Samenvatting Psychologie
geschreven door:
Estellevs
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Psychologie, een inleiding samenvatting blok 2
Kernvraag 7.3: Welke ontwikkelingen vinden plaats tijdens de adolescentie?
Vroege theoretici belangrijkste ontwikkelingen van de mens voor de adolescentie. Daarna: psyche
voor het leven bepaald en zouden er weinig belangrijke veranderingen meer optreden. Modern
onderzoek trekt ideeën in twijfel. Puberteit op 3 belangrijke terreinen veranderingen.
Kernconcept 7.3: De adolescentie brengt nieuwe ontwikkelingsproblemen met zich mee, die het
gevolg zijn van lichamelijke veranderingen, cognitieve veranderingen en sociaal-emotionele druk.
Adolescentie begint op het moment dat de puberteit begint. Adolescentie: in industrie landen:
ontwikkelingsperiode die begint met de puberteit en (minder duidelijk) eindigt bij aanvang van de
volwassenheid. Puberteit: seksuele rijping (in staat om voor te planten).
Variaties in verschillende culturen maken het nog moeilijker om einde van adolescentie af te
bakenen. Lichamelijke veranderingen in vast stadium universeel, maar sociale en psychologische
dimensie afhankelijk van culturele context. Niet-industriële samenlevingen kennen geen stadium van
adolescentie zoals wij, maar doen een overgangsritueel: sociaal ritueel dat de overgang tussen 2
ontwikkelingsstadia markeert, vooral die tussen de kindertijd en volwassenheid. Rituelen verschillen
per cultuur. Subtiel overgangsritueel dat wij kennen leeftijd waarop je scooter mag rijden
(symbolisch als praktisch). Kerntaak adolescentie: vormen identiteit leren omgaan met
lichamelijke rijpheid, bereiken van nieuw niveau van cognitieve ontwikkeling, herdefiniëren van
sociale rollen en emotionele problemen, omgaan met seksuele kansen en de druk en ontwikkeling
van morele normen.
Begin puberteit jongens: grotere omvang testikels; meisjes: ontwikkeling borsten; beide krijgen
schaamhaar (m: 10/11; j: 12/13). Puberteit jongens op z’n top wanneer productie van leven sperma
begint (14) en voor meisjes wanneer de menarche plaatsvindt, de eerste menstruatie. Bewuster
worden uiterlijk lichamelijke veranderingen en toegenomen belang van acceptatie door
leeftijdsgenoten versterken zorg over eigen lichaamsbeeld: perceptie van en gevoelens over de
eigen lichamelijke verschijning. Realistisch en acceptabel lichaamsbeeld vormen om te leren leven
met je fysieke voorkomen. Leeftijd waarop ze puberteit doormaken van belang op lichaamsbeeld
vroeg rijpende jongens positief lichaamsbeeld maar vroeg rijpende meisjes negatief lichaamsbeeld.
Helft van meisjes en kwart van jongens voelt zich regelmatig lelijk en onaantrekkelijk. Meisjes zijn
vaker ontevreden over gewicht en vorm van lichaam dan jongens en ervaren meer conflicten op
gebied van voedsel en eten. Weerspiegelen culturele preoccupatie met vrouwelijke schoon niet
iedereen voldoet aan idealen van aantrekkelijkheid. Cultuur van invloed op relatie tussen
lichaamsbeeld en zelfwaarde westerse idealen spreiden zich meer over de wereld, vanwege het
enorme bereik. In de loop der tijd: uiterlijk verzoenen, maar vaak heel lastige opgave.
Seksuele rijpheid gaat gepaard met een nieuw bewustzijn van de eigen seksuele gevoelens en
impulsen. Ontberen kennis of verkeerde beelden over seks en seksualiteit problemen (soa’s tot
zwangerschap). Seksuele oriëntatie: richting van iemands seksuele belangstelling (meestal voor
mensen van het andere geslacht, hetzelfde geslacht of beide geslachten) begint tijdens puberteit
duidelijk te worden. Tijdens adolescentie zijn seksuele gevoelens voor hetzelfde geslacht of voor
beide geslachten moeilijk met het zelfbeeld in overeenstemming te brengen periode van
angstvallig proberen aan te passen aan de waarden en normen van samenleving. Toch pas later
seksuele identiteit accepteren gebrek aan sociale steun en belang van de rol van de maatschappij
bij de ontwikkeling van alle aspecten van de identiteit.
Frontale kwabben ontwikkelen zich gedurende de hele adolescentie tot in de jonge volwassenheid
betrokken bij sociale en emotionele gedragingen en bij rationeel denken en oordelen. Rationelere
frontaalkwab nog niet helemaal ontwikkeld, meer informatie via amygdala emotioneler. Amygdala
verstuurt impulsen die zijn of haar onrijpe frontale cortex nog niet kan verwerken samen met
toename van concentratie oestrogeen en testosteron een verklaring voor het sensatiezoekend en
risicovolgedrag. Synaptisch snoeiproces (synaptic pruning): kortwieken van hersendelen die niet
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
adequaat gestimuleerd zijn brein wordt geleidelijk steeds minder goed in het leren van compleet
nieuwe dingen (capaciteit vorming van neurale verbindingen neemt af). Andere regio’s ontwikkelen
zich nu beter: bestaande verbindingen die vaak gebruikt worden neuronen krijgen meer myeline
sneller functioneren. Maar plasticiteit neemt af en problematische gedragspatronen of
eigenschappen die zich ontwikkeld hebben worden resistenter tegen verandering en interventie.
Snoeiproces loopt uit de hand belangrijke bindingen verloren eind puberteit stoornissen.
