg of argumentatie.
Alineaverbanden wegwijzers in het verhaal. Zie tabel blz. 78.
7.1
Brieven effectief communicatiemiddel persoonlijk. Concurreren met social media, telefoon en
e-mail. Zender wordt gedwongen na te denken welk medium voor welke boodschap en voor welke
ontvanger het meest geschikt is.
Briefindeling:
Briefhoofd: gegevens afzender naam organisatie, naam ondertekenaar, postadres,
bezoekadres, fax- en telefoonnummers, logo enz.
Adressering: gegevens ontvanger.
Dagtekening: plaatsnaam, datum van schrijven (na plaatsnaam een komma, maand voluit en
zonder hoofdletters geschreven, jaar voluit in cijfers en geen punt erachter.
Kenmerk en onderwerp: onderwerpsregel niet afsluiten met een punt. Kenmerk: code om
verzonden brieven te archiveren.
Aanhef: geachte heer… of geachte mevrouw…, geen voornamen, afkortingen, titels of
initialen gebruiken, niet geachte heer/mevrouw, aanhef afsluiten met komma.
Brieftekst: inleiding, kern en slot.
Slotformule en ondertekening: met vriendelijke groet, hoogachtend en handtekening van
schrijver en naam.
Post scriptum: na het geschrevene, niet in zakelijke correspondentie, behalve verkoopbrief
extra stimulans om lezer tot actie aan te zetten.
Bijlage: brief van 2 pagina’s te lang alles wat niet per se in hoeft bijlage. Verwijs in
brieftekst naar bijlage.
7.2
Verkoopbrief: persoonlijk aan geadresseerde gericht. Doel: verkopen van product of dienst.
Persuasief karakter: lever moet overgehaald worden argumentatie van groot belang, maar ook
persoonlijke karakter (met naam aangesproken) zodat ontvanger ongevraagde drukwerk niet
gelijk weggooit. Verkoopbrief maakt deel uit van direct mail, bestaat uit:
Aandachttrekkende envelop
Verkoopbrief
Informatieve en verleidelijke folder
Antwoordmogelijkheid
Opbouw:
Attention: verkrijgen van aandacht van lezer op belangrijkste behoeft van klant richten;
weten wie publiek is en wat behoeften zijn; de betreftregel gebruiken.
Interest: oproepen van interesse van lezer productwaarden, onderscheidt maken in
technische, rationele en emotionele productwaarden;
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
geschreven door:
Estellevs
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Basisboek communiceren samenvatting blok 2
1.1
Optimaal communiceren zoveel mogelijk weten van doel en communicatiepartner effectief en
efficiënt. Publiek heeft ook een doel en beeld van situatie. Je handelt strategisch als je zelf in staat
bent keuzes te maken, doelen vast te stellen en doelgericht te handelen.
1.2
Elke communicatiesituatie is anders en vereist een andere strategie (andere factoren spelen een rol).
1.3
Vijf soorten doelen:
Informeren: kennis overbrengen.
Instrueren: vaardigheden aanleren.
Overtuigen: mening overbrengen of veranderen.
Activeren: tot gedrag aanzetten.
Ontroeren: gevoelens opwekken.
Formuleren van doelen SMART. Redenen van doelstelling formuleren:
Geeft aan welk middel er nodig is.
Geeft zin en motivatie aan betrokkenen.
Maakt proces helderder.
Maakt evaluatie mogelijk.
Formuleren eenvoudiger onderscheid maken in effecten die je wilt bereiken (kennisdoel,
houdingsdoel of gedragsdoel). Einddoelen bestaan uit tussendoelen.
Doelen kunnen gemeenschappelijk belang hebben of tegengesteld belang. Hoe groter het
gemeenschappelijke belang, hoe eerder de onderhandelingen zijn afgerond. Competent
communiceren: het vermogen optimaal verdiepen in belangen en doelstellingen van gesprekspartner
en vervolgens de strategie te bepalen om daar zo mee om te gaan, dat je je eigen doelstellingen
optimaal kunt realiseren.
1.4
Strategie tactiek (inleven in andermans strategie) keuzes voor: inhoud; communicatiemiddel;
de stijl. Communicatief competent: in staat zijn om op de juiste manier een communicatiemiddel in
te zetten en geschikte tactiek gebruiken. Complexe doelstelling communicatieplan of draaiboek
maken.
1.5
Communicatie: aanbieden van een boodschap een zender naar een ontvanger wordt
communicatieproces als boodschappen daadwerkelijk uitgewisseld worden tussen mensen die zich
van elkaars onmiddellijke aanwezigheid bewust zijn.
Misverstanden boodschap vervormen, gedeeltelijk of geheel niet aankomen, half of niet begrepen
worden. Opbouw boodschap:
Zakelijke aspect: inhoud.
Expressieve aspect: iets persoonlijks toevoegen.
Relationele aspect: iets vertellen over het beeld dat je van ontvanger hebt.
Appellerende aspect: doel van boodschap.
Aspecten beïnvloeden elkaar subtiele evenwicht bepaalt of boodschap op de gewenste wijze
wordt ontvangen en begrepen.
Interpersoonlijke communicatie: communicatie tussen twee of meer mensen. Tweegesprek wordt
gevoerd door zender en ontvanger (rol wisselt). Massacommunicatie: zender sluit geen enkele
ontvanger uit openbaar communicatiemiddel (lastig feedback te geven).
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Encoderen: abstracte boodschap in hoofd vertalen in woord en gebaar. Ontvanger codeert
boodschap: vertaalt de ontvangen boodschap en interpreteert die. Factoren die van invloed zijn op
coderen: ervaringsniveau van ontvanger, cultuur, onderlinge verstandhouding en het belang van de
boodschap of de mate van ruis.
