Inleiding Europees Recht
RGBUIER001 - Universiteit Utrecht 2024-2025
Bevat:
1. Uitwerking hoorcolleges
2. Uitwerking Verdiepingscolleges
3. Uitwerking Leerdoelen
4. Uitwerking relevante informatie uit werkgroepopdrachten
a. Selectie gemaakt gebaseerd op punt 1 - 3
5. Uitwerking relevante informatie uit voorgeschreven literatuur
a. Selectie gemaakt gebaseerd op punt 1 - 3
,Week 1
Unierecht
- Rechtssysteem wat de EU mogelijk maakt:
1. Verdragen
a. Verdrag betreffende de EU: VEU
b. Verdrag betreffende de werking van de EU: VWEU
c. Handvest van de grondrechten
2. Secundair recht
a. Verordeningen
b. Richtlijnen
c. Besluiten
3. Voorrang en rechtstreekse werking (Hof van Justitie)
Instellingen van de EU
- EU is gebaseerd op een institutioneel evenwicht → trias politica
- Balans intergouvernementele en supranationale krachten
- Intergouvernementale kracht → regeringen van lidstaten hebben initiatief
- Besluiten worden genomen door vertegenwoordigers van nationale
regeringen
- BV: Europese Raad, Raad van Ministers
- Supranationale kracht → internationaal orgaan met zekere autonomie en
eigen bindende bevoegdheden over lidstaten
- Handelt onafhankelijk van de nationale regeringen
- BV: Europese Commissie, Europees Parlement, Hof van
Justitie
Recht in de EU
1. Gewone wetgevingsprocedure
a. art 289 lid 1 VWEU → art 294 VWEU
2. Bijzondere wetgevingsprocedure
a. Art 289 lid 2 VWEU
Verschillende vormen EU-recht
1. Primair unierecht
a. Bovenaan juridische rangorde
i. VEU + VWEU → grondwet EU
ii. Handvest van de grondrechten
2. Secundair Unierecht
a. Wetgeving + bindende rechtshandelingen die zijn aangenomen (worden
gewijzigd en uitgebreid)
i. Internationale akkoorden → art 216 lid 2 VWEU
ii. Verordeningen (iedereen) en richtlijnen (normadressaat) → art 288
VWEU (belangrijkste)
iii. Besluiten
iv. Aanbevelingen en adviezen
, 3. Subsidiaire bronnen
a. Algemene rechtsbeginselen, ongeschreven recht, rechtspraak Hof
4. Acquis communautaire (gemeenschappelijke verworvenheden)
a. Verzameling van verdragen, secundaire rechtshandelingen en rechtspraak
5. Tertiair recht
a. Geen juridische werking maar wel bedoeld om een bepaald effect te hebben
i. Doelstellingen, gedragscodes, aanbevelingen etc.
6. Nationaal recht
- Helpt bepalen algemene rechtsbeginselen Unierecht
Doorwerking en voorrang
- Wat is de verhouding tussen EU en nationaal recht?
- Beantwoord in AR van Gend & Loos + AR Costa/ENEL
AR Van Gend & Loos
- SV: Transportbedrijf A importeer chemische stoffen uit duitsland en moest meer
invoerrechten betalen dan eerder → A zegt is in strijd met art 12 EEG-Verdrag
(verbod verhogen invoerrechten tussen lidstaten → Kan A zich beroepen op art 12
(heeft deze bepaling directe werking?)
- TOEPASSING: Europese gemeenschap zorgt voor nieuwe rechtsorde (lidstaten +
individuele burgers verplichting → directe werking
- Artikel is duidelijk en onvoorwaardelijk geformuleerd + geen nationale regels
vereist voor toepassing → burgers kunnen rechtstreeks beroep doen bij
rechter
AR Costa/E.N.E.L.
- SV: A is aandeelhouder van een italiaans energiebedrijf → Italië genationaliseerd het
bedrijf op basis van een nieuwe nationale wet → A zegt dat het in strijd is met het
EEG-Verdrag (BV: vrije mededinging) → mag een nationale wet voorgaan op een
eerdere bepaling uit het EEG (wie heeft voorrang?)
- TOEPASSING: Unierecht heeft voorrang (als nationaal recht voorgaat is hele
rangorde nutteloos
- Nationale rechter moeten Unierecht toepassen ook al is er een nationale
regel (zonder te hoeven wachten op ingrijpen nationale wetgever of
constitutioneel hof)
- Later bevestigd in AR Simmenthal 2
Week 2
Basisprincipes EU Recht
1. Directe werking
2. Voorrang
Doelstellingen van de EU
- Historisch perspectief: primair doel