Formeel-operationeel stadium: laatste stadium uit Piagets theorie, waarin abstract denken zijn
intrede doet omgaan met abstracte en ontastbare problemen hypothetische problemen
oplossen waarbij ze niet langer de concrete basis van vorige stadium nodig hadden. Vraagtekens
ontstaan of het stadium tijdens adolescentie ontstaat bepaalde volwassenen hebben nooit
vermogen ontwikkeld afhankelijk van opleiding en ervaring. Bepaald door culturele waarden en
omgeving.
Adolescent gevoeliger voor leeftijdsgenoten invloed van ouders en familie en indrukken uit
kindertijd steeds zwakker. Contact met leeftijdsgenoten sociale vaardigheden verfijnen en
experimenteren met verschillende sociale rollen. Ouders nog wel belangrijk: toezicht houden en
open en gezonde communicatie tieners met succes door puberteit. Zoektocht naar identiteit kan
geremd worden door verwarring die ontstaat door het spelen van vele verschillende rollen:
uitbreiden sociale wereld in elke kring andere rol uitzoeken welke rol je werkelijk bent. fase:
identiteit tegenover rolverwarring. Ontwikkelen coherent zelfbeeld. Eenzaamheid, depressie en
verlegenheid redenen van sterke toename zelfmoorden onder tieners. Intense emoties op sociaal
en persoonlijk vlak lastig om in ander perspectief te plaatsen. Rustige adolescentie ouders die
openstaan voor behoeften van tieners, maar ook duidelijke grenzen stellen. Permissieve of
autoritaire ouders adolescentie moeilijke periode.
Kernvraag 7.4: Welke ontwikkelingen vinden plaats tijdens de volwassenheid?
Overgang adolescentie naar jonge volwassenheid beslissingen over vervolgopleiding, carrière en
intieme relaties. Dit is het kader van psychologische ontwikkeling in deze fase. Ontwikkeling stopt
niet voortdurende druk van werkomgeving, gezin en vrienden, in combinatie met voltrekkende
rijpingsproces nieuwe ontwikkelingsproblemen.
Kernconcept 7.4: Tijdens de overgangen die we als volwassenen doormaken, blijft de
wisselwerking tussen nature en nurture bestaan: moderne culturele normen en technologie
verbeteren de duur en kwaliteit van het leven van veel volwassenen.
Theorieën over fases oversimplificatie. Tegenwoordig zijn psychologen het er niet meer over eens
dat de ontwikkeling volgens vaste stadia voltrekt meer een soort continu proces dat in golven of
vlagen verloopt. Het ‘wanneer’ is flexibeler dan ze dachten. Overgang tussen jonge volwassenheid –
middelbare volwassenheid en tussen middelbare volwassenheid – late volwassenheid.
Veranderende aard van volwassenheid in westerse landen: betere gezondheidszorg en technologie
mensen leven langer en betere gezondheid dan eerdere generaties perspectief verandert op
levensloop en op verschillende leeftijden en fases ervan. Revolutie van het ouder worden: een
verandering van de wijze waarop mensen in moderne geïndustrialiseerde landen denken over ouder
worden. Dit nieuwe perspectief is ontstaan doordat ouderen langer leven, een beter
gezondheidszorg hebben en meer keuzes hebben ten aanzien van hun leefwijze. Opnieuw onderzoek
naar ontwikkeling van volwassenen empirisch onderzoek.
Freud: volwassen ontwikkeling gestuurd door liefde en werk. Maslow: bevrediging van behoeften
genereren nieuwe behoeften: waardering en vervulling. Andere theoretici: behoefte aan sociale
acceptatie, competentie en macht. Erikson: behoefte aan intimiteit en zorg voor de volgende
generaties.
Jonge volwassene geconfronteerd met de uitdaging een intieme relatie aan te gaan met een geliefde
intimiteit: volgens de theorie van Erikson de belangrijkste ontwikkelingstaak van de vroege
volwassenheid, met inbegrip van het vermogen met iemand ander een volledige relatie aan te gaan:
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
seksueel, emotioneel en moreel. Geen intieme verbintenissen aan gaan isolement en onvermogen
om op zinvolle wijze contact te maken met anderen. Zelfbeeld tijdens crisis adolescentie aan begin
van volwassenheid consolideren tot een duidelijk en comfortabel concept dan pas in staat om
risico’s en aantrekkelijkheden van volwassen intimiteit aan te kunnen (eerst identiteit dan intimiteit).
Niet overeenkomend met hedendaagse realiteit (problemen identiteit en intimiteit) leven biedt
meer keuzes en combinaties dan dezelfde levensperiode voor de generatie die Erikson beschreef.
Vroege volwassenheid: overgangsperiode tussen puberteit en volwassenheid late tienerjaren tot
circa 30e levensjaar puberteit doorgemaakt maar zichzelf nog niet als volwassene beschouwen.
Tijd van exploratie en experimenteren op alle gebieden verklaard door afwezigheid van grote
verantwoordelijkheden in combinatie met de afwezigheid van ouderlijk toezicht. Worstelen tussen
vinden van evenwicht tussen intimiteit en behoefte aan autonomie (ook kenmerkend voor latere
fases van volwassenheid).
Huwelijk belangrijk sociaal fenomeen. Afname door aantal echtscheidingen; beslissing op latere
leeftijd te trouwen; toename van het aantal wettelijk geregelde alternatieven voor huwelijk.
Middelbare leeftijden topperiode voor ontwikkeling. Vaardigheid in combineren en integreren van
uiteenlopende denkstijlen, inbegrip van reflectie, analyse en dialectisch redeneren; integreren van
cognities van emoties beter doordachte, wel overwogen en reflectievere copingsstrategieën met
betrekking tot stressvolle gebeurtenissen. Vervaging van grenzen als werknemer en gezinslid
uitbreiding biedt groter netwerk van sociale ondersteuning en toegenomen gevoel van welbevinden.
