Introductie
Bronnen van informatie:
1. Ervaring: overtuiging gevormd door eigen ervaringen -> nadeel ervaring staat niet altijd gelijk
aan objectieve kennis werkelijkheid
2. Intuïtie: eigen gevoel als bron van informatie -> gestuurd door wat je ooit hebt opgeslagen
dus niet betrouwbaar, interfereert met objectiviteit (= bias, externe factoren die negatief
invloed hebben op onderzoek)
3. Autoriteit: overtuiging van autoritair figuur
4. Wetenschap: overtuiging op basis van wetenschappelijk bewijs
3 kenmerken wetenschappelijk onderzoek:
1. Empirisch: systematische waarnemingen
2. Controleerbaar: wetenschapper controleren elkaar en sparren over bevindingen (peer review
artikelen)
3. Probabilistisch: gebaseerd op kansen en keuzes die gemaakt worden, niet absolute
zekerheden
Theorie in sociale wetenschappen: geheel van denkbeelden, hypothesen en verklaringen die in
onderlinge samenhang worden beschreven
Praktijkgericht onderzoek = onderzoek gericht op ondersteuning bij besluitvorming
Fundamenteel onderzoek = kennisontwikkeling waarbij theoretische concepten worden gevormd ->
altijd systematisch en gestructureerd
Empirische cyclus:
Iteratief = tijdens onderzoeksproces mogelijk om terug te keren naar volgende stap
, Kenmerken wetenschappelijke theorie:
1. Ondersteund door data van wetenschappelijk onderzoek
2. Falsifieerbaar: theorie moet kunnen worden weerlegd aan de hand van verzamelde gegevens
3. Spaarzaam: zo eenvoudig mogelijk, niet complexer maken
Twee soorten onderzoeksvragen:
1. Fundamenteel: onderzoeker bezig met onderzoeken algemene informatie
2. Toegepast: praktische vraagstukken op te lossen en bestaande kennis en technieken toe te
passen
Onderzoeksontwerp vraag gesteld: wat voor soort data verzameld
- Kwantitatief: getalsmatige gegevens, numeriek
- Kwalitatief: meer gericht op woorden, geen numerieke data