diversiteit Windesheim; H1, H2, H4, H5,
H6, H8, H14 en H15
Inhoud
Hoofdstuk 1..................................................................................................2
Hoofstuk 2....................................................................................................6
Hoofdstuk 4..................................................................................................8
Hoofdstuk 5:...............................................................................................14
Hoofdstuk 6................................................................................................17
Hoofdstuk 8................................................................................................22
Hoofdstuk 14..............................................................................................27
Hoofdstuk 15..............................................................................................29
,Hoofdstuk 1
Sociologie kunnen we omschrijven als een systematisch onderzoek van
de menselijke samenleving. De kern van deze discipline bestaat uit een
geheel eigen gezichtspunt dat we de sociologische visie of het
sociologisch perspectief noemen. -> het specifieke gezichtspunt van
sociologie waarmee in het leven en gedrag van individuen algemene
maatschappelijke patronen zichtbaar worden.
In eerste instantie hebben veel mensen de ervaring dat de sociologische
visie ertoe leidt dat we in het bekende het ongewone gaan zien.
Dit perspectief brengt met zich mee dat we het bekende idee dat we zelf
bepalen hoe ons leven eruitziet, moeten loslaten voor de in eerste
instantie vreemde gedachte dat de samenleving onze beslissingen en
onze ervaringen beïnvloed.
Iedereen kan de wereld vanuit dit perspectief leren zien, 2 verschijnselen
die daarbij kunnen helpen -> een bestaan in de marges van de
samenleving en het doormaken van een sociale crisis.
Crisis of perioden van verandering kunnen ons uit evenwicht
brengen en ons bewegen tot het aannemen van de sociologische
visie.
Het sociologisch perspectief creëert eenheid onder de mensen door
persoonlijke problemen tot maatschappelijke vraagstukken te
transformeren.
Na de tweede wereldoorlog -> makkelijkere communicatie -> veel
academische disciplines hanteren volgens mondiaal of globaal perspectief;
Mondiaal of globaal perspectief: het bestuderen van de wereld in zijn
geheel en de plaats die onze samenleving daarin inneemt.
In elk hoofdstuk vergelijken we de situatie in de rijke westerse landen met
die in andere landen. We doen dit om vier redenen:
1. Het leven dat we leiden wordt gevormd door het land waarin we
leven.
2. De contacten tussen samenlevingen zeer sterk zijn toegenomen
3. Veel sociale problemen waarmee de westerse wereld geconfronteerd
wordt, zijn elders veel ernstiger.
4. Globaal denken helpt ons om meer inzicht in onszelf te krijgen.
Sociologie speelt een belangrijke rol in de totstandkoming van de
wetten en overheidsmaatregelen die ons leven beïnvloeden.
Een studie van sociologie is een uitstekende voorbereiding op de
arbeidsmarkt.
Sociologie heeft 4 positieve affecten:
1. Aan de hand van het sociologisch perspectief kunnen we nagaan wat
er wel en niet klopt aan het 'alledaagse denken'.
, 2. Geeft ons een beter inzicht in de mogelijkheden en de hindernissen
die we in het dagelijks leven tegenkomen.
3. Geeft ons de mogelijkheid een actieve rol te spelen in de
samenleving waarvan we deel uitmaken.
4. Helpt ons om in een wereld te leven die zich kenmerkt door
diversiteit.
Ontstaan sociologie:
In de achttiende en negentiende eeuw in Europa zorgde ingrijpende
veranderingen ervoor dat mensen meer gingen nadenken over de
samenleving en hun eigen positie daarin.
3 belangrijke veranderingen:
1. De industrialisering
2. De explosieve groei van steden
3. Nieuwe opvattingen over democratie en politieke rechten ->
filosofen introduceerde begrippen als de vrijheid en rechten van het
individu.
Tijdens de eerste theologische fase: gingen mensen er van uit dat de
samenleving Gods wil tot uitdrukking bracht.
De renaissance leidde tot de metafysische fase -> de samenleving werd
als een natuurlijk en niet als een bovennatuurlijk verschijnsel beschouwd.