Hoe directer zender en ontvanger bij elkaar staan, hoe directer de feedback. Tijdens
communicatieproces feedback verbaal of non-verbaal door ontvanger.
Storingen tijdens encoderen of coderen ruis. Oorzaken:
Emotionele factoren
Te moeilijk taalgebruik
Iets misgaan bij verzending of ontvangst van boodschap
Communicatiekanaal kan problemen opleveren: lawaai, onleesbaar handschrift etc.
Uit feedback opmaken hoeveel ruis er tussen zender en ontvanger bevindt. Maatregelen treffen als
factoren die gevoelig zijn voor ruis duidelijk zijn kans vergroten op succesvolle communicatie.
3.1
Luisteren is een intensieve bezigheid goed luisteren = goede vragen stellen.
Non-verbaal gedrag:
Oogcontact: sprekers weten publiek beter te bereiken; publiek geeft signaal af dat ze
luisteren.
Gezichtsuitdrukking
Lichaamshouding: zit of sta rustig; richt je tot de spreker en kijk vriendelijk; zit rechtop, iets
naar de spreker toegekeerd.
Gebaren
Zwijgen: gelegenheid om na te denken; confronterend.
Verbaal luistergedrag: alles wat je zegt tijdens het luisteren. Actieve luisteraar:
Maakt stimulerende opmerkingen: spreker uitnodigen om verder te gaan.
Vat samen en parafraseert: standpunten zo helder mogelijk te krijgen; controle-instrument;
afsluiting gesprek.
Stelt vragen: belangrijkste vraagtypen: gesloten (één antwoord) en open vragen (meer
informatie geven)
3.2
Ontvangen van kritiek is een vaardigheid assertiviteit nodig.
5.1
Bij schrijven staat de lezer centraal. Doelen bij schrijven: kennis-, houdings- en gedragsdoel. Doelen
niet te hoog stellen, kennisdoel het meest geschikt om te realiseren.
5.2
Eisen zakelijke brief:
Duidelijkheid: niveau afstemmen op lezer.
Efficiëntie: niet meer woorden gebruiken dan je nodig hebt.
Aantrekkelijkheid: zinslengte variëren, pakkende woorden gebruiken en structuur zichtbaar
maken.
Gepastheid: rekening houden met cultuurverschillen en relatie met de lezer.
Correctheid: let op taal- en stijlfouten.
5.3
Tekststructuren probleem, maatregel, evaluatie en onderzoek. Helpen bij voorbereiding van de
tekst.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
5.4
Alinea: afgeronde, samenhangende eenheid van ongeveer zes zinnen, die allemaal te maken hebben
met dezelfde gedachte-inhoud. Soorten alinea’s:
Samenhangende eenheid
Structuuraanduidende alinea (aan begin van tekst, aankondiging wat lezer kan verwachten;
eind van tekst, belangrijkste samenvatten en bruggetje naar volgende hoofdstuk)
Opsommende alinea (zet visueel bij elkaar wat bij elkaar hoort, aandacht trekken en
samenvattende functie)
Witregels tussen gedeelte bij andere gedachtegang terwijl alinea’s voorafgaand argumenten zijn. In
langere tekstregels worden witregels niet gebruikt.
Tussenkopjes en titels tekststructuur transparant, samenvatten van tekst eenvoudiger en nodigen
uit tot doorlezen.
Eerste zin in alinea belangrijkste, daarna uitleg of argumentatie.
Alineaverbanden wegwijzers in het verhaal. Zie tabel blz. 78.
7.1
Brieven effectief communicatiemiddel persoonlijk. Concurreren met social media, telefoon en
e-mail. Zender wordt gedwongen na te denken welk medium voor welke boodschap en voor welke
ontvanger het meest geschikt is.
Briefindeling:
Briefhoofd: gegevens afzender naam organisatie, naam ondertekenaar, postadres,
bezoekadres, fax- en telefoonnummers, logo enz.
Adressering: gegevens ontvanger.
Dagtekening: plaatsnaam, datum van schrijven (na plaatsnaam een komma, maand voluit en
zonder hoofdletters geschreven, jaar voluit in cijfers en geen punt erachter.
Kenmerk en onderwerp: onderwerpsregel niet afsluiten met een punt. Kenmerk: code om
verzonden brieven te archiveren.
Aanhef: geachte heer… of geachte mevrouw…, geen voornamen, afkortingen, titels of
initialen gebruiken, niet geachte heer/mevrouw, aanhef afsluiten met komma.
Brieftekst: inleiding, kern en slot.
Slotformule en ondertekening: met vriendelijke groet, hoogachtend en handtekening van
schrijver en naam.
Post scriptum: na het geschrevene, niet in zakelijke correspondentie, behalve verkoopbrief
extra stimulans om lezer tot actie aan te zetten.
Bijlage: brief van 2 pagina’s te lang alles wat niet per se in hoeft bijlage. Verwijs in
brieftekst naar bijlage.
7.2
Verkoopbrief: persoonlijk aan geadresseerde gericht. Doel: verkopen van product of dienst.
Persuasief karakter: lever moet overgehaald worden argumentatie van groot belang, maar ook
persoonlijke karakter (met naam aangesproken) zodat ontvanger ongevraagde drukwerk niet
gelijk weggooit. Verkoopbrief maakt deel uit van direct mail, bestaat uit:
Aandachttrekkende envelop
Verkoopbrief
Informatieve en verleidelijke folder
Antwoordmogelijkheid
Opbouw:
Attention: verkrijgen van aandacht van lezer op belangrijkste behoeft van klant richten;
weten wie publiek is en wat behoeften zijn; de betreftregel gebruiken.
Interest: oproepen van interesse van lezer productwaarden, onderscheidt maken in
technische, rationele en emotionele productwaarden;
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.