Noodzakelijke kennisclip
Kennis opdoen uit ervaring (onderzoek doen) -> hypotheses opstellen ->
toetsen op individueel niveau.
- Regulatieve cyclus, op elk moment kun je terug naar een eerdere
fase, hoeft ook niet alle fases te doorlopen.
Voordelen diagnostische cyclus:
- Transparante besluitvorming: je stelt hypothesen op, door hierover
te rapporteren maak je transparante keuzes in het proces. Is
controleerbaar en navolgbaar voor anderen.
- Systematisch te werk gaan: kan oordeelsfouten en biases
(confirmation en availability) verminderen. Kritisch kijken naar eigen
bevindingen.
Diagnostische cyclus:
- Cliënt meldt zich aan.
- Klachtanalyse (KA): doel is om zo volledig mogelijk de actuele
klachten van de cliënt in kaart te brengen door middel van een
intakegesprek. Belangrijk om hulpvragen duidelijk te krijgen.
o Wat zijn nu eigenlijk de klachten? -> verhelderende diagnose.
- Probleemanalyse (PA): koppeling maken tussen klachten en de
daadwerkelijke problemen.
o Klachten zijn in de bewoording van de cliënt.
o Bij daadwerkelijke problemen probeer je de klachten door
wetenschappelijke literatuur onder te brengen in
probleemclusters.
Beknopte manier van weergeven, helpt bij interpretatie.
, o Kijken of probleemclusters passen bij classificatie in de DSM-5.
o Mate van ernst taxeren.
o We stellen onderkennende hypothesen op -> onderzoeken wat
er mogelijk aan de hand is met een cliënt, vaak door
diagnostisch onderzoek.
- Verklaringsanalyse (VA): richt op onderzoeken van oorzakelijke en
instandhoudende factoren.
o We doen het alleen als het relevant is voor het latere advies.
o Soms is het belangrijk om de oorzaak mee te nemen in de
behandeling.
o Wetenschappelijke kennis is belangrijk.
- Indicatieanalyse (IA): behandel/begeleidingsadviezen geven die je
hebt gebaseerd op je onderkennende en verklarende analyse.
o Wetenschappelijke kennis gebruiken over wat bruikbare
behandelingen zijn die passen bij problematiek cliënt.
o Hypothesen opstellen waarbij je gaat denken of een bepaalde
behandeling effectief zou zijn.
- Advies: begeleiding/behandeling terugkoppelen naar cliënt, ook alle
andere fasen.
, Hoorcollege 1a: Nut en noodzaak van theorie
Hippocrates: theorie/therapie
- Theorie: balans lichaamssappen (slijm, bloed, gal) -> aderlaten en
overgeven.
- Theorie: interpersoonlijke interacties dragen bij aan psychische
ziektes -> opvang in tempels, rust, muziek.
Impliciet en expliciet ligt er een theorie ten grondslag voor elke
behandelvorm.
Middeleeuwen: theorie/therapie
Theorie is van belang voor het maken van een beslissing voor de
behandelvorm. Wat is er mis -> wat moet er gebeuren.
- Bovennatuurlijke verklaring: bizar gedrag werd gezien als het werk
van een duivel of een heks.
o Behandelvorm: exorcisme, heksenverbranding, slangenkuil.
- Natuurlijke verklaring: gek zijn is een natuurlijk fenomeen
veroorzaakt door stress.
o Behandelvorm: rust, recreatie, ontspanning.
- De maan en de sterren: hebben effect op psychisch functioneren.
o Behandelvorm: astrologie.
Waarom is theorie nodig?
- Moeilijk om erachter te komen welke theorie waar is.
- In de loop van de jaren zijn veel theorieën allemaal achterhaald.
- Je wil toch een theorie hebben omdat je iets kunt zeggen over de
waarheid. Wat is er aan de hand met een persoon die afwijkt van de
rest.
Perfecte theorie: theorie = de waarheid.
- Bij een slechte theorie overlapt de waarheid slechts een deel met de
theorie.
- De vraag blijft altijd hoe groot is het gedeelte dat overlapt? Hoe
kloppend is de theorie?
o Kun je doen door middel van waarnemingen.
MAAR:
- Waarnemingen zijn niet perfect.
- Bias in interpretatie van waarnemingen:
o Availability bias: wat je makkelijk beschikbaar hebt in je hoofd,
dat plak je op je waarnemingen.
o Confirmation bias: mensen hebben een idee van de wereld in
hun hoofd en zien alleen dingen die hiermee overeenkomen.
Als het niet past maak je ze zelf passend -> bevestiging van
eigen theorie.
Wanneer heb je genoeg waarnemingen om een theorie te bevestigen?
