24-10-2020
aanpak van het
eetstoornisprobleem in
Student: Lisa Rockx
Studentnummer: 2594471
Vak: Beleid & Management
Docenten: Dr.D.B.D. Bannink
Mr. Dr. A.J.G.M. van Montfoort
Prof Dr. W.A. Trommel
L. Vandenbussche MSc
Woordenaantal: 4323
, Inleiding
In 2016 kwam de documentaire “Emma Wil Leven”, waarin Emma’s strijd tegen anorexia werd
vastgelegd, uit (Villerius, 2016). Een strijd die zij uiteindelijk verloor. Ondanks dat dit een van de
extreemste vormen van een eetstoornis is, neemt dit niet weg dat de eetstoornisproblematiek in
Nederland groot is. Naar schatting lijden ieder jaar 200.000 Nederlanders aan een eetstoornis
(voedingscentrum, z.d.). Hiertoe behoren volgens de DSM-5 vier categorieën: anorexia nervosa (AN),
boulimia nervosa (BN), eetbuistoornis (BED) en de andere gespecificeerde voedings- of eetstoornis
(GGZ-standaarden, 2019). In alle gevallen is sprake van een verstoorde relatie met eten en bij de
meesten gaat dit gepaard met restrictief eten, eetbuien en compensatie. Alle vormen kunnen leiden
tot zowel lichamelijke als psychische en sociale problematiek. Zo kan, bij vrouwen, de menstruatie
uitblijven en kan osteoporose ontstaan. Daarnaast sterft tussen de 5 à 10% van het aantal
anorexiapatiënten aan ondervoeding of zelfmoord. Daarmee is het wereldwijd de meeste dodelijke
psychiatrische ziekte (Nederlandse Academie voor Eetstoornissen, z.d.). Gemiddeld duurt een
eetstoornis zes tot zeven jaar en bij een kwart wordt de psychische aandoening chronisch
(Proud2Bme, z.d.). Het eetstoornisherstel verloopt dus moeizaam. De centrale vraag in dit paper is:
“Hoe kan een stijging van het percentage herstelde personen met een eetstoornis in Nederland
worden gerealiseerd?”. De bijbehorende deelvragen zijn achtereenvolgend: “Op welke wijze draagt
een rationeel beleidsontwerp bij aan de verhoging van het herstelpercentage onder
eetstoornispatiënten?”, “In hoeverre is het rationele beleidsmodel geschikt voor de aanpak van het
maatschappelijke probleem rondom eetstoornissen in de laatmoderne Nederlandse samenleving?”
en “Hoe kan het eetstoornisprobleem het best worden benaderd, gegeven het feit dat dit een
mogelijk onoplosbaar probleem is in een postmoderne, onmaakbare samenleving?”.