Grotere variëteit in relaties, middelen en levensstijl complexiteit gepaard met welzijn (leven
beschouwen als reek gevarieerde uitdagingen die tot groei leiden).
Ouderdom wordt bepaald door toenemend bewustzijn van je eigen sterfelijkheid en van
veranderingen in je lichaam, gedrag en sociale rollen. Erikson: integriteit tegen wanhoop. Integriteit:
vermogen om zonder spijt en met een gevoel van heelheid op het leven terug te kijken reflectie
nodig, waardering wat lukt en acceptatie wat fout gaat.
Opvallende veranderingen: uiterlijk en lichamelijke vermogens. Steeds vaker zelf het heft in handen
om lichamelijke achteruit te beperken. Succesvol ouder worden benutten van individuele
mogelijkheden en realistisch zijn over beperkingen. Regelmatige lichaamsbeweging lichamelijke,
emotionele en cognitieve vooruitgang. Regelmatig vrijen gezond ouder worden bevordert
opwinding, lichaamsbeweging, levendige fantasie en sociale interactie.
Frontaalkwabben kleiner naarmate we ouder worden, maar weinig bewijs dat cognitieve vermogen
minder wordt. Opdrachten waar fantasie belangrijk is moeilijker naarmate je ouder wordt.
Achteruitgang compenseren door informatie op andere wijze te verwerken en meer hersengebieden
inschakelen. Fysieke en mentale training hersenen effectiever blijven werken. Lichamelijke
oefening leervermogen, geheugen en andere cognitieve functies verbeteren. Omega-vetzuren in
combinatie met lichamelijke oefening gunstig voor werking en plasticiteit van de hersenen.
Geheugenproblemen ontstaan in gedeelte van geheugensysteem waar nieuwe informatie wordt
verwerkt en opgeslagen. Confirmation bias: als we denken dat ouderen meer vergeten, merken en
onthouden we hert vaker als een oudere dat doet en wijten we dit aan leeftijd. Ziekte van Alzheimer:
een degeneratieve aandoening van de hersenen, waardoor het denkvermogen achteruitgaat,
geheugenproblemen ontstaan en de patiënt uiteindelijk overlijdt. Eerste symptomen: problemen
met geheugen (maakt ouderen nerveus). Nieuwe test vroegtijdig vaststellen. Nog geen
geneesmiddel, progressie kan vertraagd worden door vroege diagnose kwaliteit van het leven kan
verbeteren.
Misvatting: sociale en emotionele toestand. Hoe ouder, hoe selectievere keuzes in relaties: ervoor
kiezen het aantal sociale contacten te beperken tot die contacten die de meeste voldoening geven.
Voordeel hebben bij emotionele systemen die in sommige opzichten scherper worden met de jaren
(verdrietiger bij treurige beelden dan jongeren). Maar meer positieve dan negatieve emoties dan
jongere volwassenen (positieve omgeving zoeken). Streven naar zorgzame, meelevende mensen
hechten waarde aan goed sociaal netwerk.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Centrale vraag: Hoe kunnen psychologen dromen en andere subjectieve mentale toestanden
objectief bestuderen?
Kernvraag 8.1: Op welke wijze is het bewustzijn aan andere geestelijke processen gerelateerd?
Bewustzijn is subjectief en ongrijpbaar. Structuralisten introspectie: eigen bewuste ervaringen
rapporteren. Afvragen of er objectieve manier is om bewustzijn te begrijpen. John Watson: mentale
processen niet meer dan bijproduct van handelingen psychologie veranderde in wetenschap van
gedrag. 1960: cognitief psychologen, neurologische onderzoekers en informatici wetenschap van
bewustzijn, want: psychologische problemen kwamen aan licht die betere verklaring nodig hadden
dan behaviorisme kon leveren en er kwamen nieuwe technologische hulpmiddelen computers
konden hersenscans maken model verklaring van informatieverwerking van hersenen. Cognitieve
neurowetenschap: een nieuw interdisciplinair wetenschapsgebied waarin onderzoek wordt gedaan
naar verband tussen mentale processen en de hersenen, ontstaat trok verschillende disciplines
die ontrafelde hoe hersenen informatie verwerken en bewuste ervaringen creëren. Hersenen is een
enorm krachtige biologische computer met als een soort transistor werkende neuronen (die
verbonden zijn met andere neuronen) in staat tot het creëren van complexe universum van
verbeelding en ervaringen die we als bewust zijn beschouwen.
Bewuste geest serieel concentreert zich op één ding tegelijk.
Onbewuste processen: processen in de hersenen dat buiten het bewustzijn omgaat, bijvoorbeeld de
regulering van de hartslag, de ademhaling en de controle over de intieme organen en klieren
parallel niet aan restrictie onderhevig; tegelijkertijd.
Kernconcept 8.1: De hersenen werken op vele niveaus tegelijk, zowel bewuste als onbewuste.
Bewustzijn: het proces waarmee de hersenen een mentaal model creëren van onze ervaringen
gekoppeld aan geheugen, leren, sensatie en perceptie; gaat door werkgeheugen. Als sensorische
stimulering aandacht oproept sensorisch geheugen gaat over naar werkgeheugen bewust
worden. Aandacht: een proces waarbij het bewuste zich concentreert op één item of ‘chunk’ in het
werkgeheugen. Sensatie en perceptie speelt een rol. Bewustzijn helpt je om realiteit en fantasie te
combineren en creëert een soort film.
Brain imaging eeg, MRI, FMRI, PET-scan en CT-scan nieuwe vensters; in hersenen kijken welke
gebieden bij taken actief zijn. Bewustzijn hersencircuits in hersenschors en in banen die de
thalamus met hersenschors verbinden.