- Niet zoeken naar bevestiging maar naar ontkrachting -> falsificeren
(Popper).
, Theorie speelt een hele grote rol in het kiezen van een behandelvorm.
- Verklaring van het probleem: welke theorie past hierbij?
- Theorie bepaalt de behandeling.
Causaal model
- Een onderliggend oorzakelijk mechanisme verklaart het gedrag.
o (Neuro)biologie: verklaren o.b.v. fysiologische mechanismen
(depressie = serotoninetekort). Gevolg voor therapie is
medicatie.
o Leertheorie: verklaren o.b.v. leergeschiedenis (angst =
vermijding voorkomt ontkrachting van angst). Gevolgen voor
de behandeling: opheffing van vermijding (exposure).
o Cognitie: verklaren o.b.v. selectie en verwerking van
informatie (depressie = disfunctionele gedachten). Gevolgen
voor behandeling: correctie van foutieve gedachten.
Benaderingen over de stromingen heen:
- Onderbewuste impliciete processen: interpretatie van niet grijpbare
processen. Bijv. psycho-analyse.
- Vrije wil: zelfactualisatie in plaats van correctie van ongezond
gedrag. Bijv. humanisme.
- Context: mensen bevinden zich in een context (maatschappij,
cultuur, vrienden, werk). Bijv. gezinstherapie.
Theorie in de praktijk
- Wat werkt voor welk probleem -> effectstudies.
o Kijkt op basis van een specifieke stoornis en geeft een
specifieke behandeling. Kijkt of mensen beter worden of niet.
o Studies kunnen heel goed gemanipuleerd worden en hebben
zuivere groepen, in praktijk is het veel complexer.
- Maar: kortdurende behandelingen, geen/korte follow-up en weinig
valide.
- Zonder theorie zijn observaties zinloos.
- Theorie is nodig om beslissingen te nemen.
Behandeling begint met theorie op persoonsniveau.
- Start behandeling:
o Patiënt verbetert niet -> 2 opties:
Behandeling wordt niet goed uitgevoerd.
Theorie klopte niet: terug naar theorie (diagnostische
cyclus) -> nieuw behandeladvies.
Voorbeeld casus 1: night terror.
- Theorie: vermijding van beangstigende sociale situaties (inhoud van
droomflarden).
- Behandelplan: exposure aan droomflarden.
o Geen daling van night terror frequentie:
Behandeling wordt niet goed uitgevoerd.
Kennis opdoen uit ervaring (onderzoek doen) -> hypotheses opstellen ->
toetsen op individueel niveau.
- Regulatieve cyclus, op elk moment kun je terug naar een eerdere
fase, hoeft ook niet alle fases te doorlopen.
Voordelen diagnostische cyclus:
- Transparante besluitvorming: je stelt hypothesen op, door hierover
te rapporteren maak je transparante keuzes in het proces. Is
controleerbaar en navolgbaar voor anderen.
- Systematisch te werk gaan: kan oordeelsfouten en biases
(confirmation en availability) verminderen. Kritisch kijken naar eigen
bevindingen.
Diagnostische cyclus:
- Cliënt meldt zich aan.
- Klachtanalyse (KA): doel is om zo volledig mogelijk de actuele
klachten van de cliënt in kaart te brengen door middel van een
intakegesprek. Belangrijk om hulpvragen duidelijk te krijgen.
o Wat zijn nu eigenlijk de klachten? -> verhelderende diagnose.
- Probleemanalyse (PA): koppeling maken tussen klachten en de
daadwerkelijke problemen.
o Klachten zijn in de bewoording van de cliënt.
o Bij daadwerkelijke problemen probeer je de klachten door
wetenschappelijke literatuur onder te brengen in
probleemclusters.
Beknopte manier van weergeven, helpt bij interpretatie.
, o Kijken of probleemclusters passen bij classificatie in de DSM-5.
o Mate van ernst taxeren.
o We stellen onderkennende hypothesen op -> onderzoeken wat
er mogelijk aan de hand is met een cliënt, vaak door
diagnostisch onderzoek.
- Verklaringsanalyse (VA): richt op onderzoeken van oorzakelijke en
instandhoudende factoren.
o We doen het alleen als het relevant is voor het latere advies.
o Soms is het belangrijk om de oorzaak mee te nemen in de
behandeling.
o Wetenschappelijke kennis is belangrijk.
- Indicatieanalyse (IA): behandel/begeleidingsadviezen geven die je
hebt gebaseerd op je onderkennende en verklarende analyse.
o Wetenschappelijke kennis gebruiken over wat bruikbare
behandelingen zijn die passen bij problematiek cliënt.
o Hypothesen opstellen waarbij je gaat denken of een bepaalde
behandeling effectief zou zijn.
