Hoorcollege 7: ADHD bij volwassenen
ADHD is een neurobiologische stoornis:
- Erfelijkheid is de belangrijkste oorzaak (80% verklaard hierdoor).
- Stoornis connectiviteit van frontale, striatale en cerebellaire
netwerken.
- Op groepsniveau slechtere prestaties op neuropsychologische tests.
- Veel genen geassocieerd met ADHD.
- Onderactiviteit in bepaalde hersengebieden.
Dorsolaterale kant (executieve functies) -> prikkels, verwerking,
concentratie, impulsiviteit spelen een belangrijke rol bij ADHD.
Prevalentie:
- Kinderen 5-7%
o Het is geen gegeven als je het als kind hebt dat je het als
volwassene ook nog steeds hebt.
- Volwassenen 3-5%
- Ouderen (61+):
o Syndromaal:
6/9 symptomen.
2,8%
o Symptomatisch:
4/9 symptomen nu.
6/9 symptomen kindertijd.
4,2%
o Kunnen te maken krijgen met rouw als ze diagnose op late
leeftijd krijgen.
90% houdt disfunctioneren in de volwassenheid ondanks een afname van
het aantal symptomen. Je ontgroeit ADHD waarschijnlijk niet
(ontwikkelingsprobleem), maar je kan er beter mee omgaan, vooral bij
weinig comorbiditeit en veel steun, hierdoor neemt ziektelast af.
ADHD en gender:
- Geneeskunde: jongens en mannen beter onderzocht vanwege cyclus
bij meisjes en vrouwen.
- Jongens met ADHD lastiger en meer gedragsproblemen -> eerder
hulp.
- Meisjes minder druk, vaker onoplettender subtype: dromerig, veel
praten en ongeorganiseerd: minder herkend.
- Jongens vaker diagnose, maar bij volwassenen man: vrouw = 1:1!
- Dit duidt op onder diagnostiek van meisjes, want ADHD begint per
definitie in kindertijd.
Diagnostiek
- Algemene anamnese:
o Begonnen kindertijd.
Wat is je verhaal, hoe ben je opgegroeid.
, o Chronische ziektelast.
Hoeveel last heb je er precies van in het dagelijks leven.
- OF
o Coping/compensatie met ziektelast tot gevolg.
Wordt vooral gezien bij vrouwen. Bijv. planning maken
die je niet bij kunt houden.
- DIVA-5
o Diagnostisch interview voor ADHD. Semigestructureerd
interview dat alle criteria van ADHD meeneemt.
- Disfunctioneren.
- Geen andere (betere) verklaring.
DSM-5 criteria
- 18 criteria:
o 9 aandachtsproblemen.
o 9 hyperactieve/impulsieve kenmerken.
- In adolescentie/volwassenheid: 5/9 kenmerken.
- Levenslang aanwezig (voor 12e jaar).
o Ook al ben je behandeld zul je altijd klachten houden.
- Disfunctioneren op 2 of meer terreinen, levenslang (school/werk en
thuis).
3 presentatiewijzen:
- ADHD -> onoplettend (ADD).
o Veel vrouwen hebben deze vorm, valt niet zo erg op ->
onderdiagnostiek.
- ADHD -> hyperactief/impulsief.
- ADHD -> gecombineerd.
Comorbiditeit
- Mensen met ADHD hebben gemiddeld nog 3 andere problemen.
- 20% van de patiënten binnen de psychiatrie hebben ADHD.
Lijstje comorbiditeit:
- Slaap (80% heeft een slaapprobleem).
- Angst
- Stemming
- Trauma
- Middelen
- Hormoongebonden klachten
- Bipolair
- Persoonlijkheidsproblematiek
- Tics
- Suïcidaliteit
- Eetproblemen
- Psychotische/dissociatieve stoornissen
- Seksuele/somatische klachten
- ASS
,Slaap
- Verlate slaapfase 78%.
o Anderhalf tot 2 uur later dan gemiddelde persoon, melatonine
wordt later aangemaakt. Is een nachthormoon.
o Is ansich niet het grootste probleem, grootste probleem is dat
je een slaaptekort opbouwt hierdoor.
- Slaapapneu 30%.
- Rusteloze benen 30%.
- Insomnie 43%.
o Moeite met inslapen door piekeren.
Vaker:
- Bedplassen.
- Bruxisme.
- Nachtmerries.
Lichamelijke aandoeningen bij ADHD
Bij ADHD verhoogd risico op ongeveer alle ziekten.
- Metabool: obesitas, DM2, cardiovasculair.
- Immunologisch: DM1, IBS, dermatologisch, atopisch.
- Bindweefsel: hypermobiliteit, dysautonomie (POTS/orthostase).
- Neurologisch: migraine, epilepsie, Parkinson, dementie.
- Hormonaal: PMDD (premenstruele depressie), PME (meer ADHD-
klachten voor menstruatie), vroegere (peri)menopauze, vaker
postnatale depressie.
