Postvak 137
Kwantitatief onderzoek:
- Gestructureerde vragen en vooraf bepaalde antwoordmogelijkheden
- Groot aantal personen/repsondenten is betrokken
Kenmerken:
Vaststellen/meten
Hoeveelheden staan centraal
Cijfers, aantallen & percentages
Generalisatie naar hele populatie
Analyse: statistische verwerking van verzamelde gegevens
Kwalitatief onderzoek:
Data die verzameld, geanalyseerd en verklaard worden zijn verkregen door het observeren
van het doen en gedragen van mensen.
Kenmerken:
Waarom-vraag
Leren ontdekken
Motieven, houding, gedrag en emotie
Diepgang
Geen generalisatie
Onderzoeksplan:
1. Bepaal het onderwerp
2. Maak een onderzoeksplan
3. Ontwerp het onderzoeksplan
4. Verzamel je gegevens
5. Analyseer je gegevens
6. Formuleer conclusies en aanbevelingen
7. Schrijf een onderzoeksrapport
8. Rond je onderzoek af
Onderzoeksdoelen:
Beschrijvend
Verklarend
Evaluerend/toetsend
Adviseren
, Hoofdstuk 1:
Tijdens een briefing: Zorg dat je op tijd bent. Je begint altijd met een inleiding. Stel tijdens de
briefing zo veel mogelijk open vragen. Stel ook vragen die niet direct verband lijken te
hebben met je opdracht, maar wel met de organisatie, omgeving en klanten.
Na de briefing schrijf je een verslag, waarin je minimaal aangeeft wat de huidige situatie is
en wat het probleem of de opdracht is.
Zie ook de tips op pagina 5 van het boek.
Er zijn verschillende typen onderzoek, ieder onderzoek zijn eigen doel: er zijn 4 doelen.
Beschrijven: je geeft aan wat iets is, of hoe het in elkaar zit. Je moet interviews afnemen,
een enquête houden enz.
Verklaren: Je onderzoekt waarom of waardoor iets is zoals het is. Bijv. waardoor de omzet
terugloopt.
Evalueren: Hierbij zit een beoordelingsaspect. Denk hierbij aan het afzetten van de situatie
op dit moment tegen de gewenste situatie. Als je de verkoopresultaten van een garage wilt
vergelijken kun je dit doen door het verkoopdoel te vergelijken met de verkoopcijfers.
Adviseren: hierbij geef je aan wat er moet gebeuren of hoe iets moet gebeuren. Je geeft dus
advies. Je moet je adviezen of mogelijke maatregelen toetsen in haalbaarheid, effectiviteit,
kosten enz. Dit kost veel tijd.
In de aanleiding maak je duidelijk wie de opdrachtgever is en je geeft een duidelijke
beschrijving van het probleem. Ook kun je aangeven welke eerdere onderzoeken zijn gedaan
en eventueel wat deze hebben opgeleverd. Het moet zo geschreven zijn dat de lezer aan het
eind al een vermoeden krijgt van de probleemstelling. Beschrijf de organisatie en daarna de
aanleiding om onderzoek te gaan doen. Daarna beschrijf je het probleem waar de
opdrachtgever mee kampt. Daarmee ben je min of meer al bij de hoofdvraag.
Een doelstelling geeft aan welk doel de opdrachtgever uiteindelijk met de
onderzoeksresultaten wil bereiken. Een doelstelling formuleer je altijd SMART:
Specifiek: benoem de onderneming en afdeling en het beleidsterrein. Een doelstelling als ‘er
moeten beleidsaanpassingen komen’ is niet voldoende.
Meetbaar: je moet kunnen zien of je de doelstelling bereikt hebt of niet. Probeer de
doelstelling in percentages of getallen uit te drukken.
Acceptabel: Het moet acceptabel zijn, bij het bedrijf passen.
Realistisch: Het moet realistisch zijn, denk aan budget, tijd enz.
Tijdgebonden: geef duidelijk aan binnen welke termijn de doelstelling gerealiseerd moet
zijn.
Hoofdvraag is de vraag waar alles om draait in het onderzoek. Je moet op een aantal dingen
letten: maak het niet te vaag. Formuleer de hoofdvraag nooit dat er 2 vragen beantwoord
moeten worden. Maak de hoofdvraag niet te breed. De tijd is beperkt. Maar ook niet te
smal, het moet wel informatie opleveren.