Hoorcollege 7 en 8
1. Welk soort epitheelcellen zitten in de mond en slokdarm?
a. Cilindrisch epitheel
b. Kubisch epitheel
c. Meerlagig niet-verhoornd plaveiselepitheel
d. Meerlagig verhoornd plaveiselepitheel
2. Welk soort epitheelcellen zitten in de dunne darm?
a. Cilindrisch epitheel
b. Kubisch epitheel
c. Meerlagig niet-verhoornd plaveiselepitheel
d. Meerlagig verhoornd plaveiselepitheel
3. Welk soort cellen zijn gepolariseerd?
⬜ Muceuze cellen
⬜ Sereuze cellen
4. Welk soort cellen zijn gegroepeerd in acini?
a. Muceuze cellen
b. Myoepitheelcellen
c. Sereuze cellen
5. Welk soort cellen zijn scheiden glycoproteïnen uit?
a. Muceuze cellen
b. Myoepitheelcellen
c. Sereuze cellen
6. In welke laag van de oesophagus zitten muceuze klieren?
a. Mucosa
b. Submucosa
c. Muscularis mucosae
d. Serosa
Stofw I → week 3 → vragen → 1
,7. Welk soort epitheelcellen zitten in de maag?
a. Cilindrisch epitheel
b. Kubisch epitheel
c. Meerlagig niet-verhoornd plaveiselepitheel
d. Meerlagig verhoornd plaveiselepitheel
8. Pariëtale cellen scheiden HCl uit.
a. Juist
b. Onjuist
9. Waar bevindt de glycocalyx zich?
10. Wat is de functie van Paneth-cellen?
11. Wat zorgt voor de meeste oppervlaktevergroting in de dunne darm?
a. Plooien van Kerckring
b. Villi
c. Microvilli
12. Welke plexus zit in de submucosa?
a. Plexus van Meissner
b. Plexus van Auerbach
13. G-, S- en I-cellen zijn entero-endocriene cellen.
a. Juist
b. Onjuist
14. Witte adipocyten zijn wateroplosbaar.
a. Juist
b. Onjuist
15. Adipocyten zijn endocrien.
a. Juist
b. Onjuist
16. Wat doen bruine adipocyten?
17. Wat wordt niet naar de centrale vena in een leverlobje getransporteerd?
a. Bloed uit de arteria hepatica propria
b. Bloed uit de vena porta
c. Gal
Stofw I → week 3 → vragen → 2
, 18. Bij zuurbranden (pyrosis) en regurgitatie (retrosternaal) is sprake van
misselijkheid.
a. Juist
b. Onjuist
19. Wat is de pH in de maag?
a. 1
b. 3
c. 5
d. 7
20.Wanneer spreken we van pathologische reflux?
a. Als de pH in de oesophagus < 6% van de 24 uur > 4 is
b. Als de pH in de oesophagus < 9% van de 24 uur > 4 is
c. Als de pH in de oesophagus > 6% van de 24 uur < 4 is
d. Als de pH in de oesophagus > 9% van de 24 uur < 4 is
21. Wat is de voornaamste oorzaak van peptisch ulcuslijden?
22. Hoe wordt Helicobacter pylori behandeld?
a. Blokkeren van de acetylcholinereceptor van de protonpomp
b. Blokkeren van de gastrinereceptor van de protonpomp
c. Blokkeren van de histaminereceptor van de protonpomp
d. Met een antibiotica
23.Wat wordt bij een Nissen fundoplicatie gedaan?
24.Waar is hypalbuminemie het gevolg van?
a. Malabsorptie van vet
b. Malabsorptie van eiwit
c. Malabsorptie van foliumzuur
d. Malabsorptie van magnesium
Stofw I → week 3 → vragen → 3