Vrouwen met ADHD en hormonen:
- Vrouwen met ADHD 2/3 keer vaker en ernstiger hormonale
stemmingswisselingen.
- Premenstrueel, postnataal en perimenopauzaal bij oestrogeen
daling.
, - Oestrogeen heeft een vergelijkbare werking in de hersenen als
dopamine.
o Oestrogeen en dopamine versterken elkaar. Oestrogeen kan
heel erg schommelen, dus je maakt dan ook veel meer/minder
dopamine aan. Voor de eisprong en 2 weken voor menstruatie.
Moeilijk te voorspellen wanneer iemand klachten gaat krijgen
omdat cyclus niet altijd gelijkloopt.
- Oestrogeen daalt tevens bij lage dopamine spiegel hersenen = 2x
‘niks’: verlies controle stemming, aandacht, gedrag.
- Behandelopties: voorlichting relatie cyclus en ADHD,
hormoontherapie, premenstrueel tijdelijk hogere dosis ADHD-
medicatie/SSRI.
Deel 2: klinisch onderzoek
Onderzoek wordt gedaan naar:
- Verlate slaapfasesyndroom.
- Hormoongerelateerde klachten.
- Algemene bevolking, oudere volwassenen, mensen met
angst/depressie.
- Lichttherapie.
o Verbetering van 12% van ADHD-klachten.
Behandeling
- Psycho educatie.
o Zodat mensen hun stoornis kunnen begrijpen. Maar mensen
met ADHD kunnen niet zo goed opletten dus soms slim om
eerst medicatie te geven.
- Comorbiditeiten.
o Eerst comorbiditeit behandelen voordat je ADHD zelf
behandelt omdat deze de klachten kunnen verergeren of erop
lijken. Als je deze eerst behandelt is het de vraag of deze
persoon wel ADHD heeft, omdat klachten kunnen
verminderen/verdwijnen.
- Medicatie.
- Psychologische behandeling.
Waarom ADHD behandelen?
- Disfunctioneren (per definitie). Als je niet disfunctioneert heb je geen
ADHD.
- Consequenties zijn groot (leren, ongelukken, mortaliteit,
criminaliteit, verslaving).
- Comorbide psychiatrische problematiek.
- Geassocieerd met veel somatische problematiek.
Niet behandelen leidt tot:
- Chroniciteit (leed, zorgkosten).
- Falende behandelingen.
Volgorde behandeling:
- Psycho educatie:
ADHD is een neurobiologische stoornis:
- Erfelijkheid is de belangrijkste oorzaak (80% verklaard hierdoor).
- Stoornis connectiviteit van frontale, striatale en cerebellaire
netwerken.
- Op groepsniveau slechtere prestaties op neuropsychologische tests.
- Veel genen geassocieerd met ADHD.
- Onderactiviteit in bepaalde hersengebieden.
Dorsolaterale kant (executieve functies) -> prikkels, verwerking,
concentratie, impulsiviteit spelen een belangrijke rol bij ADHD.
Prevalentie:
- Kinderen 5-7%
o Het is geen gegeven als je het als kind hebt dat je het als
volwassene ook nog steeds hebt.
- Volwassenen 3-5%
- Ouderen (61+):
o Syndromaal:
6/9 symptomen.
2,8%
o Symptomatisch:
4/9 symptomen nu.
6/9 symptomen kindertijd.
4,2%
o Kunnen te maken krijgen met rouw als ze diagnose op late
leeftijd krijgen.
90% houdt disfunctioneren in de volwassenheid ondanks een afname van
het aantal symptomen. Je ontgroeit ADHD waarschijnlijk niet
(ontwikkelingsprobleem), maar je kan er beter mee omgaan, vooral bij
weinig comorbiditeit en veel steun, hierdoor neemt ziektelast af.
ADHD en gender:
- Geneeskunde: jongens en mannen beter onderzocht vanwege cyclus
bij meisjes en vrouwen.
- Jongens met ADHD lastiger en meer gedragsproblemen -> eerder
hulp.
- Meisjes minder druk, vaker onoplettender subtype: dromerig, veel
praten en ongeorganiseerd: minder herkend.
- Jongens vaker diagnose, maar bij volwassenen man: vrouw = 1:1!
- Dit duidt op onder diagnostiek van meisjes, want ADHD begint per
definitie in kindertijd.
Diagnostiek
- Algemene anamnese:
o Begonnen kindertijd.
Wat is je verhaal, hoe ben je opgegroeid.
, o Chronische ziektelast.
Hoeveel last heb je er precies van in het dagelijks leven.
- OF
o Coping/compensatie met ziektelast tot gevolg.
Wordt vooral gezien bij vrouwen. Bijv. planning maken
die je niet bij kunt houden.
- DIVA-5
o Diagnostisch interview voor ADHD. Semigestructureerd
interview dat alle criteria van ADHD meeneemt.