Wetenschappelijke fase: Comte zorgde ervoor dat de wetenschappelijke
benadering, nu ook voor het bestuderen van de samenleving gebruikt zou
gaan worden.
Comtes benadering -> Positivisme: inzicht verwerven op basis van
wetenschappelijk onderzoek
Moderniteit: sociale patronen die het resultaat zijn van de
industrialisering.
Modernisering: het sociale veranderingsproces die in gang is gezet
door de industrialisering.
De Amerikaanse socioloog Peter Berger, onderscheidde vier belangrijke
kenmerken van modernisering
1. Het verdwijnen van kleine, traditionele gemeenschappen
2. De uitbreiding van persoonlijke keuzemogelijkheden
3. Grotere sociale diversiteit
4. Oriëntatie op de toekomst en een groeiend tijdsbewustzijn
Ferdinand Tönnies (Duitse socioloog): de teloorgang van de
gemeenschap;
Theorie over Gemeinschaft en Gesellschaft.
Dat de modernisering met zich meebracht dat de Gemeinschaft, de
kleine menselijke gemeenschap, steeds meer van het wereldtoneel
verdween.
Volgens Tönnies houdt de traditionele gemeenschapszin in dat
mensen, ondanks factoren die hen verdelen, toch een hechte
eenheid vormen. Dit is de wereld van de Gesellschaft, waarin
mensen, vooral in grote steden, vreemde voor elkaar zijn en elkaar
op straat negeren.
, Émile Durkheim (Franse socioloog): arbeidsverdeling
Arbeidsverdeling: Een gespecialiseerde economische activiteit (iedere
werknemer heeft één taak)
Was meer optimistisch dan Tönnies. Maar wel bang dat de
samenlevingen zo divers zouden worden en dat zij tot anomie
zouden vervallen.
Anomie: een situatie waarin een samenleving het individu weinig morele
richtlijnen te bieden heeft.
Volgens Durkheim worden pre-industriële samenlevingen
bijeengehouden door mechanische solidariteit of gedeelde morele
waarden.
Door modernisering gaat arbeidsverdeling steeds verder.
Organische solidariteit: de wederzijdse afhankelijkheid van mensen die
gespecialiseerde arbeid verrichten. -> zorgt in de moderne samenleving
voor een versterking van de sociale cohesie.
(Dus: moderne samenlevingen worden niet bijeengehouden door
overeenkomsten, maar door verschillen.)
Durkheim had een ander beeld van moderniteit dan Tönnies: hij
bestempelde de moderne samenleving juist als 'organisch' en stelde dat
de moderne samenleving even natuurlijk is als elk andere maatschappij.
De traditionele samenleving werd juist 'mechanisch' genoemd, omdat
deze zo geordend was.
Max Weber (Duitse socioloog): rationalisering
Moderniteit hield in dat een traditioneel wereldbeeld vervangen
wordt door een rationelere denkwijze.
De moderne samenleving is 'onttoverd'.
Het rationeel denken heeft mensen aan het twijfelen gebracht over
vaststaande waarheden
De moderne samenleving, aldus Weber, keert zich af van de goden.
Vreesde dat rationalisering, met name in bureaucratieën, de
menselijke geest met een eindeloze reeks regels en reglementen
zou verstikken.
Weber had weinig oog voor de creativiteit van mensen, of zoals Karl
Marx, zei: het menselijk potentieel.
Karl Marx (Duitse socioloog): Kapitalisme
De moderne samenleving staat gelijk aan kapitalisme.
Beschouwde industriële revolutie in de eerste plaats als een
kapitalistische revolutie.
Was het eens met de stelling dat de moderniteit de rol van kleine
gemeenschappen verminderde (Tönnies) en hij was het ook eens
met de stellingen dat de moderniteit de arbeidsverdeling (Durkheim)
en een rationeel wereldbeeld (Weber) in de hand werkte
Maar hij beschouwde deze aspecten als condities die het mogelijk
maakten dat het kapitalisme volledig tot ontwikkeling zou komen.
Volgens Marx onttrekt het kapitalisme mensen aan het plattenland
en de dropen ten behoeve van een voortdurende uitbreidend
markstelstel dat gecentreerd is in steden.