Overzicht 8 colleges + Q&A
Pingo =
Pingo L1:
• Wat is het verschil tussen een theorie en een hypothese?
A) Een theorie gaat over data, een hypothese gaat over analyses
B) Een theorie is een verzameling hypotheses → ieder van de hypotheses kan waar of
onwaar zijn
C) Een theorie bevat beweringen over reeds geobserveerde data, een hypothese is een
bewering die nog niet getest is
D) Een hypothese is een toegepast (praktisch) deel van een theorie
Antwoord: C
Vandaag dus → Inleiding: theoretisch kader, hoe literatuur te zoeken
Overzicht van vandaag:
- Waarom onderzoeksmethoden?
- Wat is een theorie, wat is een hypothese?
- Verschil tussen mediator en moderator
- Hoe een onderzoeksvraag te formuleren: het kiezen van een onderwerp
- Hoe academisch publiceren werkt
- Hoe een literatuuronderzoek te doen en artikelen te selecteren
,• Onderzoeksmethoden
- Onderzoeksmethoden twee belangrijke eigenschappen: op een rationele manier
nadenken (om te komen tot een conclusie) & is empirisch (verzamelt data)
Dus → onderzoeksmethoden verwijzen naar de verzameling rationele en empirische
middelen die iemand in staat stellen overtuigingen bij te stellen
- Betekent dat je theorieën probeert te formuleren, waar je een doel mee hebt
- Drie dingen belangrijk bij het formuleren van theorieën → menselijk gedrag:
• Beschrijven
• Verklaren
• Voorspellen
• (En vaak ook controleren)
- Van theorie naar data en terug: de empirische cyclus
• Er is een fenomeen dat je wil verklaren
• Hierdoor kom je tot een theorie
• De theorie genereert weer nieuwe (onderzoeks)vragen
• De onderzoeksvragen leiden tot een onderzoeksdesign /opzet om je specifieke
hypothese te toetsen
• Daarna je onderzoeksopzet pre registreren = van tevoren opschrijven wat precies je
onderzoeksopzet is en hoe je je hypothese gaat toetsen/je data gaat analyseren
Als je dat niet doet (en gewoon allemaal data verzamelt), dan is er de kans dat je
dingen vindt die veroorzaakt zijn door ruis/toeval → mogelijk gevolg:
replicatiecrisis
Dus: die preregistratie is bedoeld om ervoor te zorgen dat mensen niet in het
wilde weg allemaal toetsen gaan uitvoeren
• Dan heb je data → ondersteuning voor theorie, of geen ondersteuning voor theorie
- Zijn ook tekortkomingen van deze cyclus (bij wetenschapsfilosofie college verder op in)
- Bijvoorbeeld: in deze empirische cyclus erg onduidelijk wanneer je concludeert dat je
hele theorie niet klopt en weggooit, in plaats eraan blijven sleutelen?
- Maar ook, wanneer is de extra ondersteuning voldoende?
,• Wat is een theorie?
= ‘’Set van abstracte uitspraken die beschrijven hoe constructies/variabelen zich tot elkaar
verhouden op basis van eerdere waarnemingen’’
• Onderdelen van theorieën
Aannames (vaak impliciet & worden vaak vergeten)
Variabelen:
1) Conceptueel
- Conceptuele variabelen = abstract → kan niet direct gemeten worden
• Voorbeeld: agressie
• Heeft dus nog niet meteen een definitie
2) Geoperationaliseerd
- Geoperationaliseerde constructen = concreet → kan wel direct gemeten worden
• Voorbeeld: agressie operationaliseren: meten hoeveel decibel iemand stem verheft
- Ander voorbeeld:
Operationele definities beschrijven hoe conceptuele constructen worden gemanipuleerd
en/of gemeten
Proposities: relaties tussen variabelen
- Voorbeeld: willen weten wat iemands geduldigheid voor invloed heeft op agressie
- Dus de relatie tussen de twee variabelen: geduld en agressie
- Er zijn verklarende/onafhankelijke variabelen → worden vaak door elkaar heen gebruikt
Maar wel klein conceptueel verschilletje:
• Verklarende variabele: variabele waarvan je hoopt dat hij een andere variabele
verklaart, maar waar je niet direct een manipulatie op los hebt gelaten
• Is alleen echt een onafhankelijke variabele als je hem zelf controleert
• Beiden suggereren een relatie tussen oorzaak en gevolg → verschil: onafhankelijke
variabele mag je alleen onafhankelijke variabele noemen als je manipuleert
- En er zijn respons/afhankelijke variabelen
, - Je wil dat de verklarende variabelen onafhankelijk zijn (kijk naar rode pijl in plaatje) →
dat ze dus niet onderling van elkaar afhangen
- Mag wel, maar dan moet je ander model gebruiken
- Als dit het model is (zie plaatje) wil je dus dat de verklarende variabelen: ongecorreleerd,
onafhankelijk en orthogonaal zijn
Daarnaast: wat is het verschil tussen een theorie en een model?
- Theorie is een wat abstractere versie van een model
- Zijn dus niet fundamenteel verschillende dingen, maar eerder soort continuüm van
abstract naar concreet
- Theorieën beschrijven bevestigde relaties op basis van bestaand gegevens/onderzoek
• Vaak conceptueel
- Hypothesen beschrijven veronderstelde relaties die nog niet zijn getest
• Vaak geoperationaliseerd
• Hypothesen
- Zoals gezegd: in een experiment testen we hypothesen over operationele definities
- Dus die verschillende variabelen: onafhankelijk → afhankelijk, of verklarend → respons
- Maar kunnen ook andere relaties zijn binnen je model
→ specifiek: mediërende variabele & modererende variabele
Mediatie
- Er is wel een invloed van A op B, maar de invloed
verloopt via C
- Er is dus geen directe maar een indirecte relatie
- Voorbeeld: het effect van lerarenkwaliteit op
schoolprestaties wordt gemedieerd door motivatie:
betere lerarenkwaliteit resulteert in hogere
motivatie, wat resulteert in hogere schoolprestatie
Mediatie analyse
- Standaard analyse: multiple regressie
- Als A dezelfde invloed heeft op B, zelfs wanneer C als voorspeller wordt toegevoegd →
suggereert dit dat de mediatorhypothese verkeerd is
- Als het verklarende effect van A op B minder groot is na opnemen van C als voorspeller
→ suggereert dit dat C op zijn minst gedeeltelijk de relatie tussen A en B medieert
- Statistische toets op zich doet geen uitspraak over richting van causaliteit
- Het vaststellen van mediatie vereist een combinatie van meerdere statistische toetsen