Samenvatting – Pathologie 1
Medische Diagnostiek – Thema 8
Inleiding
Wat is pathologie?
- Ziekteleer, onderzoek, diagnostiek
- Rudolf Virchow (1821 – 1902)
o Ontdekker leukemie
o Mechanische trombose
o Grondlegger van de cellulaire pathologie
o Ontwikkelen huidige autopsie procedure
Terminologie uit medische praktijk
- Anamnese = ziektegeschiedenis
o Auto = patiënt vertelt zelf zijn/haar ziektegeschiedenis
o Hetero = anderen, bijv. familie, vertelt de ziektegeschiedenis van patiënt
- Diagnose = het vaststellen van de aandoening
- Therapie = behandeling van de medische aandoening
Taken van een patholoog
- Autopsie (met eigen ogen zien) = obductie = sectie
- Lijkschouwing
- Forensische autopsie
- Weefselonderzoek (histologie)
- Cel onderzoek (cytologie)
Taken patholoog en pathologisch analist: Biopsie --> fixatie en inbedding in paraffine -->
systeem van weefsel inbedding --> microtoom --> kleuring --> microscoop
Histologie = leer van de weefsels
Er zijn 4 typen weefsels:
- Epitheel: oppervlakte binnen- en buitenkant
- Bindweefsel: divers, bot, bloed, pezen
- Spierweefsel: zorgt voor beweging van het lichaam en organen
- Zenuwweefsel: zenuwcellen, perifere cellen, brein
Epitheelweefsel Kan eenlagig of meerlagig zijn
Losmazig bindweefsel Het meest voorkomende bindweefsel
Hart spierweefsel Dwarse streping, eenkernig
Kubisch epitheel Nieren
Bloed Leukocyten, erytrocyten
Neuronen Zenuwcellen
Bindweefsel Bot is daar een voorbeeld van
Skeletspieren Dwarse streping, willekeurig
1
,Chapter 1: Cell adaption, injury, death, and aging
Leerdoelen:
- Cellulaire aanpassingen benoemen en herkennen
- Kenmerken van cel beschadigingen geven
- Ophopingen van materiaal in/om cellen omschrijven (fysiologisch en pathologisch)
- Mechanismen van celdood beschrijven
Als de omgeving van een cel verandert, zal de cel zich moeten aanpassen. Lukt dat niet dan
ontstaat er cel beschadiging en uiteindelijk sprake van celdood = apoptose.
Voorbeelden van stress van een cel:
- Verandering pH
- Trauma, cytokines
- Zuurstoftekort
- Radicalen
- Te weinig voedingsstoffen
Morfologische reacties op langdurige ‘stress’ op celniveau
Hypertrofie = toename van de grootte van de cel (niet opzwellen)
Hyperplasie = toename in het aantal cellen
Atrofie = tegenovergestelde van hypertrofie --> vermindering van de grootte en de functie
van cellen en/of organen
Metaplasie = reversibele verandering cellen --> ontstaat een ander celtype, die kan omgaan
met de nieuwe omgeving
Dysplasie = irreversibele verandering cellen --> normale cel vormen veranderen ook. Verre
stadia van neoplasie (= echte tumorvorming door ongeremde celgroei)
2
, Hypertrofie = toename van de grootte van de cel
Het lichaam wil het liefst hypertrofie en hyperplasie, dus veel en grote cellen.
Fysiologisch hypertrofie
- Voorbeeld borstklierweefsel HE-kleuring: toegenomen vraag naar melk
- Voorbeeld spieren: toegenomen vraag naar meer spier
Pathologisch hypertrofie
Overbelasting hart
- Hypertrofisch cardiomyopathie
o Klep is verdikt, output van het hart heel erg verstoord
o Hierdoor moet het hart nog harder pompen, omdat de output heel laag is
o Dan wordt de hartklep zo dik dat er niks meer doorheen kan
- Microscopisch
o Dwars streping is dikker
De ziekte van Graves (auto-immuunziekte) is ook een voorbeeld van pathologisch
hypertrofie. Hier is sprake van een te snel werkende en vergrote schildklier.
Hyperthyreoïdie = heel veel schildklierhormoon productie door vergroting.
Symptomen: versnelde pols, hoge lichaamstemperatuur, oogproblemen.