- Advies: begeleiding/behandeling terugkoppelen naar cliënt, ook alle
andere fasen.
, Hoorcollege 1a: Nut en noodzaak van theorie
Hippocrates: theorie/therapie
- Theorie: balans lichaamssappen (slijm, bloed, gal) -> aderlaten en
overgeven.
- Theorie: interpersoonlijke interacties dragen bij aan psychische
ziektes -> opvang in tempels, rust, muziek.
Impliciet en expliciet ligt er een theorie ten grondslag voor elke
behandelvorm.
Middeleeuwen: theorie/therapie
Theorie is van belang voor het maken van een beslissing voor de
behandelvorm. Wat is er mis -> wat moet er gebeuren.
- Bovennatuurlijke verklaring: bizar gedrag werd gezien als het werk
van een duivel of een heks.
o Behandelvorm: exorcisme, heksenverbranding, slangenkuil.
- Natuurlijke verklaring: gek zijn is een natuurlijk fenomeen
veroorzaakt door stress.
o Behandelvorm: rust, recreatie, ontspanning.
- De maan en de sterren: hebben effect op psychisch functioneren.
o Behandelvorm: astrologie.
Waarom is theorie nodig?
- Moeilijk om erachter te komen welke theorie waar is.
- In de loop van de jaren zijn veel theorieën allemaal achterhaald.
- Je wil toch een theorie hebben omdat je iets kunt zeggen over de
waarheid. Wat is er aan de hand met een persoon die afwijkt van de
rest.
Perfecte theorie: theorie = de waarheid.
- Bij een slechte theorie overlapt de waarheid slechts een deel met de
theorie.
- De vraag blijft altijd hoe groot is het gedeelte dat overlapt? Hoe
kloppend is de theorie?
o Kun je doen door middel van waarnemingen.
MAAR:
- Waarnemingen zijn niet perfect.
- Bias in interpretatie van waarnemingen:
o Availability bias: wat je makkelijk beschikbaar hebt in je hoofd,
dat plak je op je waarnemingen.
o Confirmation bias: mensen hebben een idee van de wereld in
hun hoofd en zien alleen dingen die hiermee overeenkomen.
Als het niet past maak je ze zelf passend -> bevestiging van
eigen theorie.
Wanneer heb je genoeg waarnemingen om een theorie te bevestigen?
- Niet zoeken naar bevestiging maar naar ontkrachting -> falsificeren
(Popper).
, Theorie speelt een hele grote rol in het kiezen van een behandelvorm.
- Verklaring van het probleem: welke theorie past hierbij?
- Theorie bepaalt de behandeling.
Causaal model
- Een onderliggend oorzakelijk mechanisme verklaart het gedrag.
o (Neuro)biologie: verklaren o.b.v. fysiologische mechanismen
(depressie = serotoninetekort). Gevolg voor therapie is
medicatie.
o Leertheorie: verklaren o.b.v. leergeschiedenis (angst =
vermijding voorkomt ontkrachting van angst). Gevolgen voor
de behandeling: opheffing van vermijding (exposure).
o Cognitie: verklaren o.b.v. selectie en verwerking van
informatie (depressie = disfunctionele gedachten). Gevolgen
voor behandeling: correctie van foutieve gedachten.
Benaderingen over de stromingen heen:
- Onderbewuste impliciete processen: interpretatie van niet grijpbare
processen. Bijv. psycho-analyse.
- Vrije wil: zelfactualisatie in plaats van correctie van ongezond
gedrag. Bijv. humanisme.
- Context: mensen bevinden zich in een context (maatschappij,
cultuur, vrienden, werk). Bijv. gezinstherapie.
Theorie in de praktijk
- Wat werkt voor welk probleem -> effectstudies.
o Kijkt op basis van een specifieke stoornis en geeft een
specifieke behandeling. Kijkt of mensen beter worden of niet.
o Studies kunnen heel goed gemanipuleerd worden en hebben
zuivere groepen, in praktijk is het veel complexer.
- Maar: kortdurende behandelingen, geen/korte follow-up en weinig
valide.
- Zonder theorie zijn observaties zinloos.
- Theorie is nodig om beslissingen te nemen.
Behandeling begint met theorie op persoonsniveau.
- Start behandeling:
o Patiënt verbetert niet -> 2 opties:
Behandeling wordt niet goed uitgevoerd.
Theorie klopte niet: terug naar theorie (diagnostische
cyclus) -> nieuw behandeladvies.
Voorbeeld casus 1: night terror.
- Theorie: vermijding van beangstigende sociale situaties (inhoud van
droomflarden).
- Behandelplan: exposure aan droomflarden.
o Geen daling van night terror frequentie:
Behandeling wordt niet goed uitgevoerd.