Hoorcollege 4
1. Waar bevindt de oesophagus zich?
⬜ Hals
⬜ Thorax
⬜ Abdomen
2. De upper esophageal sphincter (UES) is een fysiologische kringspier.
a. Juist
b. Onjuist
3. Welke structuur vormt een externe sfincter tussen de oesophagus en de
maag?
4. De binnenste spierlaag van de oesophagus is:
a. Circulair
b. Longitudinaal
5. Hoe groot is de mogelijke inhoud van de maag?
a. 50 ml tot 1 L
b. 100 ml tot > 2 L
c. 150 ml tot > 1 L
d. 500 ml tot > 3 L
6. Waar zit de pylorus sfincter?
a. Tussen slokdarm en maag
b. Tussen maag en duodenum
c. Tussen duodenum en ileum
d. Tussen ileum en caecum
7. Hoe lang is het duodenum ongeveer?
a. 15 cm
b. 25 cm
c. 50 cm
d. 1 m
Stofw I → week 2 → vragen → 1
,8. Welke gedeelte van de dunne darm vormt het ileum?
a. 1/5
b. 2/5
c. 3/5
d. 4/5
9. Welke twee buizen worden ontvangen door de papilla duodeni major (papil
van Vater)?
10. Door welke structuur wordt toevoer uit de lever, galblaas en pancreas
gereguleerd?
11. In welk gedeelte van de dikke darm komt het ileum uit?
a. Caecum
b. Colon ascendens
c. Colon sigmoideum
d. Rectum
12. Welke buizen van de lever zijn afvoerend?
⬜ Arteria hepatica propria
⬜ Ductus hepaticus
⬜ Porta hepatis
⬜ Vena portae
⬜ Venae hepaticae
Werkgroep 3
13. Ter hoogte van welke wervel bevindt zich het subcostale vlak?
a. L1
b. L3
c. T1
d. T3
14. Ter hoogte van welke wervel bevindt zich het transpylorische vlak?
a. L1
b. L3
c. T1
d. T3
15. Wat zijn de gevolgen van een ileocaecaal-resectie?
16. Wat zijn de gevolgen van een colectomie en ileostoma?
Stofw I → week 2 → vragen → 2
, Practicum 2
17. De pars cardiaca bevindt zich superior van de fundus gastricus.
a. Juist
b. Onjuist
18. In welk gedeelte van de maag bevindt zich de incisura angularis?
a. Corpos gastricum
b. Curvatura major
c. Curvatura minor
d. Pars pylorica
19. Waar zijn het ligamentum teres hepatis en het ligamentum venosum restanten
van?
20.Wat verbindt het corpus van de vesica fellea en de ductus cysticus?
a. Collum
b. Mucosa
c. Plica spiralis
d. Vesica billaris
21. Waarmee is het duodenum ter hoogte van de flexura duodenojejunalis
verbonden aan het diafragma?
22. Waar bevinden zich de noduli lymphoidei aggregati (plaques van Peyer)?
a. Ceacum
b. Colon
c. Ileum
d. Jejunum
Stofw I → week 2 → vragen → 3