Ergotherapie
INTRO COLLEGE
ICF - International Classification of Functioning, Disability and Health
• Classificatie om functioneren van de mens en eventuele problemen te beschrijven
• Met de ICF kunnen zorgverleners aangeven wat het probleem is en waar de
zorg of behandeling zich op richt.
De ICF biedt drie verschillende perspectieven:
1. De mens als organisme 2. Het menselijk handelen 3. Participatie
Ook kunnen zorgverleners verschillende factoren onderscheiden die het
functioneren kunnen beïnvloeden:
1. medische factoren 2. persoonlijke factoren 3. externe factoren
Verschillende componenten van de ICF zijn onderverdeeld in categorieën
met codes.
Kritiek op ICF: 1. Te gefocust op biomedisch perspectief. 2. Culturele en
contextuele gevoeligheid (stigmatisering & etikettering) 3. Onduidelijke
scheiding tussen activiteiten en participatie. 4. Weinig focus op omgevingsfactoren. 5. Te veel vanuit professional.
KC RAPPORTEREN
wetgeving
• ZorgVerzekeringsWet (1e lijn) -> eisen voor krijgen vergoeding; bijv. rapporteren.
• Wet Geneeskundige Behandel Overeenkomst -> dossierplicht voor de behandelaar.
• Wet BIG -> bescherming beroepstitel, gegevens bijhouden.
• Wet Kwaliteit Klacht Geschillen in Zorg -> verantwoorde zorg leveren, rapportage.
• Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) -> hoe omgaan met persoongsgegevens
• Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg (Wbsn-z) /
Richtlijn verslaglegging ergotherapie
Aanwijzingen voor verslaglegging
• Geen ‘moeten’ doen -> wel bedoeling om te volgen
• Beargumenteren als je wilt afwijken
Eenheid in taal
• Methodiek gebruiken
• Coderingstijl handhaven zoals ICF
Basisgegevens en plusgegevens
• Basis: ‘moet’ vanuit wetgeving, beroepscode, gedragsregels ET
• Plus: alle overige informatie
,Doel rapporteren
Ondersteunen eigen handelen
• Bewaken, sturen en evalueren eigen proces methodisch handelen
• Onderbouwing van het handelen
• Geheugensteun
Samenwerken en gegevensoverdracht
• Andere disciplines
• Cliënt (diens systeem)
• gebruik van dezelfde methodiek/wijze van rapporteren binnen een organisatie
‘Verantwoording’
• Zorgverzekeraars (1e lijn) -> wat doe ik in de 10 uur.
Methodieken
SOEP / SOAP
DOKA / HOKA (Hoogstraat)
SAMPC -> ordeningssytematiek
*Is bekend bij alle disciplines
Aandachtspunten rapporteren
• Kort en bondig
• Leesbaar/ begrijpbaar voor andere disciplines en client
• Beschrijf feiten, geen mening
• Respectvol
• Geen diagnose stellen als ET
• Verwijs zo nodig naar andere onderdelen in het EPD/ ECD, niet dingen onnodig herhalen.
• Rekening houden met werkafspraken EPD/ ECD van de organisatie.
,KC ASSESMENTS IN DE ERGOTHERAPIE
Doel van inventarisatie: Info verzamelen!
“The process of gathering sufficient information
about individuals and their environments
to make informed decisions about interventions.”
Reden voor assessment
1. Samen met de cliënt zicht te krijgen op de handelingsvraag van de cliënt.
2. Meetbare informatie verzamelen.
3. Inzicht krijgen in het effect van een interventie. Dit kan de ergotherapeut
gebruiken om het eigen handelen te verbeteren én ter onderbouwing
richting verwijzer en zorgverzekeraar.
*assessments kunnen ook worden gebruikt als evaluatiemiddel. Je herhaalt
de assessment in de evaluatiefase om de effectiviteit van een ET interventie te meten.
Gebruik occupation-based assessments:
• Vinden plaats in de context van de handelingsvraag en zijn betekenisvol voor de cliënt.
• Ergotherapeuten worden door Clare Hocking aangespoord om assessments te analyseren
om te bepalen of ze inderdaad gegevens verzamelen over ‘occupation’ en hoe goed het
onderliggende theoretische kader verband houdt met ‘occupational
performance’.
Meaning= betekenis
“Understanding people as occupational beings [...] understanding the
meanings. clients experience and express through occupation.
→Assessements gericht op het achterhalen van de betekenis van het
dagelijks handelen; being, doing, belonging en becoming.
BIJV. OPHI-II -> gegevens over narratief, betekenis activiteiten en DH cliënt.
Function= activiteiten
“Understanding the function of occupations”
→Assessments gericht op het doel en het belang van de dagelijkse activiteiten
en de bijdrage ervan aan het leven van de cliënt.
BIJV. COPM -> gegevens verzamelen over doelen van cliënt en belang van dagelijkse activiteiten.
Form= taken
“The form refers to its observable features within the environment in which it is performed”.
→Assessments gericht op de uitvoer van een activiteit in de natuurlijke omgeving.
BIJV. AMPS -> procesvaardige en motorische functies, uitvoeren activiteit in natuurlijke omgeving.
Performance components= basisvaardigheden/functies/mentale processen.
“Evaluation of the nature and extent of deficits in the components of occupational performance”
→Assessments gericht op het evalueren van handelingsvoorwaarden.
, Klinimetrische eigenschappen -> toetsing van assessment
Betrouwbaarheid (/reproduceerbaarheid)
Geeft het assessment bij verschillende metingen dezelfde uitkomsten? Als je twee keer zou afleggen krijg je
dezelfde resultaten.
Validiteit
Meet het assessment wat het beoogt te meten?
1. Begripsvaliditeit-> wat meet de vragenlijst? 2. Voorspellende validiteit-> wat voorspelt de score?
Responsiviteit
Is het assessment in staat om verandering in de tijd op te merken-> kan er op meerdere momenten gemeten
worden?
Vragen bij het kiezen tussen assessments
1. Bij wie wil ik informatie verzamelen?
-specifieke doelgroep? (leeftijd, diagnose, handelingsvraag)
-Persoonlijke eigenschappen van de cliënt
2. Welke informatie wil ik verzamelen?
- In welke fase van het methodisch proces ben ik met de cliënt?
-Heeft mijn vraag een diagnostisch, inventariserend, prognostisch of evaluatief
karakter?
3. Met welk doel wil ik informatie verzamelen?
-Welke informatie wil ik verkrijgen middels het gebruik van een assessment?
4. Bruikbaarheid van het assessment
• Klinimetrische eigenschappen
• Afnametijd reel
• Fysieke en cognitieve belasting afgestemd op de cliënt
• De ergotherapeut moet voldoende kennis hebben
• Praktische overwegingen zoals scholing, kosten, afname duur en benodigd materiaal.
HC Evidence based practice
➔ Persepctief van cliënt/ET/bewijsmateriaal
➔ Het nemen van beslissingen met of door cliënten over gewenste zorg of interventies en het kunnen
verantwoorden van die beslissingen.
➔ Kwantitatief onderzoek- meetbaar
➔ Kwalitatief- meningen/subjectief/interviews etc.
*hoe hoger op de piramide hoe groter de onderzoeksgroep en hoe
meetbaarder het bewijs is.