Technieken om het hoe van het bewustzijn op te vangen:
Mentale rotatie: van verschillende kanten bekijken; geest roteert de beelden bij
vergelijkingen.
Inzoomen met de geest: details inzoomen
Visuele beelden bewust manipuleren.
Freud: verschillende bewustzijnsniveaus. Geest werkt op een aantal niveaus tegelijk. Onbewust:
reservoir voor behoeften, verlangens, wensen en traumatische herinneringen.
Hypothese freud: groot deel van de geest houdt zich schuil en werkt buiten het gezichtsveld
ondersteund door grote hoeveelheid bewijsmateriaal.
Voorbewuste: het idee dat de geest een speciale onbewuste opslagruimte heeft voor informatie
waarvan we ons momenteel niet bewust zijn, maar die wel in het bewustzijn beschikbaar is
psychologen refereren aan herinneringen van gebeurtenissen en feiten waarvan je je niet bewust
bent, maar wel direct toegankelijk zijn oversteken naar het bewustzijn wanneer signaal wordt
gegeven ze op te roepen. Voorbewuste = langetermijngeheugen (moderne cognitieve betekenis).
Voorbewuste is niet serieel (één ding tegelijkertijd verwerken) in staat om veel informatie op veel
plaatsen te zoeken parallelle verwerking: twee of meer activiteiten tegelijkertijd. Voorbewuste
heeft niet het vermogen tot weloverwogen gedachten. Voorbewuste beschouwen als opslagplaats
voor herinneringen waar de voorraad voortdurend wordt geroteerd meest recente informatie,
met grootste emotionele lading makkelijkst toegankelijk.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Onbewuste: niet bij bewustzijn deel van de geest waarvan een individu zich niet bewust is, maar
waar zich onderdrukte impulsen, drijfveren en conflicten bevinden die geen toegang hebben tot het
bewuste. Freuds definitie: reservoir van primitieve motieven en bedreigende herinneringen die voor
het bewustzijn verborgen zijn.
Bewustzijn: geheel van processen en herinneringen op verschillende niveaus, waarvan de meeste in
het onbewuste zijn gelokaliseerd.
Kernvraag 8.2: Hoe ziet de cyclus van het normale bewustzijn eruit?
Slaap bewust contact met buitenwereld nihil. Er zitten vaste patronen in het bewustzijn.
Kernconcept 8.2: Het bewustzijn verschuift volgens vast cycli, die normaal gesproken
overeenkomen met onze biologische ritmes en de patronen in onze omgeving.`
Dagdromen: een veelvoorkomende activiteit of staat van het bewustzijn, waarbij de aandacht
verschuift van de onmiddellijke situatie naar herinneringen, verwachtingen, verlangens of fantasieën
bij mensen die alleen zijn, ontspannen, bezig met saaie of routineuze klus, of als ze bijna slapen.
Frequentie en intensiteit nemen significant af met de jaren. Standaardmodus in de hersenen die
actief blijft tijdens rustende waaktoestand; te beschouwen als datgene wat de geest van nature doet
wanneer deze niet door binnenkomende prikkels wordt belast. Dagdromen kan nuttig en gezond zijn
plannen maken of problemen oplossen (doelen bereiken); bron van creatief inzicht. Dagdromen
kan de herinnering aan net aangeleerde stof uitwissen (hoe verder dagdroom van werkelijkheid af
staat, hoe groter effect). Mensen het gelukkigst als ze geconcentreerd opgaan in taak en niet
wanneer ze dagdromen.
Slaap maakt deel uit van natuurlijke biologische ritmes. Circadiaanse ritmes: fysiologische patronen
die zich elke 24 uur herhalen, zoals de slaap-waakcyclus gereguleerd in hypothalamus. De
suprachiasmatische nucleus (SCN), groep cellen in hypothalamus, krijgt input vanuit ogen en is
specifiek gevoelig voor licht-donkercyclus van dag en nacht. Circadiaanse ritme bij meeste mensen
iets langer dan 24 uur. Van nature slapen mensen wanneer ze zin hebben, overdag korter dan ‘s
nachts. Factoren die slaap onderbreken of biologische klok verstoren zijn van invloed op gevoelens
en gedrag. Symptomen jetlag: vermoeidheid, onbeheersbare slaperigheid en tijdelijke cognitieve
verstoringen. Reizen naar het oosten veroorzaakt mindere jetlag dan reizen naar het westen.
Centrale vraag: Motivatie is grotendeels een innerlijk en subjectief proces. Hoe kunnen we
vaststellen wat mensen motiveert om koste wat kost de beste van de wereld te willen zijn op hun
gebied?
Kernvraag 9.1: Wat motiveert ons?
Kernconcept 9.1: Motieven zijn innerlijke drijfveren om op een bepaalde manier te handelen, al
kunnen ze door allerlei factoren worden beïnvloed, zowel interne als externe.
Motivatie: term voor alle processen die te maken hebben met de aanzet, de richting, de intensiteit
en het volhouden van lichamelijke en psychische activiteiten. Bij veel motieven is een complexe
combinatie van biologische en psychologische behoeften betrokken, vooral als die te maken hebben
met sociale interacties, emoties en doelen.
Extrinsieke motivatie: het verlangen om een activiteit uit te voeren omwille van een externe
consequentie, zoals een beloning.
Intrinsieke motivatie: het verlangen om een activiteit uit te voeren omwille van de activiteit zelf.
