HRM= gaat over alles wat een organisatie doet om de medewerkers productief te laten zijn.
Tegelijkertijd moet HRM ervoor zorgen dat de arbeidsrelatie in evenwicht is en voldoet aan
maatschappelijke normen en verwachtingen.
Doelen HRM:
- Bijdragen aan het realiseren van organisatiedoelstellingen;
- Creëren van een evenwichtige arbeidsrelatie;
- Creëren van maatschappelijke acceptabele omstandigheden.
Niveaus van HRM:
- Operationeel HRM, ofwel (directe) gedragsregulering;
- Tactisch HRM, ofwel organisatorische regulering;
- Strategisch HRM, ofwel strategische regulering.
Operationeel HRM:
- Dagelijkse aansturing en begeleiding van werknemers;
- Klassieke personeelsmanagementactiviteiten, zoals werving en selectie, beoordelen,
ontwikkelen, inwerken etc.;
- Uitgevoerd door leidinggevenden;
- Ondersteund door HR-adviseurs;
- Rechtvaardigheid is key.
Als FM-er verantwoordelijk voor werven en selecteren insrroom en presteren. Samen met HRM voor
de beoordeling, beloning en ontwikkeling zorgen. Directe gedragsregulering (direct aangestuurd).
Start met selecteren goede mensen à die prestaties beoordelen (kan leiden tot beloning, doel: zodat
medewerkers beter hun best gaan doen) à begint opnieuw bij doorstromen functie.
Tactisch HRM:
- Het inrichten van het HR-beleid binnen de organisatie aan de hand van de strategie;
- Implementatie van HRM-maatregelen;
- Neemt veel tijd in beslag, wil je dat alles goed uitgevoerd wordt;
- Ofwel: op welke manier worden de doelen bereikt?
Strategisch HRM:
- Op strategisch niveau wordt de koers bepaald om de concurrentiekracht & het voortbestaan
v/d organisatie veilig te stellen. Richting geven zodat de organisatie beter kan functioneren;
- Gevolgen voor personeel en daarmee het HRM-beleid;
- Strategische regulering: voortbestaan ondernemingen afhankelijk van de omgeving.
Beslissingen nemen om het voortbestaan en de continuïteit veilig te stellen.
- Ofwel: waar gaan we heen?
1
, Institutionele/ maatschappelijke regulering:
- Beïnvloeding HRM door de maatschappij;
- Externe factoren waar je niet onderuit kunt. Heeft wel invloed op arbeidsrelaties;
- Stelsel van arbeidsverhoudingen: alle instituten die van invloed zijn op arbeidsrelaties:
Vakbonden – verantwoordelijk voor afspraken in een cao;
Overheid – wetten – bijv. arbeidsomstandighedenwet, arbeidstijdenwet etc.;
Overige instituten in NL die van invloed zijn op de arbeidsrelaties.
Stroombeleid= bevat het aantrekken, inzetten, ontwikkelen en op het juiste moment afscheid nemen
van medewerkers. Meestal aangeduid als het managen van de instroom, doorstroom en uitstroom.
Verschillende personeelsstromen.
Dynamisch stroombeleid= de continue stroom van mensen in en door de organisatie, en de directe
omgeving van de organisatie om functies optimaal te bemensen en taken uit te voeren.
2