Gezonde schildklier:
A = Folliculaire cellen
B = Colloïd
C = Parafolliculaire cellen
3
Medische Diagnostiek – Thema 8
Inleiding
Wat is pathologie?
- Ziekteleer, onderzoek, diagnostiek
- Rudolf Virchow (1821 – 1902)
o Ontdekker leukemie
o Mechanische trombose
o Grondlegger van de cellulaire pathologie
o Ontwikkelen huidige autopsie procedure
Terminologie uit medische praktijk
- Anamnese = ziektegeschiedenis
o Auto = patiënt vertelt zelf zijn/haar ziektegeschiedenis
o Hetero = anderen, bijv. familie, vertelt de ziektegeschiedenis van patiënt
- Diagnose = het vaststellen van de aandoening
- Therapie = behandeling van de medische aandoening
Taken van een patholoog
- Autopsie (met eigen ogen zien) = obductie = sectie
- Lijkschouwing
- Forensische autopsie
- Weefselonderzoek (histologie)
- Cel onderzoek (cytologie)
Taken patholoog en pathologisch analist: Biopsie --> fixatie en inbedding in paraffine -->
systeem van weefsel inbedding --> microtoom --> kleuring --> microscoop
Histologie = leer van de weefsels
Er zijn 4 typen weefsels:
- Epitheel: oppervlakte binnen- en buitenkant
- Bindweefsel: divers, bot, bloed, pezen
- Spierweefsel: zorgt voor beweging van het lichaam en organen
- Zenuwweefsel: zenuwcellen, perifere cellen, brein
Epitheelweefsel Kan eenlagig of meerlagig zijn
Losmazig bindweefsel Het meest voorkomende bindweefsel
Hart spierweefsel Dwarse streping, eenkernig
Kubisch epitheel Nieren
Bloed Leukocyten, erytrocyten
Neuronen Zenuwcellen
Bindweefsel Bot is daar een voorbeeld van
Skeletspieren Dwarse streping, willekeurig
1
,Chapter 1: Cell adaption, injury, death, and aging
Leerdoelen:
- Cellulaire aanpassingen benoemen en herkennen
- Kenmerken van cel beschadigingen geven
- Ophopingen van materiaal in/om cellen omschrijven (fysiologisch en pathologisch)
- Mechanismen van celdood beschrijven
Als de omgeving van een cel verandert, zal de cel zich moeten aanpassen. Lukt dat niet dan
ontstaat er cel beschadiging en uiteindelijk sprake van celdood = apoptose.
Voorbeelden van stress van een cel:
- Verandering pH
- Trauma, cytokines
- Zuurstoftekort
- Radicalen
- Te weinig voedingsstoffen
Morfologische reacties op langdurige ‘stress’ op celniveau
Hypertrofie = toename van de grootte van de cel (niet opzwellen)
Hyperplasie = toename in het aantal cellen
Atrofie = tegenovergestelde van hypertrofie --> vermindering van de grootte en de functie
van cellen en/of organen
Metaplasie = reversibele verandering cellen --> ontstaat een ander celtype, die kan omgaan
met de nieuwe omgeving
Dysplasie = irreversibele verandering cellen --> normale cel vormen veranderen ook. Verre
stadia van neoplasie (= echte tumorvorming door ongeremde celgroei)
2
, Hypertrofie = toename van de grootte van de cel
Het lichaam wil het liefst hypertrofie en hyperplasie, dus veel en grote cellen.
Fysiologisch hypertrofie
- Voorbeeld borstklierweefsel HE-kleuring: toegenomen vraag naar melk
- Voorbeeld spieren: toegenomen vraag naar meer spier
Pathologisch hypertrofie
Overbelasting hart
- Hypertrofisch cardiomyopathie
o Klep is verdikt, output van het hart heel erg verstoord
o Hierdoor moet het hart nog harder pompen, omdat de output heel laag is
o Dan wordt de hartklep zo dik dat er niks meer doorheen kan
- Microscopisch
o Dwars streping is dikker
De ziekte van Graves (auto-immuunziekte) is ook een voorbeeld van pathologisch
hypertrofie. Hier is sprake van een te snel werkende en vergrote schildklier.
Hyperthyreoïdie = heel veel schildklierhormoon productie door vergroting.
Symptomen: versnelde pols, hoge lichaamstemperatuur, oogproblemen.
Gezonde schildklier:
A = Folliculaire cellen
B = Colloïd
C = Parafolliculaire cellen
3