Standaard: aantal druppels per ML is 20, tenzij anders staat aangeven
Microgram is µg, ug of mcg
Druppelsneldheid:
1. Bereken het aantal ML dat in het infuus gebruikt wordt
2. Doe het aantal ML maal het aantal druppels per ML
3. Het totaal aantal druppels (2) deel je door gegeven tijd voor het infuus
Dit (3) is de druppelsnelheid
Infuuspomp instellen:
1. Bereken het aantal ML dat in het infuus gebruikt wordt
2. Doe het aantal ML gedeeld door de inlooptijd van het infuus
3. Het aantal ML per minuut (2) doe je maal een 60(uur) (of een andere tijd als dat zo is
aangegeven)
Dit (3) is het aantal ML waarop je de pomp moet instellen
BMI bereken:
1. Kijk wat de lengte en het gewicht van de patiënt is
2. Doe je lengte maal de lengte (in meters; bijvoorbeeld 1,70 x 1,70)
3. Het gewicht van de patiënt deel je door de lengte in m² (2)
Dit (3) is het BMI van de patiënt (leeftijd en geslacht spelen geen rol)
Vochtbalans:
1. Bekijk de gegeven vochtbalans (positief of negatief)
2. Reken bij de gegeven vocht balans al vocht in namen (infuus, drinken of sondevoeding) er bij
en haal al het vocht verlies (urineren, braken, drainvocht) er van af
Dit (2) is de vochtbalans aan het eind van de rit
Wat is de druk in het cilinder (zuurstof):
1. Je bekijkt eerst over welk tijdsbestek er gesproken wordt
2. Je rekent uit hoeveel liter er in het cilinder zit, de inhoud van het cilinder doe je maal het
aantal Bar
3. Daarna kijk je hoeveel liter de patiënt verbruikt en dit doel je maal de tijd (1)
4. Het aantal liter dat verbruikt (3) wordt door je min de het aantal liters dat in het cilinder zit
(2)
5. Het aantal liter dat over blijft (4) deel je door de inhoud van de zuurstofcilinder
Dit (5) is de druk die nog in de cilinder zit na gebruik