Prestatiedrang: een geestelijke toestand die een psychologische behoefte veroorzaakt om een
moeilijk maar aantrekkelijk doel te bereiken. Mensen met hoge prestatiedrang werken harder, zijn
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
geschreven door:
Estellevs
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Psychologie, een inleiding samenvatting blok 2
Kernvraag 7.3: Welke ontwikkelingen vinden plaats tijdens de adolescentie?
Vroege theoretici belangrijkste ontwikkelingen van de mens voor de adolescentie. Daarna: psyche
voor het leven bepaald en zouden er weinig belangrijke veranderingen meer optreden. Modern
onderzoek trekt ideeën in twijfel. Puberteit op 3 belangrijke terreinen veranderingen.
Kernconcept 7.3: De adolescentie brengt nieuwe ontwikkelingsproblemen met zich mee, die het
gevolg zijn van lichamelijke veranderingen, cognitieve veranderingen en sociaal-emotionele druk.
Adolescentie begint op het moment dat de puberteit begint. Adolescentie: in industrie landen:
ontwikkelingsperiode die begint met de puberteit en (minder duidelijk) eindigt bij aanvang van de
volwassenheid. Puberteit: seksuele rijping (in staat om voor te planten).
Variaties in verschillende culturen maken het nog moeilijker om einde van adolescentie af te
bakenen. Lichamelijke veranderingen in vast stadium universeel, maar sociale en psychologische
dimensie afhankelijk van culturele context. Niet-industriële samenlevingen kennen geen stadium van
adolescentie zoals wij, maar doen een overgangsritueel: sociaal ritueel dat de overgang tussen 2
ontwikkelingsstadia markeert, vooral die tussen de kindertijd en volwassenheid. Rituelen verschillen
per cultuur. Subtiel overgangsritueel dat wij kennen leeftijd waarop je scooter mag rijden
(symbolisch als praktisch). Kerntaak adolescentie: vormen identiteit leren omgaan met
lichamelijke rijpheid, bereiken van nieuw niveau van cognitieve ontwikkeling, herdefiniëren van
sociale rollen en emotionele problemen, omgaan met seksuele kansen en de druk en ontwikkeling
van morele normen.
Begin puberteit jongens: grotere omvang testikels; meisjes: ontwikkeling borsten; beide krijgen
schaamhaar (m: 10/11; j: 12/13). Puberteit jongens op z’n top wanneer productie van leven sperma
begint (14) en voor meisjes wanneer de menarche plaatsvindt, de eerste menstruatie. Bewuster
worden uiterlijk lichamelijke veranderingen en toegenomen belang van acceptatie door
leeftijdsgenoten versterken zorg over eigen lichaamsbeeld: perceptie van en gevoelens over de
eigen lichamelijke verschijning. Realistisch en acceptabel lichaamsbeeld vormen om te leren leven
met je fysieke voorkomen. Leeftijd waarop ze puberteit doormaken van belang op lichaamsbeeld
vroeg rijpende jongens positief lichaamsbeeld maar vroeg rijpende meisjes negatief lichaamsbeeld.
Helft van meisjes en kwart van jongens voelt zich regelmatig lelijk en onaantrekkelijk. Meisjes zijn
vaker ontevreden over gewicht en vorm van lichaam dan jongens en ervaren meer conflicten op
gebied van voedsel en eten. Weerspiegelen culturele preoccupatie met vrouwelijke schoon niet
iedereen voldoet aan idealen van aantrekkelijkheid. Cultuur van invloed op relatie tussen
lichaamsbeeld en zelfwaarde westerse idealen spreiden zich meer over de wereld, vanwege het
enorme bereik. In de loop der tijd: uiterlijk verzoenen, maar vaak heel lastige opgave.
Seksuele rijpheid gaat gepaard met een nieuw bewustzijn van de eigen seksuele gevoelens en
impulsen. Ontberen kennis of verkeerde beelden over seks en seksualiteit problemen (soa’s tot
zwangerschap). Seksuele oriëntatie: richting van iemands seksuele belangstelling (meestal voor
mensen van het andere geslacht, hetzelfde geslacht of beide geslachten) begint tijdens puberteit
duidelijk te worden. Tijdens adolescentie zijn seksuele gevoelens voor hetzelfde geslacht of voor
beide geslachten moeilijk met het zelfbeeld in overeenstemming te brengen periode van
angstvallig proberen aan te passen aan de waarden en normen van samenleving. Toch pas later
seksuele identiteit accepteren gebrek aan sociale steun en belang van de rol van de maatschappij
bij de ontwikkeling van alle aspecten van de identiteit.
Frontale kwabben ontwikkelen zich gedurende de hele adolescentie tot in de jonge volwassenheid
betrokken bij sociale en emotionele gedragingen en bij rationeel denken en oordelen. Rationelere
frontaalkwab nog niet helemaal ontwikkeld, meer informatie via amygdala emotioneler. Amygdala
verstuurt impulsen die zijn of haar onrijpe frontale cortex nog niet kan verwerken samen met
toename van concentratie oestrogeen en testosteron een verklaring voor het sensatiezoekend en
risicovolgedrag. Synaptisch snoeiproces (synaptic pruning): kortwieken van hersendelen die niet
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
adequaat gestimuleerd zijn brein wordt geleidelijk steeds minder goed in het leren van compleet
nieuwe dingen (capaciteit vorming van neurale verbindingen neemt af). Andere regio’s ontwikkelen
zich nu beter: bestaande verbindingen die vaak gebruikt worden neuronen krijgen meer myeline
sneller functioneren. Maar plasticiteit neemt af en problematische gedragspatronen of
eigenschappen die zich ontwikkeld hebben worden resistenter tegen verandering en interventie.
Snoeiproces loopt uit de hand belangrijke bindingen verloren eind puberteit stoornissen.