- Disfunctioneren.
- Geen andere (betere) verklaring.
DSM-5 criteria
- 18 criteria:
o 9 aandachtsproblemen.
o 9 hyperactieve/impulsieve kenmerken.
- In adolescentie/volwassenheid: 5/9 kenmerken.
- Levenslang aanwezig (voor 12e jaar).
o Ook al ben je behandeld zul je altijd klachten houden.
- Disfunctioneren op 2 of meer terreinen, levenslang (school/werk en
thuis).
3 presentatiewijzen:
- ADHD -> onoplettend (ADD).
o Veel vrouwen hebben deze vorm, valt niet zo erg op ->
onderdiagnostiek.
- ADHD -> hyperactief/impulsief.
- ADHD -> gecombineerd.
Comorbiditeit
- Mensen met ADHD hebben gemiddeld nog 3 andere problemen.
- 20% van de patiënten binnen de psychiatrie hebben ADHD.
Lijstje comorbiditeit:
- Slaap (80% heeft een slaapprobleem).
- Angst
- Stemming
- Trauma
- Middelen
- Hormoongebonden klachten
- Bipolair
- Persoonlijkheidsproblematiek
- Tics
- Suïcidaliteit
- Eetproblemen
- Psychotische/dissociatieve stoornissen
- Seksuele/somatische klachten
- ASS
,Slaap
- Verlate slaapfase 78%.
o Anderhalf tot 2 uur later dan gemiddelde persoon, melatonine
wordt later aangemaakt. Is een nachthormoon.
o Is ansich niet het grootste probleem, grootste probleem is dat
je een slaaptekort opbouwt hierdoor.
- Slaapapneu 30%.
- Rusteloze benen 30%.
- Insomnie 43%.
o Moeite met inslapen door piekeren.
Vaker:
- Bedplassen.
- Bruxisme.
- Nachtmerries.
Lichamelijke aandoeningen bij ADHD
Bij ADHD verhoogd risico op ongeveer alle ziekten.
- Metabool: obesitas, DM2, cardiovasculair.
- Immunologisch: DM1, IBS, dermatologisch, atopisch.
- Bindweefsel: hypermobiliteit, dysautonomie (POTS/orthostase).
- Neurologisch: migraine, epilepsie, Parkinson, dementie.
- Hormonaal: PMDD (premenstruele depressie), PME (meer ADHD-
klachten voor menstruatie), vroegere (peri)menopauze, vaker
postnatale depressie.
Vrouwen met ADHD en hormonen:
- Vrouwen met ADHD 2/3 keer vaker en ernstiger hormonale
stemmingswisselingen.
- Premenstrueel, postnataal en perimenopauzaal bij oestrogeen
daling.
, - Oestrogeen heeft een vergelijkbare werking in de hersenen als
dopamine.
o Oestrogeen en dopamine versterken elkaar. Oestrogeen kan
heel erg schommelen, dus je maakt dan ook veel meer/minder
dopamine aan. Voor de eisprong en 2 weken voor menstruatie.
Moeilijk te voorspellen wanneer iemand klachten gaat krijgen
omdat cyclus niet altijd gelijkloopt.
- Oestrogeen daalt tevens bij lage dopamine spiegel hersenen = 2x
‘niks’: verlies controle stemming, aandacht, gedrag.
- Behandelopties: voorlichting relatie cyclus en ADHD,
hormoontherapie, premenstrueel tijdelijk hogere dosis ADHD-
medicatie/SSRI.
Deel 2: klinisch onderzoek
Onderzoek wordt gedaan naar:
- Verlate slaapfasesyndroom.
- Hormoongerelateerde klachten.
- Algemene bevolking, oudere volwassenen, mensen met
angst/depressie.
- Lichttherapie.
o Verbetering van 12% van ADHD-klachten.
Behandeling
- Psycho educatie.
o Zodat mensen hun stoornis kunnen begrijpen. Maar mensen
met ADHD kunnen niet zo goed opletten dus soms slim om
eerst medicatie te geven.
- Comorbiditeiten.
o Eerst comorbiditeit behandelen voordat je ADHD zelf
behandelt omdat deze de klachten kunnen verergeren of erop
lijken. Als je deze eerst behandelt is het de vraag of deze
persoon wel ADHD heeft, omdat klachten kunnen
verminderen/verdwijnen.
- Medicatie.
- Psychologische behandeling.
Waarom ADHD behandelen?
- Disfunctioneren (per definitie). Als je niet disfunctioneert heb je geen
ADHD.
- Consequenties zijn groot (leren, ongelukken, mortaliteit,
criminaliteit, verslaving).
- Comorbide psychiatrische problematiek.
- Geassocieerd met veel somatische problematiek.
Niet behandelen leidt tot:
- Chroniciteit (leed, zorgkosten).
- Falende behandelingen.
Volgorde behandeling:
- Psycho educatie: