Handboek EMDR
Een geprotocolleerde behandelmethode voor de gevolgen van psychotrauma
1. INLEIDING 2
EMDR-standaardprotocol 3
Adaptive information processing (AIP-)model 5
2. TAXATIE 7
Aspecten taxatie 7
Doel van de behandeling 9
3. VOORBEREIDEN EN SCHERPSTELLEN 10
Target bepaling 10
Cognitieve domeinen 12
Selectie van de negatieve cognitie (NC) 13
Selectie van de positieve cognitie (PC) 14
Vaststellen geloofwaardigheid van de PC (VOC) 15
Emotionele lading (SUD) 15
4. DESENSITISATIEFASE 16
Het opstarten 16
Keuze van de afleidende stimulus 16
Verwerkingsreacties 17
Eisen in de communicatie met de patiënt 17
Timing en tempo 17
Terug naar target 18
Wat te doen bij emotionele ontlading? 18
5. INSTALLATIE EN BODYSCAN 19
Beperkende overtuigingen (blocking beliefs) 19
Testen van het bereikte resultaat (bodyscan) 19
6. FLASHFORWARD 21
Indicaties voor de flashforward 22
7. FUTURE TEMPLATE, MENTAL VIDEO EN POSITIEF AFSLUITEN 23
Future template 23
Mental video check 23
Positief afsluiten 23
8. INDICATIESTELLING 25
Acute stressstoornis (ASS) 25
PTSS (ten gevolge van type-1 trauma) 25
Overige traumagerelateerde problematiek 26
Contra-indicaties en complicaties 28
ALLEEN VOOR PERSOONLIJK GEBRUIK. DOORVERKOOP VERBODEN.
, A.E.M. van Wordragen Handboek EMDR (2019) A. de Jong & E. ten Broeke
1.INLEIDING
EMDR is in 1987 ontstaan als toevalsbevinding door psychologe Francine Shapiro.
Inmiddels zijn er verschillende protocollen geschreven om EMDR toe te passen, zo ook bij
gecompliceerde rouw, fantoompijn en specifieke fobieën.
Shapiro ging ervan uit dat zeer ingrijpende gebeurtenissen de emotionele balans van de
hersenen zodaning verstoorden, dat tijdens zo’n gebeurtenis herinneringen, en de daarbij
behorende cognities, emoties en fysiologische reacties, als het ware in 'bevroren' toestand
in de hersenen werden opgeslagen. Onder invloed van de oogbewegingen zouden, door
middel van een proces dat overeenkomsten vertoont met de REM-slaap, deze opgeslagen
traumatische belevingen vrijkomen en alsnog kunnen worden verwerkt. Pas later zijn er
verfijnde neurobiologische theorieën gekomen om de EMDR-effecten te verklaren.
Inmiddels is vastgesteld dat een variëteit aan andere geheugenbelastende taken (trillers,
handbewegingen, bilateraal tikken, hardop tellen of hoofdrekenen) een desensitiserend
effect op herinneringen en andere mentale representaties kan hebben. Hierbij is het dan
wel van belang dat de aandacht tegelijkertijd op de mentale representatie en op de
werkgeheugenbelastende taak wordt gericht.
In feit worden ten minste drie type effecten gezien na het uitvoeren van EMDR:
○ Een toename van het vermogen zich gebeurtenissen te herinneren
○ Een verminderen van de helderheid en emotionaliteit van herinneringsbeelden
○ Een verlaging van het arousal-niveau
Shapiro’s eerste inzicht was dat EMDR vooral angstreductie (desensitisatie)
bewerkstelligde. Later werd gevonden dat desensitisatie niet het enige opvallende aspect
van de EMDR-methode is. Er blijkt een verscheidenheid aan reacties op te treden, zoals
cognitieve fenomenen (bijv. spontane veranderingen in betekenisverlening). Shapiro
beschreef deze effecten als informatieverwerking (reprocessing).
Een punt van kritiek op de EMDR-beweging is dat het zou worden gepromoot als een
one-session cure. Een ander relevant kritiekpunt is dat er weinig wetenschappelijk bewijs
is voor het idee dat het maken van oogbewegingen een toegevoegd effect heeft boven een
aantal andere componenten van de EMDR-procedure, zoals bilaterale stimulatie. Andere
onderdelen van de procedure zijn evenveel van belang, zoals diagnostiek, het opbouwen
van een therapeutische relatie, het identificeren van disfunctionele en functionele
cognities en het blootstellen aan de traumatische gebeurtenis.
2
, A.E.M. van Wordragen Handboek EMDR (2019) A. de Jong & E. ten Broeke
EMDR-standaardprotocol
Het EMDR-standaardprotocol bestaat uit een aantal fases met een vaststaande volgorde:
1. Diagnostiek
○ Algemene diagnostiek, indicatie stelling en het identificeren van geschikte targets.
2. Voorbereiden
○ De patiënt voorbereiden op de behandeling, onder meer door gerichte informatie te
verschaffen (psycho-educatie) en, indien nodig, het aanleren van bepaalde
copingvaardigheden.
3. ‘Op scherp zetten’
○ Identificatie van het actueel meest emotioneel beladen beeld (target) van de
traumatische herinnering.
○ Met dit beeld in gedachten een negatieve, disfunctionele cognitie (NC)
formuleren.
○ Een positieve, functionele, cognitie (PC) identificeren. Daarna de
geloofwaardigheid van deze cognitie beoordelen op een validity of cognition
(VOC-schaal) (lopend van 1 tot 7).
○ De belangrijkste emotie laten benoemen die door het beeld en de NC wordt
opgeroepen, de emotionele spanning laten beoordelen (op een subjective units of
disturbance (SUD-schaal) van 0 tot 10) en de plaats van de daarmee verbonden
lichamelijke sensaties laten aangeven.
4. Desensitisatie
○ De patiënt zich laten concentreren op het herinneringsbeeld, de NC en de
bijbehorende lichamelijke sensaties. Daarna externe stimuli aanbieden (bijv.
oogbewegingen). Elke nieuwe associatie (beeld, geluid, gevoel) vormt de basis voor
de volgende set. Op gezette tijden de mate van spanning vaststellen die het beeld
oproept.
5. Installatie
○ Als de spanning ten opzichte van het target volledig is gedaald (SUD = 0), wordt het
beeld gekoppeld aan de PC door nieuwe oogbewegingen uit te voeren. Dit net zo
lang herhalen totdat de VOC een waarde van 6 of 7 heeft bereikt.
6. Bodyscan
○ Nagaan of er ergens in het lichaam nog spanning aanwezig is, terwijl het target en
de PC in gedachten worden vastgehouden. Zo nodig dit verder bewerken.
7. Future template (indien nodig)
○ Installeren van een future template door een toekomstig beeld (van een situatie
die wordt vermeden) te koppelen aan een standaard PC (bijv. “Ik kan het aan”). Dit
net zo lang herhalen totdat de hoogst mogelijk bereikbare waarde van een
aangepaste vorm van de VOC-schaal is behaald.
8. Afsluiting
○ De resultaten van de zitting worden in een positief kader geplaatst, om ervoor te
zorgen dat wat bereikt is, wordt geconsolideerd.
○ Er volgt instructie over het bijhouden van een dagboek en er wordt informatie
gegeven over de bereikbaarheid van de therapeut.
9. Herevaluatie
○ In de vervolgzittingen wordt het bereikte resultaat opnieuw beoordeeld.
3