Formeel-operationeel stadium: laatste stadium uit Piagets theorie, waarin abstract denken zijn
intrede doet omgaan met abstracte en ontastbare problemen hypothetische problemen
oplossen waarbij ze niet langer de concrete basis van vorige stadium nodig hadden. Vraagtekens
ontstaan of het stadium tijdens adolescentie ontstaat bepaalde volwassenen hebben nooit
vermogen ontwikkeld afhankelijk van opleiding en ervaring. Bepaald door culturele waarden en
omgeving.
Adolescent gevoeliger voor leeftijdsgenoten invloed van ouders en familie en indrukken uit
kindertijd steeds zwakker. Contact met leeftijdsgenoten sociale vaardigheden verfijnen en
experimenteren met verschillende sociale rollen. Ouders nog wel belangrijk: toezicht houden en
open en gezonde communicatie tieners met succes door puberteit. Zoektocht naar identiteit kan
geremd worden door verwarring die ontstaat door het spelen van vele verschillende rollen:
uitbreiden sociale wereld in elke kring andere rol uitzoeken welke rol je werkelijk bent. fase:
identiteit tegenover rolverwarring. Ontwikkelen coherent zelfbeeld. Eenzaamheid, depressie en
verlegenheid redenen van sterke toename zelfmoorden onder tieners. Intense emoties op sociaal
en persoonlijk vlak lastig om in ander perspectief te plaatsen. Rustige adolescentie ouders die
openstaan voor behoeften van tieners, maar ook duidelijke grenzen stellen. Permissieve of
autoritaire ouders adolescentie moeilijke periode.
Kernvraag 7.4: Welke ontwikkelingen vinden plaats tijdens de volwassenheid?
Overgang adolescentie naar jonge volwassenheid beslissingen over vervolgopleiding, carrière en
intieme relaties. Dit is het kader van psychologische ontwikkeling in deze fase. Ontwikkeling stopt
niet voortdurende druk van werkomgeving, gezin en vrienden, in combinatie met voltrekkende
rijpingsproces nieuwe ontwikkelingsproblemen.
Kernconcept 7.4: Tijdens de overgangen die we als volwassenen doormaken, blijft de
wisselwerking tussen nature en nurture bestaan: moderne culturele normen en technologie
verbeteren de duur en kwaliteit van het leven van veel volwassenen.
Theorieën over fases oversimplificatie. Tegenwoordig zijn psychologen het er niet meer over eens
dat de ontwikkeling volgens vaste stadia voltrekt meer een soort continu proces dat in golven of
vlagen verloopt. Het ‘wanneer’ is flexibeler dan ze dachten. Overgang tussen jonge volwassenheid –
middelbare volwassenheid en tussen middelbare volwassenheid – late volwassenheid.
Veranderende aard van volwassenheid in westerse landen: betere gezondheidszorg en technologie
mensen leven langer en betere gezondheid dan eerdere generaties perspectief verandert op
levensloop en op verschillende leeftijden en fases ervan. Revolutie van het ouder worden: een
verandering van de wijze waarop mensen in moderne geïndustrialiseerde landen denken over ouder
worden. Dit nieuwe perspectief is ontstaan doordat ouderen langer leven, een beter
gezondheidszorg hebben en meer keuzes hebben ten aanzien van hun leefwijze. Opnieuw onderzoek
naar ontwikkeling van volwassenen empirisch onderzoek.
Freud: volwassen ontwikkeling gestuurd door liefde en werk. Maslow: bevrediging van behoeften
genereren nieuwe behoeften: waardering en vervulling. Andere theoretici: behoefte aan sociale
acceptatie, competentie en macht. Erikson: behoefte aan intimiteit en zorg voor de volgende
generaties.
Jonge volwassene geconfronteerd met de uitdaging een intieme relatie aan te gaan met een geliefde
intimiteit: volgens de theorie van Erikson de belangrijkste ontwikkelingstaak van de vroege
volwassenheid, met inbegrip van het vermogen met iemand ander een volledige relatie aan te gaan:
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
seksueel, emotioneel en moreel. Geen intieme verbintenissen aan gaan isolement en onvermogen
om op zinvolle wijze contact te maken met anderen. Zelfbeeld tijdens crisis adolescentie aan begin
van volwassenheid consolideren tot een duidelijk en comfortabel concept dan pas in staat om
risico’s en aantrekkelijkheden van volwassen intimiteit aan te kunnen (eerst identiteit dan intimiteit).
Niet overeenkomend met hedendaagse realiteit (problemen identiteit en intimiteit) leven biedt
meer keuzes en combinaties dan dezelfde levensperiode voor de generatie die Erikson beschreef.
Vroege volwassenheid: overgangsperiode tussen puberteit en volwassenheid late tienerjaren tot
circa 30e levensjaar puberteit doorgemaakt maar zichzelf nog niet als volwassene beschouwen.
Tijd van exploratie en experimenteren op alle gebieden verklaard door afwezigheid van grote
verantwoordelijkheden in combinatie met de afwezigheid van ouderlijk toezicht. Worstelen tussen
vinden van evenwicht tussen intimiteit en behoefte aan autonomie (ook kenmerkend voor latere
fases van volwassenheid).
Huwelijk belangrijk sociaal fenomeen. Afname door aantal echtscheidingen; beslissing op latere
leeftijd te trouwen; toename van het aantal wettelijk geregelde alternatieven voor huwelijk.
Middelbare leeftijden topperiode voor ontwikkeling. Vaardigheid in combineren en integreren van
uiteenlopende denkstijlen, inbegrip van reflectie, analyse en dialectisch redeneren; integreren van
cognities van emoties beter doordachte, wel overwogen en reflectievere copingsstrategieën met
betrekking tot stressvolle gebeurtenissen. Vervaging van grenzen als werknemer en gezinslid
uitbreiding biedt groter netwerk van sociale ondersteuning en toegenomen gevoel van welbevinden.
