Forensische orthopedagogiek
FO NOTITIES
Broeke, Kim ten
HsLeiden
,College 1
Conceptueel model
What works beginselen (RNR model)
1. Risicobeginsel: wie
(interventie afhankelijk van recidiverisico > hoe hoger risico > hoe intensievere
behandeling)
2. Behoeftebeginsel: wat (NEEDS)
(veranderbare factoren) dynamische criminogene factoren die samenhangen met het
delict gedrag (belangrijk dat het in relatie staat met dynamische factoren)
3. Responsiviteit: hoe
(motivatie, leerstijl en (on-)mogelijkheden hiervan te profiteren)
4. Behandelmodaliteit
(evidencebased)
5. Programma-integriteit
(getoetste theorie uitgevoerd volgens programma)
6. Professionaliteit
(opleiding, training inter- en supervisie)
Belang van recidive beginsel
Geen behandeling Intensieve behandeling
Recidive van hoog risico 51% 32%
daders
Recidive van laag risico 15% 32%
daders
,Schadelijke e?ecten van sancties/interventies
• Criminalisering en stigmatisering
• Deviantie training: het bij elkaar brengen van criminele jongeren werkt
criminogeen
• Verzwakken veerkracht
In JJI’s (en gesloten jeugdzorg?):
• Victimisering (helaas te veel onderling geweld, zie boek ww in gesloten
jeugdzorg)
• Hospitalisering (het is daar moeilijk om aan je ontwikkeltaken te werken)
Ontwikkeling risicotaxatie instrumenten
1e generatie: Klinische blik
2e generatie: Gestructureerde risicotaxatie met statische factoren
3e generatie: Gestructureerde risicotaxatie met statische factoren en dynamische
factoren
4e generatie: Gestructureerde risicotaxatie met statische factoren en dynamische
factoren en beschermende factoren
5e generatie: Gestructureerde risicotaxatie met statische factoren en dynamische
factoren en beschermende factoren en casemanagement
Met behulp van de LIJ systematiek
Vooraan in de keten
Politie: uitdraai van aanwezige statische factoren in de ict van de politie. Onderscheidt
in Hoog en Laag risico Algemeen Risico profiel (ARR) met AUC van 0,70.
• eerdere politieregistraties in de volgende rollen: verdachte
• diefstal, verdachte geweldsdelict, verdachte
• overige delicten, betrokken, getuige, overige rollen;
• eerdere Halt-afdoeningen;
• zwaarte en aard van het huidige delict;
• geslacht;
• leeftijd tijdens het delict;
• culturele achtergrond.
Dan besluit wat te doen
, Categorieen politie ARR
Laag risico: Niks doen of HALT
• 30% van de jeugdigen bij de politie vallen in de lage risico categorie
• Laag risico = 25% kans op recidive
• Laag risico en licht delict: Niks doen
• Laagrisico en Haltwaardig delict: Halt
Halt is gericht op schade herstel dus bijv. bij alarmnummers bellen, vandalisme ed.
Als er een midden of hoog risico is :
Midden en Hoog: Sociale factoren analyseren door school te bellen, ouders te spreken
e.d.
Zijn daar meer problemen: Grondig kijken, diepte interviews waarna je 127 vragen kunt
beantwoorden in instrument (2b)
Risico taxatie RNR
FO NOTITIES
Broeke, Kim ten
HsLeiden
,College 1
Conceptueel model
What works beginselen (RNR model)
1. Risicobeginsel: wie
(interventie afhankelijk van recidiverisico > hoe hoger risico > hoe intensievere
behandeling)
2. Behoeftebeginsel: wat (NEEDS)
(veranderbare factoren) dynamische criminogene factoren die samenhangen met het
delict gedrag (belangrijk dat het in relatie staat met dynamische factoren)
3. Responsiviteit: hoe
(motivatie, leerstijl en (on-)mogelijkheden hiervan te profiteren)
4. Behandelmodaliteit
(evidencebased)
5. Programma-integriteit
(getoetste theorie uitgevoerd volgens programma)
6. Professionaliteit
(opleiding, training inter- en supervisie)
Belang van recidive beginsel
Geen behandeling Intensieve behandeling
Recidive van hoog risico 51% 32%
daders
Recidive van laag risico 15% 32%
daders
,Schadelijke e?ecten van sancties/interventies
• Criminalisering en stigmatisering
• Deviantie training: het bij elkaar brengen van criminele jongeren werkt
criminogeen
• Verzwakken veerkracht
In JJI’s (en gesloten jeugdzorg?):
• Victimisering (helaas te veel onderling geweld, zie boek ww in gesloten
jeugdzorg)
• Hospitalisering (het is daar moeilijk om aan je ontwikkeltaken te werken)
Ontwikkeling risicotaxatie instrumenten
1e generatie: Klinische blik
2e generatie: Gestructureerde risicotaxatie met statische factoren
3e generatie: Gestructureerde risicotaxatie met statische factoren en dynamische
factoren
4e generatie: Gestructureerde risicotaxatie met statische factoren en dynamische
factoren en beschermende factoren
5e generatie: Gestructureerde risicotaxatie met statische factoren en dynamische
factoren en beschermende factoren en casemanagement
Met behulp van de LIJ systematiek
Vooraan in de keten
Politie: uitdraai van aanwezige statische factoren in de ict van de politie. Onderscheidt
in Hoog en Laag risico Algemeen Risico profiel (ARR) met AUC van 0,70.
• eerdere politieregistraties in de volgende rollen: verdachte
• diefstal, verdachte geweldsdelict, verdachte
• overige delicten, betrokken, getuige, overige rollen;
• eerdere Halt-afdoeningen;
• zwaarte en aard van het huidige delict;
• geslacht;
• leeftijd tijdens het delict;
• culturele achtergrond.
Dan besluit wat te doen
, Categorieen politie ARR
Laag risico: Niks doen of HALT
• 30% van de jeugdigen bij de politie vallen in de lage risico categorie
• Laag risico = 25% kans op recidive
• Laag risico en licht delict: Niks doen
• Laagrisico en Haltwaardig delict: Halt
Halt is gericht op schade herstel dus bijv. bij alarmnummers bellen, vandalisme ed.
Als er een midden of hoog risico is :
Midden en Hoog: Sociale factoren analyseren door school te bellen, ouders te spreken
e.d.
Zijn daar meer problemen: Grondig kijken, diepte interviews waarna je 127 vragen kunt
beantwoorden in instrument (2b)
Risico taxatie RNR