Grotere variëteit in relaties, middelen en levensstijl complexiteit gepaard met welzijn (leven
beschouwen als reek gevarieerde uitdagingen die tot groei leiden).
Ouderdom wordt bepaald door toenemend bewustzijn van je eigen sterfelijkheid en van
veranderingen in je lichaam, gedrag en sociale rollen. Erikson: integriteit tegen wanhoop. Integriteit:
vermogen om zonder spijt en met een gevoel van heelheid op het leven terug te kijken reflectie
nodig, waardering wat lukt en acceptatie wat fout gaat.
Opvallende veranderingen: uiterlijk en lichamelijke vermogens. Steeds vaker zelf het heft in handen
om lichamelijke achteruit te beperken. Succesvol ouder worden benutten van individuele
mogelijkheden en realistisch zijn over beperkingen. Regelmatige lichaamsbeweging lichamelijke,
emotionele en cognitieve vooruitgang. Regelmatig vrijen gezond ouder worden bevordert
opwinding, lichaamsbeweging, levendige fantasie en sociale interactie.
Frontaalkwabben kleiner naarmate we ouder worden, maar weinig bewijs dat cognitieve vermogen
minder wordt. Opdrachten waar fantasie belangrijk is moeilijker naarmate je ouder wordt.
Achteruitgang compenseren door informatie op andere wijze te verwerken en meer hersengebieden
inschakelen. Fysieke en mentale training hersenen effectiever blijven werken. Lichamelijke
oefening leervermogen, geheugen en andere cognitieve functies verbeteren. Omega-vetzuren in
combinatie met lichamelijke oefening gunstig voor werking en plasticiteit van de hersenen.
Geheugenproblemen ontstaan in gedeelte van geheugensysteem waar nieuwe informatie wordt
verwerkt en opgeslagen. Confirmation bias: als we denken dat ouderen meer vergeten, merken en
onthouden we hert vaker als een oudere dat doet en wijten we dit aan leeftijd. Ziekte van Alzheimer:
een degeneratieve aandoening van de hersenen, waardoor het denkvermogen achteruitgaat,
geheugenproblemen ontstaan en de patiënt uiteindelijk overlijdt. Eerste symptomen: problemen
met geheugen (maakt ouderen nerveus). Nieuwe test vroegtijdig vaststellen. Nog geen
geneesmiddel, progressie kan vertraagd worden door vroege diagnose kwaliteit van het leven kan
verbeteren.
Misvatting: sociale en emotionele toestand. Hoe ouder, hoe selectievere keuzes in relaties: ervoor
kiezen het aantal sociale contacten te beperken tot die contacten die de meeste voldoening geven.
Voordeel hebben bij emotionele systemen die in sommige opzichten scherper worden met de jaren
(verdrietiger bij treurige beelden dan jongeren). Maar meer positieve dan negatieve emoties dan
jongere volwassenen (positieve omgeving zoeken). Streven naar zorgzame, meelevende mensen
hechten waarde aan goed sociaal netwerk.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Centrale vraag: Hoe kunnen psychologen dromen en andere subjectieve mentale toestanden
objectief bestuderen?
Kernvraag 8.1: Op welke wijze is het bewustzijn aan andere geestelijke processen gerelateerd?
Bewustzijn is subjectief en ongrijpbaar. Structuralisten introspectie: eigen bewuste ervaringen
rapporteren. Afvragen of er objectieve manier is om bewustzijn te begrijpen. John Watson: mentale
processen niet meer dan bijproduct van handelingen psychologie veranderde in wetenschap van
gedrag. 1960: cognitief psychologen, neurologische onderzoekers en informatici wetenschap van
bewustzijn, want: psychologische problemen kwamen aan licht die betere verklaring nodig hadden
dan behaviorisme kon leveren en er kwamen nieuwe technologische hulpmiddelen computers
konden hersenscans maken model verklaring van informatieverwerking van hersenen. Cognitieve
neurowetenschap: een nieuw interdisciplinair wetenschapsgebied waarin onderzoek wordt gedaan
naar verband tussen mentale processen en de hersenen, ontstaat trok verschillende disciplines
die ontrafelde hoe hersenen informatie verwerken en bewuste ervaringen creëren. Hersenen is een
enorm krachtige biologische computer met als een soort transistor werkende neuronen (die
verbonden zijn met andere neuronen) in staat tot het creëren van complexe universum van
verbeelding en ervaringen die we als bewust zijn beschouwen.
Bewuste geest serieel concentreert zich op één ding tegelijk.
Onbewuste processen: processen in de hersenen dat buiten het bewustzijn omgaat, bijvoorbeeld de
regulering van de hartslag, de ademhaling en de controle over de intieme organen en klieren
parallel niet aan restrictie onderhevig; tegelijkertijd.
Kernconcept 8.1: De hersenen werken op vele niveaus tegelijk, zowel bewuste als onbewuste.
Bewustzijn: het proces waarmee de hersenen een mentaal model creëren van onze ervaringen
gekoppeld aan geheugen, leren, sensatie en perceptie; gaat door werkgeheugen. Als sensorische
stimulering aandacht oproept sensorisch geheugen gaat over naar werkgeheugen bewust
worden. Aandacht: een proces waarbij het bewuste zich concentreert op één item of ‘chunk’ in het
werkgeheugen. Sensatie en perceptie speelt een rol. Bewustzijn helpt je om realiteit en fantasie te
combineren en creëert een soort film.
Brain imaging eeg, MRI, FMRI, PET-scan en CT-scan nieuwe vensters; in hersenen kijken welke
gebieden bij taken actief zijn. Bewustzijn hersencircuits in hersenschors en in banen die de
thalamus met hersenschors verbinden.
Technieken om het hoe van het bewustzijn op te vangen:
Mentale rotatie: van verschillende kanten bekijken; geest roteert de beelden bij
vergelijkingen.
Inzoomen met de geest: details inzoomen
Visuele beelden bewust manipuleren.
Freud: verschillende bewustzijnsniveaus. Geest werkt op een aantal niveaus tegelijk. Onbewust:
reservoir voor behoeften, verlangens, wensen en traumatische herinneringen.
Hypothese freud: groot deel van de geest houdt zich schuil en werkt buiten het gezichtsveld
ondersteund door grote hoeveelheid bewijsmateriaal.
Voorbewuste: het idee dat de geest een speciale onbewuste opslagruimte heeft voor informatie
waarvan we ons momenteel niet bewust zijn, maar die wel in het bewustzijn beschikbaar is
psychologen refereren aan herinneringen van gebeurtenissen en feiten waarvan je je niet bewust
bent, maar wel direct toegankelijk zijn oversteken naar het bewustzijn wanneer signaal wordt
gegeven ze op te roepen. Voorbewuste = langetermijngeheugen (moderne cognitieve betekenis).
Voorbewuste is niet serieel (één ding tegelijkertijd verwerken) in staat om veel informatie op veel
plaatsen te zoeken parallelle verwerking: twee of meer activiteiten tegelijkertijd. Voorbewuste
heeft niet het vermogen tot weloverwogen gedachten. Voorbewuste beschouwen als opslagplaats
voor herinneringen waar de voorraad voortdurend wordt geroteerd meest recente informatie,
met grootste emotionele lading makkelijkst toegankelijk.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Onbewuste: niet bij bewustzijn deel van de geest waarvan een individu zich niet bewust is, maar
waar zich onderdrukte impulsen, drijfveren en conflicten bevinden die geen toegang hebben tot het
bewuste. Freuds definitie: reservoir van primitieve motieven en bedreigende herinneringen die voor
het bewustzijn verborgen zijn.
Bewustzijn: geheel van processen en herinneringen op verschillende niveaus, waarvan de meeste in
het onbewuste zijn gelokaliseerd.
Kernvraag 8.2: Hoe ziet de cyclus van het normale bewustzijn eruit?
Slaap bewust contact met buitenwereld nihil. Er zitten vaste patronen in het bewustzijn.
Kernconcept 8.2: Het bewustzijn verschuift volgens vast cycli, die normaal gesproken
overeenkomen met onze biologische ritmes en de patronen in onze omgeving.`
Dagdromen: een veelvoorkomende activiteit of staat van het bewustzijn, waarbij de aandacht
verschuift van de onmiddellijke situatie naar herinneringen, verwachtingen, verlangens of fantasieën
bij mensen die alleen zijn, ontspannen, bezig met saaie of routineuze klus, of als ze bijna slapen.
Frequentie en intensiteit nemen significant af met de jaren. Standaardmodus in de hersenen die
actief blijft tijdens rustende waaktoestand; te beschouwen als datgene wat de geest van nature doet
wanneer deze niet door binnenkomende prikkels wordt belast. Dagdromen kan nuttig en gezond zijn
plannen maken of problemen oplossen (doelen bereiken); bron van creatief inzicht. Dagdromen
kan de herinnering aan net aangeleerde stof uitwissen (hoe verder dagdroom van werkelijkheid af
staat, hoe groter effect). Mensen het gelukkigst als ze geconcentreerd opgaan in taak en niet
wanneer ze dagdromen.
Slaap maakt deel uit van natuurlijke biologische ritmes. Circadiaanse ritmes: fysiologische patronen
die zich elke 24 uur herhalen, zoals de slaap-waakcyclus gereguleerd in hypothalamus. De
suprachiasmatische nucleus (SCN), groep cellen in hypothalamus, krijgt input vanuit ogen en is
specifiek gevoelig voor licht-donkercyclus van dag en nacht. Circadiaanse ritme bij meeste mensen
iets langer dan 24 uur. Van nature slapen mensen wanneer ze zin hebben, overdag korter dan ‘s
nachts. Factoren die slaap onderbreken of biologische klok verstoren zijn van invloed op gevoelens
en gedrag. Symptomen jetlag: vermoeidheid, onbeheersbare slaperigheid en tijdelijke cognitieve
verstoringen. Reizen naar het oosten veroorzaakt mindere jetlag dan reizen naar het westen.
Centrale vraag: Motivatie is grotendeels een innerlijk en subjectief proces. Hoe kunnen we
vaststellen wat mensen motiveert om koste wat kost de beste van de wereld te willen zijn op hun
gebied?
Kernvraag 9.1: Wat motiveert ons?
Kernconcept 9.1: Motieven zijn innerlijke drijfveren om op een bepaalde manier te handelen, al
kunnen ze door allerlei factoren worden beïnvloed, zowel interne als externe.
Motivatie: term voor alle processen die te maken hebben met de aanzet, de richting, de intensiteit
en het volhouden van lichamelijke en psychische activiteiten. Bij veel motieven is een complexe
combinatie van biologische en psychologische behoeften betrokken, vooral als die te maken hebben
met sociale interacties, emoties en doelen.
Extrinsieke motivatie: het verlangen om een activiteit uit te voeren omwille van een externe
consequentie, zoals een beloning.
Intrinsieke motivatie: het verlangen om een activiteit uit te voeren omwille van de activiteit zelf.
Prestatiedrang: een geestelijke toestand die een psychologische behoefte veroorzaakt om een
moeilijk maar aantrekkelijk doel te bereiken. Mensen met hoge prestatiedrang werken harder, zijn
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.